Close

Aangifte na seksueel misbruik: ‘Slachtoffers zouden zich nooit ontmoedigd mogen voelen’

20 februari 2021 08:02 / Samenleving
A Als je aangifte wilt doen van seksueel misbruik, hoe gaat dat dan precies in z’n werk? Wat kun je verwachten? En hoe komt het toch dat slachtoffers zich niet altijd serieus genomen voelen door de politie? Yet van Mastrigt, zedenexpert bij de politie, legt uit.

De laatste jaren was er veel om te doen: het aangifteproces bij zedenzaken. In de media doken met regelmaat verhalen op van slachtoffers die zich door de politie niet serieus genomen voelden of zelfs ontmoedigd voelden om aangifte te doen. In De Volkskrant verscheen vorige week het verhaal van een jonge vrouw die al een jaar wacht tot haar zaak in behandeling wordt genomen. In 2017 was er veel media aandacht voor de zogenaamde Hoornse zedenzaak, waarbij het slachtoffer zich genoodzaakt had gevoeld om zelf haar belager op te sporen. Er volgde een kritisch rapport van de inspectie van Justitie en Veiligheid. Uiteindelijk was de zaak aanleiding voor Minister Grapperhaus om een grootschalig onderzoek in te stellen naar de bejegening van zedenslachtoffers door de politie.

Uit dat onderzoek bleek deze zomer dat slachtoffers over het algemeen tevreden zijn over het contact met de politie, maar er zijn ook slachtoffers die negatieve ervaringen hebben. Het rapport concludeert dat zedenrechercheurs meer aandacht moeten hebben voor de behoeften en verwachtingen van zedenslachtoffers. Vooral het informatieve gesprek dat zedenrechercheurs met slachtoffers voeren voorafgaand aan een eventuele aangifte, kan door slachtoffers als ontmoedigend worden ervaren. Sommige slachtoffers gaven aan dat zij zich gestuurd voelden om geen aangifte te doen. De politie werkt sindsdien om het aangifteproces te verbeteren. Yet van Mastrigt, zedenexpert bij de politie, praat met ons over hoe het gaat en wat er beter kan.

Het Centrum Seksueel Geweld ontving vorig jaar 4148 slachtoffers, een stijging van 28 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Ook bij de politie nam het aantal geregistreerde verkrachtingen toe, van 1245 in 2013 naar 2000 in 2019

'Mensen komen steeds korter na de pleegdatum bij ons. Dat is een fantastische ontwikkeling'

Is er een stijging van het aantal gevallen van seksueel geweld?

“Nee, daar zijn geen aanwijzingen voor. Dat aantal is al een tijdje redelijk constant. Maar wat we wel zien is dat slachtoffers steeds vaker hun weg naar hulpverlening en politie weten te vinden. De samenwerking tussen instanties is verbeterd en er is de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor seksueel geweld, waardoor mensen zich misschien gesterkt voelen om een melding te doen. We zien namelijk ook dat mensen steeds korter na de pleegdatum bij ons komen. En dat is echt een fantastische ontwikkeling. Want hoe korter op de pleegdatum, hoe groter de kans dat we nog bewijs kunnen veiligstellen.”

Als je slachtoffer bent van seksueel misbruik: wat is dan nu het proces? Waar kun je terecht? 

“Als er spoed bij is en je hebt acute hulp nodig, dan bel je altijd 112. Is er geen directe spoed, dan bel je de politie (via 0900-8844). Aan de telefoon word je in contact gebracht met iemand van de zedenpolitie. Die zedenrechercheur zal je vragen om kort uit te leggen wat er is gebeurd. Daarna zal de medewerker een afspraak maken voor een informatief gesprek met twee zedenrechercheurs op het bureau. Tijdens dat gesprek zullen de zedenrechercheurs je vragen stellen over wat er precies gebeurd is en proberen te achterhalen of er mogelijk sprake is geweest van een strafbaar feit. Ook zullen zij proberen te achterhalen of er sporen zijn die kunnen worden veiliggesteld. Sporen op het lichaam, maar ook digitale sporen, zoals appjes, mails en belgeschiedenis.

