Close

Wat ik had willen weten voordat… ik een klushuis kocht

15 maart 2021 12:03 / Persoonlijk
Marit, Glenn en hun klushuis
Marit, Glenn en hun klushuis
H Hindsight is 20/20 zeggen ze wel: achteraf weet je het allemaal zo goed. Kennis waar je zelf niks meer aan hebt, maar waar je een ander wel mee kan helpen. Daarom vragen we in deze rubriek aan ervaringsdeskundigen: wat had je graag eerder willen weten? Deze week: Marit over haar klushuis.

Twee jaar geleden deden Marit Smit (31) en haar man Glenn Stringer (32) een bod op een voormalig sociale huurwoning in een dorpje net buiten Utrecht. Haar zusje en zwager boden op het huis ernaast. “Mijn zwager is heel goed in klussen, dus ik dacht: dit is een unieke kans! Laten we deze huizen samen kopen en samen verbouwen.” Maar zoals dat gaat in de huidige oververhitte huizenmarkt, waren zij niet de enigen die dit jaren 20-huisje met gigantische tuin wel zagen zitten. “Ons bod werd geaccepteerd, dat van mijn zus niet. Toen moesten we een knoop gaan doorhakken. Gaan we het doen? De tuin van dit huis ligt aan het bos, zo mooi! Dus we zijn er toch voor gegaan. Of het altijd al mijn wens was een klushuis te kopen? Nee, helemaal niet! Ik had er zeker geen zin in.”

Het bleek ook een hele opgave. Hier vertelt Marit wat ze graag had willen weten voordat ze daaraan begon (en - kleine cliffhanger - wat ze twijfelende klushuiskopers adviseert).

1. Douchen > verhuizen

Voorheen woonden Marit en Glenn in een klein appartementje in Utrecht. “We hadden het in de crisis gekocht en in de tussentijd was het in waarde verdubbeld. Daarom konden we dit klushuis kopen.” Maar ze hadden wel de overwaarde van het huis nodig om de verbouwing te kunnen bekostigen. “Dus we moesten het écht verkopen.”

Dat betekende dat ze naar een onaf huis moesten verhuizen. “Ik heb met Glenn afgesproken dat we zouden verhuizen zodra de badkamer af was. Die is zo mooi en fijn. Het was tijdens de verbouwing dan ook mijn ontsnappingsplekje van alle troep. Onze buren, die ook aan het verbouwen zijn, hebben hun badkamer nog niet af. Zij wassen zich in een Tubble. En ze hebben ook nog eens drie kinderen! Ik heb echt respect voor ze.”

Toen de uitbouw werd gemaakt was het huis voor Jan en alleman betreedbaar
Toen de uitbouw werd gemaakt was het huis voor Jan en alleman betreedbaar

“Al met al was het prima om in een huis te wonen dat werd verbouwd. Maar als je de lasten kunt dragen, zou ik wel aanraden om zo lang mogelijk in je vorige huis te blijven plakken. Wij sliepen op zolder en hadden op de eerste verdieping een provisorisch keukentje gemaakt – het had wat weg van zo’n kinderkeukensetje. Toen beneden het hele huis openlag omdat de aannemer de uitbouw aan het plaatsen was, hebben we zelfs een tijdje een extra deur bovenaan het trapgat gebouwd, die we dichtmaakten met een hangslot.”

2. Wacht op een pandemie voordat je een klushuis koopt

Marit benadrukt een paar keer dat een klushuis écht heel veel tijd kost. Echt héél heel veel tijd. “Voorbeelden van klusjes die ik heb onderschat? Haha, alles! Overal komen zaken bij kijken waar je niet over hebt nagedacht. Om het plafond in orde te krijgen, moest er rachelwerk komen – ja, nu komen de vaktermen – vervolgens latjes, gevolgd door nog meer latjes, daarna gipsplaten en daarna stucwerk. Telkens als we een klus dachten te hebben afgerond, kwam er weer meer werk bij.” En dat betekent ook dat het veel geld kost. Héél veel geld. “Het is alsof je een zak met geld hebt, de onderkant opensnijdt en het geld eruit laat waaien.”

'We hebben letterlijk broeken en overhemden in de muur.'

“Als ik nu terugkijk, dan denk ik: als er geen corona was geweest dan was ik diep ongelukkig geworden. Ik hou van sociale activiteiten en van leuke dingen doen buitenshuis met mijn man. Maar een klushuis slokt al je vrije tijd op.” Marit’s zusje en zwager verbouwden hun eerste klushuis in pré-pandemietijden. “Lange tijd hebben zij heel veel afspraken moeten afzeggen. Want het huis moet een keer af. Door corona hebben wij gelukkig geen FOMO gehad. Er waren toch geen feestjes, geen avondjes in de kroeg of etentjes met vrienden. En door het thuiswerken bespaarde Glenn twee uur reistijd per dag. Dus we konden iedere dag gelijk om vijf uur gaan klussen. Daardoor is de verbouwing ongetwijfeld sneller gegaan.”

