Close

Het zalig falen, met Thomas van der Meer

30 juni 2020 02:06 / Persoonlijke groei
Thomas van der Meer
Thomas van der Meer
Z Zonder wrijving geen glans. Redacteur Lizzy van Hees spreekt daarom iedere week iemand over zijn of haar royal fuck-ups en uitzinnige uitglijers, de dingen die niét goed zijn gegaan. Leveren die missers ook wat op?

Had je het hem tien jaar geleden gevraagd, dan had Thomas van der Meer (34) gezegd dat hij vooral heel lui was. Nu heeft hij zijn draai behoorlijk gevonden en dat heeft alles te maken met de transitie die hij zes jaar geleden onderging. Thomas werd geboren in een ander lichaam en met een andere naam dan hij nu heeft. Met zijn transitie kreeg hij er naast een nieuw lichaam ook een heel nieuw leven bij: in een nieuwe stad, met een nieuwe baan en een nieuwe carrière als schrijver.

Na je transitie heb je een boek geschreven over jouw ervaringen en je hoopte dat je daarna een nieuwe badkamer zou kunnen betalen. Is dat gelukt?

"Daar moest ik ook aan denken toen je mailde. Laten we het zo zeggen: gelukkig heb ik geen dure smaak. Schrijven is volgens mij de minst efficiënte manier om geld te verdienen. Maar voor mij was het belangrijk om mijn verhaal te kunnen vertalen naar iets concreets. Iets tastbaars. Een nieuwe badkamer, die had ik anders nooit kunnen betalen."

Waarom niet?

"Ik ben nogal laat op gang gekomen. Dat komt ook door mijn achtergrond als transgender. Ik heb het altijd heel moeilijk gevonden om een toekomst te kunnen projecteren. Ik voelde me geen vrouw, maar ook geen man. Ik dacht niet aan het stichten van een gezin, wilde geen moeder worden, maar was ook geen vader. Eigenlijk had ik op geen enkel gebied ambitie."

Toen ik wanhopig genoeg was, hakte ik de knoop door

"Op school deed ik nooit mijn best, dus ik heb eerst mavo gedaan omdat ik geen huiswerk wilde maken. Mijn ouders werden hier best een beetje wanhopig van, om eerlijk te zijn. Ik was niet vooruit te branden. Uiteindelijk heb ik een ICT-opleiding afgerond, maar niet van harte. En ik deed ook niet mijn best om daarna een goede baan te vinden. Kortom: het stelde weinig voor."

Uiteindelijk heb je 'pas' op je 27ste besloten om naar een arts te gaan, om lichamelijk man te worden.

"Ja, voor mijn gevoel was het vroeger anders dan nu. Ik keek niet naar filmpjes van andere transgenders op YouTube, er was gewoon minder informatie beschikbaar. Maar op een gegeven moment was ik wanhopig genoeg, toen heb ik de knoop doorgehakt."

"Na die transitie hoopte ik natuurlijk dat er een last van me af zou vallen. En aan de ene kant is dat zo, lichamelijk. Maar tijdens die hele periode en erna heb ik me toch heel eenzaam gevoeld. Er zijn veel vooroordelen over transgenders."

Waar merkte je dat aan?

"Volgens mij komen die voort uit onwetendheid. Ik zie het als een medische aandoening, waar ik voor ben behandeld. Je zou denken dat het daarna achter je ligt. Maar het blijft een soort geheim wat je meedraagt, want door onze maatschappij wordt het anders behandeld dan andere medische aandoeningen. Veel mensen zien het als een keuze, iets wat je zomaar besluit. Niet als een gebroken been, waarvoor je logischerwijs in het gips moet.

Veel mensen zagen me pas als transgender ná mijn behandeling, daarvoor niet. Voor mij was het andersom, ik werd met al mijn transseksualiteit geconfronteerd doordat mijn binnen- en buitenkant niet met elkaar correspondeerden. Eigenlijk zie ik mezelf nu nog steeds als uitzondering, enkel omdat anderen er zo over denken."

