Close

Behandel je kinderen nooit gelijk

01 augustus 2020 09:08 / Gezin
G Gelijkheid is een groot goed, behalve wanneer het om je kinderen gaat. Journalist Hanneke Mijnster legt - samen met haar zoons Guus (11) en Freek (9) - uit waarom.

Een willekeurige vrijdagavond in hartje Haarlem:

“Wij hebben een ijsje op, Guus”, klapt Freek meteen uit de school.

“Hebben jullie een ijsje op?”

“Ja, na het eten en ik mocht twee bollen,” voegt hij eraan toe.

“Dan mag ik nu ook een ijsje,” vindt Guus.

“Nee, het is half negen en je gaat zo naar bed,” kom ik tussen beiden. 

“Ja maar dat is niet eerlijk. Freek mocht wel een ijsje en ik was er niet.”

“Klopt, jij had een kinderfeestje,” probeer ik nog. 

Maar helaas. Een weiland vol oude koeien wordt uit het Spaarne getrokken en we verzanden in een gesprek over eerlijkheid. Gáán we weer denk ik, loerend naar de grote wijzer die bijna de 12 aantikt. Ik wil ze naar bed hebben en heb geen zin in gezeur, en ineens hoor ik mezelf zeggen: “Het leven is nu eenmaal niet altijd eerlijk. En nu naar bed.” Opvoeden met vinklijstjes is niet mijn ding, maar zo vloeiend heb ik mijn aversie tegen gelijk maken nog niet eerder verwoord.

Niet de beste reactie op Guus’ ontboezeming, weet opvoedpsycholoog Tischa Neve. “Echt luisteren, en verder kijken dan wat kinderen zeggen, dat is iets wat veel ouders vergeten. Gaat het specifiek om dit ijsje of hoor je dit vaker?”

Hoe meer norm er is, hoe meer er te vergelijken valt

Het ja-maar-en-ik-dan-riedeltje komt me niet onbekend voor. Daar kunnen alle kinderen wel wat van, toch? “Klopt,” zegt Neve, “daarom is het zo belangrijk om ook naar jezelf te kijken in dit geval. Heeft hij een punt? Gaat er ongemerkt echt iets scheef? Een kind met een pittig karakter kan veel aandacht krijgen en een rustig kind minder. Het rustige kind zal daar minder snel iets van zeggen.”

Lekker makkelijk

“Over het algemeen is het bon ton om je kinderen gelijk te behandelen in de opvoeding,” gaat Neve verder. “Dat is hoe het moet zijn en niemand wil uitstralen dat er een voorkeur voor een kind is. En daarbij is het in veel gevallen ook gewoon makkelijker. Een vaste bedtijd per leeftijd, een vast bedrag aan zakgeld, maak het vooral niet ingewikkeld. Daar is iets voor te zeggen natuurlijk.”

Goed punt. Luisteren is belangrijk, duidelijkheid ook. En ik wil al helemaal niet zo’n voortrekkende moeder zijn. Toch heb ik moeite met een focus op gelijkheid, zoals Guus en Freek die zelf graag opwerpen. Ik vind het namelijk je reinste onzin om opvoeding meetbaar te maken aan de hand van beurten en lijstjes met gunsten. Want hoe meer norm er is, hoe meer er te vergelijken valt. En daarmee drijf ik juist af van de persoonlijke aandacht. Hoe ga je dat gelijk trekken? Bij hockey sta je misschien elk weekend langs de lijn en bij ballet kom je slechts eens per jaar naar een uitvoering kijken. “Zolang je benoemt aan de ballerina dat je het liefst ook vaker zou kijken, is er niks aan de hand,” adviseert Neve.

Een verrassend antwoord

Ik besluit het na het ijsjesmoment nog eens te vragen aan Guus. “Ik vind het vaak wel eerlijk, ja” antwoordt hij verrassend genoeg. Blijkbaar is hij de misgelopen bolletjes vanille ne banaan alweer vergeten. “Hoeveel snoepjes we mogen bijvoorbeeld en wanneer we naar bed gaan. Ik mag later, en dat is natuurlijk logisch, want ik ben ouder.” Oké, en wat als Freek dan ook eens na half negen naar bed gaat? Hoe is dat dan voor jou? “Nou, dan heeft Freek gewoon mazzel. Hij gaat er wel wat overdreven mee om, want hij doet alsof een kwartiertje voelt als een half uur.” Op de vraag of ik er ook een beetje ontvankelijk voor ben als hij iets aangeeft over eerlijkheid antwoordt Guus: “Ik vind helemaal niks niet eerlijk en ik kan het anders wel makkelijk tegen jou zeggen, ja.” Toch fijn.

Freek vraag ik even later hetzelfde en ook hij komt met een opmerkelijk antwoord. “Ja, het is wel eerlijk verdeeld. Guus mag soms iets twee keer, bijvoorbeeld voorin zitten in de auto, en ik mag dan ook twee keer. Daar let ik dan wel op, want ik vind dat eigenlijk wel belangrijk. Want anders krijgt Guus iets en wil ik dat ook. En dan is het niet eerlijk. Ik voel me dan niet zo fijn. Dan denk ik: houd ze nog wel van mij?”

