Close

De vrouw die niet van hokjes houdt

21 juni 2020 05:06 / Profiel
A Aan het speculeren is een einde gekomen: Sigrid Kaag wil D66 vertegenwoordigen tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van volgend jaar. Vooralsnog is de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de enige kandidaat voor haar partij.

Sigrid Kaag staat op het Binnenhof nog altijd te boek als topdiplomaat. Na een carrière van 25 jaar bij de Verenigde Naties in verschillende landen, keerde ze drie jaar geleden terug naar Nederland om haar loopbaan te vervolgen in de politiek. Daarmee was ze een van de verrassingen van Rutte III. Ze bleef de buitenstaander, de minister met de blik naar buiten gericht.

Dat zal ook het imago zijn dat Kaag wil cultiveren: de buitenstaander, met ervaring buiten de nationale politiek en een rotsvast geloof in grensoverschrijdende samenwerking. Oftewel: iemand die kan wedijveren met VVD-premier Mark Rutte. Maar daarvoor zal ze eerst tot lijsttrekker gekozen moeten worden. De kandidaatstelling werd begin deze maand opengesteld. Tot begin augustus kunnen kandidaten zich melden, begin september kiezen de leden hun lijsttrekker.

Vooraf werd een driestrijd verwacht. Maar minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren liet al laten weten niet beschikbaar te zijn. Ze is net hersteld van een langdurig ziekbed en vindt het daarom niet verstandig voor het partijleiderschap te gaan. Blijft over: Rob Jetten, die een kleine twee jaar geleden door Alexander Pechtold naar voren werd geschoven om hem op te volgen als fractievoorzitter. Maar Jetten heeft nog altijd niet gezegd of hij zich zal mengen in de strijd.

Haar kinderen dicteren de manier waarop ze werkt: efficiënt en niet langer dan strikt noodzakelijk

De vraag is zelfs of hij zich überhaupt zal kandideren. Lijsttrekkersverkiezingen lopen zelden goed af. Denk aan de strijd tussen PvdA-leiders Diederik Samsom en Lodewijk Asscher in 2016 of de strijd tussen Alexander Pechtold en Lousewies van der Laan in 2006. Kaag gooit daarnaast nu al hoge ogen in de peilingen en ze heeft een belangrijke troefkaart in handen: ze wil de eerste vrouwelijke premier van Nederland worden.

Sigrid Kaag wordt in 1961 geboren in Rijswijk, maar groeit op in Zeist. Op jonge leeftijd belandt ze korte tijd in een pleeggezin omdat haar ouders ziek worden. Haar moeder blijft altijd kampen met de gevolgen van een hersentumor, ook haar overspannen vader wordt nooit meer dezelfde. "Je kunt het vroeg in het leven krijgen of later in het leven maar iedereen krijgt het verdriet. Dus je moet er niet in verzinken, denk ik", zei Kaag vrij nuchter in 2018 in een gesprek met interviewer Tijs van den Brink over pijn en verdriet.

Studeren doet Kaag in Cairo aan de Amerikaanse Universiteit: Midden-Oostenstudies. Masters volgt ze in Oxford en Exeter en ondertussen weet ze ook nog de tijd te vinden om Engels, Duits, Frans, Spaans en Arabisch te leren. Na een tweejarige periode bij Shell in Londen vindt Kaag haar draai op het ministerie van Buitenlandse Zaken, afdeling politieke VN-zaken. Op een werkbezoek in het Midden-Oosten leert ze haar man kennen: Anis al-Qaq, tandarts en op dat moment de schaduwminister voor gezondheidszorg van de Palestijnse Bevrijdingsbeweging (PLO).

Wat volgt is een lange rij van topfuncties bij de Verenigde Naties, die ze combineert met het moederschap. Kaag draagt zo op 33-jarige leeftijd al de verantwoordelijk over 3,5 miljoen Palestijnse vluchtelingen in de Westelijke Jordaanoever, Jeruzalem, de Gazastrook, Jordanië en Libanon. Haar vier kinderen dicteren in de jaren die volgen de manier waarop zij werkt: efficiënt en niet langer dan strikt noodzakelijk.