De zedenrechercheurs zullen je vragen of je er iets voor voelt om met hen mee te gaan naar het Centrum Seksueel Geweld. Daar werkt de politie samen met artsen en psychologen om je zo goed mogelijk te kunnen helpen. Je kunt daar psychische en medische hulp krijgen en bijvoorbeeld getest worden op een ongewenste zwangerschap of seksueel overdraagbare aandoeningen. Is het minder dan zeven dagen geleden gebeurd? Dan kunnen forensisch artsen lichamelijk onderzoek doen en eventuele sporen op het lichaam veilig stellen."

"Belangrijk is hier dat het slachtoffer bepaalt. Je kunt naar het Centrum Seksueel Geweld voor hulp, ook als je geen aangifte wil doen. En je kunt medische hulp krijgen, ook als je geen sporenonderzoek wilt. Hetzelfde geldt voor het informatieve gesprek met de zedenrechercheurs: dat gesprek is nog niet de aangifte zelf. Het is bedoeld om helder te krijgen wat er is gebeurd en het slachtoffer alle informatie te geven om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen.”

En als je wel aangifte wilt doen, hoe verloopt het dan?

“Tijdens het informatieve gesprek zullen de zedenrechercheurs zo nauwkeurig mogelijk uitleggen hoe het proces van aangifte in z’n werk gaat en wat je daarna zoal kunt verwachten. Ook zullen ze je in de gelegenheid stellen om er een paar dagen over na te denken. Wil je aangifte doen, dan wordt daarvoor een afspraak gemaakt op het bureau. Tijdens het aangifte gesprek vragen zedenrechercheurs je om zo gedetailleerd mogelijk te vertellen wat er gebeurd is en leggen dit vast in de aangifte. Daarna zal de politie onderzoek gaan doen. Besluit je geen aangifte te doen, dan kan het zijn dat de Officier van Justitie op basis van jouw melding alsnog een onderzoek instelt. Bijvoorbeeld bij een groot risico op herhaling of gevaar.”

Om die bedenktijd is de laatste jaren veel te doen geweest. Vrouwen zouden het als betuttelend ervaren of zich gedwongen voelen om te wachten, terwijl ze er al goed over na hebben gedacht. Waarom is die bedenktijd er eigenlijk?

“Die bedenktijd is er omdat zedenzaken vaak erg gevoelig liggen. In het merendeel van de gevallen kent het slachtoffer de dader, is het een familielid of iemand anders van heel dichtbij. Slachtoffers maken zich vaak zorgen over wat een aangifte in de omgeving teweeg zal brengen. Soms zijn slachtoffers bang voor wraak of hebben ze last van een loyaliteitsconflict. Het komt voor dat iemand tegen ons zegt: ik wil aangifte doen van verkrachting, maar ik wil niet dat de dader in de gevangenis komt. Maar zo werkt het helaas niet. Als je aangifte doet, dan is dat onomkeerbaar."

'Hier wringt het soms: de politie is er in de eerste plaats voor waarheidsvinding'

"Daarom krijgen slachtoffers na het informatieve gesprek de gelegenheid om alles nog even rustig te overwegen en eventueel juridisch advies in te winnen. Sommige slachtoffers besluiten daarna toch af te zien van aangifte. Bijvoorbeeld omdat ze het proces van vervolging en een eventuele rechtszaak psychisch toch te belastend vinden en zich liever op de verwerking willen richten. Veel slachtoffers zijn dan ook blij met deze mogelijkheid. Maar heel belangrijk om te benadrukken: de bedenktijd is een recht en nooit een plicht.”

Maar er zijn ook slachtoffers die het wel als een verplichting hebben ervaren.

