Close

De keuze om geen aangifte te doen bij seksueel wangedrag, een feministische faux pas?

10 december 2020 01:12 / Feminisme
M Maakt het besluit om geen aangifte te doen mij minder feminist? Dat en meer vragen over het grijze gebied wat consent is, spoken door het hoofd van een twintiger* bij wie over haar seksuele grenzen heen werd gegaan.

Dat 2020 een moeilijk jaar zou worden, dat wist ik al op oudejaarsnacht. Drie uur nadat ik en mijn vrienden ‘happy new year’ tegen elkaar gilden, lag ik achter een gordijntje op de grond van een club met mijn broek op mijn knieën. Ik was draaierig en verward. Ik herinnerde me dat ik stomdronken met iemand mee was gelopen om ‘even ergens ander te dansen’. Waarna we uiteindelijk achter een gordijn in een kleinere danszaal belandde. Wat ik ook nog wist: ik heb net seks gehad.

Maar wat ik me niet goed kon herinneren was of ik dat vrijwillig had gedaan. Daar twijfelde ik sterk aan, nu ik in mijn eentje tegen een koud raam lag. De vent in kwestie was verdwenen. Na een tijdje opende ik Whatsapp en zag dat hij mijn nummer (die hadden we eerder die avond uitgewisseld) ondertussen had geblokkeerd. Een gevalletje guilty conscience? Had ik expliciet nee gezegd? Dat niet. Maar kan je dronken echt instemming geven? Ik trok mijn broek weer omhoog, haalde diep adem en ging weer op in de dansende menigte. Ik vond na een tijdje mijn vrienden en schreeuwde nog lacherig dat ik ‘de eerste domme fout van 2020 al had gemaakt’. Dat ik twintig dagen later een nog naardere seksuele ervaring zou hebben, kon ik toen nog niet voorzien.

Omdat ik deze rare one-night-staand-in-een-bezemkast-met-alleen-een-gordijn-tussen-ons-en-niets-vermoedende-feestgangers mijn date-leven níet wilde laten beïnvloeden, schudde ik het snel van me af en hield mijn Tinderprofiel op actief. Zo’n weekje of drie na het voorval vertrok ik brakjes naar een date. Ik had met deze jongen al veel gepraat, dus in plaats van ergens een drankje te doen, besloten we bij hem thuis een serie te kijken. Met een kater leek mij dat ideaal en hij ‘was ook toe aan een chille avond’.

Het blijkt bar lastig om zo’n sfeer te doorbreken

We zaten samen op zijn bank the world’s craziest prisons te kijken. Ik besefte eigenlijk al snel dat hij niet helemaal mijn type was, maar een beetje zoenen was wel leuk. Toen vroeg hij of we ons van de bank naar het bed (een metertje verderop) konden verplaatsen. Ik ging met hem mee en dacht na over hoe ik hem zou vertellen dat ik niet van plan was seks met hem te hebben.

“Shit volgens mij heb ik geen condooms”, zei hij. YES, dacht ik. Nu kan ik het daar op gooien. We zaten zo in een flow dat ik echt het idee had dat ik niet ‘gewoon’ kon zeggen dat ik geen zin had in seks met hem. Ik had van mezelf nooit verwacht dat ik zo meegaand was, maar het blijkt bar lastig om zo’n sfeer te doorbreken. Maar goed, het gebrek aan condooms was my way out. “Sorry maar dan gaat het feest niet door”, zei ik. Hij knikte, maar bleef maar vragen of het niet toch kon. Uiteindelijk heb ik vijf keer tegen hem gezegd dat ik het niet wilde. Ik wilde geen penetratieve seks met hem, maar heb alsnog een beetje met hem gezoend et cetera. Was dat onvrijwillig? In hindsight denk ik ja, maar op het moment deed ik het wel zelf.

