Close

Wat ik had willen weten voordat... ik naar een dorp verhuisde

17 mei 2021 05:05 / Samenleving
H Hindsight is 20/20 zeggen ze wel: achteraf weet je het allemaal zo goed. Kennis waar je zelf niks meer aan hebt, maar waar je een ander wel mee kan helpen. Daarom vragen we in deze rubriek aan ervaringsdeskundigen: wat had je achteraf bezien graag eerder willen weten? Deze week vertelt Scott Martens over de verschillen én de overeenkomsten tussen wonen in de stad of in een dorp.

Scott (47) groeide grotendeels op in Den Bosch, waarna hij vier jaar in Arnhem en bijna tien jaar lang parttime in Amsterdam woonde. Toch voelt hij zich inmiddels al meer dan 16 jaar thuis in Zuilichem, een dorp met iets meer dan anderhalf duizend inwoners. Ter vergelijking: Amsterdam telde er begin dit jaar zo'n 872.922. Na Arnhem wilde hij graag terug naar zijn oude vriendenkring en familie, die met name in en rond Den Bosch woonden. Het werd een witte, vrijstaande boerderij met een rieten dak in een nabijgelegen dorp. Voor zijn werk als fondsbestuurder en interim-manager moest hij wel nog regelmatig in Amsterdam zijn. Daarom zocht hij er na een aantal jaar een appartement bij in Nieuw-Sloten waar hij doordeweeks kon wonen. Alle ervaring op verschillende woonplekken heeft hem veel geleerd over het leven in dorp en stad en het verschil daartussen.

1. Automatisch sociaal

Als je op zaterdagmiddag in een dorp je planten staat te snoeien in de voortuin is de kans groot dat er iemand stopt om even een praatje te maken. "De mensen in een dorp maken heel snel contact met je als ze je een beetje kennen en je een open houding hebt", vertelt Scott. En dat gaat anders in zijn werk dan in de stad. "In Amsterdam heb ik mijn buren nooit ontmoet. Ze hadden toevallig andere werktijden dan ik en dan kom je elkaar nooit tegen."

In een dorp spreek je je buren dus meer en helpen mensen elkaar regelmatig uit de brand, is zijn ervaring. "Mijn buurmeisje kwam vaak haar schoolopdrachten hier printen, die bond ik dan voor haar in. Als ze een goed cijfer had gehaald, kwam ze me bedanken en nam ze koekjes mee. Andersom kan ik altijd bij mijn buren terecht als ik iets nodig heb." Dat is in een stad natuurlijk ook niet ondenkbaar, maar er zitten vaak letterlijk meer schotten tussen mensen. De betrokkenheid tussen inwoners is er dus minder vanzelfsprekend, je moet er op z'n minst een beetje je best voor doen, aldus Scott.

2. Grenzen stellen

Aan die gezellige kant zit natuurlijk ook een keerzijde: een lichte verplichting. "Als je het dorp binnenkomt en je maakt geen praatje met iemand omdat je denkt dat het toch maar een oude vrouw is, maar zij blijkt zeven kinderen te hebben waarvan er drie een grote boerderij hebben, dan loop je wel het risico dat je ze je arrogant vinden." Om dat te voorkomen moet je vooral gewoon lekker jezelf zijn. Zolang je open bent naar je buren, goed communiceert en authentiek blijft, komt het allemaal wel goed. "Ze weten dat ik niet altijd tijd heb, maar als ik er dan ben, weten ze dat ze ook bij me terecht kunnen."

'Dwangmatig chillen is soms heerlijk'

Ook moet je je grenzen duidelijk stellen. Soms nodigen mensen bijna zichzelf uit op de koffie of vragen ze te ver door. "Het hoeft ook niet uitentreuren, je bent geen vrijwilliger", geeft Scott aan. "Gelukkig valt dat heel makkelijk te beperken door een lijn te trekken en gewoon aan te geven dat je door moet." Uiteindelijk komt de interesse van een goede plek, legt hij uit: "Ze zijn nieuwsgierig, maar ze zijn vooral ook oprecht geïnteresseerd en willen je kunnen helpen als er iets is. Omdat het levenstempo hier lager ligt, is daar ook tijd voor. Het praatje in de stad bij de kassa in de supermarkt is vaak haastig, iedereen moet altijd weer verder. Hier is het leuk als je iemand tegenkomt."

3. Gedwongen tot rust

Die rust klinkt ook op andere vlakken door. Wanneer Scott doordeweeks in Amsterdam werkte en woonde, kwam hij in het weekend in Zuilichem écht thuis. "Ik vind dit een rustpunt. Soms had ik vijf dagen aan post op de mat liggen, maar ik was wel thuis." In de stad gebeurt er altijd wel iets. Of er nou een burenruzie gaande is op straat, er weer iemand belt of de tram om één uur 's nachts langs dendert, echt rustig is het zelden. "Iedere doordeweekse dag in Zuilichem voelt daardoor als een stille zondag in de stad."

