Close

De jacht op sneaky woorden: 'We moeten zeer secuur lezen en keihard onderhandelen'

10 februari 2021 12:02 / Voorvechters voor vrouwenrechten
H Het is niet in een boksring of op een slagveld, maar waar wordt de strijd voor vrouwenrechten en gendergelijkheid dan wel uitgevochten? En door wie? Redacteur Peper Hofstede gaat op bezoek bij vijf mensen die iedere dag weer voor ons op de barricaden staan. Met deze keer: Kate van de Krol, die zich bij Rutgers onder meer hard maakt voor meer betrokkenheid van mannen.

Vroeger, je weet wel: voordát, vloog ze regelmatig naar New York of Genève om te vergaderen met afvaardigingen van landen, NGO’s en belangenclubs. Tegenwoordig speelt haar werk zich toch vooral af achter haar bureau in haar appartement in Amsterdam. Not too shabby: vanaf de derde verdieping heeft ze een prachtig uitzicht over het groen van de stad, een uitzicht dat nooit verveelt. Net als haar baan.

Ik spreek Kate van de Krol (26) bij haar thuis, tussen de Zoommeetings door. Het zijn de laatste weken van haar werk bij Rutgers, een mooi moment om terug te blikken. Ze kwam er in 2016 terecht via voor een stage, die zo goed beviel dat ze twee jaar geleden in dienst ging. “Tijdens mijn stage heb ik me vooral beziggehouden met het aanvullend geboorteverlof voor partners, wat in 2017 een belangrijk verkiezingsthema was – toen was het echt nog bedroevend slecht gesteld met het Nederlandse partnerverlof.” In aanloop naar de komende verkiezingen in maart houdt het kenniscentrum voor seksualiteit zich ook druk bezig met de programma’s van de politieke partijen. Bijvoorbeeld met het vrouwvriendelijker maken van de Abortuswet of een scherpere focus op het voorkomen van seksueel geweld.

'De conservatieve landen houden het graag bij 'reproductieve gezondheidszorg''

Het specialisme van Kate daarbij is het betrekken van jongens en mannen: “Bijvoorbeeld met goed onderwijs. Nu is er geen gemeenschappelijke visie op het betrekken van mannen bij geweld tegen vrouwen. Dit ligt bij gemeenten of bij de scholen zelf en iedereen trekt zijn eigen plan. Het is juist zo krachtig om al op school actief met jongens in gesprek te gaan, in plaats van als het kwaad al geschied is, en jongeren te leren elkaars wensen en grenzen te respecteren.”

Duivelse details

Er is hier nog genoeg terrein te winnen dus, maar internationaal geldt Nederland wel al als heel progressief rondom de thema’s seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Een groot deel van Kate's werk speelt zich juist ook af in het internationale veld – voorheen dus op die bijeenkomsten in Zwitserland of de VS, nu via videoconferenties. Daar wordt aan resoluties over vrouwenrechten geschaafd, waar alle lidstaten van de Verenigde Naties over onderhandelen. Een heel getouwtrek: the devil is in the detail, en daarom moet er zeer secuur gelezen en keihard onderhandeld worden, vertelt Kate.

“Dat Nederland spreekt over vrouwenrechten, is al heel vooruitstrevend. De meest conservatieve landen, zoals de VS – tenminste, wanneer de Republikeinen aan de macht zijn - het Vaticaan, Rusland en Saoedi-Arabië, houden het graag bij ‘reproductieve gezondheidszorg’, wat ongeveer betekent dat zwangere vrouwen recht hebben op zorg. En dat is te makkelijk. De rechten waar Nederland zich voor inzet, gaan verder dan dat. We pleiten voor het recht om seks te mogen hebben met wie je zelf wil en daar niet voor vervolgd te worden, voor veilig en anoniem naar de dokter kunnen, voor het recht op seksuele voorlichting en toegang tot anticonceptie en op het afbreken van een zwangerschap. De kloof tussen wat wenselijk is en waarop wordt ingezet, is nog enorm groot.”

En dat betekent: lobbyen. En praten. En schaven. En heel scherp meelezen met concept-verdragen. Dat het maatschappelijk middenveld – dat zijn dus clubs als WO=MEN en Rutgers – mee mogen lezen en dat de overheid samen met hen optrekt, is ook zeldzaam in vergelijking met andere landen. Kate laat een document zien waar ze vorig jaar aan werkte. Het staat vol markeringen: dit moet eruit, dit mag er zéker niet uit, dit moet genuanceerder. Zo heeft ze in groen gemarkeerd het woordje ‘all toegevoegd als het over ‘the empowerment of all women and girls' gaat: “Omdat transgender vrouwen natuurlijk dezelfde rechten moeten hebben als iedereen.”