'30 procent hersencapaciteit'

Wat volgde deed ik níet zelf. Ik lag op mijn buik en hij stond achter me. Ik had mijn ondergoed nog aan, maar ik voelde opeens dat hij bij me naar binnen ging. Ik dacht dat het duidelijk was dat we in ieder geval geen ‘seks-seks’ zouden hebben, dus dacht nog even: is dit zijn hand? Maar het was zijn geslachtsdeel. Ik denk dat het na die realisatie een nano-seconde duurde voordat ik opsprong, en ‘what the fuck doe je?’ schreeuwde.

Binnen een paar tellen had ik mijn kleren+jas+schoenen weer aan en stond ik op het punt om de deur uit te stormen. Waarna ik duizelig werd, chagrijnig ging zitten en vroeg om wat water. Hij keek verschrikt en verontschuldigend naar me. De gevangenisserie stond nog aan. Op televisie vroeg de interviewer aan een zware jongen: “Why are you here?”, waarop de crimineel droog antwoordde met: "Rape". “Toepasselijk”, zei ik. De ogen van de jongen naast me werden groot. “Grapje.”

Ik voel soms een soort schuldgevoel naar de feminist in mij

Maar was het een grapje? Op dat moment misschien wel. Ik vertelde hem over het voorval van oud en nieuw. Dat ik mogelijk daarom zo niet pikte dat hij over mijn grenzen heen ging. Alsof ik een reden moet hebben? Hij zei: “Ik weet niet of een man je dit ooit heeft verteld, maar in the heat of the moment gaat je hersencapaciteit echt met 70 procent naar beneden”. Door de verbijstering durfde ik niet te schreeuwen: “En 30 procent van jouw hersenen denkt dat het oké is om je pik in iemand te stoppen die dat niet wil?”

Geen aangifte

Als je mij een jaar geleden had gevraagd of ik aangifte zou doen als iemand over mijn seksuele grenzen ging, dan had ik denk ik vanuit mijn feministisch hart volmondig ‘ja’ gezegd. Maar nu het is gebeurd, heb ik geen juridische stappen ondernomen. Het is vaak lastig om voor jezelf te weten hoe je deze ervaringen moet bestempelen: consent is geen zwart-wit kwestie. Laat staan dat je het via officiële kanalen een stempel zou geven. Met de nieuwe wet die de drempel voor strafbaarheid van seksueel geweld verlaagd, zou je denken dat het aantal aangiftes toeneemt, maar ik betwijfel of dat ook gaat gebeuren.

Ik ben nog steeds niet van plan om aangifte te doen. Al voel ik me daar soms best schuldig over, een soort schuldgevoel naar de feminist in mij. Houd ik nu niet een foutief te laag beeld van verkrachtingen in stand, aangezien ik niet behoor tot aangifte-statistieken? Ik denk dat voor beide jongens geldt dat het geen serial-verkrachters zijn, maar toch spookt er soms in mijn hoofd dat ik potentiële andere slachtoffers niet bescherm. Leer je iemand geen goed lesje consent als er wel juridische stappen worden ondernomen?

Ik ben niet de enige die met dit soort vragen worstelt. Documentairemaakster Tessel ten Zweege publiceerde begin dit jaar een artikel op Oneworld, waarin ze uiteenzet waarom ze nooit aangifte deed tegen haar geweldadige ex. Wat Ten Zweege terecht opmerkt in haar artikel: “Het kille juridische landschap is niet voor slachtoffers van seksueel geweld ontworpen.” Ten Zweege benadrukt dat je continu wordt geconfronteerd met nieuwsartikelen die niet bepaald een rooskleurig beeld weergeven van de positie van slachtoffers. Wie wil zich nou vrijwillig opgeven voor een potje victim blaiming?

