Close

De verhalen die je vormen

10 oktober 2020 08:10 / Kinderboekenweek
H Het was een intense week op de redactie van Evajinek.nl. Oké, we doen een artikel over de kinderboeken die voor ons belangrijk zijn geweest, maar hoe kun je daar in godesnaam een keuze in maken? We deden toch een poging.

De geur van de bibliotheek op een regenachtige woensdagmiddag. De ontdekking dat het donker geworden is terwijl jij je ergens in een heel andere wereld bevond. Met een zaklantaarn onder de dekens, één oor gespitst op het geluid van voetstappen op de gang. Kippenvel wanneer het écht spannend - of nog beter: herkenbaar - wordt. Wanneer je als kind de magie van lezen ontdekt, gaat het om zoveel meer dan de letters alleen. Het is Kinderboekenweek en we hadden het erover: wat zijn de boeken die ons nu echt gevormd hebben, en waarom? 

Soms is het de omstandigheid, soms het verhaal, soms de opmaak van het boek. En de keuze maken was excruciating. Waarom staat Matilda er niet op? En waar is Ronja de roversdochter? Hoe kunnen we Oorlogswinter overslaan en onszelf ooit nog serieus nemen? Maar goed, zo is het leven, en zo is ook het beperkte aantal woorden voordat we gaan lijken op die ene vriendin die veel en veel te lang over haar nieuwe prela blijft leeglopen. En dat willen we niet. En dus zijn hier slechts enkele van onze vele favorieten.

Eva: The lion, the witch and the wardrobe van C.S. Lewis

"Ik was 5 jaar toen The lion, the witch and the wardrobe voor het eerst aan mij werd voorgelezen. Ik zat toen in kindergarten, dus net in de eerste klas van de basisschool, en ik weet nog dat de juf op een kruk zat en wij als kinderen om haar heen. Het koste geen moeite om er in te komen, het was eerder alsof er een meteoriet insloeg. Meteen vanaf het begin werd ik gegrepen en dat gevoel is nooit meer weggegaan. Nu bijna 40 jaar later is het er nog steeds.

Eén van de dingen die het meeste indruk maakte, was het moment dat Lucy door een oude kast met bontjassen sluipt. Die bontjassen voelen steeds ruwer en veranderen langzaam in takken, onder haar voeten hoort ze steeds meer gekraak. Wanneer ze haar ogen weer opendoet, ziet Lucy dat ze in een bos staat. Ze kijkt nog even achterom en ziet daar de open deur terug naar de kamer, maar recht voor haar neus staat een lantaarnpaal. Die lantaarnpaal in het bos, dat was zó onwerkelijk. Mindblowing, vond ik het. Ik heb het boek wel dertig keer gelezen, denk ik, door alle fases heen. Als kind, tiener en ook weer als volwassene. Het boek heeft me geleerd dat alles mogelijk is. Je kan door een kast lopen en eindigen in een bos. In een boek en in je fantasie kan alles."

'Je fantasie is als een spier die sterker wordt als je 'm traint'

"Wat ik leuk vind is dat er vaak geen leeftijdsbeperking zit op de verhalen die je kinderen vertelt. Dit boek was misschien niet bedoeld voor een 5-jarige, maar mijn brein was er klaar voor en mijn klasgenoten ook. Mijn juf las het verhaal voor in perfect Engels, wat mijn ouders niet spraken. Dus als mijn vader ons ’s ochtends naar school bracht, kon ik niet wachten tot het verhaal weer verder zou gaan. Die excitement was de perfecte stimulans om zelf te leren lezen. Ik ben natuurlijk opgegroeid in een tijdperk zonder mobiele telefoons, dus als ik ’s avonds niet kon slapen, lag ik in bed nog te lezen. Mijn ouders hebben dat ook altijd gestimuleerd: als het om lezen gaat, mag je het helemaal zelf weten. Boeken zijn daarom ook zo’n heerlijke troost. Ik hoef me nooit eenzaam te voelen, zolang ik maar iets te lezen heb.

