Close

Wat ik had willen weten voordat... ik leraar werd

17 augustus 2020 10:08 / Carrière
H Hindsight is 20/20 zeggen ze wel: achteraf weet je het allemaal zo goed. Kennis waar je zelf niks meer aan hebt, maar waar je een ander wel mee kan helpen. Daarom vragen we in deze rubriek aan ervaringsdeskundigen: wat had je achteraf bezien graag eerder willen weten? Deze week vertelt wiskundedocent Erik van Haren waarom hij het mooiste vak ter wereld heeft.

Zelf hoefde hij geen moment te twijfelen. Erik van Haren (43) wist altijd al dat hij het leuk vond om mensen te helpen en in wiskunde was hij heel goed. Dus werd het de lerarenopleiding, hoewel hij later nog zijn master in de wiskunde heeft gedaan om ook zijn eerstegraads lesbevoegdheid te kunnen halen. Nu is hij al twintig jaar docent, op het Elzendaalcollege in Boxmeer, een vak dat tegelijkertijd uitdagender, maar ook nog veel mooier is dan hij ooit had kunnen vermoeden. Dit is wat hij had willen weten toen hij voor het leraarschap koos.

1. Je raakt nooit uitgeleerd

Als leraar en als mens heb je natuurlijk altijd je blinde vlekken en moet je jezelf steeds weer opnieuw blijven uitvinden. Erik heeft dat zelf heel letterlijk ondervonden: “Een dieptepunt in mijn carrière kwam vijf jaar geleden, toen bleek ik dat ik binnen mijn school de docent met de meeste klachten van ouders was. Ik leg de lat hoog in de klas, vraag veel en dat werd niet altijd gewaardeerd. Dat kwam me op een pittig gesprek met de schoolleiding te staan. Ik voelde me zo kwetsbaar.” Maar hij houdt voor zichzelf dezelfde standaard aan en dus ging hij aan de slag met een coach. “Daar heb ik geleerd hoe ik mijn houding kan verbeteren, de boodschap positiever kan brengen. Mijn visie heb ik niet aangepast, maar mijn manier van communiceren wel.” Met een behoorlijk resultaat, want hij is dit jaar een van de tien genomineerden voor Leraar van het Jaar 2020.

'Lesgeven kun je niet op de automatische piloot doen'

Of neem het aanpassingsvermogen dat leraren nodig hebben in deze roerige coronatijden: lastig, maar leerzaam. En ook in alledaagse, kleine zaken zijn er iedere dag weer nieuwe inzichten op te doen. Zo was daar het meisje dat tijdens een ouder-leerling-gesprek aangaf door te willen met wiskunde B. “Ik raadde het haar af, ze was er niet goed in. Maar zij en haar moeder stonden erop: ze zou zich volledig inzetten om het vak toch te halen. Ik had er geen vertrouwen in, maar het jaar daarop zat ze weer bij mij in de klas, iedere les vooraan en volledig voorbereid. Ze vroeg me de oren van het hoofd en slaagde met een 7, terwijl ik haar van tevoren nooit op meer dan een 5 had ingeschat.” Een wijze les: “Ik zeg nu nooit meer: ik zou het niet doen, maar eerder: weet wat je te wachten staat als je hiervoor kiest.” Een accentverschil, maar wel essentieel.  

2. Een perfecte les bestaat niet

Je kan natuurlijk streven naar een optimaal resultaat in iedere les, maar perfect wordt het nooit. Daar is de dynamiek tussen alle verschillende factoren simpelweg te ingewikkeld voor, vertelt Erik. “Er bestaat geen trucje dat je steeds weer kan herhalen. Wat in de ene les werkt voor een bepaalde klas, kan een volgende keer totaal anders uitpakken. Alle leerlingen zijn verschillend en verdienen een eigen aanpak. Lesgeven is iets dat je nooit op de automatische piloot zou moeten doen.” Eigenlijk is dat het hoogst haalbare, vindt Erik: “Differentiëren noemen we dat, waarbij je ieder kind op zijn of haar niveau aanspreekt.”

