Close

Met parttime naar de top? Tuurlijk niet!

09 juli 2020 04:07 / Janneke Niessen
Columnist background Columnist image
H Het is niet zo gek dat vrouwen weinig in hoge functies terecht komen als ze ervoor kiezen parttime te werken, vindt columnist Janneke Niessen. Maar er zijn genoeg andere obstakels voor vrouwen die wél de top ambiëren.

Twee weken geleden verscheen een onderzoek van het Sociaal Plan Bureau dat vrouwen minder vaak de top bereiken omdat ze vaker in deeltijd werken. Deze conclusie verbaast me niet, de discussie die volgde verbaasde me wel. Naar mijn idee wordt die namelijk over totaal de verkeerde dingen gevoerd, namelijk of dit oorzaak of gevolg is en of dat ook zo zou moeten zijn.

Mij lijkt het nogal een open deur dat je fulltime moet werken om de top te bereiken. Bij topfuncties gaat het om wie de meeste ervaring heeft en iets het beste kan. En om ergens goed in te worden moet je het nou eenmaal vaak doen. De Olympische Spelen win je ook niet door twee keer per week te trainen en op zaterdag een wedstrijd te spelen.

Het zou helemaal niet moeten gaan over vrouwen die de top níet willen bereiken

Zelfs degene met het meeste talent redt het niet zonder daarnaast ook keihard te trainen. De kop die Trouw bij het artikel plaatste is wat mij betreft dan ook nogal onzinnig: ‘Meer vrouwen in de top? Maak topfuncties deeltijd.’ Het gaat sowieso voorbij aan het feit dat iemand die altijd parttime heeft gewerkt minder ervaring heeft en daardoor mogelijk minder geschikt is, maar het is natuurlijk ook de omgekeerde wereld. Als we zouden zeggen dat iedereen gewoon wat minder moet trainen, zodat ook mensen die er minder voor over hebben of gewoon wat minder goed zijn naar de Olympische Spelen kunnen? Dat zouden we toch heel raar vinden?

Op Twitter zag ik zelfs de suggestie dat iedereen dan maar parttime moest gaan werken. Lijkt me niet een heel haalbare strategie. En ook niet nodig. Niet iedereen hoeft de top te halen en niet iedereen wíl de top halen. Dat is prima en is een keuze die iedereen voor zichzelf moet maken. In discussies rondom (het gebrek aan) vrouwen aan de top wordt vaak gezegd dat ze het 'gewoon niet willen', waarbij dit soort onderzoeken dan gretig worden aangehaald. Een greep uit de reacties online naar aanleiding van het onderzoek: zie je wel, het ligt aan vrouwen zelf, weg met quota, vrouwen kunnen helemaal niks, vrouwen zijn lui, vrouwen willen gewoon niet. Maar het zou helemaal niet moeten gaan over vrouwen die de top niet willen bereiken. Het gaat om de vrouwen die de top wél willen halen, maar er niet doorheen komen terwijl ze wel het talent én de ambitie hebben.

'It's not a meritocracy, but a mirror-tocracy'

We geloven graag dat we in een meritocratie leven, wat er in het kort op neer komt dat je positie wordt bepaald door je verdiensten, je merites. Dit impliceert direct dus ook dat als je iets niet bereikt dat dat aan jezelf ligt. Een heerlijk idee ook als je op zo’n topplek zit. Dat je het helemaal aan jezelf te danken hebt. Maar zo werkt dat gewoon vaak niet, in ieder geval niet altijd voor vrouwen en minderheden. Daar zijn ontelbaar veel onderzoeken over verschenen en artikelen over geschreven.

Netwerken zijn belangrijk en bias speelt, vaak onbewust, een grote rol bij het aannemen van mensen. Vrouwen en mannen worden nog steeds heel anders beoordeeld. Wat bij mannen als een sterk punt wordt gezien, is bij vrouwen vaak negatief. Kara Swisher, een bekende journalist uit Silicon Valley omschrijft het wat mij betreft heel helder: ‘It is not a meritocracy, but a mirror-tocracy.’ Oftewel: mensen nemen andere mensen aan die op hen lijken of mensen worden zoals zij om erbij te kunnen horen.

Vrouwen moeten keuzes durven maken die tegen de Nederlandse 'norm' zijn

Als we echt in een meritocratie zouden leven, zou ik tegen quota zijn. Het is het beste en eigenlijk enige scenario dat mensen op hun kwaliteiten gekozen worden. Maar dat gebeurt nu simpelweg niet. Quota kunnen ervoor zorgen dat systemen waarin bias en netwerken een rol spelen doorbroken worden en er écht gekeken wordt naar iemands kwaliteiten, ongeacht geslacht, leeftijd, etniciteit, culturele achtergrond en seksuele voorkeur. Dan heb je een level playing field en doen percentages er ook niet meer toe.

Als we dan ook meteen iets doen aan de verwachtingen en systemen in Nederland die ervan uitgaan dat één van de twee ouders minder werkt, dan komen we echt ergens. Dat vraagt ook wat van vrouwen. Dat ze keuzes durven maken die tegen de Nederlandse ‘norm’ zijn. Dat ze hun kop boven met maaiveld durven uitsteken en zich proberen niet te veel aan te trekken van de mening van anderen.

Recentelijk kreeg ik de vraag of de mannen die nu op die topposities zitten niet gewoon bang zijn hun plek kwijt te raken en dat ze daarom niks willen veranderen. Mijn ervaring is gelukkig dat steeds meer mannen zich uitspreken voor meer diversiteit en dat belangrijk vinden. Diegenen die bang zijn voor hun positie, zullen daar waarschijnlijk wel een goede reden voor hebben...

Om te weten wat er allemaal mogelijk is, heb je rolmodellen nodig en om een rolmodel te worden, moet je durven pionieren. Dat is precies wat Janneke Niessen doet als technologie-ondernemer en investeerder. Ze deelt iedere week haar persoonlijke ervaringen als ondernemer en schrijft over welke bedrijven je écht wilt leren kennen. En over alles wat haar nog meer opvalt.

Janneke Niessen en Eva de Mol zijn komende weken even met vakantie, maar daarna lees je ze vol inspiratie en nieuwe ideeën weer terug.

LEES MEER OVER