Close

Het zalig falen, met Charlotte Bouwman

13 oktober 2020 11:10 / gezondheid
Charlotte Bouwman
Charlotte Bouwman
Z Zonder wrijving geen glans. Redacteur Lizzy van Hees spreekt daarom iedere week iemand over zijn of haar royal fuck-ups en uitzinnige uitglijers, de dingen die niét goed zijn gegaan. Leveren die missers ook wat op?

Toen journalist Charlotte Bouwman in januari actievoerde voor het ministerie van Volksgezondheid, stond ze al twee jaar op een wachtlijst voor de juiste psychische hulp en had ze al 21 zelfmoordpogingen gedaan. Het systeem werkt niet, zegt ze en om daar echt aandacht voor te krijgen, heeft het probleem een gezicht nodig. Bouwman stapte naar voren met twee spandoeken: 'Ggz nodig? Er zijn nog 90.000 wachtenden voor u.' De actie werkte en er volgde een belofte van staatssecretaris Blokhuis. Maar om van succes te spreken, is te makkelijk. En toen ik de 27-jarige benaderde voor deze rubriek, luidde haar antwoord: "Ik zit er nog middenin."

Denk jij aan zelfmoord? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 113 of 0800-113 (gratis) of de chat.

Je zou denken dat in een land als Nederland genoeg passende behandelingen bestaan voor ggz-patiënten. Hoe kan het dat je zo lang hebt moeten wachten?

"Er bestaan zoveel verschillende soorten stoornissen, dat het best een complexe puzzel blijkt om de juiste diagnose te stellen. En dan is het ook nog zo dat niet alle behandelingen bij iedereen even goed werken. Ik ben erachter gekomen dat ik een dissociatieve stoornis heb in combinatie met vroegkinderlijk trauma. Mede daardoor heb ik ook best sterke mechanismes ontwikkeld, die functioneren soms bijna als een pantser, waardoor je als behandelaar niet makkelijk bij mijn trauma kan komen.

Ik heb natuurlijk wel eerder hulp gezocht, maar dan werd er al snel gezegd: 'Nee, wíj doen dit niet. Hier kan je niet terecht.'. Vorig jaar was ik begonnen met de introductie van een nieuw behandeltraject, maar ook daar werd de stekker uitgetrokken. En de keer daarvoor heb ik traumabehandeling geprobeerd, maar vervolgens ging het alleen maar slechter."

'Als dit het is, ga ik liever nu al dood'

"Stel dat ik dertig jaar eerder was geboren en dit had gehad, dan was ik überhaupt afgescheept naar een gesticht. Dus in die zin is de zorg wel degelijk erop vooruitgegaan en specialistischer geworden. Maar zelfs met alle gerichte behandelingen die bestaan, heeft het acht jaar geduurd voordat ik op de juiste plek kwam."

Weet je waar jouw stoornis vandaan komt?

"Het komt voort uit trauma's in mijn jeugd, maar er is één aanwijsbaar moment waarna alles bergafwaarts is gegaan. Toen ik 18 jaar was, ben ik verkracht. Het was aan het einde van mijn eerste studiejaar en voor die gebeurtenis was ik net als andere studenten altijd heel druk, lekker veel aan het feesten, hard aan het studeren en ik had een grote bek. Geen vuiltje aan de lucht, zo leek het. Maar na die verkrachting ben ik heel stil geworden. Ik kon bijna niet meer samen zijn met andere mensen en vroeg me af: wat is de zin van het leven? We zijn aan het studeren, dan gaan we werken en dan gaan we dood. Als dat het is, ga ik liever nu al dood – die gedachte had ik steeds vaker."

"Dat gevoel was niet helemaal nieuw voor me, maar ik dacht altijd dat het normaal was. Dus nadat ik was verkracht, ging ik naar een psycholoog om mijn trauma te verwerken. Zes sessies en dan ben ik er weer vanaf, verwachtte ik, want zo was het me verteld. Maar eenmaal bij die psycholoog werd gezegd: 'Je bent te heftig, je moet naar een instelling'. Ik kreeg steeds andere behandelaren en er was geen duidelijk plan. Ze wilden dat ik in deeltijd in die inrichting zou blijven, maar ik wilde liever studeren.

