Close

Het zalig falen, met Claire Martens

01 december 2020 02:12 / Persoonlijke groei
Z Zonder wrijving geen glans. Redacteur Lizzy van Hees spreekt daarom iedere week iemand over zijn of haar royal fuck-ups en uitzinnige uitglijers, de dingen die niét goed zijn gegaan. Leveren die missers ook wat op?

Vijftig uur per week klokken voor je ‘gewone baan’ en daarnaast nog eens twintig á dertig uur buffelen als VVD-raadslid voor de gemeente Amsterdam: ga daar maar aan staan. Er zijn genoeg mensen die een rondje zouden overslaan, maar Claire Martens (33) draait haar hand er niet voor om. Ze moest even nadenken toen mijn verzoek voor dit faalinterview haar mailbox bereikte, want ‘als politicus praat je liever niet over falen’. Maar gelukkig stemde ze toch in. Wat volgde was een eerlijke reis door haar loopbaan, met een vrij onsuccesvol uitstapje naar het luchtruim, maar nu houdt ze alle ballen redelijk in de lucht. Al is het leven van een jong politicus ook best een leerschool. 

Ik ben geen rekenwonder, maar als ik 50 en 30 bij elkaar optel, kom ik uit op 80. Dat is het dubbele van een ‘normale’ werkweek. How? 

"Ha, dat wordt inderdaad altijd gevraagd: hoe doe je dat?! Maar ik doe dit nu bijna drie jaar zo en tot nu toe gaat het redelijk. Als je energie krijgt van dingen, kan je over het algemeen best lange dagen maken, zonder dat je daar helemaal van leegloopt. Maar ik heb wel met mezelf afgesproken dat ik de balans in de gaten moet houden, want met een achtergrond in HR weet ik ook dat het snel gevaarlijk wordt als je de balans kwijtraakt."

'Ik weet ook dat werken niet altijd leuk hoeft te zijn'

"En wat mijn leven ook houdbaar maakt, is het feit dat ik hele lieve vrienden en familie heb, die zich altijd voegen naar mijn agenda. Ik zeg ook weleens dat als ik niet had samengewoond met m’n vriend, dat ik niet zou weten hoe het met m’n gezondheid zou aflopen. We hebben het heel goed verdeeld samen: ik doe de was en hij kookt. Maar als hij er niet was geweest, zou ik iedere dag naar de snackbar gaan. Omdat ik snacken heel lekker vind, maar ook uit gemak en tijdgebrek." 

Wat voor werk doe je? 

"Op dit moment werk ik als global head of HR bij Felyx, het bedrijf van de elektrische deelscooters, en daarnaast ben ik sinds 2018 raadslid in Amsterdam en dat slokt ook best wat tijd op. Niet zo gek, denk ik, aangezien we in de grootste stad van Nederland wonen, dan draag je als gemeente veel verantwoordelijkheid. Lange dagen? Ja. Maar ik vind hard werken niet erg, en ik weet ook dat werken niet altijd leuk hoeft te zijn. Zolang het in balans is en ik van toegevoegde waarde ben bij alle partijen, zit ik op m’n plek." 

Je klinkt een beetje als een alleskunner, heb je ooit gefaald? 

"Zeker wel. Als je je het over failure hebt, begint mijn verhaal eigenlijk bij m’n ouders. Niet dat zij hebben gefaald door eigen toedoen, maar in 2008 heeft hun bedrijf de crisis niet overleefd. Ze hadden een groothandel in hout en toen dat kopje onderging, had het heel veel impact op ons gezin. Ik was een jonge vrouw die op het punt stond met haar studie te beginnen. En hoewel ik daarmee toch op eigen benen zou gaan staan, viel alle financiële zekerheid thuis weg. Mijn ouders zijn rasechte ondernemers, schouders eronder en werken voor je geld. Dat geeft veel vrijheid als de zaken goed gaan, maar wanneer het tij keert, ben je kwetsbaar en onzeker."

"Ik dacht echt: wat gebeurt mij nu? Als politicus weet ik inmiddels dat het bij veel meer mensen gebeurt, het is heel verdrietig en leerzaam tegelijk. Het maakt wie je bent in het leven, mij heeft het in ieder geval echt gevormd. Het gaf me de drive om de politiek in te gaan." 

Wat betekende het in de praktijk voor jou? 

"Ik ging politicologie studeren in Amsterdam en kwam er financieel zelfstandig voor te staan, studie, kamer, levensonderhoud. Dat zou me lukken, dus ik had een plan van aanpak nodig en besloot naast m’n studie fulltime te gaan werken in de horeca. Maar in de praktijk lukte het niet, het was te veel. Studeren ging niet, dus ik ben ermee gestopt. Dat voelde als falen, extreem falen. 