Heb je daarom besloten te verhuizen, ergens anders opnieuw te beginnen?

"Ja, ik wilde alles achter me laten. Ik heb slechte herinneringen aan die transitieperiode. Het was een eenzame tijd. Ik zat al een beetje in een sociaal isolement, dus wanneer de mensen die je om je heen hebt slecht reageren, voelt dat groot. Mijn leidinggevende nam in die tijd bijvoorbeeld weleens mensen mee naar mijn afdeling, om naar mij te komen kijken. Daarom wilde ik opnieuw beginnen, in een nieuwe stad."

Toch was ik bang om de door de mand te vallen

"Dat lukte ook niet meteen, maar het gevoel veranderde toen ik mijn ervaringen ging opschrijven voor mijn boek. Dat ging goed en mijn gevoel veranderde doordat ik erover schreef. En ook weer toen andere mensen het daadwerkelijk lazen. Eindelijk was ik niet meer alleen met dat verhaal. Zo voelde dat wel toen ik 27 was. Nu hoor ik van mensen dat ze het personage van mijn leidinggevende in het boek heel grappig vinden. Misschien wel hun favoriet. Ik zie ook wel dat het grappig is, maar toen ik er zelf in zat en het over mij ging, was dat helemaal niet grappig."

Voelde schrijven als een bevrijding?

"Ik verhuisde natuurlijk om mijn verleden achter me te laten, maar door mijn boek zou iedereen het ineens weten. Als je mijn naam googelt, dan weet je het. Dat was wel spannend. Aan de andere kant word ik steeds onverschilliger. Als mensen het niet weten, praten ze over transgenders zonder te weten dat jij tot die groep behoort. Dan worden er soms hele harde grappen gemaakt. In dat opzicht is het fijner als mensen het wel weten."

"Maar wat ook verschil maakte, is dat ik voor mijn transitie nooit ambitie had gehad. Voor niets. Nu had ik een uitgever en een redacteur die in mij geloofde. Ik wist zelf dat ik een goed verhaal had geschreven, dus ineens was ik schrijver."

Opgebloeid van zelfvertrouwen?

"Nou er kwam eigenlijk ook een heleboel angst bij, angst om te falen. Misschien omdat je zelf altijd opgekeken hebt naar mensen die zichzelf schrijver mochten noemen. Aan mijn boek heb ik nooit getwijfeld, soms droomde ik dat iemand me één ster had gegeven op Goodreads, maar in mijn droom dacht ik al: oh, diegene kan echt niet lezen. En toch was ik bang om de door de mand te vallen.

Ook omdat ik nog steeds onzeker ben op boekpresentaties en literaire borrels. Dan drink ik eerst een paar biertjes om een beetje los te komen en niet ongemakkelijk langs de muur te schuifelen en vervolgens in een donker hoekje te staan. Maar er zijn sommige dingen waar geen alcohol tegenop kan. Het boekenbal bijvoorbeeld. Dit jaar was ik er voor het eerst en tijdens het etentje van de uitgever zat ik tegenover Hanna Bervoets. Ik vond dat zo raar en werd me hyperbewust van mijn eetgewoontes. Eet ik wel fatsoenlijk? Uiteindelijk viel het allemaal wel mee, Hanna was heel grappig en at zelf eigenlijk ook helemaal niet zo keurig."

"Eenmaal op het boekenbal zelf nam de spanning weer toe en maakte ik wel weer de nodige missers. Het ergste moment was dat ik bij de bar stond te praten met iemand en mijn glas wijn had neergezet. Toen ik het wilde pakken zag ik dat Gijs Scholten van Aschat naast mij stond, ik gleed met mijn hand langs hem om mijn glas te pakken en kreeg een hele vuile blik. Later dacht ik: het was waarschijnlijk zíjn glas wijn. Ik had me misschien wel vergist en de wijn van Gijs Scholten van Aschat gestolen! Als ik 's nachts lig te piekeren, denk ik hier nog vaak aan. Er komt dan een hele reeks aan boekenbalmomenten voorbij, zo erg."