Ik kan niet wachten om The lion, the witch and the wardrobe voor te lezen aan mijn Pax. Nu lezen we vooral veel boekjes over de maan, of ‘moon’ zoals hij het noemt, dat vindt hij geweldig. Laatst had ik ook een iets ingewikkelder boekje voorgelezen over het zonnestelsel en alle planeten, de ene keer dwaalt hij af en soms merk je dat hij het al heel goed begrijpt. Dan vraagt hij ineens: ‘Mama, waar is Saturnus?’. Hoe meer je kan doen om de fantasie van kinderen te voeden, hoe beter. Het werkt als een spier die groeit en steeds sterker wordt – als je er maar genoeg aandacht aan besteedt."

Franke: Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman

"Eigenlijk kan ik hier geen enkel boek noemen, zonder het gehele oeuvre van Roald Dahl daarbij te vermelden. Spannend, vervreemdend, grappig, met zijn kenmerkende bizarre plotwendingen: alles, maar dan ook alles wat lezen leuk maakt, vind je in Dahls werk. Zijn boeken lezen als de brandweer, en zijn ook, weet ik nu ik zijn boeken regelmatig voorlees aan mijn kinderen Puk (8) en Olle (6), bijzonder smakelijk om voor te lezen. De favoriet op dit moment is Gruwelijke Rijmen, waarin de ‘ware’ versie van sprookjes wordt verteld. En die zijn niet mals. Zo blijkt Roodkapje bepaald geen slachtoffer, maar juist een genadeloze bitch die zonder pardon de dieren in het bos neerknalt: ‘Ze trok in een wipje een revolver uit haar slipje’. Want wat is mooier dan een rode mantel? Precies, een jas van wolvenbont.

Als ik dan toch één boek in het bijzonder moet noemen: Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman. Een hele zit (363 pagina’s), maar van de eerste tot de laatste pagina bloedspannend. Het verhaal gaat over de zestienjarige Dolf die door een tijdmachine wordt teruggeworpen naar 1212 en per ongeluk in een kinderkruistocht terechtkomt. Hij leert de kinderen te overleven met de moderne kennis die hij heeft (hoe je water drinkbaar maakt en wonden verschoont bijvoorbeeld), maar of het nou wel de bedoeling is dat zoveel middeleeuwse kinderen dankzij zijn moderne ingrijpen de eindstreep halen…

Door dit boek stapte ik in een totaal andere wereld, maar wel eentje die, binnen de grenzen van het boek, realistisch bleef. Het leerde me, net als de boeken van Roald Dahl, dat reizen naar bijzondere plekken en magische gebeurtenissen heel simpel kan zijn, namelijk met behulp van fantasie. Een magische les, waar ik me tot op de dag van vandaag bewust van probeer te zijn."

Peper: Het oneindige verhaal van Michael Ende

"Het was halverwege de jaren ’80 en we hadden het voorleesritueel net van de slaapkamer naar de badkamer verplaatst. Als mijn vader ons in bed voorlas, viel hij namelijk altijd zelf in slaap – hoe Het meisje met de zwavelstokjes afloopt, heb ik nooit meegekregen. En dus zat hij nu in de vensterbank naast het bad, terwijl mijn zus en ik zo lang mogelijk in het steeds kouder wordende water bleven zitten, gerimpelde vingertjes en al. Dat kwam door het boek waar we maar geen genoeg van kregen: Het oneindige verhaal van Michael Ende.

Het gaat over de 11-jarige Bastiaan Balthazar Boeckx, een ongelukkig en niet bijzonder sympathiek jongetje dat zijn moeder is verloren en ook nog eens gepest wordt. Op een dag verstopt hij zich voor zijn pestkoppen in een boekwinkel, waar hij een magisch boek jat: Het oneindige verhaal. Wat het zo bijzonder maakt is dat Bastiaan niet alleen de lezer van dat verhaal is, maar ook de held, want al lezende komt hij erachter dat het aan hem is om samen met de personages uit het boek het verdwijnende rijk Fantasië te redden van het Grote Niets.

