Close

Het probleem met perfectionisme

23 juli 2020 11:07 / Carrière
P Perfectionisme op de werkvloer heeft een betere naam dan dat het verdient, schrijft de BBC. Eigenlijk heb je er niks aan en werkt het alleen maar ontwrichtend.

"En, wat zou je zelf zeggen dat je grootste valkuil is?" vraagt de hr-manager bij een sollicitatie- of beoordelingsgesprek. Cue zelfgenoegzaam glimlachje van de (potentiële) werknemer: "Ik heb weleens gehoord dat ik té perfectionistisch ben."

Als je ooit hebt gedacht dat dit een goede manier is om jezelf naar voren te schuiven als harde werker of als teamgeweten, think again. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat perfectionisten die hun zelfverklaarde kwaliteiten inzetten op de werkvloer, daar niet zoveel toevoegen. Steeds maar streven naar beter is inderdaad een valkuil, schrijft de BBC, en niet bepaald iets om over te humblebraggen.  

Voor hun (binnenkort te verschijnen) onderzoek aan de Philipps Universiteit in het Duitse Marburg onderzochten psychologen Emily Kleszewski en Kathleen Otto perfectionisten als collega's. Daarbij keken ze niet zozeer naar de output van de perfectionisten, maar naar hun invloed op de teamdynamiek. De uitkomst: bijna iedereen werkt liever samen met een collega die realistische verwachtingen heeft, dan met iemand die de duimschroeven maar blijft aandraaien.

En dat terwijl perfectionisme veel voorkomt - steeds meer zelfs. De Britse onderzoekers Andrew Hill en Thomas Curran lieten tussen 1986 en 2015 meer dan 40.000 studenten een vragenlijst invullen over hun mate van perfectionisme. De conclusie: jongere generaties studenten denken niet alleen dat anderen hogere verwachtingen van hen hebben, maar eisen ook meer van zichzelf én van anderen. 

Misschien denk je nu: 'Ja maar, streven naar kwaliteit is toch juist ook heel handig? Wie wil nou niet het beste van het beste?' Maar dan zit je mis. Uit weer een ander onderzoek, een meta-analyse van dertig jaar aan psychologische studies, blijkt dat perfectionisten niet per se beter presteren dan medewerkers die wat minder op de details zitten. Ook niet slechter overigens, maar al dat overmatig bijschaven en aanscherpen levert per saldo weinig op.   

Toch is er ook heus wel wat goeds te zeggen over onze licht neurotische vrienden: ze zijn vaak heel gemotiveerd in hun werk en consciëntieus, twee prachtkwaliteiten. En dat éne stapje meer maakt misschien niet consequent, maar toch vast bij gelegenheid juist een positief verschil uit. Wel maken perfectionisten meer kans op stress of zelfs een burn-out - wat wil je ook als je werk nooit echt af is, omdat het altijd beter kan?

En ze voelen, volgens het onderzoek van Kleszewski en Otto, ook wel aan dat ze niet altijd even lekker in de groep liggen. Perfectionisten gaven aan dat ze het gevoel hadden dat collega's een beetje koeltjes deden. En dat beelden ze zich waarschijnlijk niet in, omdat de niet-perfectionisten veel hoger scoorden op hun social skills en hoe graag anderen met hen werkten. 

Daarbij is er wel een onderscheid tussen de aard van het perfectionisme. Sommigen eisen vooral heel veel van zichzelf, maar niet per se veel van anderen. Die zijn, zo staat in het Duitse onderzoek, veel makkelijker in de omgang dan de andere twee types: zij die vooral veel druk van buitenaf ervaren om er altijd een tandje bij te doen én natuurlijk diegenen die met name veel van anderen vragen.

En dan bestaat er nog een verschil tussen perfectionisten die altijd op zoek zijn naar het hoogst haalbare en zij die handelen uit een angst om te falen (terwijl dat toch zo heilzaam kan zijn!). Die laatste groep heeft niet alleen de grootste kans op stressgerelateerde klachten, maar wordt ook het minst gewaardeerd door anderen. Dat kan komen doordat zij zo opgaan in het perfect uitvoeren van één taak, dat ze andere verantwoordelijkheden verwaarlozen, die dan weer bij collega's op hun bordje terecht komen. En daar maak je je klaarblijkelijk niet populair mee. 

Wil je het hele artikel van de BBC lezen? Zeker even doen, dat kan hier

Peper Hofstede