Kan je er door zo'n moment helemaal niet meer van genieten?

"Overdag heb ik er plezierige herinneringen aan en 's nachts is het altijd verschrikkelijk. Sowieso maak ik veel ongemakkelijke dingen mee, vind ik. Voor corona moest ik best vaak naar literaire avonden, in een buurthuis of theater. Dan vertel je iets over je werk of je wordt geïnterviewd, daarna laten mensen hun boek signeren. Ik vroeg iemand: 'Wat is uw naam?' en die vrouw zei: 'Claudia'. Dus ik schrijf op 'Voor Claudia', maar zij vertelt me daarna dat het een cadeau voor Ilse is. Dan breekt het zweet me al uit, want wat nu? Moet ik een nieuw boek voor haar regelen? De naam doorstrepen en opnieuw iets gaan schrijven? Gelukkig stelde die vrouw voor dat ik er gewoon 'Voor Claudia. Cadeau voor Ilse' van zou maken. Maar ik kan daar nog steeds over malen: het moet voor Ilse toch heel gek zijn om die tekst te zien?"

Misschien is ze gewoon blij dat ze een boek cadeau kreeg. En dan ook nog gesigneerd!

"Ja zo kan je er ook naar kijken. Toch ben ik blij dat ik naast het schrijven ook nog in een verpleeghuis werk. Eerst voelde dat misschien als een dubbelleven, mocht ik als schrijver falen, dan heb ik altijd nog een baan achter de hand. Maar het voelt steeds meer alsof ik het combineer om dat ik aan één van beide banen niet genoeg heb."

Krijg je nog steeds te maken met vooroordelen?

"Ja, sinds ik mijn verhaal heb opgeschreven, realiseer ik me dat ik altijd te maken heb gehad met vooroordelen. Die gaan gepaard met welke identiteit je ook hebt volgens de buitenwereld. Vroeger zag mijn omgeving me als heteroseksuele vrouw, dat gaat gepaard met aannames over wie je bent en wat je kan of niet. Daarna werd ik gezien als transseksueel, waar mensen ook meer dan genoeg vooroordelen over hebben. Nu zien mensen me als homoseksuele man en ja, ook daar zijn talloze vooroordelen over te bedenken."

Wat zou er moeten veranderen om daar echt mee af te rekenen?

"Ik moest daaraan denken door alle Black Lives Matter-demonstraties op dit moment. Veel mensen zeggen dat racisme voorbijgaat wanneer mensen het goede voorbeeld geven. Maar dat is heel raar, want je legt de verantwoordelijkheid dan bij de verkeerde groep neer. Maar het is wel moeilijk om er niet in te trappen. Hockeyspeler Terrance Pieters vertelde laatst in de Volkskrant dat hij vaak staande werd gehouden als hij met de scooter naar huis reed. Hij bleef dan heel beleefd, terwijl hij van binnen kookte van woede. Maar hij hield zich in, om op een hele geforceerde manier het stereotype te vermijden. Je kan denken: hij geeft het goede voorbeeld, maar aan de andere kant leert die politieagent hier helemaal niets van. Want die wordt niet gewezen op het feit dat zijn vooroordelen discriminerend zijn."

Sommige grappen zijn te hard om geruisloos aan te horen

"Als transgender heb ik ook lang gedacht dat ik moest uitblinken in normaal zijn. Om aan de maatschappij te mogen deelnemen en te zijn wie ik ben, moest ik de rol van normaal compleet eigen maken. Als ik dan een iemand op straat zag met een baard in een jurk, dacht ik: doe dat nou niet, je bevestigt het stereotype en dat maakt het weer moeilijker voor mij. Nu schaam ik me voor die gedachte. Als mensen zeggen dat ze mij niet zien als transgender, is dat goed bedoeld, maar het is geen compliment. Want het laat zien dat wél transgender zijn, nog steeds afwijkt van de norm."