3. Maak grondig je plattegrond

Als zelfbenoemd projectleider, was het uitdenken van het plan Marits departement. “Ik dacht na over hoe alles eruit moest komen te zien en wat we daarvoor nodig hadden. Ik zocht de juiste materialen en kleuren uit, pleegde de nodige telefoontjes en mailtjes en deed de administratie. Ik ben geen gigaklusser.”

Wat haar het meest heeft geholpen bij het uitdenken van de nieuwe indeling? “Floorplanner! Dat is een website waarin je je inrichting kunt ontwerpen. Daar heb ik héél veel op gezeten. Omdat ons huis een gemeentelijk monument is, moesten sommige muren op specifieke plekken blijven. Dat was even puzzelen. Uiteindelijk heb ik drie opties gemaakt en hebben we er samen eentje uitgekozen.”

“Een keuken had ik zo gemist. Nu kan ik eindelijk weer lasagne maken!”
“Een keuken had ik zo gemist. Nu kan ik eindelijk weer lasagne maken!”

Voor de inrichting, raadt Marit Pinterest en woontijdschriften aan. “Ik vond vloeren en muren de moeilijkste keuzes. We wilden graag een duurzame vloer. Dan zijn hout en marmoleum eigenlijk de enige opties. Maar die zijn allebei takkeduur, dus je legt het er zeker voor twintig jaar in. Uiteindelijk hebben we voor marmoleum gekozen. De meeste mensen kennen het van die lelijke ziekenhuisvloeren of van de gymzaal. Maar we hebben een heel mooie soort gevonden via Vtwonen. Die wordt over drie weken gelegd! Op de muur hebben we gekozen voor leemstuc. Dat is vochtregulerend, waardoor je een gezond huis krijgt.”

4. Maak gebruik van je goede buur, je verre vriend en YouTube

Op de vraag of Marit trots is op wat zij en Glenn hebben gepresteerd, antwoordt ze: “Vooral op Glenn ben ik trots! Wat hij heeft gedaan is echt onvoorstelbaar. Hij had niet veel kluservaring, maar heeft gedurende het traject zoveel geleerd. Hij keek een YouTube-filmpje en daarna lukte het gewoon. Zelfs elektra en leidingen heeft hij zelf aangelegd.”

Gelukkig kregen ze wel hulp van buur en vriend. “Onze zwager kwam vaak helpen. Hij is klusser in de bouw en is nu al zijn tweede klushuis aan het opknappen.” En de buurman aan de ene kant is loodgieter, dus als Marit en Glenn vragen hadden over de leidingen, dan konden ze daar terecht. “De buurman aan de andere kant verduurzaamt panden, dus hij heeft ons daarmee geholpen. We hebben ons huis supergoed geïsoleerd, met gerecycled katoen. We hebben letterlijk broeken en overhemden in de muur. En we hebben een pui geplaatst met driedubbeldik glas.”

5. Wees voorbereid op de winterdip

“In de winter werd het wel écht zwaar. Daarvoor konden we veel in de tuin zitten. Maar ik had toch wel gehoopt dat we in december, na meer dan anderhalf jaar klussen, de woonkamer af zouden hebben. Ik hou zó van kerst en wilde heel graag de kerstboom opzetten en versieren.” Didn’t happen. “En het werd héél koud in maart. We hadden nog geen vloerverwarming, dus we moesten alles warm houden met straalkacheltjes.”

'Ondanks dat het pittig was, hebben we nu echt een waanzinnig mooie plek.'

Toen zat Marit er soms wel een beetje doorheen. “Maar echt ruzie hebben we niet veel gehad. Voor Glenn was het alleen niet zo leuk als ik er doorheen zat. Ik weet eigenlijk niet meer zo goed wanneer dat was. Ik denk meer aan het begin, toen de hele klus nog als een grote berg voor ons opdoemde en ik dacht: o nee, dit gaat nog zó lang duren. Maar door veel te communiceren met elkaar, kwamen we er zonder kleerscheuren doorheen. Het speelt zeker mee dat we geen kinderen hebben. Ik denk dat het met kinderen een stuk zwaarder zou zijn geweest.”

6. Bezint eer ge begint (en bezin dan om het toch maar niet te doen)

“Als ik nog één tip mag geven aan mensen die erover nadenken een klushuis te kopen: doe het niet! Nee, even zonder geintjes. Glenn en ik hebben er allebei echt geen spijt van dat we dit huis hebben gekocht. Integendeel! Maar je moet er wel héél goed over nadenken, beseffen dat het gigantisch veel tijd gaat kosten en dat je voor lange tijd heel veel moet laten. Dat moet je er voor over hebben. Voor ons geldt dat we heel blij zijn dat we het gedaan hebben. Ondanks dat het pittig was, hebben we nu echt een waanzinnig mooie plek.”

Nina van Rijn