Close

De njais: vergeten vrouwen van het Nederlands-Indisch leger

19 augustus 2020 02:08 / Samenleving
V Vrouwen die hun lijf en leven moesten overleveren aan een onbekende, buitenlandse soldaat. Tot nog geen honderd jaar geleden was dit de realiteit voor een grote groep Indische vrouwen op Nederlandse kazernes in wat nu Indonesië is. En die ontmenselijking werd nog vanuit de overheid aangemoedigd ook.

4 mei is dé nationale Bevrijdingsdag, maar in 1945 vertrokken de Japanse troepen pas op 15 augustus uit toenmalig Nederlands-Indië. Daarom werden dit weekend, 75 jaar later, in Den Haag de slachtoffers herdacht die zijn omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog op toenmalige Nederlandse bodem. De herdenking stond in het teken van de slachtoffers die vielen onder het Japanse bewind. Maar die focus op het leed dat aangericht is door het Japanse leger is omstreden. In de tijd dat Indonesië een kolonie was van Nederland (mind you, dat duurde zo’n anderhalve eeuw) heeft Nederland, op z’n zachtst gezegd, een structureel ontwrichtend effect gehad op veel mensenlevens in het voormalig Nederlands-Indië.

Dat de Japanners destijds leed veroorzaakten, staat buiten kijf. Misschien heb je weleens van ‘troostmeisjes’ gehoord? Deze vrouwen werden vanaf 1932, tot het verlossende jaar 1945, door het Japanse leger gedwongen tot prostitutie. Griselda Molemans schreef er begin dit jaar het boek Levenslang oorlog over. Dit boek geeft erkenning aan het pijnlijke bestaan van deze meisjes. Het is heel waardevol om dit verhaal onder de aandacht te brengen, maar let wel: het Japanse leger was bepaald niet uniek in het misbruik maken van vrouwen. Nederland kon er ook wat van!

Een 'huishoudster' moest seksuele verlangens bevredigen

Een groep die onderbelicht is gebleven in de Nederlandse geschiedenis is de kazerne-concubines. Een concubine is geen echtgenoot en geen prostituee, maar zit hier tussenin en haalt haar bestaansrecht uit het dienen van de man. In wat nu Indonesië is, leefden soldaten van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger samen met njais, de term die daar werd gebruikt voor de concubines.

Deze njais leefden een onzeker bestaan, omdat hun lot in de handen van de soldaten lag. Ze werden verbloemend ‘huishoudsters’ genoemd, maar seksuele verlangens van de mannen bevredigen, hoorde ook zeker tot hun takenpakket. Het werd voor een soldaat in het Nederlands-Indisch leger als onhaalbaar geacht om een Europese vrouw goed te onderhouden, maar een Indische vrouw kon je best op een matje naast je bed in de kazerne laten slapen.

En die misstand werd van hogerhand aangemoedigd. Vanuit de Nederlandse staat kwam het argument dat het handig was om een soldaat een ‘vast vrouwtje’ toe te staan, aangezien hij anders voor zijn seksuele driften een prostituee moest bezoeken. Het was in onze eigen Tweede Kamer dat werd besproken dat deze vrouwen een goed middel waren tegen soa’s. Het witte mannen privilege is in het huidige politieke klimaat nog aanwezig, maar laten we wel wezen: je hoort Baudet of Rutte gelukkig niet over vrouwen spreken als remedie tegen chlamydia.

De njai werd gezien als een praktische optie, maar zeker niet als ideaal. “De soldatenvrouwen zijn onontwikkeld, soms ongemanierd” was de toon die destijds werd aangeslagen in het Indisch Militair Tijdschrift. Wat de vrouwen zelf van de regeling vonden, vroeg niemand zich af. Dat een samenleving eind 19e, begin 20ste eeuw, seksistisch was, komt misschien niet als een schok. Toch is het leven van de njai best afschrikwekkend te noemen. Was een soldaat klaar met je? Dan kon je hopen dat je door een andere soldaat als mooi genoeg werd gezien. Anders werd je linea recta aan je lot overgelaten. Daarnaast was het maar de vraag of je als njai je kinderen mocht blijven zien.

'Over de overheid als pimp van concubines hoor je weinig'

We durven er best een fles wijn op in te zetten dat je over dit koudbloedige pooiergedrag niets hebt geleerd op de middelbare school. Dat in Nederland slachtoffers van de tijd van de Japanse overheersing worden herdacht, laat gelukkig zien dat er erkenning is voor het feit dat Nederland en Indonesië een lange geschiedenis delen. (Maar liefst 2 miljoen Nederlanders heeft zijn of haar roots in toenmalig Nederlands-Indië liggen!) Nederland en Indonesië hadden Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog als gezamenlijke vijand, maar het is misplaatst om het alleen hier over te hebben.

Gelukkig staan we steeds meer stil bij Nederlands daderschap. Weet je de excuses van onze koning tijdens zijn staatsbezoek aan Indonesië nog? Willem Alexander betuigde op 10 maart stotterend spijt voor “de geweldsontsporing aan Nederlandse zijde” tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Maar deze verontschuldigingen zijn wederom controversieel. Allemaal leuk en aardig, maar de focus ligt vooralsnog op een specifieke periode. Over de overheid als P.I.M.P. van concubines hoor je weinig.

Er komt zo langzamerhand steeds meer aandacht voor het koloniale verleden. Dit sentiment is mede aangewakkerd door de opkomende Black Lives Matter beweging. Zo startte in juni drie jonge vrouwen, Sohna (18), Veronika (18) en Lakiescha (19), een petitie om racisme (waaronder het koloniale verleden) een verplicht thema in het schoolprogramma te maken. Deze, inmiddels gesloten, petitie kreeg in korte tijd meer dan 60.000 handtekeningen. Er is een groeiend bewustzijn dat in geschiedenisboeken meer ruimte moet komen voor verhalen waarin Nederland held noch slachtoffer is. Stilstaan bij het racisme en seksisme in het leven van vrouwen in Nederlands-Indië, is een begin. Het lot van de njais is slechts één zinnetje op de zwarte bladzijde van de Nederlandse geschiedenis, maar wel een zin die onze volle aandacht verdient.

Wil je meer weten over het leven als Indische concubine?

Al in 2008 schreef Reggie Baay het boek De Njai. Een boek met de vaak tragische verhalen van vrouwen, geplaatst in een brede historische context van het concubinaat in Nederlands-Indië (met indrukwekkende foto’s van de njais)Daarnaast geven verscheidene boeken in het oeuvre van Marion Bloem een ontroerende inkijk in de tijd dat Indonesië een Nederlandse kolonie was, aan de hand van haar familiegeschiedenis. 

Als je wat dieper in dit onderwerp wilt duiken, is er deze scriptie - van de hand van Stella Aalderink, de schrijver van dit artikel. Het vrouw-zijn en Indisch-zijn zorgde ervoor dat een njai zich bevond op een kruispunt van onderdrukking. Stella bekeek de dynamiek tussen “de kolonist” en “de gekoloniseerde” vanuit intersectioneel-feministisch perspectief (nog niet bekend met dit buzzword? klik dan hier). Voor dit academische werk is het Indisch Militair Tijdschrift  gebruikt als primaire bron. Dit tijdschrift geeft je een inkijkje in de schaamteloos racistische en seksistische tijdsgeest.

Stella Aalderink