'Betrokkenheid creëren is het belangrijkste'

En dan hebben ook nog verschillende leerlingen verschillende behoeftes. “Ik geloof heel erg in spelenderwijs leren, ik stimuleer graag de autonomie van mijn leerlingen. Toen een meisje een paar jaar geleden aangaf dat ze behoefte had aan meer structuur, vond ik dat eigenlijk onzin, misschien zelfs een beetje lui van haar.” Maar proberen kon geen kwaad, en verrek: het werkte. “Haar resultaten gingen met sprongen vooruit. Doordat ik haar tegemoet kwam, kreeg ze meer zelfvertrouwen en ging ze diepgaander leren.”

Het belangrijkste is dat je betrokkenheid weet te creëren in de klas: “Als alle leerlingen actief meedoen aan de les, ben je een heel eind op weg.” Dat is gelijk ook het mooiste aan het vak, vindt Erik: “Je leert ze bewuster nadenken, wat het plezier van wiskunde is, een vak dat veel kinderen op voorhand een beetje eng vinden. Zo draag je echt bij aan hun ontwikkeling. ”

3. Je staat niet altijd voor de klas

Die lessen zijn mooi, maar er zijn als docent ook andere zaken die je aandacht vragen. “Je moet vergaderen met collega’s, vakgenoten en het management van de school. Dan is er nog het contact met ouders en natuurlijk het correctiewerk. In het begin van je carrière als docent sta je ongeveer de helft van de tijd voor de klas en besteedt je de andere helft aan aanverwante zaken, later verschuift dat naar twee derde om een derde.” Daarom moet je ook rekening houden met de zogenaamde piekbelasting: vlak voor de vakanties nemen de werkzaamheden buiten de klas enorm toe. “Daardoor zijn veel docenten ook de eerste paar dagen van hun vakantie ziek. Die weken ervoor wordt je echt geleefd en daar moet je van bijkomen.”

4. Die zure appel komt wel op

De eerste jaren zijn zwaar, je maakt als leraar een steile leercurve door. Erik: “Dat komt door de enorme hoeveelheid prikkels die je krijgt, er zijn zo ongelooflijk veel dingen die je aandacht vragen.” Want het vak gaat natuurlijk veel verder dan alleen lesstof uitwisselen. “Er zijn leerlingen met trauma’s, klasgenoten die verliefd op elkaar zijn, kinderen met problemen thuis. Je kan niet denken: ongeacht wie er tegenover me zit, steek ik gewoon hetzelfde riedeltje af.” Het goede nieuws: na een tijdje word je er écht beter in – zie punt 1 – en krijg je een goed oog voor wat er allemaal onder de oppervlakte speelt. Dan haal je steeds meer plezier en geluk uit het vak.”

Erik van Haren
Erik van Haren

5. Vind je eigen manier

Een andere belangrijke factor daarin: zelfvertrouwen. “Een minder leuke periode vond ik toen er me van bovenaf werd opgelegd hoe ik les zou moeten geven. Mijn filosofie, zowel voor mezelf, als in de klas, als op mijn wiskundeplatform Mathplay luidt: durven, doen, begrijpen. Maar wanneer je iets niet durft, komt het sowieso niet van de grond. Neem orde houden in de klas. Er werd mij verteld dat ik me autoritair moest opstellen, maar dat past niet bij me en daardoor kwam het krampachtig over, heel onnatuurlijk.” Kinderen voelen dat feilloos aan en daarom werkt het averechts. Beter kan je dicht bij je eigen persoonlijkheid en waarden blijven: “Als je weet waarom je doet wat je doet, heb je vanzelf overwicht.”

En blijf positief. “’Where your focus goes, your energy flows’, zeggen ze weleens en dat geldt absoluut in het onderwijs. Streef, zeker in het begin, niet naar perfectie, maar gewoon naar leuke, waardevolle lessen, dan overleef je die eerste jaren absoluut en krijg je er persoonlijke groei en werkgeluk voor terug.”

Peper Hofstede

LEES MEER OVER