“Dat klopt. Dat is in het verleden niet altijd goed gecommuniceerd. Zedenrechercheurs maakten niet altijd voldoende duidelijk dat de bedenktijd optioneel is en nooit een verplichting is. We letten er nu dan ook extra goed op dat dit helder wordt overgebracht. Heb je er goed over nagedacht en zit je helemaal startklaar om aangifte te doen? Overleg dan met de zedenrechercheur of dat kan. Een aangifte duurt veelal een paar uur of zelfs langer, dus meestal moet dan wel een nieuwe afspraak worden gemaakt. Het kan zijn dat er een paar dagen of zelfs weken zit tussen het informatieve gesprek en de aangifte zelf. Dat vinden slachtoffers soms vervelend. Dat is ook heel begrijpelijk, want het vergt vaak al heel veel moed om naar het politiebureau te komen. Het informatieve gesprek duurt ongeveer een uur, kan intensief emotioneel zijn. Daarbij krijg je veel informatie te verwerken. Vaak vinden slachtoffers het prettig om alles even op zich in te kunnen laten werken.”

Uit het rapport blijkt dat vooral het informatieve gesprek door slachtoffers soms als ontmoedigend wordt ervaren. Hoe komt dat?

“Allereerst: het mag natuurlijk nooit de bedoeling zijn dat een slachtoffer zich door de politie ontmoedigd voelt om aangifte te doen van seksueel misbruik. Maar we weten ook dat het helaas wel voorkomt dat slachtoffers dit zo ervaren. Dat heeft met verschillende dingen te maken. We zien nog wel eens dat slachtoffers iets anders van de politie verwachten of verlangen dan dat de politie kan bieden. Omdat zedenzaken vaak heel ingrijpend zijn, is het belangrijk dat zedenrechercheurs alle gesprekken met een slachtoffer empathisch en zorgvuldig voeren. Maar, en hier wringt het soms: de politie is er in de eerste plaats voor waarheidsvinding. Zij moeten er in zo’n informatief gesprek achter zien te komen: wat is er gebeurd? Was er sprake van een strafbaar feit? Waren er getuigen? Is er bewijs? De zedenrechercheurs zijn namelijk bezig om een zo compleet mogelijk beeld van de situatie te krijgen, terwijl het slachtoffer misschien wil horen: ik hoor je, geloof je, we gaan de dader morgen oppakken. Maar hoe begrijpelijk ook, het is op dat moment niet aan de zedenrechercheur om dat te zeggen.”

Maar sommige slachtoffers krijgen tijdens zo’n informatief gesprek wel te horen dat er weinig bewijs is of dat de kans op vervolging klein is, wat ontmoedigend kan overkomen.

“Dat is ook één van de belangrijkste punten van verbetering die we uit het rapport hebben meegenomen. We zagen dat zedenrechercheurs soms te veel inzetten op het managen van verwachtingen en voorkomen van teleurstellingen bij slachtoffers. Het punt is: zedenrechercheurs weten wat er allemaal bij een aangifte komt kijken. En ze weten helaas ook dat het maar in een klein percentage tot een rechtszaak komt en in een nog kleiner percentage tot een daadwerkelijke veroordeling.

Dat komt doordat zedenzaken vaak heel moeilijk te bewijzen zijn. Vaak zijn er geen getuigen en ontbreekt direct bewijs. Als een slachtoffer dan na zo’n heel zwaar proces te horen krijgt dat de dader toch vrijuit gaat, dan kan dat een enorme klap zijn. Soms zeggen slachtoffers: als ik dit van tevoren had geweten, dan had ik nooit aangifte gedaan. Dat is vreselijk, dus als je dat als zedenrechercheur een paar keer hebt meegemaakt, krijg je de neiging om slachtoffers tegen die teleurstelling in bescherming te nemen. Daardoor zijn zedenrechercheurs gaandeweg steeds meer nadruk gaan leggen op het managen van de verwachtingen om latere teleurstelling te voorkomen.”

Te veel?

“Ja. Want als het effect is dat slachtoffers zich ontmoedigd voelen, dan gaat er dus iets fout. Ook al is de intentie vanuit zedenrechercheurs misschien niet kwaadwillend, het effect is nog steeds onwenselijk. We zijn na het rapport dan ook hard aan de slag gegaan om die informatieve gesprekken te verbeteren.”

Hoe doen jullie dat?

