Close

Two tales of one city

29 juli 2020 02:07 / Michiel Vos
J Journalist Michiel Vos blijft oneindig gefascineerd door zijn aangenomen thuisland Amerika. Iedere twee weken vertelt hij op deze plek waarom.

This covid surge thing would bother me a great deal if I hadn’t become a rich man this spring,” zei de bevriende New York banker tegen me. Het was vreemd om te horen, maar then again: álles is vreemd om me heen, New York vóelt vreemd deze dagen. Amerika ís vreemd. We zitten midden in een tweede golf corona, staan op het randje van ouderwetse rellen, de werkloosheid gaat door het dak, de daklozen hebben de straten overgenomen en onze president promoot Goya-bonen - vanuit de Oval Office.

What’s next: Kanye runnin’ for president?

Wall Street banker-vriend en ik zitten op straat. We drinken koffie op de nieuwste it-plek van New York City: zelf getimmerde terrassen, beginners style – soort van skihut variant van het terras, compleet met goedkoop gebleekt hout. Het is mid juli en dus onwerkelijk heet, vochtig, klam. Het soort weer dat je op de hoek van de straat weer terug naar huis stuurt om te douchen. Gelukkig haal je het al maanden niet tot de hoek van de straat, want wie niet per se hoeft, verlaat überhaupt het huis niet. ‘Telewerken’ noemden we het geloof ik, een van de minder geslaagde modewoorden uit de jaren ’90. Deze dagen telewerkt iedereen.

De have nots zitten knus naast elkaar in de subway

Iedereen? Nee natuurlijk niet, this is America after all, land van ongelijkheid: telewerken is voor de haves - de have nots zitten knus naast elkaar in de subway, op weg naar hun werk, als ze dat nog hebben. Ze moeten wel. Twee miljoen New Yorkers (op een inwoneraantal van acht miljoen) is ‘food insecure’, zoals dat tegenwoordig eufemistisch heet. Het zijn woorden die bij de nieuwe Amerikaanse crisismentaliteit horen. Pre-corona zeiden we '1 in 5 children go to bed hungry', nu is het gestegen tot 1 op 4.

The bankers doorstaan het onderwijl prima, mijn vriend is niet de enige die dit voorjaar dankzij de Dow rijker is geworden. Wie zei ooit dat de beurs de thermometer van ’s lands economie is? Een beetje Wall Street boss zit reeds sinds eind maart in the Hamptons. Op de stranden daar is genoeg ruimte om comfortabel aan social distancing te doen. Op CNBC brengen witte mannen in lichtblauwe of lichtroze overhemden het financiële nieuws vanuit hun comfortabel ingerichte beach houses. Geen studio in Midtown met slechte koffie uit een plastic bekertje. Nee, gewoon onder de politiek correcte moderne kunst aan de muur een uitzending vullen over hoe de Dow Jones index wéér een goede dag had.

Manhattan is leeg en verlaten: geen snazzy Eurotoeristen, geen snappy rainmakers

New York vraagt zich af wie er ooit weer in een volle lift stapt, in een van de wolkenkrabbers in Midtown. Toen het zakelijke hart van de stad (en van Amerika’s economie) op slot ging - ooit, lang geleden, ergens in maart - trokken de bankiers oostwaarts en de creative class richting Noorden, naar de Catskills of Connecticut. Manhattan voelt leeg en verlaten: deze zomer geen snazzy Eurotoeristen in hun strakke spijkerbroeken en krappe gympen. Geen snappy bankierende rainmakers op weg naar hun eerste M&A deal van de dag. Wel zijn overal daklozen, er wordt gebruld door mannen met woeste baarden.

Niemand weet of kinderen weer naar school gaan in september. Normaal gaat de hele stad na Labor Day, op 7 september, weer aan de slag. Niet dit jaar. Waarschijnlijk. Dit jaar is alles anders: New York zelf heeft het goed gedaan in het corona-voorjaar: self quarantine at home, masks, 6 feet en het virus verdween - grotendeels dan. Maar in de ogen van de New Yorkers ging het 'uiteraard' mis in de zuidelijke en westelijke staten: zonder diezelfde discipline hebben Florida, Georgia en Texas het schandelijk laten lopen. “Of course Florida fucked up,” zegt mijn krijtende banker. New Yorkers lezen deze zomer jaloers in hún New York Times dat Old Europe helemaal terug is na corona en dat Amerika in het rijtje Brazilië en Mexico zit.

"Waar ben je banger voor," vraag ik, "corona or the cops?"

Life is good, glimlacht de bankier. Het is vreemd om te horen in de stille stad.

Opeens gejoel, geschreeuw. Ver weg. Dan dichterbij. De demonstrerende kids! Het is iets na zessen – we zitten vlakbij Union Square, hartje Manhattan en elke dag verzamelen de demonstranten hier. Black Lives Matter, George Floyd, institutional racism, white silence! – het zijn de sleutelwoorden in jaar vier van Trumps presidentschap. Ik spreek een zwarte jongen aan, in de twintig, zonder shirt. Ik vraag hem waarom ze nog elke dag protesteren. “We have hashtag, after hashtag after hashtag. Black people keep dying at the hands of the police! We zijn hier voor George Floyd. I can’t breathe!

“Waar ben je banger voor,” vraag ik, “corona or the cops?”

The cops! Ik ben bang voor de politie, iedereen is bang voor de politie. The police is out of control! Corona - dat stelt niks voor. Fuck corona!”

Banker in krijtstreep pak (in de hitte!) en ik kijken als twee buitenaardse wezens naar de voorbij stromende demonstranten. Op dit moment is New York de ultieme moderne tegenhanger van Charles Dickens Tale of two cities, twee werkelijkheden verenigd in één stad: witte bankers en zwarte demonstranten, beach house dwellers en straatslapers, lege kantoren en overvolle metro's, de contrasten die Amerika’s culture wars deze zomer tekenen.

Michiel Vos