Volgens de statistieken van Amnesty zijn er maar bar weinig mensen die de stap naar de politie of rechtbank zetten. Dat terwijl in Nederland 10 procent van de vrouwen en 3 procent van de mannen ooit is verkracht. Maar 1224 mensen gingen vorig jaar naar de politie. Zo’n 20 tot 25 procent van de aangiftes van seksueel geweld leidde tot een aanhouding, en uiteindelijk werden van deze gevallen maar 102 daders veroordeeld. Op de site van de politie staat: “Dat er te weinig wettig en overtuigend bewijs is gevonden, zegt niets over de ernst en heftigheid van wat u heeft meegemaakt.” Dat is waar natuurlijk, maar als de ernst toch niet wettelijk wordt erkend, is het dan wel de moeite waard om aangifte te doen?

Er is meer noodzaak als er sprake is van een machtsverhouding

Wat mij ervan weerhoudt, is dat ik ‘die molen’ niet in wil. Ik ben bang voor meerdere scenario’s: dat ik geen goede casus heb. Of dat het proces me meer energie kost dan dat het oplevert. Tot dusver definiëren deze gebeurtenissen mij helemaal niet, het voelt nu slechts als een bijzaak in mijn leven. En dat wil ik graag zo houden. Dat is een intens persoonlijke afweging. De keus om jezelf juist wel te identificeren als slachtoffer van seksueel geweld, en daar je kracht uit halen, is natuurlijk net zo valide.

Afhankelijk van machtsverhouding

Er komen ook heel wat gevallen in de media van slachtoffers die wél aan de bel trekken, soms jaren later. De welbekende Weinstein-zaak, die een slinger gaf aan het begin van de #metoo-beweging, is daar een voorbeeld van. Nog recenter werd Elite-oprichter Gerald Marie door een flink aantal modellen beschuldigd van ontucht. En de Amerikaanse turnarts Nasser maakte honderden slachtoffers. Alle drie bekende zaken (en er zijn natuurlijk veel meer gevallen van seksueel geweld, ook op Nederlandse bodem) en ze hebben een ding gemeen: er is sprake van een machtsverhouding.

No shade, maar de jongens uit mijn verhalen zijn (in ieder geval op dit moment) nobodies als je het vergelijkt met veel bekende #metoo-verhalen. Ik ben niet door de president van de Verenigde Staten bij m’n geslachtsdeel gegrepen. Op het moment zelf had ik misschien niet de macht over mijn eigen lichaam in handen, maar ik zit niet in een afhankelijkheidspositie. Ik hoef beide jongens nooit meer onder ogen te komen. Dat is natuurlijk in het geval van een sportcoach of regisseur die je carrière kan maken of breken heel anders.

Je kan natuurlijk niemand kwalijk nemen dat ze hun verhaal niet doen, maar als er sprake van een machtsverhouding is, is er wel meer noodzaak. Iets waarvan het voelt alsof het in mijn geval ontbreekt. Dit is best cru, want aangifte doen tegen iemand van wie je afhankelijk bent, is misschien nog wel dubbel zo moeilijk. En als iemand zich na jaren pas durft uit te spreken, dan ontstaat er vaak een ‘daar kom je nu mee’ sentiment bij de bühne. Dit giftige, onwelkome klimaat maakt de beslissing om je stem te laten horen nog lastiger.

Wel actie ondernomen

Maar ondanks dat ik geen aangifte heb gedaan, heb ik niet stilgezeten. Ik heb beide jongens mijn kant van het verhaal verteld. Dit deed ik vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel - ik kende toen de prachtige woorden ‘stop raising him, he’s not your son’ van Florence Given nog niet. De jongen uit het eerste verhaal heb ik een tijd later met een anoniem Instagram-account een berichtje gestuurd. Misschien had ik überhaupt bij hem nooit gedacht aan verkrachting als deze dronken-escapade niet zo dicht op die andere gebeurtenis zat, maar toch voelde het belangrijk voor mijn verwerking om hem te spreken.

