Close

Dry January? Je kunt ook vóór Kerst al stoppen

19 december 2020 10:12 / Gezondheid
D Dat alcohol schadelijk is, dat weten we inmiddels wel. Schadelijker zelfs dan we lange tijd dachten (of wilden denken). Waarom geldt echt stoppen met alcohol dan nog steeds als een vrij radicaal besluit?

Hallo, ik ben Floor en ik ben geen alcoholist.  Ik ben een 'gewone' drinker, zoals zovelen. Wat dat ook moge betekenen. Ik vind het lekker. Ik vind veel dingen er leuker door (kringverjaardagen, anyone?). Maar verslaafd zou ik mezelf nooit noemen. Welnee. Door de week drink ik zelden. Ik drink ook gemakkelijk weken niet. Maar ik geef toe: als ik drink, wil ik het liefst dóór. Nu ik thuis twee kleine kinderen heb, doen de echt liederlijke drankgelagen zich nauwelijks nog voor. En als ze zich voordoen, dan heb ik de volgende ochtend spijt.

Maar de spijt dient zich tegenwoordig steeds vaker ook na 'normale' avonden aan. In het weekend.  Op de bank. Twee speciaalbiertjes na het eten. Of een paar glazen wijn. Moet kunnen toch? Ik denk niet dat ik de enige ben als ik zeg: sinds de coronacrisis geldt het glas wijn of bier na een lange dag als een welkom verzetje en de ultieme troost. Maar ‘s ochtends na zo’n avond, als om zes uur een peuter en een kleuter aan mijn bed staan, ben ik vermoeider dan ik me kan permitteren en vraag ik me steeds vaker af waarom ik die glazen eigenlijk dronk.

Dat alcohol schadelijk is, dat weten we inmiddels wel. Schadelijker zelfs dan we lange tijd dachten (of wilden denken). Artsen en wetenschappers waarschuwen in de media steeds vaker met klem voor de gevaren van alcohol, ja óók als je slechts met mate drinkt. Het officiële gezondheidsadvies rondom alcohol werd in 2015 aangepast van 'max één glas voor vrouwen en twee voor mannen' naar 'drink niet, en zeker niet meer dan één glas per dag'.  Alcohol verhoogt het risico op kanker, op hart en vaatziekten, op dementie. Alcohol verstoort de ontwikkeling van de hersenen, tast het geheugen aan, verstoort de slaap. De lijst met schadelijke effecten is lang en de meesten wel bekend.

Een 'droge' januari benadrukt vooral hoe 'nat' de rest van het jaar is

Met al die informatie (en mijn eigen vermoeidheid) in mijn achterhoofd, vraag ik me steeds vaker af: waarom stop ik er dan niet gewoon mee? Gewoon nu. Nog voor de kerst? En als we weten hoeveel kwaad het kan, waarom wordt het afzweren van alcohol dan nog steeds als een bijzondere, ja zelfs radicale stap beschouwd?

Natuurlijk, er is de laatste jaren al veel veranderd. 0,0 bier is aan een opmars bezig. Het vaste frisaanbod in de horeca (cola/sinas/appelsap) is uitgebreid met allerhande kruidige gemberbiertjes en biologische vlierbessenlimonade, met of zonder prik. De nationale stopmaand IkPas, de Nederlandse variant van Dry January, beleefde vorig jaar met een 41.466 geregistreerde deelnemers de populairste editie ooit, nog buiten alle mensen gerekend die gewoon op eigen houtje een stopmaand inlassen. En dat is een mooie ontwikkeling. Maar al die alcoholvervangers en afgebakende periodes van tijdelijke onthouding benadrukken ondertussen ook hoezeer alcohol drinken daarbuiten nog steeds de absolute norm is. Want natuurlijk kan een 0,0-biertje best lekker zijn, maar het is toch vooral uitgevonden om zonder alcohol toch het gevoel te kunnen hebben dat je 'meedoet'. En, laten we eerlijk zijn: zo benadrukt een droge januari ook vooral hoe ‘nat’ de rest van het jaar is.

Een soort biecht

Dat is voor Jacqueline van Lieshout, schrijver en oprichter van Ontwijnen, precies de reden dat ze zo’n stopmaand na de feestdagen met gemengde gevoelens bekijkt. "Natuurlijk is het fantastisch dat steeds meer mensen enthousiast worden gemaakt om een paar weken de alcohol te laten staan. Al is het alleen maar omdat veel mensen gedurende die tijd vaak al voelen wat stoppen met alcohol hen doet: ze slapen beter, raken wat kilo’s kwijt, voelen zich fitter, zien er beter uit. Dat kan een eye-opener zijn." Wat dat betreft wil ze acties als Dry January of IkPas dan ook vooral toejuichen. Maar er is volgens haar ook een risico dat het werkt als een soort biecht; een goedmakertje: "Eén maand waarin je jezelf van je ‘zonden’ reinigt, zodat je er de rest van het jaar weer zonder schuldgevoel tegenaan kan gaan. Er hangt toch een beetje een sfeer omheen van: wow, wat dapper, je hebt het doorstaan, nu kun je weer gewoon normaal gaan doen. En normaal is natuurlijk: weer beginnen met drink