Uiteindelijk voelde ik me steeds vaker suïcidaal en probeerde ik ook steeds vaker uiting te geven aan die gevoelens, pogingen doen. En toen werd ik opgenomen, ook omdat ze dachten dat ik psychotisch was."

Hoe was het om opgenomen te zijn, kan je daar iets over vertellen?

"Eerst kreeg ik een behandeling voor borderline, maar uiteindelijk zijn ze erachter gekomen dat ik een dissociatieve stoornis heb. Gelukkig maar, want de behandeling voor borderline werkt averechts bij mijn stoornis. Het is eigenlijk alsof ik allemaal verschillende kanten heb, die soms ruzie met elkaar maken. Dat zit in mijn hoofd, waardoor het soms voelt alsof ik in een film leef. Maar het uit zich ook in de praktijk: als ik therapie had, kon ik het vaak niet meer volgen bijvoorbeeld. Dan zat ik voor me uit te staren en kon ik niet eens meer bewegen."

'Het geeft een gevoel dat je niet gewenst bent, terwijl ik mezelf ook al niet wilde'

"Juist omdat ik al zo lang suïcidaal ben, is het cruciaal geweest dat ik nu de juiste diagnose heb. Vroeger dacht ik: als ik dood wil, dan ben ík degene die niet meer wil leven. Dan moet ik daar meteen naar handelen. Nu begrijp ik dat het één kant van mij is, maar dat er ook andere kanten zijn – kanten die wel willen leven, die een leuk leven kunnen hebben. Maar om die kanten de boventoon te laten voeren, heb ik wel de juiste zorg nodig."

In het geval van een psychische stoornis of mentale problemen, lijkt me dat we het eerder over een falend systeem hebben, dan dat jij als mens hebt gefaald. Zeg ik dat goed?

"Dat vind ik moeilijk. Zelf heb ik ook dingen laten liggen of niet goed gedaan. Zeker in het begin na de verkrachting, toen wilde ik koste wat het kost niet in deeltijd worden opgenomen. Ik moest zo nodig blijven studeren, werken. Ik was ambivalent en dat neem ik mezelf soms kwalijk. Als je aan de ene kant niet meer wil leven, maar je wil ook niet de behandeling die op dat moment wordt geadviseerd, wat ben je dan aan het doen? Eigenlijk niks.

Maar het heeft soms tijd nodig om hulpverleners te vertrouwen en in te zien wat het beste voor je is. Al die wisselende behandelaren die ik in het begin heb gehad, dat is heel slecht voor mij geweest. Daardoor ontstaat een soort hechtingsstoornis, terwijl je juist moet vertrouwen op de mensen die je verzorgen. In het huidige systeem gebeurt dit steeds opnieuw, bij te veel mensen. Je wordt steeds weer afgewezen als het ware. Of er is niemand beschikbaar voor mensen met jouw stoornis. Door keer op keer te worden weggestuurd, worden bestaande stoornissen versterkt, of er ontstaan zelfs nieuwe problemen."

"Het geeft een gevoel dat je niet gewenst bent. Zij willen je niet, die andere instelling ook niet – terwijl ik mezelf ook al niet wilde. Het bizarre is dat veel instellingen of behandelaren er zelf weinig aan kunnen doen. De systemen zijn te groot geworden, terwijl de mensen die er werken vaak heel betrokken zijn. Een behandelaar die mij niet kon of mocht helpen, zei zelfs: 'Moet ik dan een tentje voor jou opzetten in mijn achtertuin?'. Je kan het van die mensen toch ook niet verwachten dat ze een client wegsturen die suïcidaal is, en ondertussen zelf met een gerust hart naar huis gaan om 18.00 uur. Ik zou kappen met dat werk, dus het is niet vreemd dat er veel mensen weggaan uit de ggz. In het huidige zorgsysteem liggen de beslissingen niet meer bij mensen, maar bij bureaus en grote instanties."