Mijn zoete, kleine pleaser voelt dus wel degelijk iets anders dan ik in eerste instantie dacht. En dus vraag ik nog even verder. “Soms vind ik dat wel lastig om te zeggen, dan ben ik bang dat je zegt ‘jij hebt dat al gekregen’. Of dat jullie zeggen dat ik lieg, maar dat is dan niet zo. Ik heb wel een keer gelogen, maar ik lieg niet vaak.” Freek heeft ook al zelf een oplossing bedacht: “Het helpt als jij en papa niet zo snel meer boos worden.” Hier schrik ik wel van. Blijkbaar zijn mijn geduld - en lontje - toch vaak korter dan ik zelf denk.

Je kinderen echt leren kennen is waardevoller dan ze gelijk behandelen

Bespreken, bespreken, bespreken, dat is de kunst, zegt Neve. “Het is belangrijk dat je goed kijkt naar of het echt zo is, zoals je kind zegt. En dat hoeft echt geen drama te zijn of benoemd te worden als iets verkeerds, kijk liever naar of je het herkent en wat je eigenlijk doet. Knuffel je de een misschien vaker dan de ander omdat die het meer toelaat? Of heb je met de een meer geduld dan met de ander? Dat kan best en is heel menselijk. Ook hiervoor geldt: blijf benoemen aan je kind dat je hem wil knuffelen, ook al rent hij zelf als Usain Bolt van je weg wanneer jij je armen naar hem uitstrekt. Als jij het zegt, kan hij je aandacht en affectie toch voelen. En daar gaat het om.”

Ken je kind

Je kinderen echt leren kennen is waardevoller dan je kinderen gelijk behandelen, zegt Neve en dat is precies hoe ik het ook zie. “Kijk dus liever per kind wat-ie nodig heeft en wat-ie aankan, dan naar de meetlat van gelijkheid. En kies voor elk kind een aanpak die werkt.”

Zo is Guus bijvoorbeeld een avondmens, en dus voelt hij zich sneller ongezien wanneer hij toch om half 9 naar bed moet, net als zijn broer. En andersom ook: ik leg liever aan Freek uit dat hij nu eenmaal meer slaap nodig heeft dan zijn hyperactieve grote broer, dan dat het ‘nu eenmaal de regel is’. Daar koopt een kind namelijk niks voor. “Ook hierbij geldt weer: benoemen, benoemen, benoemen, vindt Neve. “Door te zeggen ‘Ik snap wat je zegt en ik begrijp dat het oneerlijk lijkt,’ voelt het een kind zich gehoord. En dat is wat telt. Leg uit dat voor zijn broer of zus nu eenmaal iets anders geldt, omdat dat het beste past. En dan: punt. In sommige dingen moet je ook gewoon stelling nemen. Je hoeft geen schipperouder te worden, want daar heeft niemand iets aan.”

Of het nu kleuters zijn of pubers: de eerlijk-kaart wordt snel getrokken. Heeft je kind continu het idee dat de ander wordt voorgetrokken, dan is het hoog tijd om te investeren in het onderlinge contact. “Blijkbaar is de verbinding hier en daar verbroken. Ga dus bij jezelf na of je inderdaad teveel met de ander bezig bent, en ga op zoek naar manieren om die verbinding te herstellen. Een middagje een-op-een op pad doet wonderen, maar ook bewust meekijken met een film op tv of met een game die ze spelen is een goed idee. Niet alleen voor je kind, maar ook voor jou."

Vanuit een goede band kun je namelijk ook beter corrigeren, vertelt Neve. "Verbinding en contact maakt alles beter. Het is net als met je partner, als je allebei op gaat in je werk en de dagelijkse beslommeringen, krijg je meer ruzie en gekibbel. Van echt even samen zijn, knap je enorm op en dat is voor kinderen niet anders. Ik ben zelf ook een groot voorstander van de kleine gesprekjes bij het naar bed gaan. En met je puber kun je bijvoorbeeld samen koken of een eind hardlopen. Zo creëer je een mogelijkheid om jezelf ook uit te spreken. ‘Ik denk soms dat ik je kwijt ben, dat vind ik lastig. Wat zou jij fijn vinden om te doen en om samen in contact te blijven?’ Zo’n vraag kan echt bevrijdend werken.”

Dus ik vraag aan Freek wat hij graag samen met mij wil doen. “Hardlopen!” roept-ie. “Ik wil met jou mee.” Dat kan natuurlijk, maar misschien iets voor jezelf? “Of boodschappen. Of paardenkwartet. Maar sowieso hardlopen.”

De volgende ochtend zit hij al aangekleed in sportpak op de bank als ik beneden kom. En hoewel ik hoofdpijn heb (en niet zo’n zin), gaan we toch. “Wil je ook mee, Guus?” vraag ik. “Nee,” zegt die, “dit is echt voor jou en Freek.”

Hanneke Mijnster