De jongen bleek zelf ook maar vlagen te herinneren van die avond, en niet meer te weten dat hij mij had achtergelaten. Hij zei nog vaak aan het voorval te denken, maar niet wist hoe hij ‘dat meisje moest vinden’. Blijkbaar was hij totaal vergeten dat hij mijn nummer gewoon kon vinden in zijn ‘geblokkeerde contacten’. Waarom hij mij zo’n vijf minuten nadat hij me achterliet had geblokkeerd? Daar begreep hij zelf ook niets van.

Hij klonk oprecht, en het leek me een hele normale jongen, die net als ik een dronken, rare avond had gehad. Het doet me goed om te weten dat ik niet zomaar met een of ander ‘monster’ ben meegelopen. (Ik heb stiekem toch een beetje victim blaiming geïnternaliseerd).

Het lichaam van een ander is geen leerwerkplaats

De jongen die met zijn volle verstand (want die 70 procent is natuurlijk klinkklare onzin), mijn grenzen overging, heb ik op de dag zelf nog bericht gestuurd, met onder andere deze woorden: “Laat het zoals ik al zei een les zijn dat nee gewoon nee betekent. Vooral als je iemand verder niet kent dan kan je maar beter het zekere voor het onzekere nemen en luisteren naar wat ze zegt!” Waarop de beste man reageerde: “Hee, ik begrijp je. Kan me ook voorstellen hoe jij je nu voelt. Jammer dat het zo moest lopen, but you live and you learn.” You live and you learn, ik parafraseer niet. Laten we allemaal even duidelijk hebben dat het lichaam van een ander geen leerwerkplaats is.

Een paar maanden later heb ik hem nog een bericht gestuurd, iets minder vergevingsgezind met onder andere “Google maar hoe je onvrijwillige penetratie noemt.” Hij heeft hier nooit meer op gereageerd. Maar ik heb hem in ieder geval duidelijk gemaakt dat iemand zoenen geen vrijbrief is om een stap verder te gaan. Mijn lichaam is mijn lichaam, of ik nou in jouw bed lig of in het mijne.

Naast dat ik beide jongens heb geconfronteerd, heb ik ook mijn huisarts ingelicht, en een soatest gedaan. Gewoon, omdat ik dat wél in eigen handen had. Mijn ouders en een groot aantal van mijn vrienden weten ervan. Aan de ene kant is dat fijn, al krijg je door medelijden van dierbaren ook een spiegel voor met daarin een kwetsbare jonge vrouw die iets verdomd naars heeft meegemaakt, terwijl ik mij geen slachtoffer wil voelen. Maar gelukkig respecteert iedereen om mij heen de keuze om geen aangifte te doen.

Al begrijp je pas echt hoe zo’n ervaring is, als zoiets met jouw lichaam gebeurt. Heel snel na beide voorvallen heb ik een vriendin gebeld die iets vergelijkbaars heeft meegemaakt. Ik wist dat zij ooit was aangerand en ook nooit juridische stappen had genomen. We hadden het al vaker gehad over dat zo’n gebeurtenis niet onderdeel hoeft te zijn van je identiteit. Daar kon ik nu opeens als ervaringsdeskundige over mee praten.

Verder heb ik met andere jongens die ik date altijd heel erg de neiging om het over consent te hebben. Ik heb ze ook weleens in meer of mindere mate over deze voorvallen verteld. Misschien weegt dat voor mijn gevoel een beetje op tegen het feit dat ik geen aangifte heb gedaan? Dat ik toch nog een klein knietje geef tegen het patriarchaat, door de mannelijke medemens te onderwijzen? (Again, sorry Florence Given.)

Dit stuk is geen pleidooi om maar lekker geen aangifte te doen. Heel goed als mensen daar hun kracht uit halen, en in sommige gevallen is de waarheid vertellen de manier om een machtspatroon te doorbreken. Maar voor mij voelt het niet als feministische faux-pas om geen juridische stappen te zetten. Is het niet net zo goed je eigen keuze om het erbij te laten?

 

*De volledige naam van de schrijver van dit stuk is bekend bij de redactie.