Close

Vrouwen die je wil kennen: Truus en Freddie Oversteegen

11 maart 2020 02:03 / Women's History Month
M Maart is Women’s History Month in de VS, en ook hier bij ons op de site. Iedere dag van deze maand zetten we een pareltje of kanon van een vrouw in de spotlight. Zodat we niet vergeten wat al deze vrouwen hebben bereikt en hoe fijn het is dat ze de weg voor ons hebben vrijgemaakt.

"Voelt u zich een held?" vraagt een journalist in 2008 aan Freddie Oversteegen, bij een tentoonstelling over vrouwen in het verzet. "Alsjeblieft, nee zeg!" haast Oversteegen zich te zeggen. Als de journalist haar erop wijst dat haar verzetsgenoot Hannie Schaft - het meisje met het rode haar - wél als held wordt gezien, antwoordt ze dat dat voor de doden is. "Met het woord held zou ik niet kunnen leven. Nee hoor, nee."

Maar nu Freddie (1925 - 2018) en haar oudere zus Truus Oversteegen (1923 - 2016) niet meer in het land der levenden zijn, kunnen we rustig stellen dat ze wel degelijk helden waren. Ze maakten deel uit van een piepklein groepje vrouwen die deelnamen aan het gewapend verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. De meeste verzetsvrouwen zorgden voor onderduikers of deelden voedselbonnen uit. 

Mijn zuster beet hem in z'n gat en ik heb hem geslagen waar ik maar kon

Maar Truus en Freddie schuwden het geweld niet als dat nodig was. Ze groeiden op in Haarlem, bij hun gescheiden moeder, die bijzonder maatschappelijk betrokken was. Wanneer de oorlog uitbreekt in Duitsland, nemen ze Joodse vluchtelingen in huis en de meisjes worden aan het werk gezet om speelgoed te maken voor de kinderen in Spanje ten tijde van de burgeroorlog. 

In 1940 - ze zijn dan 15 en 17 jaar - komt een man bij hen thuis, Frans van der Wiel van de Raad van Verzet; of ze zich aan willen sluiten. Ze ondergaan nog een test: iemand die zich voordoet als de Gestapo, probeert hen zogenaamd namen van Joden te ontfutselen. Als Truus en Freddie weigeren, trekt hij een pistool. De dames zijn niet geïntimideerd. "M'n zuster beet in z'n gat... en ik heb hem geslagen waar ik maar kon", vertelt Truus in deze aflevering van Andere Tijden. Bakvissen zijn het nog, maar duidelijk uit het juiste hout gesneden. 

Hannie Schaft en Freddie Oversteegen
Hannie Schaft en Freddie Oversteegen

Ze sluiten zich aan bij het Communistisch Verzet in Noord-Holland. Ze trainen met schieten en zijn daar beter in dan de meeste mannen, aldus Truus. Die kunde wordt dan ook flink ingezet. Hoeveel mensen ze hebben geliquideerd, wilden de zussen nooit in het openbaar vertellen. Wel is duidelijk op wie ze het hebben gemunt. Freddie: "De verraders schoten we neer. Die écht mensen verraden hadden. Dus niet zomaar een NSB'er ofzo." 

Ze worden ook op andere manieren ingezet. Om bruggen op te blazen bijvoorbeeld. En Truus wordt een keer gevraagd een hoge SS-officier te verleiden en mee te lokken naar een bos. Ze maakt zich op - wat ze normaal nooit doet - en tijgt met haar zusje naar het café waar de officieren zich ophouden. Haar charmes doen hun werk, de man gaat mee. Eenmaal in het bos wordt hij door Frans van der Wiel doodgeschoten. Last van schuldgevoel hebben ze niet per se, maar het vermoorden van mensen blijft tegennatuurlijk en eng, vertellen ze aan Andere Tijden: "Godzijdank went het niet."

Truus trekt vaak samen op met Hannie Schaft. Zeker is dat ze in ieder geval samen twee mannen ombrengen: NSB'er Willem Zirkzee en Ko Langendijk, een kapper die voor de Sicherheitsdienst werkt. Als Schaft in het staartje van de oorlog wordt opgepakt, probeert Truus haar nog te bevrijden. Dat lukt helaas niet. Het meisje met het rode haar gaat wel de geschiedenis in als held.

Dat is voor Freddie en Truus niet direct het geval. Na de oorlog worden ze vooral met argusogen aangekeken: wat zijn dat voor vrouwen? Ze zijn teleurgesteld over hoe weinig er daadwerkelijk in ons land verandert. Op latere leeftijd krijgen ze alsnog erkenning: er worden boeken over ze geschreven en ze ontvangen onder meer het Mobilisatie-Oorlogskruis uit handen van premier Rutte, in 2014. Niet dat ze erom gevraagd hadden, de twee zussen vonden hun verzetsdaden niet meer dan normaal.

Peper Hofstede