Close

The best, the greatest, the most divided

30 augustus 2020 08:08 / Michiel Vos
D De nominaties zijn officieel, de conventies achter de rug. En hoewel de boodschap van de Republikeinen en de Democraten niet meer van elkaar hadden kunnen verschillen, hebben hun evenementen wel wat met elkaar gemeen, ziet Amerika-kenner Michiel Vos.

Eerst de Republikeinen: "It's almost like this election is shaping up to be church, work, and school vs. rioting, looting and vandalism." Was getekend: Donald Trump Jr., Donald Trump's oudste zoon, op de openingsdag van zijn vader's conventie. 

Dan de Democraten. "I will be an ally of the light." En: "As God’s children, each of us has a purpose in our lives", aldus Joe Biden, tijdens hun conventie, een week eerder. 

De toon verschilt, de verkiezingsthema's ook, maar beide conventies hebben één ding gemeen: ze zijn totaal over the top. Voor ons nuchtere Noord-Europeanen in ieder geval: de opgeblazen taal, de idiote hoeveelheid vlaggen, het gehamer op Amerika als best, greatest, biggest, het gedweep met God, het chauvinistische gegil vanaf de podia - dat gaat er bij ons toch anders aan toe.  

Altijd geldt: aan drama en show geen gebrek

Ik heb tot nu toe zes van die conventies bijgewoond, vier van de Democraten, twee van de Republikeinen. En altijd geldt: aan drama en show geen gebrek. Ik herinner me de Democraten in Boston in 2004 met John Kerry, die, net als Pim Fortuyn ooit, al saluerend aantrad met een gedienstig 'At your service'. Of neem de verbolgen Bernie-aanhangers die in 2016 maar niet stopten met het uitjouwen van alles wat ook maar enigszins richting Hillary neigde. Zelfs de pro-Bernie comedian Sarah Silverman riep uiteindelijk vanaf het podium tegen de boe-roepers: “Jullie zijn belachelijk!”

Of neem de conventie waar George W. Bush werd genomineerd, ook in 2004, met de echte politieke ster dat jaar, Arnold Schwarzenegger, in een opvallende bijrol. Ik zag de toenmalige Governator van Kalifornia met entourage op Madison Avenue langslopen en voelde meteen dat hij politiek en Hollywood in één belichaamde. Zijn speech als über-positieve, alles-is-mogelijk superstar die er was om George W. te steunen, kende de memorabele quote: "Aan de critici die zo pessimistisch zijn over onze economie, zeg ik: Don't be economic girlie men!" Zijn publiek vrat het op. 

Zet je beste sales skills in om je land aan zichzelf te verkopen

Die conventies voelen voor ons vreemd, omdat wij in het oude Europa nou eenmaal niet zo moeilijk doen over de lotsbestemming en belofte van eigen land. Amerikanen aan beide kanten schreeuwen elke vier jaar - zonder uitzondering - dat het land gered moet worden of dat je in Billie Eilish’s recente woorden 'have to vote like our lives depend on it.' In Nederland is stemmen belangrijk, maar niet zó belangrijk.

De evenementen bieden (ook digitaal, zoals dit jaar) een podium om eens flink op te scheppen. Het is soms alsof Amerika niet zozeer een land ís, maar landje speelt: hier staan de tv-camera's en ga je gang maar, zet al je sales skills in om je land aan zichzelf te verkopen. Shining city on a hill, exceptional nation, best, greatest, noem maar op – een ware pr-bonanza komt je tegemoet. Conventies zijn er voor de harde achterban. Voor een nuchtere immigrant als ik komt het allemaal wat dik aangezet over. Maar er is, toegegeven, ook jaloezie: wat een productie, wat een feest, wat een dikke mix van politiek met star power, make-up en ballonnen.  

Het moeilijkste van wonen in Amerika - en niet veel is moeilijk, het land lijkt van een afstand meer op een derdewereldland dan dat het daadwerkelijk is - is de trots van de gemiddelde Amerikaan. Die trots zit ‘m in duizend dingen waarvan de Amerikanen wéten dat ze beter zijn dan de rest van de wereld. Wij, Amerikanen, zijn niet opgezadeld met de last van historie, wij zijn de makers van onze eigen lotsbestemming, en oh ja, we zijn uiteraard de beste van de wereld. Who else?

Een deel van die trots zit ‘m in de maakbaarheid van de Amerikaanse samenleving: we the people hebben dit land gemaakt, niet een of andere koninklijke familie die door eeuwenlang introuwen bij de adel uiteindelijk op de troon kwam. Paradoxaal genoeg deed de Republikeinse conventie dit jaar wel behoorlijk koninklijk aan doordat die vier dagen lang totaal gedomineerd werd door de First Family - een onverwachte keuze in een o zo trotse republiek. 

Niet dat heldenverering aan de Republikeinen is voorbehouden overigens. De conventies zijn bij beide partijen een cocon waarin je een week wordt ondergedompeld in een politiek parallel universum, bestaande uit feestjes, donoren, politici, sterren, heel veel slechte speeches en soms een briljante (ja, die ene speech die Obama op de kaart zette in Boston in 2004: "Er is geen liberal Amerika, geen conservatief Amerika - er is een United States of America."

Eigenlijk zijn de conventies een wedstrijdje in welke partij het best tot die oneindige Amerikaanse trots spreekt. Natuurlijk speelt je visie op het land daarbij een belangrijke rol: staat het belang van gelijkheid voor jou voorop, neig je waarschijnlijk richting Democraten. Geloof je in vrijheid boven alles, dan zit je denkelijk in het Republikeinse kamp. Trots kent vele gezichten en eigenlijk wordt er op beide conventies over twee heel verschillende werkelijkheden gepraat. Met als gemene deler dat iedereen gelooft dat zíjn Amerika the greatest country on earth is. 

Michiel Vos