'Toen ik me eenmaal overgaf aan de dreuzels en huiselfen, wilde ik niets anders meer'

Die gelaagdheid, de symboliek, de filosofische insteek – ik zal het als klein meisje nooit zo benoemd hebben, maar ik smulde ervan. Het boek was anders dan alle andere boeken die ik ooit las of luisterde, alleen al omdat het in twee kleuren gedrukt was: blauw voor wat zich in ‘onze wereld’ afspeelt, rood voor wat er in Fantasië gebeurt. Alles eraan was onconventioneel, leerde me tussen de regels door dat het de moeite loont om tussen de regels door te lezen en dat er buiten de gebaande paden zoveel meer mogelijk is. Een les die belangrijk is voor ieder kind: het hoeft niet zoals iedereen het doet. En is het gewoon een ontzettend spannend boek - zelfs mijn vader viel er niet bij in slaap, en dat zegt wat." 

Lizzy: De Harry Potter serie van J.K. Rowling

"Ik weet nog goed dat ik met mijn broer en zusje op de achterbank zat tijdens een familievakantie, toen mijn moeder ons voor het eerst uit Harry Potter voorlas. De Heemsteedse boekhandel had haar op het hart gedrukt dat wij dit te gek zouden vinden, want in Engeland was het al een grote hit. En toch het duurde een tijdje voordat Harry en zijn vrienden onze volle aandacht hadden.

Toen ik me eenmaal overgaf aan de wereld van tovenaars, heksen, dreuzels en huiselfen wilde ik helemaal niets anders meer lezen. Rowling is erin geslaagd om een wereld die zo ver van de onze ligt en zo onwerkelijk is, toch heel herkenbaar te maken. En omdat deze wizarding world een beroep doet op je fantasie, en je tegelijkertijd een schat aan nieuwe avonturen aanreikt, vond ik het veel leuker om zélf in een boek te verdwijnen dan dat het een typisch voorleesboek was."

Naarmate we ouder werden, groeiden mijn broer, zusje en ik mee met Harry Potter en z’n maten. Als er dan weer een nieuw boek uitkwam, betekende dat strijd in huis: wie mocht eerst? Oké, als jij de Engelse versie nu al leest, dan ben ik als eerste aan de beurt met de vertaling, en zo gold dat ook voor de luisterboeken. Als mijn vader ’s avonds een rondje langs onze kamers liep, hoorde hij bij de één iets over een vliegende auto, bij de volgende probeerde Harry een Patronus tevoorschijn te toveren en de derde was weer opnieuw begonnen bij de Duffelingen in Klein Zanikem.

Harry Potter naspelen zonder dat je zelf kan toveren is medium leuk en dus besloten we tijdens een zomervakantie om zelf een Harry Potter bordspel te maken. Wat een goed idee, dachten we: met dobbelstenen over de Wegisweg en onderweg kwamen alle magische plekken voorbij. We zijn er de hele week mee bezig geweest en dit plan móést aan Hasbro worden verkocht in ruil voor veel geld en wereldfaam. Helaas ontdekten we bij thuiskomst dat de Harry Potter-editie van Monopoly nét uit was.