Van Lieshout stopte zelf ruim vier jaar helemaal met drinken en merkte sindsdien hoe dominant de norm van alcohol drinken in onze samenleving eigenlijk is. In haar boek De geest uit de fles: alcoholvrij in een benevelde wereld legt ze onverbiddelijk verheerlijkingscultuur rondom alcohol bloot. "Er is geen enkele drugs die we zo op een voetstuk zetten als alcohol," zegt ze. "Als je kijkt naar de gezondheidseffecten en de impact op de samenleving is het de schadelijkste drugs die er is. Het is zo schadelijk voor de hersenen dat we inmiddels - terecht - besloten hebben dat we onze kinderen er in elk geval tot hun achttiende tegen willen beschermen.

Maar ondertussen geven we diezelfde kinderen van jongs af aan mee dat drinken verbonden is aan gezelligheid, aan samen zijn, aan genieten en goed leven. Niet alleen in films, tv-programma’s en reclames, maar vooral ook in ons eigen gedrag. Als dat het beeld is dat ze overal meekrijgen, hoe moeten zij daar dan ooit weerstand aan bieden?"

Dat is een vraag waar ik zelf ook steeds vaker mee worstel. Mijn kinderen zijn 1 en 4, maar mijn oudste weet nu al dat het woord 'borrelen' staat voor gezelligheid. Natuurlijk, want dan komen de hapjes op tafel. Dan mag hij chips. Dan worden de grote mensen vrolijk. Als wij een biertje nemen, wil hij ook een 'biertje': limonade in een bierglas. Mijn vriend en ik lachen erom: kinderen doen nu eenmaal alles na.

Je hoeft alleen maar te vermoeden dat alcohol meer kwaad doet dan goed

Maar het was laatst ook aanleiding voor een serieus gesprek: als we overtuigd zijn van de schadelijke gevolgen van alcohol - en dat zijn we - en we willen onze kinderen daarvoor behoeden, hoe rijmen we dat dan met het voorbeeld dat we zelf geven? Natuurlijk, er is het argument dat kinderen verantwoord met alcohol moeten leren omgaan. Maar geldt dat dan ook voor andere drugs? En is dat echt wat we hen leren? Of vertellen we onszelf dat vooral graag? Toen ik opgroeide was het motto: als je jong bent en een keer te veel drinkt, leer je het vanzelf wel af. Maar als dat waar is, dan zijn de meeste mensen die ik ken - mezelf incluis - door de jaren heen bijzonder hardleers gebleken.

Echt heel normaal

Nogmaals: ik zie mezelf niet per se als een problematische drinker.  Biertje in het weekend, flesje wijn bij het eten. Gewoon normaal (had ik al normaal gezegd?). Maar de vraag is: hoe normaal is dat dan? Laura McKowen, een Amerikaanse sobriety influencer en auteur van het boek We are the luckiest: the surprising magic of a sober life zet vraagtekens bij de suggestie dat er een harde scheidslijn zou bestaan tussen 'alcoholisten' aan de ene kant en 'gewone drinkers' aan de andere.

Als één van haar lezers haar vraagt om op basis van een mail te beoordelen of de betreffende lezer een alcoholist is of niet, antwoordt ze met: 'Honestly, who cares?' Want, zo gaat ze verder: ‘wat voor verschil zou het maken als ik zou zeggen van wel? Of als ik zou zeggen van niet?’ Haar punt: je hoeft geen vinkje te krijgen na een vragenlijst op internet, of black-outs gehad te hebben of je auto in de prak te hebben gereden of te brak zijn geweest om ontbijt voor je kinderen te maken of van een ander de bevestiging te krijgen dat je inderdaad 'een probleem' hebt. Je hoeft alleen maar een vermoeden te hebben dat alcohol je uiteindelijk meer kwaad dan goed doet. En dat je misschien beter af zou zijn zonder.

Jacqueline van Lieshout is het daar roerend mee eens. "Met het label alcoholist wordt een kunstmatig onderscheid gemaakt tussen de 'losers die verslaafd zijn' en 'alle anderen'. En zo lang je niet in die eerste categorie valt: chapeau, dan is je drinkgedrag normaal en is er niets aan de hand. Zelfs al word je regelmatig wakker met spijt en heb je last van tal van lichamelijke klachten." Maar, benadrukt Van Lieshout, alcohol is de enige drugs waarbij we dat onderscheid op die manier maken. "We maken ook geen onderscheid tussen iemand die gewoon af en toe een lijntje coke neemt na het eten en een 'cocaïnist'. Eén keer per jaar een pilletje op een festival, dat vinden veel mensen onverantwoord. Als mensen zeggen dat ze hun leven niet kunnen voorstellen zonder alcohol, omdat ze het bestaan dan maar saai en suf zouden vinden, dan vinden we dat heel normaal." 