“Onder leiding van een intervisiebegeleider reflecteren de zedenrechercheurs op gesprekken die ze gevoerd hebben. Zij luisteren opnamemateriaal van informatieve gesprekken terug en analyseren het gevoerde gesprek. Wat gaat goed? Wat niet? Welke informatie geef je wanneer? Hoe reageer je op een uitspraak van het slachtoffer? Welke vraag stel je? Hoe beantwoord je een vraag van het slachtoffer? Beantwoord je die vraag eigenlijk wel goed genoeg? Op die manier zijn we bezig om de gesprekstechnieken bij te schaven en te verbeteren.”

'Op dit moment zijn er meer zaken dan de zedenrechercheurs aankunnen'

Wat moest er anders?

“Wij moeten als politie wegblijven van uitspraken over de hoeveelheid bewijs of de kans op vervolging of veroordeling. Dat is niet aan ons. Het komt regelmatig voor dat een slachtoffer rechtstreeks aan een zedenrechercheur vraagt: hoe groot schat jij de kans in dat de dader vervolgd of veroordeeld wordt? Maar ook dan moet je als zedenrechercheur de verleiding weerstaan om daarop te antwoorden. Beperk je tot: daar kan ik niks over zeggen, hoe moeilijk dat misschien ook is.”

Als er eenmaal aangifte is gedaan, moeten slachtoffers vaak lang wachten tot ze weer iets horen. In De Volkskrant verscheen deze maand het verhaal van een jonge vrouw die verkracht werd en al een jaar wacht tot er onderzoek gedaan wordt. Hoe kan dat?

“Dat zijn hele schrijnende verhalen. En we zijn ons bewust van dit probleem. De zedenpolitie krijgt op dit moment heel veel zaken te verwerken. Meer dan de zedenrechercheurs aankunnen. De werkdruk is enorm. En met uitzondering van zaken met spoed, werken we op volgorde van binnenkomst. Ofwel: de oudste zaak heeft voorrang. Dat is wel zo eerlijk, want anders zou het betekenen dat oudere zaken door nieuwere zaken worden verdrongen. Maar het maakt ook dat slachtoffers soms inderdaad lang moeten wachten tot hun zaak kan worden opgepakt.’

Uit het stuk in de Volkskrant bleek ook dat de communicatie met het slachtoffer te wensen over liet. Ze kreeg een paar keer te horen dat ze zou worden gebeld, waarna dit niet gebeurde.

“Dat klopt. En als dat zo is gegaan, dan is dat kwalijk. De pech was dat het begin van deze zaak in maart speelde, precies in de periode dat de politie nog erg aan het zoeken was hoe om te gaan met de coronacrisis. Maar dan nog zou een belofte om terug te bellen moeten worden nagekomen. We zijn ons ervan bewust dat het voor slachtoffers heel frustrerend is als ze niet weten waar ze aan toe zijn. Dat was ook een van de verbeterpunten uit het rapport: de communicatie over het proces moet beter. Het is dan ook de bedoeling dat slachtoffers in het vervolg weten welke contactmomenten ze kunnen verwachten en wanneer. En dat deze contactmomenten ook worden vastgelegd en gecommuniceerd. Maar dat er soms veel tijd tussen zit, kunnen we helaas niet altijd voorkomen.”

Als zaken zo lang blijven liggen voordat ze worden onderzocht, gaat er dan niet waardevol bewijsmateriaal verloren?

“Bij iedere aangifte is het gebruikelijk dat de politie eerst al het bewijsmateriaal veilig stelt waar mogelijk een houdbaarheidsdatum op zit. Ook als het geen spoedzaak is en ook als het onderzoek pas later wordt opgepakt. Is het pas net gebeurd, dan kan het slachtoffer ervoor kiezen om een sporenonderzoek te laten doen. Is er eventueel videomateriaal of zijn er digitale gegevens die misschien verwijderd kunnen worden, dan wordt dat allemaal verzameld. En zijn er belangrijke getuigen, dan worden die gehoord.”

In het verhaal uit de Volkskrant stond dat dit niet was gebeurd.

“Dat viel mij ook op. Omdat het slachtoffer in het artikel anoniem is opgevoerd, weet ik zelf niet over welke zaak het gaat, dus ik kan niet controleren wat wel of niet gedaan is. Maar laat ik in elk geval dit zeggen: als er bewijsmateriaal is dat mogelijk verloren zou kunnen gaan, dan wordt dat normaal gesproken veilig gesteld.”

