Close

It’s a kind of magic: een kijkje in de hoofden van twee jonge componisten

11 maart 2021 01:03 / Muziek
T Tientallen muziekinstrumenten – waarvan je de meeste zelf niet eens bespeelt – samenbrengen in een perfecte (dis)harmonie. Een universum van muziek creëren. Emoties of een politieke boodschap beschrijven met muzieknoten. Klinkt lastig en ongrijpbaar. Maar voor de twee jonge componisten Meriç Artaç en Pol Requesens Roca is het hun dagelijkse werk. Hoe doen ze dat?

De componist is in de beleving van velen wellicht een uitgestorven menssoort uit de 18e eeuw, in een donkere met eikenhout beklede kamer in Salzburg of Wenen, over een piano gebogen het genie uithangend. Artaç en Requesens Roca ontkrachten de mythe en vertellen ons hoe het is om componist te zijn in de 21e eeuw.

We vragen hen hoe je nou succes krijgt in het vak. En hoe kom je van vage ideeën en een gevoel van de sfeer die een muziekstuk zou moeten overbrengen tot een eindresultaat? Hoe weet je nou hoe al die instrumenten samen zullen klinken? En hoe voelt het om een stuk dat maandenlang alleen in je eigen hoofd heeft geleefd, in het echt te horen?

Meriç Artaç (30): “Ik kan muziek voelen en zien”

Meriç Artaç’s muzikale reis startte op haar vijfde, toen ze piano ging spelen op het Conservatorium van Istanbul, de stad waar ze geboren is. In 2015 haalde ze haar masterdiploma Composition aan het Conservatorium van Rotterdam. In haar werk combineert ze muziek met visuele elementen van de disciplines dans, theater en film.

Meriç Artaç
Meriç Artaç

“Muziek is magisch. Het biedt ruimte om op een manier te worden begrepen die je met woorden niet kunt bereiken. Ik dicteer met mijn muziek niet letterlijk wat ik wil zeggen, maar ik creëer een universum en nodig het publiek daarin uit: kom erbij, laten we samen spelen. De gasten mogen verder hun eigen verhaal maken.”

Van keurige kleuter naar vrije vogel

“Als kind dacht ik dat ik uitvoerend artiest wilde worden. Mijn opleiding daartoe was heel strikt. Er zijn enorm veel getalenteerde musici, dus de competitie is groot. Ik moest daarom zo min mogelijk fouten maken, een stuk zo clean mogelijk spelen.  

Maar ik wilde graag spelen met melodieën, ze veranderen. Een nieuw universum creëren in plaats van iemand anders’ universum hercreëren. Op mijn twaalfde componeerde ik mijn eerste probeersel. Maar toentertijd was het niet zo netjes om een onaf stuk aan je pianoleraar te laten luisteren, dus het was al gauw: ‘Eh, ja, leuk. En nu terug naar Bach.’ Ik stopte snel weer. Op mijn zestiende kon ik het niet meer ontkennen: ik wist dat ik mijn eigen melodieën wilde creëren.

'Met kleuren en golven zet ik het gevoel dat ik wil horen op papier'

Dat was een bevrijding! Componeren bleek compleet het tegenovergestelde van het strikte, het foutloze dat ik kende. Het woord ‘fout’ bestaat voor moderne componisten niet meer. Ik bepaal zelf wat ik maak, hoe kan dat nou fout zijn? Vroeger moesten componisten zich aan bepaalde regels houden. Maar juist de componisten die dit niet deden, die als gekken werden gezien, werden de grote meesters. Zoals Beethoven. Zij hebben de weg voor de 21e-eeuwse componist vrijgemaakt. Ik kan het me niet voorstellen, componeren binnen de regels.”

Muziek kun je zien

“Ik maak filmmuziek, muziektheater en werk voor ensembles en orkesten. Voordat ik start, ga ik eerst bij mezelf te rade: waarom wil ik dit stuk maken? Er moet een urgentie zijn. Een brandend verlangen. Daarna ga ik tekenen. Mijn emotionele, visuele en muzikale brein zijn sterk met elkaar verbonden. Ik kan de muziek voelen en zien. Met kleuren en golven zet ik het gevoel dat ik wil horen op papier. Daarna werk ik mijn tekeningen uit. Vanuit mijn schetsen probeer ik een bepaalde sfeer te creëren: als ik een stoffig, vies geluid wil, dan teken ik die sfeer. Pas helemaal aan het einde schrijf ik de noten. Soms chronologisch, soms als een puzzel.

Artaç's schetsen
Artaç's schetsen

Ook als ik naar muziek van andere componisten luister, visualiseer ik soms een nieuwe wereld waar ik binnenstap en waar ik tijdelijk welkom ben. Als gast. Vivier doet dat met me. Zijn muziek heeft textuur. Ik kan het voelen. Het maakt niet uit dat ik niet exact begrijp wat hij wil zeggen. Ik voel dat het belangrijk is.