Rouwproces

Zelf kon ze zich lange tijd ook geen leven zonder alcohol voorstellen. "Ik was verliefd op wijn", schrijft ze in de opening van haar boek. "Het gevoel, de warmte, het geluid van de glazen, de kurk uit de fles, alles eraan vond ik geweldig. (…) Ik kon er geen weerstand aan bieden. Alleen begon dat plezier steeds minder op te wegen tegen al het 'gedoe' dat bij drinken kwam kijken. De katers, het brak zijn, het te veel drinken met alle gevolgen van dien."

Toen ze besloot te stoppen moest ze naar eigen zeggen een soort rouwproces door. "Ja, ik voelde me fitter, helderder, viel kilo’s af. Maar het was ook een afscheid. Van het gevoel van samen aangeschoten raken. Mijn identiteit als de bourgondiër, de gezellige borrelaar. Wijn op terrasjes. Pilsen in de kroeg. Maar ook: van veiligheid, ontspanning, verdoving. Pas als je stopt, realiseer je je dat eigenlijk al die positieve associaties voortkomen uit de verslavende werking van alcohol. Nu ik er helemaal van los ben, zie ik hoe sterk de greep van dat stofje eigenlijk was."

'Ik bleek niet meer welkom bij een weekendje weg met vriendinnen'

In haar boek vergelijkt ze alcohol met een teddybeer voor volwassenen. "Met die teddybeer op schoot, voel je prettig, gekoesterd en veilig. Je bent eraan gehecht. Hij brengt je veiligheid en troost. Het idee dat je die teddybeer zou moeten inleveren, voelt ongemakkelijk en eng." En als je die teddybeer weglegt en besluit voortaan zonder door het leven te gaan, voelt dat even naakt en ongemakkelijk, weet Van Lieshout uit ervaring. "Maar gaandeweg voel je je steeds vrijer en begin te denken: best gek eigenlijk, al die mensen overal, met die teddybeer op schoot." 

Dat is volgens haar dan ook de reden dat mensen die voorgoed stoppen vaak op weinig enthousiaste reacties kunnen rekenen. "Je houdt mensen een spiegel voor, doorbreekt de illusie. Daar zitten veel mensen niet op te wachten. Toen ik net gestopt was, kreeg ik zonder pardon te horen dat ik niet welkom was bij een weekendje weg met vriendinnen. Want dat alcoholvrije gedoe van mij, dat was niet bevorderlijk voor de sfeer."

Zie het als slagroomtaart

Al met vond ze stoppen met alcohol vooral op sociaal gebied bij vlagen eenzaam en lastig, maar inmiddels heeft ze haar alcoholvrije leven helemaal omarmd. Toch is het niet haar missie om iedereen in Nederland dan ook maar van de alcohol af te helpen. "Ik vind het leven zonder alcohol zelf een openbaring en zou nooit meer anders willen. Maar van mij hoeft alcohol niet verboden te worden. En als je ervan geniet om af en toe een glas wijn of een biertje te drinken: lekker doen. Wat ik wél vind is dat we alcohol in onze samenleving veel meer moeten gaan zien voor wat het is: een verslavend en schadelijk middel, waar je met bewustzijn en voorzichtigheid mee moet omspringen. Zie het als een slagroomtaart", zegt ze. "Dat is ook iets waar je bij speciale gelegenheden misschien erg van kan genieten. Maar niet te vaak. En zeker niet iedere dag." 

In het boek This naked mind maakt de Amerikaanse auteur Annie Grace een vergelijkbaar punt: pas als je alcohol ziet voor wat het is en begrijpt wat het in de hersenen doet, kun je een bewuste beslissing nemen om een glaasje te drinken of juist te laten staan. De volgende keer dat mijn vriend en ik het erover hebben, besluiten we nog voor de kerst met de 'slagroomtaart-methode' te beginnen. Het biertje bij het eten slaan we vanaf nu over. Ook de avonden op de bank waarbij het eigenlijk weinig toevoegt, vallen af. De eerste vrijdagavond na een lange werkweek lonkt de wijn, maar we doen het niet. Zullen we met Kerst een wijn bij het eten drinken? Zou heel goed kunnen. Champagne met oud & nieuw? Waarschijnlijk wel. Maar als we het drinken van alcohol vanaf nu bewaren voor momenten dat we er heel bewust voor kiezen, hebben we daarmee al veel gewonnen. Eén ding hebben we in elk geval afgesproken: het grapje van limonade in een bierglas is vanaf nu verleden tijd.

Floor Bakhuys Roozeboom

LEES MEER OVER