Close

De strijd tegen papieren tijgers

03 maart 2021 09:03 / Voorvechters voor vrouwenrechten
Anne-Floor Dekker
Anne-Floor Dekker
H Het is niet in een boksring of op een slagveld, maar waar wordt de strijd voor vrouwenrechten en gendergelijkheid dan wel uitgevochten? En door wie? Redacteur Peper Hofstede gaat op bezoek bij vijf mensen die iedere dag weer voor ons op de barricaden staan. Met deze keer: Anne-Floor Dekker, die namens WO=MEN zorgt dat vrouwen een stem krijgen in conflicten en vredesprocessen.

Wie voorheen op het kantoor van WO=MEN op bezoek kwam, zou dat best eens een hele beleving hebben kunnen vinden. “We waren hier met z’n tienen,” vertelt Anne-Floor Dekker (40) in de nu lege kantoortuin, “en iedereen is nogal bevlogen. We zaten elkaar de hele dag lekker op te jutten. Ik weet nog het moment dat de Nashville-verklaring naar buiten kwam. We hadden op dat moment mensen over de vloer voor een training en die zullen ons wel intens hebben gevonden: we waren zo woedend en verontwaardigd, het hele kantoor stond op z’n kop.”

Nu alles op afstand is, brandt het activistische vuur er gelukkig niet minder om. Die bevlogenheid draait om gendergelijkheid en al haar aspecten: wil je een democratische samenleving? Dan moet je ook opkomen voor de rechten van vrouwen en gender non-conforme mensen. Anne-Floor is gespecialiseerd in hun rol bij conflicten en vredesprocessen. Vrouwen en meisjes móéten daarbij een stem krijgen en dat regelt ze door heel veel te praten met mensen die de microfoon al hebben. “Wij coördineren de lobby, zijn de schakel met de politiek. We zitten niet voor niks om de hoek van het Binnenhof.”

'Ik heb kunnen zien hoeveel verandering door vrouwen en jongeren in gang wordt gezet'

Ik vraag haar hoe ze in deze functie terecht is gekomen. Was ze altijd al een rasfeminist, of is dat zo gegroeid? Daar moet ze even over nadenken. “Mijn ouders zijn wel hippies, ja, die delen deze idealen. Mijn broertje en ik werden precies gelijkwaardig opgevoed. En al op school werd ik weleens uitgemaakt voor feminist. Toen ik in mijn studietijd vier maanden naar de stad Jagtial in India ging, zag ik nog maar eens dat de vrouwenzaak niet iets van de jaren zeventing is; en zeker niet in India. Daar worden meisjes en vrouwen toch heel anders bezien, de ongelijkheid is enorm. Je ziet er vaak genoeg meisjes van een jaar of 12 lopen met een baby om te weten dat dat geen uitzondering is. En mannen hebben soms drie of vier echtgenoten, en al die bijvrouwen hebben geen enkele rechten of bescherming van de wet.”

Een nieuwe context

Het bleek een inspirerende reis. Ze ging naast haar studie psychologie ook vakken culturele antropologie en vrouwenstudies volgen. Via een stage kwam ze achttien jaar geleden binnen bij de VON, Vluchtelingen-Organisaties Nederland. “Mijn taak was om samen met vluchtelingen zelf te kijken naar waar ze behoefte aan hadden en daar dan voorzieningen voor te organiseren. Wat is er nodig? Een training, geld voor een project, onderzoek? Heel erg leuk werk, je staat echt met je voeten in de klei, tussen de mensen om wie het gaat. Daar heb ik kunnen zien hoeveel verandering door vrouwen en jongeren in gang wordt gezet – die hebben natuurlijk ook het vaakst te leiden onder een patriarchische samenleving.”

Ze zag ook hoe vluchtelingen hier in Nederland zichzelf in een andere context gingen bezien. “Dat leidde bijvoorbeeld tot een golf aan echtscheidingen van Somalische en Iraanse vrouwen, die steeds meer hun eigen leven vorm wilden geven. Die verandering van sociale rol en status, dat vonden hun mannen vaak lastig. We zijn samen met de vluchtelingen zelf – vrouwen én mannen – op zoek gegaan naar een oplossing. En met Koerdische jongeren werkten we aan een film over eergerelateerd geweld. De oudere generatie was daar aanvankelijk heel boos over, maar er kwam wel een gesprek op gang.” Jaren later liep ze nog eens het zusje van een van de filmmakers tegen het lijf en die vertelde dat het echt verschil had uitgemaakt in hoe haar ouders haar en haar broer bejegenden.

Het is in haar ervaring essentieel om samen te werken met de mensen over wie het gaat. Klinkt logisch, maar het is nog niet voor iedereen een vanzelfsprekendheid: “Ik zat gisteren nog bij een sessie over vrouwelijke vluchtelingen die met seksueel geweld te maken hebben gehad. Toen vroeg iemand: ‘Hoe bereik je die vrouwen?’ Dat vond ik zo’n rare vraag, want die vrouwen moeten natuurlijk al van het begin af aan bij het project betrokken zijn. We praten niet óver mensen, maar mét mensen.”