Wat wordt er op dit moment gedaan om te zorgen dat zedenzaken in de toekomst sneller opgepakt kunnen worden?

‘Allereerst: de zedenrechercheurs willen zelf ook heel graag dat zaken sneller kunnen worden opgepakt. Ze krijgen op dit moment alleen gewoonweg meer zaken te verwerken dan ze aankunnen. Om te zorgen dat hier meer schot in komt, heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid  15 miljoen euro beschikbaar gesteld voor 60 extra zedenrechercheurs en onder meer digitale, forensische- en opleidingscapaciteit. Daar zijn we heel blij mee maar het effect is er  nog niet meteen. Zedenrechercheur is een complex  vak. Voordat we genoeg geschikte zedenrechercheurs hebben aangetrokken, opgeleid en ingewerkt, zijn we alweer even verder."

'De dader veroordeeld krijgen, is niet de enige doel van een aangifte'

"Wat ook meespeelt is dat de waarheidsvinding bij zedenzaken vaak moeilijk is en veel tijd kost. Zeker nu er ook allerlei digitale sporen zijn die mogelijk als bewijs kunnen dienen. Appjes, mails, video- en fotomateriaal, locatiegegevens. Dat moet allemaal verzameld en geanalyseerd worden. Dat heeft het proces vele malen tijdrovender gemaakt. Straks hebben we ook nog te maken met de nieuwe zedenwet, waardoor in het vervolg niet meer alleen seks onder dwang, maar alle onvrijwillige seks strafbaar is. Het positieve daaraan is dat er straks meer zaken zullen zijn waar we als politie iets mee kunnen. Maar het stelt ons ook voor nieuwe uitdagingen. Want het zal het aantal zaken alleen maar doen toenemen. En dat de seks voor het slachtoffer niet vrijwillig was, dat moet je wel zien te bewijzen.”

Veel slachtoffers zullen misschien denken: als de kans op veroordeling van de dader zo klein is, heeft het dan eigenlijk wel zin om aangifte te doen?

“Ja, dat is ook een hele begrijpelijke gedachte. En het is een afweging die ieder slachtoffer voor zichzelf zal moeten maken. Maar het is wel goed om daarbij in gedachten te houden dat de dader veroordeeld krijgen niet het enige doel van een aangifte is. Ook als een dader uiteindelijk niet veroordeeld wordt, kan een aangifte ontzettend waardevol zijn. Alleen al het feit dat je gehoord bent, dat wat jou is overkomen ergens zwart op wit staat, dat de dader op de radar van politie en justitie staat, dat er serieus onderzoek is gedaan, dat getuigen zijn gehoord, dat er eventueel een gesprek met de Officier van Justitie is geweest. Al die dingen kunnen al heel veel betekenen.

Onder leiding van het ministerie van Justitie loopt op dit moment  een pilot in de politiedistricten Kennemerland en Gelderland Midden,  waarbij slachtoffers van zeden- en ernstige geweldsmisdrijven kosteloze rechtsbijstand krijgen. Een slachtofferadvocaat die hen kan bijstaan en adviseren. Na doorverwijzing overleggen slachtofferadvocaat en Slachtofferhulp NL met elkaar over de juiste ondersteuning aan slachtoffers. Ik vind dat een hele goede ontwikkeling en de eerste resultaten zijn erg positief. Want ook als er te weinig bewijs ligt voor een strafrechtelijke vervolging kan een advocaat eventueel wel andere dingen voor elkaar krijgen. Een straatverbod bijvoorbeeld of een schadevergoeding. Ook als er uiteindelijk nooit een veroordeling komt, kan een slachtoffer zo wel een gevoel van gerechtigheid krijgen. Feit blijft dat zedenzaken strafrechtelijk soms moeilijk bewijsbaar zijn. Maar als een slachtoffer op wat voor manier dan ook een vorm van erkenning kan krijgen, dan is dat heel veel waard.”

Floor Bakhuys Roozeboom

LEES MEER OVER