Is dat waarom je vorig jaar besloot voor het ministerie van Volksgezondheid te gaan zitten?

"Ik ben er niet alleen voor mezelf gaan zitten, maar om een groter probleem aan te kaarten. Dat was een bewuste keuze. Samen met een aantal anderen heb ik Lijm de Zorg opgezet en een manifest opgesteld met concrete verbeterpunten. Ik besloot om in mijn eentje voor het ministerie te gaan zitten, omdat dit meer effect zou hebben. Bij een groep wordt al gauw gedacht: oh, daar heb je weer van die demonstranten. Heel fucked up, maar zo werkt het wel vaak. Op mijn bord stond dat ik al acht jaar suïcidaal was en al dik 800 dagen op een wachtlijst stond. Soms heeft een maatschappelijk probleem een individueel gezicht nodig, om te begrijpen dat mensen er echt onder lijden. Die lange wachttijden maken mij zieker – en een heleboel mensen met mij. En hoewel de regering niet verantwoordelijk is voor mijn stoornis, mogen ze wel worden aangesproken op de problemen in het systeem."

'Nog een jaar wachten, dat zou ik ook niet trekken'

"Het heeft wel extra druk op mijn schouders gelegd, omdat je ineens een boegbeeld wordt voor andere mensen soortgelijke problemen. Als ik het niet meer trek, heeft dat zeer waarschijnlijk impact op anderen die een sprankje hoop uit mij kunnen putten. Maar zelf had ik niets meer te verliezen, dus die verantwoordelijkheid was het waard. Als er ook maar één kans was dat het iets zou veranderen, wilde ik het proberen. Het gaf mezelf ook iets om mee bezig te zijn, aan vast te houden. Nog een jaar wachten, dat zou ik ook niet trekken."

Kreeg je al snel het gevoel dat de actie effect had?

"Het feit dat het door de media werd opgepakt, was natuurlijk al een effect. En toen ik eindelijk een gesprek had met staatssecretaris Blokhuis, gaf hij me gelijk en zei dat hij er verantwoordelijk voor was, dus dat we hem er ook op mochten aanspreken. Ik was blij met zijn belofte om een bodem te creëren in het zorgaanbod."

"Achteraf heeft hij een belofte gedaan, die ook hij niet kon waarmaken. En mede door de coronacrisis, is er weinig terechtgekomen van onze afspraken. Zo wilden wij bijvoorbeeld een wachttijd van maximaal drie maanden en het versterken van crisisdiensten. Als corona er niet was geweest en we hadden ervoor gestaan zoals nu het geval is, was ik echt ontevreden geweest. Maar mijn laatste gesprek met Blokhuis viel ongeveer samen met het moment dat we in lockdown gingen.

Het is balen dat er nog niet zoveel is verbeterd, maar aan de andere kant zijn we met Lijm de Zorg wel actief gebleven de afgelopen maanden. Deze tijd is voor iedereen zwaar, maar voor mensen met een psychische ziekte is het heel zwaar. Vooral toen er geen behandelingen waren, was dat heftig."

Heb je zelf iets van de actie geleerd? Of van je gesprekken met de politiek?

"Mijn oorspronkelijke vermoeden dat dit probleem een gezicht nodig had, is bevestigd. En de pandemie heeft me geleerd dat er in tijden van crisis ineens heel veel mogelijk blijkt. Kijk naar de acute zorg en het gebrek aan ic-bedden bijvoorbeeld: corona heeft precies blootgelegd waar het systeem faalt. De betrokken politici hebben constant verantwoording af moeten leggen, werden steeds getoetst op hun beloften."