Het kwam door een opeenstapeling van een instabiele thuissituatie, waar weliswaar veel liefde en support was, maar ook veel zorgen waren bijgekomen door de crisis. Maar misschien was ik er ook nog niet aan toe om hard te studeren, mijn gedachten waren het merendeel van de dag ergens anders." 

Waarom voelde het als falen? Wat maakte het zo erg? 

"Ik heb altijd geleerd dat als je ergens aan begint, dat je dat ook af moet maken. En ik heb ook altijd geleerd dat je financieel zelfredzaam moet zijn als volwassene, daar moet je hard voor werken, maar in mijn hoofd hoorde een diploma hier ook absoluut bij. Je moet een papiertje op zak hebben. Dat zou ik niet bereiken, dacht ik na een jaar studeren, en daar baalde ik heel erg van. Ik schaamde me er ook voor." 

Ben je toen doorgegaan in de horeca? 

"Ik heb toen gesolliciteerd naar een baan als stewardess en werd zowaar aangenomen. Een wonder achteraf, want ik was de slechtste stewardess die Nederland ooit heeft gekend. Ik heb echt heel veel respect voor mensen die dit werk doen, want daar doen we als maatschappij vaak te laconiek over. Maar voor mij was het in de praktijk geen match, als ik eraan terugdenk, zie ik een groot gevecht voor me met die panty’s en make-up." 

'De rest van de vlucht heb ik grappen en opmerkingen gekregen'

"Ik heb het uiteindelijk één zomer volgehouden bij Transavia en kan me nog een moment herinneren dat echt tekenend was: ik had toen een vlucht naar Kreta, met heel veel Chersonissos-gangers aan boord. Aan het begin van een vlucht doe je dan een demo met alle veiligheidsrichtlijnen en voorschriften – en ik bleef met mijn rok achter een stoel hangen. 187 vakantiegangers zagen in één klap hoe ik eruitzag onder mijn rok, dwars door m’n panty heen. De rest van de vlucht heb ik daar grappen en opmerkingen over gekregen." 

Was dat ook het moment dat je wist: hier moet ik mee kappen? 

"Een van de momenten, denk ik. Maar ik kan me ook een andere keer herinneren, toen was ik voor de zoveelste dag op rij om 2.00 uur ’s nachts opgestaan om richting Schiphol te gaan. Mijn lichaam had het zo zwaar op dat moment en ik voelde: hier haal ik mijn energie niet uit. Het was meer dan de onregelmatige tijden of korte nachtjes, die heb je in de horeca ook. Maar ik zag mezelf gewoon zo struggelen met die panty iedere ochtend, of ik kreeg te horen dat ik niet genoeg oogschaduw ophad. Het was gewoon niets voor mij. 

Achteraf gezien was het misschien ook een vlucht, vrij letterlijk. Zo’n baan leeft je, je kan je over vrij weinig andere dingen zorgen maken met zo’n schema. 

Toen ik voelde dat het vliegen ook niets voor mij was, ben ik naar mijn ouders gegaan en heb ik een paar goede gesprekken gehad met mijn vader. ‘Je moet er zelf wat van maken’, zei hij tegen me. En ik kwam toch steeds terug bij dat papiertje wat ik wilde halen. Dus toen ik 23 was, heb ik me ingeschreven voor de studie Bestuurskunde." 

Ging dat beter dan de eerste keer studeren? 

"Een verschil van dag en nacht. Ik denk dat de dingen die niet lukten, me sterker hebben gemaakt. Tijdens mijn studie bestuurskunde heb ik extreem veel plezier gehad, náást het feit dat het heel zwaar was. Die dingen kunnen samengaan, zolang de balans goed is, hoeft het resultaat er niet onder te lijden. 

Overdag liep ik stage of was ik aan het studeren, ’s avonds laat was ik aan het werk in de horeca – vaak genoeg tot midden in de nacht. Het ging me goed af, want ik vond de studie interessant. Omdat het nu wel lukte, waren deze jaren heel goed voor mijn zelfvertrouwen. Eindelijk keerde het gevoel terug van: als je ervoor werkt, kan het wel." 

Bleef de interesse voor politiek de hele tijd op de voorgrond? 

"Niet constant, maar toen ik in het vierde jaar een scriptie ging schrijven, ben ik me weer in de politiek gaan verdiepen. Ook via social media en zo ben ik Dilan Yeşilgöz gaan volgen. Ze sprak mij niet alleen aan omdat we lid zijn van dezelfde politieke partij, ik vond het fijn dat er een volksvertegenwoordiger was met wie ik me kon identificeren.  