Veel van de organisaties die aangesloten waren bij de VON, werkten ook samen met WO=MEN en zo kwam Anne-Floor in contact met hen. Dat beviel van beide kanten: vijf jaar geleden werd ze benaderd of ze niet daar wilde komen werken. En dat wilde ze wel: “Ik werkte op dat moment al meer dan tien jaar bij de VON en was ook wel toe aan een nieuwe uitdaging.”

De functie is wel echt een andere: het draait nu om de lobby. Dat betekent automatisch dat ze niet meer midden in het veld staat. “Het is wat meer meta, hoewel ik wel nog steeds contact heb met de vertegenwoordigers van de diasporaverenigingen. Maar wij zijn zelf geen uitvoerende organisatie. We kijken wie wat nodig heeft en hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen. Als er wat groots gebeurt – zeg: een oorlog, een financiële crisis, een pandemie – is de vrouwenzaak vaak het eerste dat naar de achtergrond verdwijnt. Met alle vrouwenorganisaties samen hebben we meer slagkracht om dat te voorkomen.”

Met alleen een papiertje met goede intenties ben je er niet

Daarvoor zit ze met de grote spelers aan tafel. Omdat ze gespecialiseerd is in vrede- en veiligheidsvraagstukken praat ze in eigen land met de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie en Justitie en Veiligheid en over de grens ook met de NAVO, de EU en de VN. Op 16 december van afgelopen jaar kon bijvoorbeeld de champagne open toen het Nationaal Actie Plan 1325 rond Vrouwen, Vrede en Veiligheid officieel werd gelanceerd. Daarin staan de concrete stappen die Nederland gaat zetten om invulling te geven aan internationale afspraken (zie kader). Samen met haar collega’s en een aantal ambtenaren brachten ze vijf verschillende ministeries en zo’n zestig organisaties bij elkaar om de positie van vrouwen en meisjes in conflicten en vredesprocessen te verbeteren. “Dat was dus nog wel wat getouwtrek, zoals je je kunt voorstellen. We hebben er meer dan een jaar aan gewerkt, dus het was echt een hoogtepunt toen het ondertekend werd en we konden proosten.”

NAP 1325-IV

In het jaar 2000 werd bij de VN resolutie 1325 aangenomen, waarin landen worden opgeroepen om te investeren in conflictpreventie en vrede- en veiligheidsprocessen waarin iedereen wordt gehoord. Daarvoor maakt de Nederlandse overheid samen met het maatsschappelijk middenveld iedere vijf jaar een nieuw plan om invulling te geven aan die oproep: het Nationale Actieplan voor Vrouwen, Vrede en Veiligheid. In december 2020 werd de vierde versie ervan gelanceerd.

Met dit NAP 1325 maken de Nederlandse overheid en het maatschappelijk middenveld zich samen sterk voor een wereld waarin gelijke en betekenisvolle deelname van vrouwen en meisjes in besluitvormingsprocessen ten behoeve van vrede en veiligheid vanzelfsprekend is, duurzame vrede en ontwikkelingskansen voor iedereen realiseerbaar zijn en conflictgerelateerd geweld tegen vrouwen, mannen, meisjes en jongens stopt.

Papieren tijgers

Maar met alleen een papiertje waarop iedereen zijn goede intenties uitspreekt, ben je er niet. Integendeel, je moet oppassen dat je niet ineens met een heel leger aan papieren tijgers zit, waarschuwt Anne-Floor. “We moeten zorgen dat de afspraken die er al liggen namens Nederland ook echt uitgevoerd worden. En dus kijken we wat daar heel concreet voor nodig is bij Buitenlandse Zaken, bij Defensie, bij humanitaire organisaties. Daarbij moeten de doelen zo meetbaar mogelijk zijn, maar niet alleen op kwantiteit. Dus niet: hoeveel vrouwen zijn bij een veiligheidsberaad van de VN geweest, maar vooral: wat is hun input geweest en hoe heeft het uitgepakt voor de mensen om wie het gaat?”

Daarvoor moet ze voortdurend de vinger aan de pols houden, zeker nu in tijden van corona. “Dan wordt er toch al snel gezegd: water en sanitair is nu het belangrijkste, moeten we überhaupt nog geld vrij maken voor vredesopbouw? Dan fungeren wij als waakhond: we monitoren of beloftes worden waargemaakt. We kunnen wijzen op zo’n resolutie, maken rapportages en onderbouwen met cijfers wat er op het spel staat. En vooral laten we lokale activisten zelf aan het woord: zij kunnen het beste vertellen waarom het zo belangrijk is om de gemaakte afspraken na te komen.”