Is het belangrijk om je mond open te trekken, vind je dat jij dat vaker moet doen?

"Dat probeer ik wel. Laatst ging een collega me volgen op Instagram, waar je al snel ziet dat ik een boek heb geschreven en waar het over gaat. 'Ben je dan zelf transgender?', vroeg ze. En vervolgens: 'Echt? Maar dan ben je eigenlijk geen homo'. Op zich al een vreemde conclusie natuurlijk. Ze vroeg daarna ook of ik dan nu een piemel heb. Het gekke is dat ik het op een of andere manier wel aandoenlijk vond bij deze collega, alsof ik zag dat haar bedoelingen goed waren. Ze zei: 'Ik accepteer jou zoals je bent'. Als iemand dat zegt, reageer ik altijd: 'Bedankt, ik accepteer jou óók zoals je bent', vaak hebben mensen dan wel in de gaten dat het een beetje een vreemde opmerking is. Maar mijn collega snapte het niet, ze bleef gewoon heel enthousiast.

Pas toen ze vroeg hoe ik vroeger heette, besloot ik eerlijk uit te leggen dat dit voor veel transgenders een lastige vraag is. Transseksualiteit is vaak heel traumatisch, veel mensen hebben een lastige kindertijd, lastige pubertijd en ga zo maar door. Als iemand naar mijn naam vraagt uit die periode, gooi je mij terug naar die tijd. Je werpt me terug naar een moment waarop ik helemaal niet gelukkig was. Door eerlijk te zijn tegen mijn collega over dat trauma en het niet weg te lachen, begrijpt zij het beter."

"Waar ik werk, worden wel vaker grappen gemaakt over transseksualiteit. Toen mensen het nog niet wisten over mij, hield ik dan meestal mijn mond. Geen zin in gezeik en ik wilde geen ongemakkelijke situatie veroorzaken. Maar sommige grappen zijn eigenlijk te hard om geruisloos aan te horen. Nu denk ik dat het beter is als ik er wél wat van zeg. Dat is dan maar een offer van mijn kant zodat er uiteindelijk iets verandert. Zodat er meer acceptatie komt."

Wat zou je tegen anderen zeggen die falen of bang zijn om te falen?

"Dat het te maken heeft met de angst om niet aan de norm te voldoen. Dat is ook de kern van mijn boek. Ik heb in verschillende periodes een andere identiteit gehad volgens de buitenwereld, dat laat zien dat onze identiteit voor een groot deel wordt bepaald door andere mensen. Eigenlijk moet je jezelf daar los van weken. Je kan wel eindeloos willen vechten tegen stereotypen, maar het is belangrijker om je te realiseren dat het geen gebrek is om anders te zijn dan de rest. Ik probeer bewust minder waarde te hechten aan de oordelen van anderen, dat is moeilijk, maar lukt wel steeds vaker. Uiteindelijk word je daar zelfverzekerder van.

Wat bij mij helpt, is letterlijk weggaan van de norm en de gebaande paden. De natuur in. Na mijn transitie ben ik naar Zweden gegaan en in the middle of nowhere gaan zitten. Met mijn kano. In de natuur kom je pas echt los van de maatschappij. We zijn niet anders gewend dan ons op plekken te begeven die op maat gemaakt zijn, als een mal voor mensen. Fietsbanen waar je met de fiets mag komen, de weg is voor auto's. Wc's, badkamers, een bed: alles dient een specifiek doel. Als ik mezelf los wil zien van alle systemen, moet ik de natuur in. Daar ben je niets meer of minder waard, je hebt alleen jezelf en je lichaam."

Lizzy van Hees