Kim: De griezelbus van Paul van Loon

"Als kind kon het me niet eng genoeg zijn: ik verbouwde mijn slaapkamer regelmatig tot spookhuis, vierde mijn verjaardag in griezelthema en keek stiekem naar de film Dracula, die ik van mijn ouders pas mocht zien als ik 16 was. Ik smulde van alle boeken van Paul van Loon, maar De griezelbus was mijn favoriet. Hierin nodigt een bekende schrijver een schoolklas uit om een ritje te maken in zijn griezelbus, terwijl hij verhalen uit zijn nieuwe boek voorleest. Een crazy ride, want de verhalen zijn doodeng (althans, dat is wat ik me ervan herinner), de busrit is uiteraard ’s nachts en bij volle maan begint de schrijver ineens wel heel harig te worden. De buschauffeur blijkt ook niet helemaal te zijn wie hij leek te zijn. Toen ik dit boek had gelezen, wilde ik nog maar twee dingen: ook zo’n griezelrit maken en schrijfster worden. Het briefje dat ik eens naar Paul van Loon stuurde met de vraag of hij daar alsjeblieft zijn handtekening op wilde zetten, kreeg ik gesigneerd retour en heb ik nog steeds."

Frederique: De sprookjes van de gebroeders Grimm

"Wie denkt aan kinderboeken denkt aan sprookjes, en dan vooral aan slanke prinsessen met prachtig haar. Na wat vervelende obstakels trouwen ze met een knappe prins: eind goed, al goed. Daarom vond ik het zo fijn om de sprookjes van de gebroeders Grimm te lezen, in plaats van die mierzoete, veel te optimistische prinsessenverhalen. Dit boek was voor mij een fijne reality check.  Anders had ik nooit geweten dat de kleine zeemeermin niet voor altijd close blijft met haar vissenvrienden, maar moederziel alleen in schuim verandert. Dat het leven niet altijd eerlijk is, is ook een goede kinderles.  

Maar wat het boek echt bijzonder maakte, was dat mijn moeder het voorlas. Eigenlijk zijn alle kinderboeken die door mijn moeder werden gelezen bijzonder voor mij. Het waren boeken waar zij zelf mee opgegroeide, en die ze nog steeds erg kon waarderen. Boeken in de hoe-overleef-ik-categorie mocht ik wel zelf lezen, maar werden absoluut niet vóórgelezen. Dus als zij aan mijn bed kwam zitten, kreeg ik altijd het idee dat ik werd ingewijd in een geheim genootschap: het genootschap van de favoriete boeken van mijn moeder." 

En in de categorie last but not least, want door de meesten van ons genoemd:

Stella: De brief voor de koning van Tonke Dragt

"Als ik denk aan mijn favoriete jeugdboek, dan staat De brief voor de koning met stip op nummer één. Tonke Dragt’s levendige manier van schrijven en de voorleesstem van mijn moeder waren de perfecte combinatie om volledig op te gaan in de avonturen uit het rijk van Unauwen en Dagonaut.

Eén scène is me met name bijgebleven: de ultieme riddertest in de kapel. Tiuri en andere ridders in spe hebben de opdracht gekregen om in complete stilte in een kapel te overnachten. Plots staan ze voor een groots dilemma als een vreemdeling smeekt om binnengelaten te worden. De dappere Tiuri opent de deur en neemt daarmee onverwachts de rol van briefbezorger op zich.

Vergelijkbare dilemma’s hebben nog vaak een rol gespeeld in mijn nachtmerries. Als kind droomde ik meermaals samen met anderen in een ruimte te zitten, totdat er iemand op de deur klopte. Moest ik braaf blijven zitten of de deur openen? Een ethisch dilemma, voordat ik wist wat ethiek betekende en een van de vele vragen die Dragt met haar verhalen in kinderhoofdjes liet ronddwalen. Andere prangende kwesties zijn ‘Kan je vreemdelingen vertrouwen?’ en ‘Hoe bewijs je dat jij aan de goede kant staat?’.

Later op de Geschiedenisfaculteit hoorde ik van mannelijke medestudenten die geïnteresseerd waren in vakken over oorlog dat hun liefde daarvoor begon bij ‘spannende jongensboeken’ over listige ridders en heldendaden. Een achterhaald idee, dat spanning en heldhaftigheid geschreven wordt voor en door jongens. Want Tonke was de heldin van de spannende verhalen en daar heeft ze sinds de publicatie in 1962 ontelbaar veel kinderen, jongens én meisjes, mee geïnspireerd."