Ik denk dat iedereen dit zou kunnen. Je sluit je ogen wanneer je naar muziek luistert en laat de muziek tot je komen zonder verwachtingen. Zonder iets te willen bereiken. Het is bijna als mediteren.”

Een droom en nachtmerrie tegelijk

“Pas wanneer een stuk af is, na maanden werk, hoor ik het in het echt. De eerste repetitie is meestal een nachtmerrie. Het klinkt nooit zoals ik het me had voorgesteld. Dat komt natuurlijk omdat de musici nog moeten oefenen. Dat is een samenwerking tussen mij en hen: zij zijn de expert van hun eigen instrument. Als het dan uiteindelijk goed gaat, voelt het als een droom die uitkomt. Maandenlang heeft het stuk alleen in mijn eigen verbeelding geleefd. En dan opeens is het er. Dat is magisch.

Technologie stelt ons tegenwoordig wel in staat om stukken te beluisteren voordat we de musici ontmoeten. Zelf creëer en beluister ik mijn muziekstukken nooit digitaal, want er is een risico dat je het dan helemaal niks vindt, terwijl het in het echt wel goed klinkt. In de digitale wereld mis je de menselijke component.”

This is a (wo)man’s world

“Vroeger werd de componistenwereld gedomineerd door mannen. Er zijn genoeg voorbeelden van vrouwelijke componisten die hun muziek alleen onder de naam van hun echtgenoot konden uitbrengen. Toen ik in 2009 in Rotterdam studeerde was ik nog altijd de enige vrouw in mijn klas. In tien jaar tijd is er veel veranderd: nu is het ongeveer fiftyfifty.

Ik ben als vrouwelijke componist nooit gediscrimineerd en heb nooit het gevoel gehad dat ik minder kansen had dan mannelijke collega’s. Maar ik moet voorzichtig zijn met roepen dat de kansen voor mannen en vrouwen gelijk zijn, want dan ondermijn ik de feministenbeweging in de muziekindustrie. Ik weet namelijk van genoeg vrouwelijke collega’s dat zij wél met discriminatie te maken hebben gehad.”

Componistenquarantaine

“Door de lockdown en het cancellen van concerten, is er bepaalde onzekerheid ontstaan die voor mij niet motiverend werkt. In mijn achterhoofd knaagt nu altijd de mogelijkheid dat het wordt afgezegd. Dat is een mood killer. Nu besef ik me wat een luxe het was dat we vroeger wisten dat de droom die we aan het schrijven waren in de concertzaal zou uitkomen. Desondanks componeer ik nog steeds. Momenteel schrijf ik een nieuwe proloog voor de opera Dido & Aeneas, die hopelijk 1 mei in première gaat in het Muziekgebouw in Amsterdam.”

Jong geleerd is jong gedaan

“Ik voel me gezegend dat ik iets maak waar mensen graag naar luisteren. Ik heb er heel hard voor gewerkt. Maar ik heb niet het gevoel dat ik succesvol ben. Ik denk dat ik dat nooit zal voelen, want ik ben nooit uitontwikkeld. Onlangs ben ik bijvoorbeeld begonnen met het schrijven van filmmuziek. Nu denk ik: ik moet meer leren over mixen, geluidskwaliteit en het inpassen van muziek in films.

Het gevoel van succes is in mijn optiek een maatschappelijk construct. Een maatstaf: kijk wat zij op haar leeftijd al heeft bereikt. Met zo’n maatstaf zou ik mijn verdiensten afzetten tegen die van anderen. Daar heb ik weinig aan. Sommige mensen hebben al een carrière op hun twintigste. Anderen pas als ze vijftig zijn. Iedereen heeft zijn of haar eigen moment om te bloeien. Every flower is different.”

Pol Requesens Roca (30): “Componeren is ook gewoon maar een baan”

Pol Requesens Roca begon zijn muzikale carrière als zanger in koren en orgel- en pianospeler in orkesten in Catalonië, waar hij opgroeide. Na zijn opleidingen aan de Catalonia College of Music en het Conservatorium in Amsterdam, bevindt hij zich weer in diezelfde contreien, maar nu als componist. 

Kleine wereld, die van de componisten. “Haar ken ik wel!” roept Requesens Roca als hij hoort Artaç hem in dit artikel vergezelt. “Zij geeft les op het Conservatorium. Best raar, dat er docenten rondlopen van mijn leeftijd. Op een goede manier.”

Van talentvolle tiener naar creatief componist

“Ik heb een heel traditionele, klassieke achtergrond: het koor, orkesten, het Conservatorium. Op mijn vijftiende besloot ik dat ik een carrière in muziek wilde, toen ik erachter kwam dat ik enorm comfortabel ben bij het creëren van iets nieuws. Dus toen ik een studierichting moest kiezen, koos ik Musical Theory and Composition.

