Close

Credit where credit is overdue: vrouwelijke auteurs uit de anonimiteit

14 augustus 2020 11:08 / Literatuur
M Meer dan een eeuw nadat hun literaire werk voor het eerst op de boekenplanken verscheen, staat bij 24 vrouwelijke auteurs eindelijk hun ware naam op de kaft. Het Reclaim Her Name project geeft erkenning aan vrouwen die onder een mannelijk pseudoniem naam hebben gemaakt in literaire kringen.

Als vrouw met literaire ambities kon je in de 19e eeuw maar beter doen alsof je een man was, wilde je door de literaire critici serieus genomen worden. Dat je als vrouw je “meisjesnaam” verplicht moest laten varen als je in het huwelijksbootje stapte, was al een dingetje. Op professioneel vlak je volledige naam inruilen voor een mannelijk pseudoniem ging nog een stapje verder. Een bekend voorbeeld is Mary Ann Evans, de Britse schrijver van het boek “Middlemarch”, dat bijna 150 jaar geleden werd uitgebracht onder de schuilnaam George Elliot. Anderhalve eeuw na dato wordt dit boek, samen met 23 andere literaire werken, eindelijk gepubliceerd onder de echte vrouwennaam. 

Aan The Guardian vertelde Kate Mosse over het doel van het Reclaim Her Name project: erkenning geven aan de vrouwelijke schrijver. Mosse, zelf auteur, is oprichter van The Women’s Price. Met deze prijs wordt jaarlijks een vrouwelijke auteur bekroond voor haar bijdrage aan de literatuur. Het 25-jarig jubileum van deze prijs valt niet geheel toevallig samen met het welverdiende credits-project.

Om de erkenning grootschalig aan te pakken, zullen de uitgekozen boeken van Reclaim Her Name verschijnen als gratis ebooks. Zo wordt lof gegeven aan de literaire prestaties van een lijst namen, die allang gevestigd zijn, maar alleen nog even écht erkend moeten worden. Daarnaast is het ook een manier om stil te staan bij de barrières waar vrouwen niet alleen toen, maar ook nu nog tegenaan lopen. Gelukkig heeft Destiny's Child’s ondertussen het lijflied Say My Name uitgebracht, maar het is best hardnekkig, dat patriarchaat.

Mary Ann Evans die dus bekend werd als George, heeft zich aan het eind van haar carrière uitgesproken over deze bewuste naamkeuze. Incognito zijn bood vrouwen de mogelijkheid om te publiceren zonder imagoschade. Je wilde niet bekend staan als die vrouw die maar dacht dat ze wat toe te voegen had. Zo hoopte Evans dat haar werk op waarde werd geschat en niet werd bestempeld als ‘werk van een vrouw’. De man was immers mid-19e eeuw de prototype schrijver. Zijn blik werd gezien als puur en niet vertroebeld door het ‘afwijkende’ vrouwelijk perspectief.

Evans was niet de enige Mary goes George - je zou bijna denken dat 19e eeuwse Britten maar mochten kiezen uit een namenlijstje korter dan een gemiddelde kassabon. In 1893 koos Mary Bright voor de alias George Egerton. Verscholen achter de mannennaam kon Bright in haar korte verhalen inzichten in vrouwelijke seksualiteit verwerken. Naast Mary 1 en Mary 2 staan er ook twee African American schrijvers in de lijst van 24. Zo werd Frances Rollen Whipper door zich Frank A. Rollin te noemen de eerste zwarte Amerikaan met een biografie op haar (schuil)naam. Als witte vrouw deed je er al voordeel aan om te liegen over wat er in je broek zat. Voor zwarte schrijvers gold daarnaast dat je maar beter kon verbergen dat je niet wit was, als je ooit kans wilde maken op publicatie.

De 24 namen zijn slechts het puntje van ‘de ijsberg der geslachtsverandering in naam van de literaire ambities’, so to speak. Het Reclaim Her Name project heeft een uiteindelijke selectie gemaakt uit maar liefst 3000 female-to-male pseudoniemen. En bedenk dan dat dit project zich alleen richt op fictieschrijvers. Dergelijke aliassen kwamen ook voor in non-fictie publicaties. Een voorbeeld dat tussen lachwekkend en tragisch balanceert, is dat van Harriet Taylor Mill. De vrouw van de bekende filosoof John Stuart Mill had een grote hand in het werk dat onder zíjn naam werd gepubliceerd. Het beroemde On Liberty, waar zij geen enkele credits voor kreeg, ging, jawel, onder meer over vrouwenrechten. Ook is de naam Harriet Taylor nergens te bekennen in het essay The Subjection of Women. Ironie pur sang.

Ook in de Nederlandstalige boekenkast was er minder plankruimte voor literatuur van een vrouw. Florence van Beek koos eieren voor haar geld en schuilde zich begin twintigste eeuw achter de naam Rolf Burman. Dat vrouwelijke intellectuelen de hoofdrol spelen in haar roman Recht op geluk laat wederom zien dat je alleen als een schaap in wolfskleren je feministische steentje kon bijdragen.

Ook een van ‘s lands beroemdste schrijvers Hella Haasse maakte tijdens haar loopbaan als auteur gebruik van een pseudoniem. Onder de naam C.J. van der Sevensterre schreef ze een feuilleton in het Parool. (Voor de Gen Z’ers die net als ik door al dat bingewatchen geen geduld meer hebben voor dit soort fratsen: dat is een doorlopend verhaal dat elke week een vervolg heeft in een krant of magazine.) Drie jaar voor de dood van Haasse, in 2007, bleek dat niet Casper-Jan had geschreven over het writersblock van een gelijknamige journalist, maar dat dit uit Hella’s pen kwam. Misschien moet er een Nederlandse variant komen op het Reclaim Her Name project. Krediet Aan Die Griet? Suggesties zijn welkom.

Dat geschiedenis voornamelijk geschreven is door de Witte Man moeten we niet vergeten. Maar zo blijkt, schrijvers kunnen stiekem schrijfsters zijn, en ze blijken ook niet altijd wit. Een project als Reclaim Her Name zorgt ervoor dat de vrouwelijke schrijver zichtbaarder wordt op de boekenplank. Gelukkig is de man-vrouw verhouding in de literatuur minder scheef dan rond 1900. Maar het If i were a boy sentiment van Queen B is helaas nog niet achterhaald. Het besef dat vrouwen van vroeger ook schreven, kan een inspiratie zijn voor vrouwen van nu om zich te wagen aan het schrijversvak. Ben jij een vrouw met een passie voor schrijven? Luister nog even naar Beyonce, Kelly en Michelle, en zet trots je echte naam op de kaft.

Stella Aalderink