"Je bent als moeder veel meer oplossingsgericht en minder statusgericht. Het gaat niet alleen maar om jezelf, of om zien en gezien te worden," zegt Kaag in een interview met de Volkskrant in 2015. "Ik pas mijn bezigheden aan op die van mijn kinderen." Juist bij haar mannelijke collega's in de diplomatie ziet ze het fout gaan. Zij kiezen voor non family duty stations. "Dus op plekken waar je niet met je gezin kunt wonen. Die zijn lange perioden weg van hun gezin. Dat kan niet anders dan negatieve gevolgen hebben."

Het hoogtepunt van haar diplomatieke carrière volgt in 2013. Ze wordt verantwoordelijk voor de vernietiging van het chemische wapenarsenaal van president Bashar al-Assad in Syrië. Jaren later geeft ze toe dat ze geen idee had waar ze aan begon, maar ze bracht de ontwapeningsmissie tot een goed einde. Sterker: de missie wordt wereldwijd als een groot succes gezien. Op een dressoir in de woning van Kaag prijkt nog altijd de ingelijste persoonlijke bedankbrief van de toenmalige Amerikaanse president Barack Obama.

Heeft ze het in zich debatten te voeren over de arbeidsmarkt en koopkrachtplaatjes?

De grote vraag blijft: is Kaag de gedroomde partijleider van D66? Niet lang geleden was ze voor de camera's op het Binnenhof nog zichtbaar gevleid over de mogelijkheid dat zij de nieuwe baas kon worden bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Daar, in het internationale wereldje, ligt haar hart, zo stellen bekenden van Kaag. Heeft ze het in zich debatten te voeren over de arbeidsmarkt en koopkrachtplaatjes? En wat gebeurt er als ze in de oppositie belandt?

Daar komt nog een handicap bij: als minister heeft Kaag weinig grote debatten gevoerd. Ze leunt bovendien zwaar op haar jarenlange internationale ervaring. Zo loodste ze vlak voor de coronacrisis de voor het kabinet belangrijke CETA-verdrag, een handelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada, met de kleinst mogelijke meerderheid door de Tweede Kamer. Ook hier weer vanuit de overtuiging dat grensoverschrijdende samenwerking Nederland vooruithelpt. Het wetsvoorstel wacht overigens een onzekere toekomst in de Eerste Kamer.

Maar wil ze tijdens de verkiezingen scoren, dan zal ze uit een ander vaatje moeten tappen. Sociaal-economische onderwerpen spelen vaak een belangrijke rol in de Nederlandse campagnes. Door de coronacrisis zal het straks ook weer meer gaan over de economie en de vraag of er bezuinigd moet worden. Dat is voor regeringspartijen meestal slecht nieuws. Voor D66 geldt nu al: regeren is halveren - op dit moment heeft de partij 19 zetels in de kamer, in de peilingen blijven daar ongeveer 11 van over. Volgens de Peilingwijzer - het gemiddelde van de verschillende peilers - is de partij virtueel al voorbijgestreefd door GroenLinks en de PvdA (allebei gemiddeld 14).

Wat dat betreft zal Kaag hoop putten uit het gegeven dat een vrouwelijke lijsttrekker extra stemmen oplevert. Onderzoeksbureau Ipsos becijferde dat één op de zes kiezers bereid is over te stappen naar een andere partij als die een vrouw als lijsttrekker heeft. Dat zijn zo'n twee miljoen mensen. In potentie zijn dat meer dan 25 Kamerzetels. Als Kaag lijsttrekker weet te worden, zou ze zomaar de aanvoerder van de progressieven in de Kamer kunnen worden.

Toch zullen de sociaalliberalen nu al met een schuin oog naar die twee grote regeringspartijen kijken. Bij het CDA heeft de bekende minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge inmiddels bekendgemaakt de kar te willen trekken. De Jonge zal op zijn beurt weer met een schuin oog kijken naar de VVD, waar wordt gehoopt dat Mark Rutte op wil gaan 'voor nog een rondje'. In de peilingen krijgt Rutte voorlopig een riante premierbonus: 44 zetels.

Jeff Pinkster