Close

Waarom de brief een comeback verdient

17 april 2020 01:04 / Persoonlijk
O Onze communicatie verloopt meer dan ooit over het internet, maar auteur Jet Steinz zou graag zien dat de brief weer een comeback maakt. Waarom? Omdat het voelt als een klein cadeautje, iets wat we allemaal wel kunnen gebruiken.

Nu we elkaar niet meer zo makkelijk op kunnen zoeken, regent het appjes en Houseparty-uitnodigingen. Het voelt alsof we, door het scherm van je laptop of telefoon, toch een beetje bij elkaar zijn. En toch heeft het iets oppervlakkigs, iets afstandelijks. Een lief berichtje krijgen voelt niet meer zo bijzonder, want we steunen elkaar immers de hele tijd via het internet. Voor het gevoel van 'echter' contact met elkaar moeten we ons misschien gaan wenden tot een wat ouder, haast vergeten medium: de handgeschreven brief. Want als we auteur en brievenliefhebber Jet Steinz moeten geloven, dan voelt een brief krijgen als een cadeautje.

Een verrassing op de mat

"Een brief voelt voor zowel de ontvanger als voor de schrijver anders dan een appje of mailtje", vertelt Steinz. "Het is een soort verrassing. Je maakt het open, hebt waarschijnlijk maar een vaag vermoeden wie de afzender is, en dan heb je iets tastbaars in je hand. Iets waar iemand tijd en moeite aan heeft besteed. Er is een envelop en een postzegel aangeschaft, nagedacht over de inhoud, woorden zijn neergepend en er is een wandeling geweest naar de dichtstbijzijnde brievenbus of postkantoor. Ik wil niet zeggen dat het niet leuk is om een appje te krijgen, maar het kost in ieder geval beduidend minder tijd en moeite om online iets te versturen dan een brief te schrijven. Als afzender heb je bovendien het gevoel dat je echt iets hebt gedáán, terwijl een half uur appjes over en weer sturen kan voelen als verloren tijd."

Steinz schrijft voor de Volkskrant en publiceerde een boek over brieven, getiteld P.S. Van liefdespost tot hatemail: de 150 opmerkelijkste Nederlandse brieven. Voor dat boek dook ze in allerlei archieven en diepte ze 150 brieven op, waar ze korte essays over schreef. Kortom, als iemand een brievenexpert genoemd kan worden, dan is zij het wel. Maar, vertelt ze over de telefoon, zelfs zij schudde niet gelijk een interessante, enerverende brief uit haar mouw.

"Toen ik zelf weer brieven ging schrijven, realiseerde ik me dat wat je normaal via een telefoon verstuurt veel korter is dan wat je op papier kwijt kunt. Ik staarde me dood op dat lange, lege vel papier. Het voelde een beetje gênant, een lang bericht uitschrijven. En waar ga je het in godsnaam over hebben? Jezelf?" Ze lacht. "Je hebt geen interactie, dus je moet wel meer schrijven over jezelf. Antwoord op je vragen krijg je pas bij de volgende brief."

Een brief zal je nooit in de rede vallen zoals een mens dat kan doen

Een moment van reflectie

Een brief schrijven is niet zo makkelijk als het lijkt. Je bent inderdaad aangewezen om voornamelijk over jezelf te schrijven. "Dat roept in het begin een gevoel van ongemak op", vertelt Steinz, "want we zijn niet gewend zomaar die ruimte te krijgen zonder een directe reactie. Een brief zal je nooit in de rede vallen zoals een mens dat kan doen."

Gelukkig kan ze de beginnende brievenschrijver geruststellen: dat gevoel gaat vanzelf weg. "Je moet maar gewoon bedenken dat jouw verhaal het waard is om beschreven te worden, want de ontvanger vindt het waarschijnlijk sowieso leuk om op deze manier van je te horen, ongeacht wat je opschrijft. Je schrijft aan geliefden of bekenden, en daarvan weet je al dat ze geïnteresseerd zijn in jouw persoon. Vergeet alleen niet de uitwisseling: sluit af of begin met een paar vragen aan de lezer. Dan voelt het misschien wat minder eenzijdig."

Je moet jezelf beter begrijpen om het te kunnen verwoorden

Tijdens het schrijven van een brief kan er iets bijzonders gebeuren. "Er is veel ruimte op dat vel papier, waardoor je uitgebreider gaat schrijven. Je kunt geen brief vullen met 'Hoe gaat het? Goed'. Dus beschrijf je situaties met meer detail, probeer je dingen goed uit te leggen, en ga je dieper in op je gevoelens. En door dat allemaal neer te pennen, kun je niet anders dan reflecteren op jezelf en de wereld om je heen, en ga je wat je probeert te verwoorden ook begrijpen."

Een rare paradox

Het klinkt behoorlijk therapeutisch. Maar Steinz' opmerking over reflecteren roept de volgende vraag op: voor wie schrijf je eigenlijk een brief? Voor de ander, om die blij te maken? Of voor jezelf, om je gedachtes en bezigheden beter te begrijpen? "Dat is een goede vraag. Ik kan nu direct niet zeggen waar de balans heen slaat", zegt ze. Maar daar komt ze al gauw op terug. "Ik denk dat je toch vooral brieven schrijft voor de ander. Uiteindelijk is je reden van schrijven namelijk om een bepaalde relatie te kunnen laten voortduren, terwijl je niet bij elkaar kunt zijn. Anders schreef je je gedachtes en gevoelens wel op in een dagboek. Ik zie een briefwisseling als een bijzondere vorm van een gesprek, waarin je met elkaar op een andere manier praat dan in het echt, of telefonisch."

De allure van de brief zit in de tastbaarheid

"Daarnaast zit de allure van de brief 'm ook in de tastbaarheid", vertelt ze. "Als ik een brief krijg van iemand, dan heb ik iets wat eerst bij iemand anders is geweest. Het is iets unieks, dat bovendien een weg af moeten leggen om bij mij op de mat te vallen. Dat geeft een fijn gevoel van blijdschap. Het is jammer dat niet veel mensen ze meer schrijven, want dat gevoel gun ik iedereen."

Dat men de brieven links laat liggen, komt volgens haar door een behoorlijke dosis luiheid. "Het is een paradox: iedereen vindt het leuk om een brief te krijgen, maar bijna niemand verstuurt ze meer. Terwijl het eigenlijk niet zoveel moeite kost als we denken. Maar je kunt iemand meteen bereiken via internet of bellen, dus waarom zou je die moeite nemen? Of je denkt: de ander doet dit ook niet voor mij. Maar dat iedereen nu geïsoleerd thuis moet zitten biedt hoop voor de brief, waarmee je zonder bij elkaar in de buurt te komen toch een bijzonder stukje van jezelf - jouw verhaal, jouw handschrift, het papier dat jij hebt aangeraakt - bij die ander kunt afleveren."

Marije Roorda