Eenzaam heeft Scott het stille leven nooit gevonden. "Ik vind het heerlijk om hier gewoon een beetje dwangmatig te chillen. Als je er geen zin in hebt, vind je ook altijd wel alternatieven door bijvoorbeeld alvast met vrienden af te spreken." Hij vertelt ook dat hij goed alleen kan zijn. "Als ik wilde had ik destijds in Amsterdam kunnen blijven en daar uit kunnen gaan, maar als ik na een week hard werken al gesloopt was, vond ik het fijn om even niks te hoeven en ongestoord uit te slapen in het dorp."

4. Vertrouwen onderling

In een klein dorp is het makkelijk elkaar te vertrouwen. "Onze eigen fietsen zetten we eigenlijk zelden op slot. Dat zou in een stad echt wel anders zijn", zegt Scott. Dat komt voor een groot deel doordat iedereen elkaar een klein beetje in de gaten houdt. Toen Scott nog niet zo lang in het dorp woonde en even op vakantie was, kwam zijn stiefvader een keer de aanhanger terugbrengen. De buurman spotte iemand op de oprit die hij nog nooit had gezien. En hij besloot een kijkje te gaan nemen. Zo kwam hij er snel genoeg achter dat het vals alarm was, maar Scott's woning was wel veilig. "Het is echt geen Big Brother situatie", voegt hij er aan toe.

Doordat iedereen elkaar min of meer kent – als Scott door het dorp rijdt zwaaien er mensen omdat ze zijn auto herkennen – is het vertrouwen onderling ook groot. "Je mag hier altijd wel dingen van iemand lenen, bijvoorbeeld. Mensen vinden integriteit en vertrouwen heel belangrijk. Het valt ook makkelijk te checken. Toen ik nog in de stad woonde, vond ik dat veel moeilijker af te tasten omdat je heel snel moet scannen wat iemand precies bedoelt of van je wil."

5. Een veelheid aan ervaringen

Met de rust en het vertrouwen zit het dus wel goed, en hoewel hij niet snel terug zou willen zijn er ook dingen die Scott mist in het dorp. Een leuke selectie aan verschillende restaurants bijvoorbeeld, die vind je niet meer om de hoek. Thuisbezorgd is ook geen oplossing, want dat kennen ze nog niet in alle dorpen. Daarnaast is er met uitgaan altijd een taxi of een bob nodig. En eigenlijk is een eigen auto hebben sowieso wel een must. "Boodschappen moet ik met de auto doen en ook als ik met de kinderen wil gaan zwemmen, moeten we daar weer de auto voor nemen. Het voordeel is dat de wegen rustig zijn, dus in de praktijk ben je er vaak al binnen een paar minuten." De meeste ongemakken zijn dus zo opgelost.

"Mensen denken in de stad en in het dorp uiteindelijk hetzelfde"

Een groter nadeel vindt hij het beperkte wereldbeeld van sommige mededorpelingen. Hij vertelt dat in de stad iedereen door elkaar loopt, ongeacht kleur, religie of seksuele oriëntatie. In een dorp kan het gebeuren dat iemand die buiten het witte christelijke heteroplaatje valt, met enige argwaan wordt bekeken – de tegenhanger van het grote vertrouwen onderling. "Dat vind ik dan weer lastig om te zien. Het is een kleine minderheid van het dorp die zo denkt en de groep wordt gelukkig steeds kleiner, maar ik vind het wel storend." Zelf heeft Scott een Nederlands-Aziatisch uiterlijk. "Ik was al veel gewend, dus het viel mij minder op, maar als ik blond haar en blauwe ogen had gehad, vermoed ik dat ik sneller in het dorp zou zijn opgenomen. Toen ik mijn achterbuurjongen voor de eerste keer sprak, vertelde hij me dat ik 'import' was. Ik reageerde als grap met 'Dan ben jij dus export?'. Daar konden we beiden goed om lachen en de klik was meteen gemaakt."

6. Één pot nat

Uiteindelijk is de grootste les volgens Scott dat misschien het ritme wel, maar de inwoners van een stad of dorp helemaal niet zoveel van elkaar verschillen. Als je op een nieuwe plek komt, met nieuwe mensen en een andere cultuur, zul je je altijd afvragen of het wel goedkomt. "Maar als je eenmaal mensen tegenkomt, merk je dat ze uiteindelijk allemaal op dezelfde manier denken. Ze zoeken elkaar op, willen opgenomen worden door de gemeenschap. En als je goed communiceert gebeurt dat vanzelf."

Alle vooroordelen over beide woonplekken mogen wat Scott's betreft dan ook de prullenbak in. Steden en dorpen kunnen namelijk veel van elkaar leren, maar niet als het beeld zwart-wit is. "Er zitten best wel wat azijnzeikers in Nederland. Wat ze niet herkennen of hun ding niet is, wordt meteen als negatief bestempeld. We moeten dat eenzijdige beeld van zowel het dorp als van de stad niet in stand houden."

Famke Langedijk

LEES MEER OVER