Close

Kennis maken: interieurontwerpen

17 juni 2020 02:06 / Zelfontwikkeling
V Van nieuwe dingen leren krijg je energie. Maar hoe weet je waar je echt in wil investeren? In deze rubriek vragen we steeds kenners naar hun kennis: waar doe je die op als je het simpel wil houden, en waar kan je terecht als je the whole shebang zoekt? Met deze week: je eigen huis (en misschien wel dat van anderen) optimaal inrichten.

Lange rijen en lege schappen bij de bouwmarkten: het is een van de beelden die we met de coronacrisis zijn gaan associëren. Want wie verplicht binnen zit, gaat toch wat kritischer om zich heen kijken: woon ik hier eigenlijk wel zo leuk? Zo zijn we massaal aan het klussen, tuinieren, moodboarden én herinrichten geslagen. Maar wat nou als je daar beter in wil worden?

De fascinatie met inrichting van interieurontwerper Aniek Feenstra-Holterman (33) stamt al van lang voor de corona-uitbraak. “Als kind was ik al de hele tijd m’n kamer aan het omgooien en toen ik op mezelf, en later samen ging wonen, knapte ik samen met mijn vader zelf meubels op.” Een carrière ervan maken, deed ze nog niet direct, hoewel ze wel als product manager aan het programma Eigen Huis & Tuin verbonden was. En toen ze voor de tweede keer zwanger was en er een groter huis moest komen, wist ze het zeker: hier moest ze iets mee.

En dus zegde ze haar baan op en begon aan de opleiding aan de Nederlandse Interieur Academie. Inmiddels is ze ‘voor echie’ en de slag en heeft ze veel sneller dan verwacht haar eerste opdrachten binnengehaald. “De timing is natuurlijk toevallig, maar het is er echt een goede periode voor.”

Wie wat aan z’n inrichting wil veranderen doet er goed aan eerst te kijken hoe ver dat moet gaan. “Een muurtje erbij, daar kan een interieurstylist je nog wel over adviseren, maar voor zwaarder werk – een draagmuur verplaatsen of een uitbouw maken bijvoorbeeld – zul je toch echt een architect en een aannemer moeten inschakelen.” Voor de rest zit je goed bij een erkend stylist, die kan adviseren van de vloer en de raambekleding tot het lichtplan en de meubels.

Op Instagram zijn er al cursussen voor een paar tientjes

Of je doet het gewoon lekker zelf natuurlijk. Maar: hoe leer je dat?

1. Low-key kennismaken

In eerste instantie kun je gewoon je ogen goed de kost geven en kijken: wat vind je nou zelf mooi? Dat kan beginnen met zoiets simpels als een lekker avondje op de bank (als die niet al te ernstig aan vervanging toe is). Feenstra: “Netflix heeft een aantal goede series, die heel inspirerend zijn. Designmasters bijvoorbeeld, of Amazing interiors.”

En als je toch zit, pak er dan meteen een stapeltje tijdschriften bij. De favorieten van Feenstra zijn Vogue Living en World of Interiors, of Elle Decoration in het wat meer standaard aanbod. Maar als je in de kiosk bent, kun je rustig kijken wat je zelf het mooist vindt. “Let wel op: in dit soort tijdschriften staan de trends van dit moment, dus niet wat de trends gaan zijn.” Als je echt ambities hebt om ook anderen te gaan adviseren, doe je er goed aan iets verder te kijken dan de populaire bladen.

Instagram is natuurlijk net zo goed een bron van inspiratie. "Ik volg bijvoorbeeld Eric Kuster, Iris Apfel en Studio Piet Boon." 

Ook een leuk idee, en iets wat veel klasgenoten van Feenstra op de opleiding deden: vraag aan een designstudio, ontwerpbureau of mooie woonwinkel of je een dagje mee mag kijken.

2. Een tikkie intensiever

Heeft al die inspiratie je hongerig gemaakt naar meer? Volg dan eens een workshop of korte cursus. Je krijgt geen certificaat, maar leert wel genoeg om in ieder geval met je eigen interieur aan de slag te gaan. Op Instagram zijn er al cursussen voor een paar tientjes (bijvoorbeeld hier bij Pimpelwit of hier bij Interiorjunkie). En er zijn heel veel ontwerpers, stylisten en studio’s die de meest uiteenlopende lessen aanbieden, van moodboarding tot styling tot het gebruik van 3D-tekenprogramma SketchUp. Voor een serie van een paar lessen ben je misschien wel een paar honderd euro kwijt – maar dan weet je wel meteen of het iets voor je is, en je bespaart op een interieur waar je wel veel geld tegenaan gooit, maar dat altijd meh blijft voelen.