Nog zo’n sneaky woordje: de conservatieve landen proberen vaak ‘traditional’ toe te voegen waar het over families gaat. Ja hoor, de rechten van families moeten gewaarborgd worden, maar alleen als die uit een man en een vrouw bestaan. En nog zo een: ‘parental consent’. Ja hoor, vrouwen krijgen rechten, maar alleen als hun familie ermee instemt. Dat soort taal proberen Kate en haar collega's eruit te filteren.

Shinen met vrouwenrechten

En als het expliciet over seks gaat, is het vaak een kwestie van omfloerst opschrijven. ‘Seksuele voorlichting’ komt er bij veel landen niet doorheen, ‘life skills’ is al beter voor ze te verstouwen. Geen ideale situatie, want dat is natuurlijk ook voor veel meer interpretaties vatbaar, maar het is een waarheid als een koe: je krijgt niet alles erdoorheen. “Het is heel zuur,” zegt Kate, “maar het is steeds naar balans zoeken: we willen het zo progressief mogelijk hebben, maar ook weer niet zo vooruitstrevend dat het al op voorhand verworpen wordt.”

Is zo'n resolutie niet gewoon een papiertje waar regeringen goede sier mee kunnen maken?

Als een document wordt aangenomen, zoals in 2019 nog gebeurde met de Commission on the Status of Women, ondanks felle tegenstand van een conservatieve coalitie, hoe bindend is dat dan? Is het niet gewoon een papiertje waar regeringen goede sier mee kunnen maken, zonder consequenties als ze zich er niet aan houden? Kate van de Krol: “Je merkt het natuurlijk niet direct de volgende dag, zo van: we hebben getekend en nu houden we ons eraan. Maar je kunt zo’n overheid er wel op wijzen en je geeft het maatschappelijk middenveld in die landen ook munitie. Overheden willen ook shinen met positief nieuws, hoewel dat ook weleens misgaat." Neem Saoedi-Arabië, waar vrouwen onlangs voor het eerst mochten autorijden - maar dan wel met een mannelijke metgezel erbij. "Dat is heel dubbel: ze maken stappen op een deel van de resolutie, maar laten een groot deel achterwege."

Maar eigenlijk is het al winst dat er op zo’n conferentie twee weken lang intensief over vrouwenrechten wordt gesproken. Allerlei organisaties van over de hele wereld komen bij elkaar, praten elkaar bij en leren van elkaar.

“We doen dit echt samen met onze partners. Dat maakt de coronacrisis, die toch al op veel vlakken nadelig uitpakt voor vrouwen en meisjes, wel extra pijnlijk. Dat we minder kunnen samenkomen, betekent ook dat er minder toegang tot zorg en informatie is voor vrouwen die dat nodig hebben. Neem bijvoorbeeld het Prevention+ programma waar we aan werken in bijvoorbeeld Oeganda en Libanon. Dat richt zich onder meer op het betrekken van jongens en mannen bij het terugdringen van gender-gerelateerd geweld. Dat vindt nu helemaal online plaats, wat echt wel een stap terug is ten opzichte van de bijeenkomsten die er eerst waren. In een persoonlijke ontmoeting is er toch sneller verbinding. Tegelijkertijd zijn er ook kansen: juist online kun je meer mensen bereiken.”

Kwetsbare tweederangsburgers

De betrokkenheid van mannen bij internationale vrouwenrechtenbewegingen is sowieso nog niet zo groot, het blijft vooral toch ook een vrouwenzaak, merkt Kate. “Mijn focus ligt op male engagement. Dat is sinds een jaar of tien populair en een belangrijk onderwerp, maar ook hier is het wel een kwestie van balans zoeken. Het gevaar ligt op de loer dat juist conservatieve overheden mannen naar voren schuiven, die zeggen: laat ons het maar opknappen. Een soort saviour-gedrag, waarbij vrouwen alsnog als kwetsbare tweederangsburgers worden geframed. Of ze zeggen: leuk hoor, die vrouwenrechten, maar hoe zit het met de mannenrechten?”

Overigens kwam in eigen land de roep om aanvullend geboorteverlof voor partners ook uit mannelijke hoek – het gaat hierbij natuurlijk uitdrukkelijk evengoed om mannenrechten. “In 2015 begonnen een aantal jongere afdelingen van politieke partijen met het initiatief ‘Vader zoekt verlof’. Rutgers had vanuit internationaal perspectief hier al ervaring mee, heeft zich bij de actie aangesloten en is samen met andere organisaties ook haar eigen actie gaan voeren. Bedenk even dat partners op dat moment alleen maar recht hadden op twee dagen geboorteverlof, echt schandalig. Aanvankelijk kwamen daar drie extra dagen bij, en daarmee deden we het alsnog het aller slechtste in heel Europa.”

