Close

Een Zoom-bonus van 1000 euro

30 oktober 2020 12:10 / Jeff Pinkster
Columnist background Columnist image
M Met grote eensgezindheid stemde de voltallige Tweede Kamer zeven maanden geleden voor een coronabonus voor de zorg. De deadline om ‘m aan te vragen verstrijkt volgende week. Een kleine voorspelling: de bonus zal in diezelfde Kamer felle discussie veroorzaken, nu ook de manager die videobellend de crisis doorkwam eenmalig 1000 euro extra kan verwachten. 

Het klinkt even sympathiek als eenvoudig: een coronabonus als bedankje voor al die zorgmedewerkers die zich begin dit jaar inzetten in de strijd tegen het coronavirus. 1000 euro netto, voor alle zorgmedewerkers die tussen maart en september coronapatiënten hebben geholpen of hebben bijgedragen aan de strijd tegen het coronavirus én niet meer dan twee keer modaal verdienen.

Maar zo simpel als het klinkt, zo ingewikkeld is de vraag inmiddels geworden wie die bonus dan moet krijgen. Want wat betekent ‘een strijd leveren tegen het coronavirus’ eigenlijk? Moet je met de handen aan het bed hebben gestaan? Achter je computer de roosters hebben rondgebreid? En telt het ook voor managers die hun werkzaamheden vanuit huis moesten doen en verder met niemand in aanraking kwamen - kortom: zorgmedewerkers die de coronacrisis Zoomend zijn doorgekomen?

Dat dat weleens niet zo lekker zou kunnen vallen, lijken ze wel te beseffen

Voor het antwoord moeten we eerst het gevoel oproepen dat begin maart in de Kamer leeft. Op televisie verschijnen beelden uit Italië die doen huiveren. Patiënten op hun buik, aan de beademing, happend naar adem. In de loop van die maand lopen ook de Nederlandse ziekenhuizen vol. Het land gaat op slot, op straat is het stil, coronapatiënten sterven in eenzaamheid op de intensive care of in het verpleeghuis. 

Premier Rutte richt zich in een televisietoespraak tot de natie. Zeven miljoen Nederlanders horen hem zeggen dat het coronavirus ‘onder ons is’ en ‘voorlopig onder ons zal blijven’. Rutte dankt ‘al die mensen die op hun post blijven’. Met een groot gevoel van saamhorigheid applaudisseert Nederland voor het zorgpersoneel.

Dit is de context waarin de Kamer half maart debatteert, onder meer dus over die zorgbonus. Een debat onder hoogspanning, waarin minister Bruno Bruins onwel wordt en net niet van het spreekgestoelte valt. Een debat ook waarin de meerderheid van de Kamer eigenlijk helemaal geen politiek wil bedrijven. Het verzoek van Kamerlid Femke Merel van Kooten-Arissen om zorgmedewerkers een coronabonus toe te kennen valt in vruchtbare aarde. 150 Kamerleden stemmen voor.

Maar: “Medewerkers die de hele crisis Zoomend achter hun laptop hebben gezeten, daar was dit verzoek niet voor bedoeld,” zegt Van Kooten-Arissen nu. “Mijn bedoeling was juist die mensen te steunen die in de frontlinie werken. De mensen in de ziekenhuizen aan het bed, de verpleegkundigen, de thuiszorgmedewerkers, de schoonmakers, maar ook de verloskundigen die gewoon de bezoeken moesten blijven afleggen.” 

Van Kooten-Arissen, die de minister sinds maart onvermoeibaar achter de broek zit om deze bonus snel geregeld te krijgen, wijst nadrukkelijk op de verantwoordelijkheid die werkgevers hebben. Zij moeten de afweging maken welke medewerkers wel en welke medewerkers geen recht hebben op de zorgbonus. “Ik vertrouw erop dat werkgevers die afweging goed kunnen maken.”

Maar het lijkt erop dat de brancheverenigingen andere plannen hebben. Zo adviseert de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), die de acht universitaire medische centra vertegenwoordigt, de bonus ‘ruimhartig’ aan te vragen. Ziekenhuiskoepel NVZ adviseert hetzelfde. Reden: je kunt geen onderscheid maken. Geestelijke Gezondheidszorg Nederland deelt die mening en adviseert haar leden de bonus ‘ruimhartig’ toe te kennen. 

Inmiddels zijn er bijna 800.000 aanvragen ingediend, goed voor 1,48 miljard euro

Dat dat weleens niet zo lekker zou kunnen vallen, lijken ze wel te beseffen. GGZ Nederland adviseert instellingen goed na te denken over een ‘boodschap’ aan de media. Zo moet een ‘mogelijk negatief maatschappelijk effect’ voorkomen worden. Het Rijk roept alle zorgaanbieders ondertussen op verantwoordelijk met de regeling om te gaan en de bonus naar eer en geweten aan te vragen. 

Zorgminister Hugo de Jonge publiceerde daarom eerder dit jaar een brief, waaruit bleek dat de bonus eigenlijk helemaal niet bedoeld is voor alle zorgmedewerkers. De brief bevatte twee lijsten. Eén lijst met functies waarbij de bonus automatisch toegekend kan worden en eentje waarbij dat niet het geval is. Het veroorzaakte veel verwarring, die De Jonge in de Kamer moest ophelderen: “Het is echt aan de werkgevers om de keuze te maken, wij kunnen dat niet zien vanaf Den Haag.” 

Inmiddels zijn er bijna 800.000 aanvragen ingediend, goed voor 1,48 miljard euro. De regeling was begroot op 1,44 miljard. Voor de bonus van dit jaar en een extra bonus komend jaar is in totaal meer dan 2 miljard euro vrijgemaakt. Dat geld kieperen ze over de schutting. En de werkgevers zelf interpreteren de bonus als een bonus voor iedereen die ook maar zijdelings met de coronazorg te maken heeft gehad. 

In een tijd waarin ondernemers hun bedrijven noodgedwongen moeten sluiten, zelfstandigen in de evenementensector geen enkel toekomstperspectief hebben en de culturele sector totaal op z’n gat ligt, misschien wel iets te veel van het goede. En dat gaan we ongetwijfeld te horen krijgen in de Kamer.

Wat speelt er in Den Haag achter de schermen? Jeff Pinkster en Elodie Verweij van de politieke redactie van Jinek houden de vinger aan de Haagse pols en delen hier iedere twee weken hun bevindingen uit de wandelgangen.

Jeff Pinkster