Een weekendje Stockholm, Parijs of Milaan is ook geen straf

En inspiratie opdoen kan ook heel goed op een woonbeurs. De meesten daarvan liggen nu even stil, for obvious reasons, maar dat zal waarschijnlijk niet zo blijven. Er staan er met name voor oktober – woonmaand – een boel gepland en ze zijn in er in allerlei gradaties: van voor het grote publiek tot superexclusief.

3. Het diepe in

In die laatste categorie, zegt Aniek Feenstra, kan je ook een tripje naar het buitenland overwegen. “Neem de Maison&Objet in Parijs, de Stockholm Design Week of de Salone del Mobile in Milaan. Daar leer je pas echt wat de nieuwe trends gaan zijn, en hoe jij je klanten het beste kan adviseren.” Plus: je leert mooie nieuwe merken kennen en doet interessante contacten op. Network, darling! En nóg een plus: je bent even in Parijs, Stockholm of Milaan, op zichzelf bepaald geen straf.

'Over een gebrek aan klanten maak ik me geen zorgen'

Wil je echt een betere interieurontwerpen worden, ontkom je er ook niet aan thuis te experimenteren. Dat kan heel laagdrempelig, een muurtje is zo geverfd, een meubel geef je met niet al te veel moeite een nieuwe look. “Ik ben regelmatig in de kringloopwinkel of op de rommelmarkt te vinden,” vertelt Feenstra. “De commode voor mijn dochter kwam daar bijvoorbeeld vandaan: even schuren en schilderen, andere frontjes en knoppen erop en je hebt gelijk wat leuks.”

Hoe duur je je nieuwe hobby wil maken, kun je helemaal zelf weten, maar zomaar alles van Ikea bij elkaar zetten, geeft niet het leukste resultaat. “Die hebben prima spul natuurlijk, maar het is dan wel mooier om te combineren. Ik heb zelf in mijn nieuwe huis afgezien van een maatkast in de werkkamer en daar een simpele zelfbouwkast van Ikea neergezet, maar dan wel met heel chique wandbekleding erachter.” Sowieso is het goed om af te wegen hoeveel plezier je eigenlijk van je investering gaat hebben. “Voor de kinderkamers of het speelhoekje in de woonkamer doe ik niet al te moeilijk, daar zijn ze toch zo weer uitgegroeid.”

4. Down the rabbit hole

Ben je om en wil je niets liever dan van inrichten je beroep maken? Dan is de opleiding bij de NIA een goede keus, vindt Feenstra. “Voor de eerste fase betaal je 1500 euro. Een flink bedrag, maar als je een keer een vakantie overslaat of niet op wintersport gaat, kom je een heel eind. Na twee fases ben je erkend interieurontwerper en kan je officieel aan de slag. De derde fase is een verdiepingsslag, dan leer je bijvoorbeeld ook een lichtplan maken.” Voor de totale opleiding ben je zo’n 5000 euro kwijt.

Iedere fase duurt drie maanden en vergt een tijdsinvestering van 20 uur per week, inclusief huiswerk. Met een diploma kan je zelfstandig aan de slag, zoals Feenstra heeft gedaan met haar bedrijf Interiorlab. “Over een gebrek aan klanten maak ik me geen zorgen: er zijn altijd mensen die hard werken en daardoor wel wat te besteden hebben, maar weinig tijd om zichzelf met de inrichting van hun huis bezig te houden.” Wel vraagt het werken als zzp’er ook om andere skills: je moet een website bouwen, reclame maken, onderhandelen.

Zie je dat niet zo zitten, dan zijn er ook functies in loondienst, in een woonwinkel of designstudio bijvoorbeeld, of kun je je specialiseren. “Ik zou zelf wel hele mooie, exclusieve stoffen willen importeren om daar kussens en poefjes van te laten maken.” Ook in dit vak ben je eigenlijk nooit uitgeleerd.