Zo wordt er bij het maken van hulpplannen vaak helemaal niet gedacht aan meisjes en vrouwen. “Over de hele linie denken mensen nog genderblind. Neem bijvoorbeeld de vluchtelingenkampen, die zo worden ingedeeld dat vrouwen ’s nachts niet veilig een wc kunnen bereiken, zonder bijvoorbeeld lastig gevallen te worden. Dan houden ze het maar op en dat kan tot gezondheidsproblemen leiden. Of er zijn geen maandverband en tampons beschikbaar, geen plekken om je te wassen als je ongesteld bent. Of neem het feit dat heel veel vrouwen niet over een eigen paspoort beschikken, hun trouwakte is vaak het enige papieren bewijs van hun burgerschap. Ook dat maakt hun positie als vluchteling veel lastiger. Maar er wordt nog veel te weinig nagedacht over de specifieke kwetsbaarheid van vrouwen en kinderen.”

En dat komt natuurlijk mede omdat zij niet bij de besluitvorming betrokken worden. In die roep om betrokkenheid ligt het hart van haar werk: “Organisaties zoals de onze weten hoe je het belang van jouw mensen op de agenda houdt bij de politiek. Anders is het zó makkelijk om uit het blikveld te verdwijnen, er is altijd wel iets anders wat ook politieke aandacht verdient.”

Geld en urgentie

Waar het in die strijd vaak aan ontbreekt is een gevoel van urgentie. Anne-Floor: “We moeten het constant onder de aandacht houden en mensen verantwoordelijk houden voor hoe het geld besteed wordt en wat daar de resultaten van zijn. Sowieso is er meer geld nodig, nu is er nog te weinig budget specifiek voor gender, vrede en veiligheid. Traditioneel zitten vrouwen, gender non-conforme personen en jongeren niet aan de onderhandelings- en beslistafels. Het is echt een weeffout in het systeem: een wereld die nog altijd voornamelijk is ingericht op de traditionele genderrollen, met alle nadelen van dien.”

Wie het nieuws volgt, weet dat er op dit vlak nog bergen werk te verzetten valt. Het is tegenwoordig in bepaalde kringen zelfs steeds normaler om je af te zetten tegen vrouwenempancipatie. “Je ziet het heel sterk in de VS en in Oost-Europa. Daar wordt een nationalistische agenda gepropageerd, die ook veel elementen van haat bevat, waaronder ook vrouwenhaat. Op social media worden trollenlegers ingezet om vrouwen met een mening kapot te krijgen, een strategie om ons monddood te maken.”

'Mijn DM's stroomden met allerlei shit - zelfs van mannen die ik persoonlijk ken'

Zelf kreeg ze daar ook een keer mee te maken, toen ze nog gemeenteraadslid was van D66 in Haarlem. Ze plaatste een tweet over de omstreden Suitsupply-reclames, waarbij mannen van de borsten van een vrouw afglijden. “Walgelijk vond ik het, en dat schreef ik ook op. Nou, dat heb ik geweten: mijn DM’s stroomden vol met allerlei shit – zelfs van mannen die ik via via persoonlijk ken. Het laat maar zien dat we moeten leren daarmee om te gaan, herkennen dat het strategisch wordt ingezet. En voor ons is het ook een les dat vrouwenorganisaties goed in de gaten houden dat ze zich veilig organiseren.”

Zichtbaar maakt kwetsbaar

Facebook is daar bijvoorbeeld een populair medium voor, maar daar zijn ze heel zichtbaar en dus kwetsbaar. “Bovendien is er het risico van hacks en fake accounts. Zo hebben we meegemaakt dat een nepaccount werd aangemaakt van een vrouwenrechtenactiviste in het Midden-Oosten waarin berichten werden gedeeld over een bepaalde politieke groep. Dat wekte de woede van een andere politieke groep, die die vrouwenrechtenactiviste vervolgens met de dood bedreigden. Dit soort nepaccounts en andere vormen van ‘cyber harassment’ kosten in de praktijk echt de levens van vrouwenrechtenactivisten.”

Voor wie zich ook wil inzetten voor gendergelijkheid, is WO=MEN een prima startpunt, zegt Anne-Floor. Er valt een boel te halen: “Je kunt je inzetten voor een bepaalde werkgroep en we weten welke organisaties nog vrijwilligers zoeken. Ook weten we hoe je steun in een specifiek land kunt organiseren, als daar je hart naar uitgaat. En we organiseren events, zoals in het verleden mede de Women’s March. Het is natuurlijk helemaal geweldig als iedereen zich – als het weer kan – bij dit soort events aansluit.”

We schrijven deze serie in samenwerking met WO=MEN Dutch Gender Platform, waar Anne-Floor zelf voor werkt. Een koepelorganisatie voor gendergelijkheid en empowerment van vrouwen, meisjes en gender non-conforme mensen. Hun doel: sociale veranderingen in gang zetten om gelijke machtsverhoudingen te bevorderen tussen mannen en vrouwen, ongeacht hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Hun aandacht gaat vooral uit naar het creëren van sociale, politieke en financiële steun voor deze zaken, zodat iedereen dezelfde (economische) kansen krijgt en in veiligheid kan leven.

Eerder publiceerden we gesprekken met Kate van de Krol (Rutgers), Nour Saadi (Women on Web) en zohra moosa (Mama Cash). We sluiten de reeks volgende week af met Emma Lok (Women Inc). 

Peper Hofstede