'Nu is het aanvullend partnerverlof nog een beetje een speeltje voor rijke stellen'

In 2015 bood Rutgers het rapport State of the world’s fathers, een tweejaarlijkse publicatie over vaderschap wereldwijd, aan aan toenmalig minister van Sociale Zaken Asscher en mede onder druk van behoorlijk wat media-aandacht ging het balletje toen echt rollen. “In 2017 is de wet aangenomen waardoor partners nu recht hebben op maximaal zes weken aanvullend geboorteverlof, echt een grote stap. De volledige wet is per 1 juli van vorig jaar ingegaan, best snel als je weet dat er heel wat bedrijven moeten schakelen om het ook echt voor vaders mogelijk te maken.”

Ook is Rutgers onderdeel van de Gelijk=Anders-coalitie, een samenwerkingsverband tussen organisaties die strijden voor het doorbreken van ongelijke (machts)verhoudingen. Die liggen namelijk ten grondslag aan structurele ongelijkheid en uitsluiting. Met bijvoorbeeld video’s probeert de coalitie jonge mensen bewust te maken van stereotypes rondom de rolverdeling binnen gezinnen.

Het belang van onderzoek

Dat betekent natuurlijk niet dat de strijd nu gestreden is, onderstreept Kate. “Het aanvullend verlof van zes weken is een fantastische eerste aanzet, maar het moet en kan echt nog beter. Nu is het toch een beetje een speeltje voor rijke stellen, waarbij de partners makkelijk een paar weken op 70 procent van hun inkomen kunnen leven. Maar niet iedereen heeft die luxe. Bovendien zijn ZZP'ers uitgesloten. Ook zijn jonge moeders zo altijd nog langer uit de roulatie dan hun geliefde, wat zorgt dat er nog steeds veel kans is op zwangerschapsdiscriminatie. Het wordt ook nog niet vanuit alle bedrijven actief gepromoot. Dat is voor een grote bank makkelijker te regelen dan voor bijvoorbeeld een kleine vrachtvervoerder. Dit moet de overheid meer stimuleren.”

En zo zijn we ook weer terug bij die verkiezingsprogramma’s, want het is belangrijk dat politieke partijen zich hard maken voor een verdere uitbreiding. En dus behoort ook lobbyen tot het terrein van de vrouwenrechtenvoorvechter. Maar hoe doe je dat? Koffiedrinken met Tweede Kamerleden en dan heel overtuigend zijn? “Ja, dat ook. En dan vooral goed weten waar hun specifieke partij op aanslaat. Voor een VVD’er zullen argumenten over arbeidsparticipatie en economische groei belangrijk zijn, terwijl een SP’er misschien gevoeliger is voor het feit dat ook mensen die het minder breed hebben, van de regeling moeten kunnen profiteren”, aldus Kate. “Maar veel belangrijker nog is onderzoek leveren.”

Werk aan de winkel

En dat gebeurt aan de lopende band: peilingen, internationale vergelijkingen, onderzoek naar economische effecten; cijfers die laten zien wat de nieuwe wet en een mogelijke uitbreiding ervan betekenen voor de maatschappij. “En die onderzoeken delen we ook met verschillende media. Als zij het oppakken en bij een groot publiek bekend maken wat er speelt, zijn politici ook gemotiveerder er aandacht aan te besteden.”

Het huidige doel is vooral de 100 procent uitbetaling van het salaris, zodat ook minder kapitaalkrachtige gezinnen zich vrij kunnen voelen het verlof op te nemen. “En de volgende stap is dat het niet een paar weken, maar net zo lang als het verlof van de moeder gaat duren. Dat is goed voor de partners en de kinderen, maar heeft ook veel positieve effecten voor moeders op de arbeidsmarkt.” 

Er is genoeg werk aan de winkel, en dus is het tijd om afscheid te nemen - Kate gaat alweer haar volgende meeting in, een digitale. Als we elkaar twee maanden later weer spreken, is ze net aan een nieuwe baan begonnen, aan de Vrije Universiteit. Ze kijkt met trots en plezier terug op haar tijd bij Rutgers: “Iedereen is er zó bevlogen, dat geeft enorm veel energie.”

We schrijven deze serie in samenwerking met WO=MEN Dutch Gender Platform, een koepelorganisatie voor gendergelijkheid en empowerment van vrouwen, meisjes en gender non-conforme mensen, waar ook Rutgers deel van uitmaakt. Hun doel: sociale veranderingen in gang zetten om gelijke machtsverhoudingen te bevorderen tussen mannen en vrouwen, ongeacht hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Hun aandacht gaat vooral uit naar het creëren van sociale, politieke en financiële steun voor deze zaken, zodat iedereen dezelfde (economische) kansen krijgt en in veiligheid kan leven.

Peper Hofstede