'Mensen mogen het niet weten, want zelfmoord is eng'

"Voor de geestelijke gezondheidszorg is dat wel anders. Waarom wordt er niet precies in kaart gebracht hoeveel capaciteit er is? Waarom wordt die capaciteit niet uitgebreid als er een tekort is? Er zou een waakhond moeten zijn, maar in plaats daarvan wijst iedereen naar elkaar. Volgens mij moet je dan toch weer concluderen dat mentale gezondheid minder tastbaar is voor mensen. Als iemand met kanker of corona niet naar buiten kan door deze pandemie, voelen meer mensen zich betrokken. Maar als iemand die suïcidaal is, een zelfmoordpoging toch overleeft, dan halen we onze schouders eerder op, zo van: je bent er toch nog? Ik heb een aantal serieuze pogingen gedaan, maar ik heb geluk gehad met de mensen om me heen en hulpverleners die me in de gaten hebben gehouden. Eén keer was het echt kantje boord. Dat besef ik zelf bijna niet eens."

Inmiddels ben je begonnen met een behandeling toch? Voelt dat als vooruitgang?

"Aan de ene kant wel, maar ook bij de huidige instelling is het nog niet 100 procent zeker dat ze me echt kunnen helpen. Dat hoor ik over een paar weken pas. En om een beeld te schetsen: ik ga nu twee keer per week naar Zwolle voor mijn behandeling. Dat is anderhalf uur heen en anderhalf uur terug. Het traject specialistisch en daarmee ook zwaarder. Mijn behandelaren zeggen steeds: 'Het is zo knap dat je dit aangaat'. Dat is natuurlijk heel lief bedoeld, maar ik heb ook weinig keuze. Anders zou ik op een gegeven moment weer een zelfmoordpoging doen. Maar het wordt je als patiënt niet makkelijk gemaakt, ik kan me voorstellen dat mensen op een gegeven moment zoiets hebben van: laat maar.

Op dit moment kan ik nog steeds niet werken door mijn stoornis. En door de schijnwerpers op te zoeken, roep je ook veel reacties over jezelf af. Alles wat ik doe, wordt vervolgens van iedereen. Psychiaters voelen zich kritisch aangesproken, terwijl ze wel hun best doen. Mensen vinden me een aansteller en roepen dat ik lieg, want als ik echt dood had gewild, was het me wel gelukt. Maar ook mensen die zelf in nood zitten en iets te veel persoonlijk leed delen. Al die dingen hebben voor de nodige tranen gezorgd. Waarom doe ik dit eigenlijk?"

"Toen ik een verpleegkundige vertelde dat ik heel open was over zelfmoord, en je op het internet kan lezen hoeveel pogingen ik heb gedaan, waarschuwde zij me dat ik die informatie echt niet online moest zetten. Want dat tekent je voor je leven. Die reactie bevestigt voor mij dat er nog te veel stigma zit op dit onderwerp. Mensen mogen het niet weten, want zelfmoord is eng. Terwijl volgens mij bijna iedereen weleens op een balkon heeft gestaan met een vluchtige gedachte richting de reling. Of misschien een lichte vorm van waan heeft gehad. We zitten allemaal op die schaal en daarom is het makkelijker en veiliger om te doen alsof het alleen een bepaalde groep raakt. Een groep die jij niet kent en waar je zelf al helemaal nooit onderdeel van wordt."

Dat stigma doorbreken, is dat misschien de silver lining?

"Ik heb het gevoel dat ik nu deels symbool sta voor waar het tekortschiet in ons huidige zorgstelsel, maar samen staan we ook weer symbool voor een groter maatschappelijk probleem. Hoe willen we als maatschappij omgaan met mensen die een psychische stoornis hebben? Wat vinden we ervan dat steeds meer mensen naar een psycholoog gaan. Is het goed? Is het nodig? Over die vragen moeten we ook eens gaan nadenken.

Nu we het over falen hebben, hoop ik dat we het over dit soort taboes kunnen hebben. Ook over zelfmoord, want als ik ergens echt in heb gefaald dan is het in mijn geval een geslaagde zelfmoordpoging. Dat klinkt misschien wereldvreemd voor anderen, maar ik heb daar écht mijn best op gedaan. En toch is het me niet gelukt. Daar heb ik lang mee gezeten, maar nu ben ik er blij om. Echt zalig falen dus."

Denk jij aan zelfmoord? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 113 of 0800-113 (gratis) of de chat.

Lizzy van Hees