Ik heb Dilan een privéberichtje gestuurd via Twitter en schreef dat ik stage wilde lopen bij haar. ‘Dat lijkt me uitstekend, wat gezellig’, stuurde ze terug. Dus niet lang daarna liep ik rond op het gemeentehuis van Amsterdam. We zijn bevriend gebleven en ik ben ook bij de Amsterdamse fractie blijven plakken achter de schermen." 

Zag je ook meteen een politieke carrière voor je? 

"Nee, het grappige is dat het er bij ons thuis ook nooit over ging. Ik zou bijvoorbeeld niet eens weten waar mijn moeder op stemt. Al denk ik wel dat ze op mij zou stemmen, als het kon. Maar door met de Amsterdamse fractie mee te lopen, kreeg ik wel een idee van wat je als lokale volksvertegenwoordiger kan betekenen voor mensen en je stad. Uiteindelijk kreeg ik de kans om trainingen te volgen en leerde ik steeds meer mensen kennen binnen de partij. Daarna ging het opeens heel snel en vroegen steeds meer mensen of ik geen raadslid wilde worden. 

Ik was ook net begonnen met werken, dus een duale baan was niet direct waar ik naar op zoek was. Maar ik merkte ook dat ik steeds enthousiaster werd door alle gesprekken. En voor ik het wist stond ik op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 – en had ik een verkiesbare plek te pakken." 

En in 2018 ben je officieel geïnstalleerd als raadslid, gaat er nog weleens wat fout? 

"Laat ik vooropstellen dat ik kritisch ben op mezelf, dus ik vind het heel vervelend om mezelf terug te zien. Ik doe het wel omdat ik moet zien waar het beter kan, en ik maak ook zeker weleens blunders. Laatst was er een heel verhit debat, waarvoor ik een hele mooie bijdrage had voorbereid. Een waar je echt alle tijd en aandacht instopt van tevoren, maar op moment suprême zei ik de verkeerde naam. Dan ben je helemaal uit je debat en zelf ook wel van slag, want je weet: het staat op camera én dat debat kan ik verder nu wel vergeten. Het is alsof je het tapijt onder jezelf vandaan trekt met zo’n misser, ook omdat iedereen het hoort en begint te gniffelen." 

'Wat ik doe is een baan, maar voor Amsterdammers gaat het vaak over hun leven'

"Ik heb ook weleens gehad dat ik een wethouder bevroeg naar zaken, terwijl ik een onderzoek van vier jaar geleden voor m’n neus had liggen. Soms zijn het zenuwen, soms is het gewoon een domme fout. Gelukkig is de sfeer er wel naar dat je fouten mag maken, omdat je ervan moet leren. Maar in de politiek weet je ook: als ik een te grote fout maak, is het afgelopen. Dus ik ben wel op m’n hoede in dat opzicht, maar doordat je steeds meer ervaring opdoet, gaat er steeds minder fout. Dat zorgt voor zelfvertrouwen." 

Wat heeft je het meest verrast aan het vak? 

"Dat je echt impact kan maken op de stad waarin je zelf woont. Je hoort dingen, leest de krant en probeert mensen buiten je eigen bubbel te spreken. Zo blijf je pragmatisch naar een stad kijken; je ziet een probleem en gaat vervolgens keihard aan de slag. Die betrokkenheid is goed in je werk, maar maakt het moeilijk om je niet te laten raken door persoonlijke verhalen. Voor veel Amsterdammers ben je als raadslid een laatste hoop of allerlaatste poging. Vergunningen worden ingetrokken of door de verhoging van gemeentelijke belastingen, kunnen sommige mensen niet op hun woonboot blijven wonen. Dat leed zit in brieven, e-mails, persoonlijke berichten en dat raakt me. Wat ik doe is een baan, maar voor Amsterdammers gaat het vaak over hun leven. Het is volgens mij heel gezond om af en toe met je neus op de feiten te worden gedrukt; het zijn geen cijfertjes maar mensen. 

Tijdens het campagnevoeren hoorde ik weleens: ‘Oh, jij bent van de VVD, nou dan begrijp je niets van de zorgen die ik heb’. Maar dat is niet waar, want een heleboel thema’s of problemen in ons leven gaan verder dan links of rechts. Ik heb ook twee jaar naar een huis moeten zoeken in de stad. En door de ervaring met mijn ouders kan ik me juist inleven in ondernemers die nu alweer twee maanden de deur dicht hebben, mensen die de rekeningen alleen maar zien opstapelen. Die ervaring neem ik mee en daarom wil ik me hard maken voor deze Amsterdammers." 

Lizzy van Hees