'Net als een architect kan ook een componist kiezen uit typische, eerder ontwikkelde structuren'

Met ‘iets nieuws’ bedoel ik niet dat ik per se origineel wil zijn. Als ik eerlijk ben, is origineel zijn ontzettend moeilijk. Er is zoveel muziek geschreven en er zijn zoveel genieën in de muziekindustrie. Daarom is originaliteit niet mijn hoofddoel. Ik wil stukken creëren die passen bij de context waarin en de plek en artiesten waarvoor ze gecreëerd zijn. Originaliteit kan daarvan een consequentie zijn, maar niet het hoofddoel.”  

Het muzikale centrum van Europa

“Na mijn studie in Barcelona, kreeg ik mijn professionele carrière moeilijk van de grond. Ik had wat opdrachten, maar ik voelde dat ik meer hulp nodig had om te kunnen floreren als componist. Ik werd toegelaten voor de master Composition aan het Conservatorium van Amsterdam. Een geweldige keus! De stad, de omgeving, de connecties met de wereld. Het is vanuit Amsterdam veel makkelijker om de muziekindustrie te betreden dan vanuit Barcelona.

Tijdens mijn laatste twee jaar aan het Conservatorium, begonnen mijn studie en mijn carrière steeds meer parallel te groeien. Het was hard werken, maar nu krijg ik veel makkelijker opdrachten dan voorheen.”

De geboorte van een muziekstuk

“De manier waarop een stuk tot stand komt, verschilt per componist. Ikzelf begin altijd met de vraag: waarom ga ik dit componeren? Ik ontwikkel abstracte ideeën, die ik nog niet in woorden of tekeningen kan uitdrukken. Daarna besteed ik een paar dagen – dit vind ik de meest uitdagende fase – aan het vertalen van deze ideeën in een structuur. Net als een architect kan ook een componist kiezen uit typische, eerder ontwikkelde structuren. Of soms ontwerp ik zelf een nieuwe, gebaseerd op wiskundig denken.

Requesens Roca's schets
Requesens Roca's schets

Vervolgens ga ik tekenen. Grafiekjes. De horizontale as toont de tijd, de verticale as kan hard versus zacht zijn, maar ook spanning versus rust, hoeveelheid instrumenten of ritme. Ook teken ik een plattegrond van de plek waar het stuk uitgevoerd zal worden. Zo zie ik hoe het geluid door de ruimte zal reizen. Pas op het laatst ga ik de geluiden ontwerpen: noten schrijven. Ik leg mezelf in deze fase geen druk op: als iets niet werkt of niet klinkt zoals ik hoopte, dan is dat oké. Dan verander ik het gewoon weer.”

Het vacuüm van de componist

“Het romantische beeld van de componist is die van de persoon die aan zijn tafel zit te schrijven, afgesloten van de maatschappij. Maar de positie van de componist is veranderd. Ik schrijf mijn muziek niet in een vacuüm, maar op een plek en tijd waarin dingen gebeuren. Ik ben nu in Catalonië waar we veel maatschappelijke problemen hebben. Dit reflecteert in mijn muziek. Soms is mijn boodschap open voor interpretatie, soms is ze helder. Mijn stuk Criticism on the Banalization of Language gaat over het destructieve taalgebruik dat we bij rechtse en populistische politici horen, zoals Trump. Véél te grote woorden worden gebruikt met als doel de originele betekenis en de instituten waarnaar ze refereren te ondermijnen. Democratie, vrijheid, het volk, gerechtigheid. Ik denk dat dit één van de grote crises van onze tijd is.

Ik verhoud me als componist daarnaast ook tot de musici die mijn stuk uitvoeren. We dragen namelijk samen verantwoordelijkheid voor het eindresultaat. Dat is nu zo, en dat is altijd zo geweest. De mate waarin, hangt af van hoeveel vrijheid ik hen geef. Vrijheid betekent niet dat de musici kunnen improviseren, zoals bij jazz. Je moet het zo zien: musici hebben een gids, namelijk de noten. Zij spelen deze zoals ik ze geschreven heb, maar óók op een manier die recht doet aan henzelf. Eenzelfde stuk opgevoerd op verschillende momenten, in verschillende parken in Amsterdam door verschillende artiesten, kan daardoor heel anders klinken.”

Geen aangeboren roeping

“Eigenlijk is componeren ook gewoon maar een baan. Net zoals bij alle andere ambachten moet je hard werken als je goed wil worden. Oké, de één is er beter in dan de ander, maar muzikaal talent komt niet op je neerdalen vanuit God.

Ik ben blij dat ik componist ben, maar het gevoel dat componeren mijn aangeboren roeping is, ken ik niet. Ik ben er namelijk helemaal niet van overtuigd dat dit mijn levensdoel is. Veel bevriende componisten hebben dat gevoel wel. Maar ik hoor niet bij deze groep gelukkige zielen. Misschien is componeren het laatste wat ik ooit zal doen, misschien niet. In onze generatie zijn de mogelijkheden eindeloos, toch? Waar onze ouders veertig jaar voor dezelfde werkgever werkten, zul je er in onze generatie niet raar van opkijken als iemand eerst arts is en daarna berggids. Wie weet waar ik eindig.”

Luister meer op Spotify

Nina van Rijn