Close

Het zalig falen, met Maike Meijer

02 maart 2021 12:03 / Persoonlijke groei
Maike Meijer
Maike Meijer
Z Zonder wrijving geen glans. Redacteur Lizzy van Hees spreekt daarom iedere week iemand over zijn of haar royal fuck-ups en uitzinnige uitglijers, de dingen die niét goed zijn gegaan. Leveren die missers ook wat op?

Alles wat Maike Meijer (53) aanraakt, verandert in goud. Althans, dat zou je wel denken als je naar haar carrière kijkt: op de Toneelschool in Maastricht werd ze al aangewezen als de meest veelbelovende student, ze is al jaren het vaste gezicht van de Jumboreclames, als scenarioschrijver, actrice én medeproducent maakte ze acht succesvolle seizoenen van Toren C. En inmiddels is haar debuutroman Wen er maar aan, die in november 2020 uitkwam, al meer dan 65.000 keer verkocht. Een bestseller. En bovendien niet alleen zelf geschreven, maar ook zelf geïllustreerd én uitgegeven.

Bij het lezen van deze waslijst aan prestaties zou je bijna een minderwaardigheidscomplex krijgen, maar dat is nergens voor nodig. Want ook tussen alle successen door blijft er genoeg ruimte over voor blunders. "Falen zit 'm juist vaak in de momenten dat je denkt dat niemand het heeft gezien", denkt Maike. "Maar helaas: het is niet onopgemerkt gebleven en dan loop je daar met een stuk wc-papier bungelend aan je zwarte rok."

Kan jij je nog een moment herinneren waarop je faalde – in de hoop dat niemand het zou zien?

"Oh ja, ik heb zeker wel een verhaal in die categorie. Een die me nu te binnen schiet is van toen ik 26 jaar was: ik ging met mijn toenmalige vriendje op de scooter naar België, om daar een paar dagen vakantie te vieren. Hij had nét een gloednieuwe scooter gekocht en ik ging achterop. Samen reden we van Maastricht naar de Ardennen, een lange rit op een scooter, want volgens mij deden we er vier uur over voordat we aankwamen bij Stavelot. Daar stopten we om een nachtje in een hotel te slapen."

'Ik wist gewoon niet hoe ik moest remmen'

"Eenmaal van de scooter af, zag ik mijn vriendje glimmen van trots. Zo mooi en nieuw was-ie. Dat moest ik zelf ook maar eens ervaren en dus vroeg hij of ik ook even wilde rijden. 'Toe maar, ga maar, dat is leuk', stelde hij me gerust. En ik antwoordde stoer: 'Ja hoor, natuurlijk wil ik ook een rondje'. In mijn spijkerbroek stapte ik op, met de integraalhelm nog op mijn knar. Een vrij overdreven helm voor op een scooter, dat weet ik, maar die hadden we geleend."

Vertrouwde je ook echt dat je het wel kon? Rijden op die scooter?

"Ja, ik maakte me oprecht weinig zorgen, maar ik deed misschien wel een beetje overdreven zelfverzekerd. Hij wilde van alles uitleggen over het ding en ik zei gewoon: 'Ja, dat snap ik allemaal wel. Ik weet heus wel hoe je op een scooter moet rijden'. Dus nadat we de aan- en uitinstructies hadden doorgelopen, geloofde ik het wel en stapte op."

Ik voel de bui al hangen…

"Zoals je misschien weet zijn de Ardennen best heuvelachtig en na 20 meter rij ik een grote heuvel af en knal ik meteen tegen een lantaarnpaal aan. En geloof me: niet een klein beetje, maar echt volle bak. Ik wist gewoon niet hoe ik moest remmen, hoe ik dat ding moest bedienen. De schade was gigantisch: een barst in het voorfront, de spiegel stond scheef. Oh, ik schaamde me kapot, maar probeerde ook meteen om de situatie te redden. De spiegel weer een beetje recht te buigen, het ding een beetje schoon te wrijven."

"Ondertussen voelde ik ook dat ik zelf best veel pijn had. Mijn spijkerbroek was kapot en het bloed sijpelde uit m'n knie. God, wat was ik dom geweest. Dan heb je samen vier uur gereden op een gloednieuwe scooter, en ik maak 'm binnen een paar minuten kapot. Waarom kan ik dit niet? Dít zelfs niet?"

Nogal een blunder, dat snap ik. En ook nog eens zíjn gloednieuwe scooter.

"Precies! Ik wist daarom echt niet hoe ik het in hemelsnaam aan hem moest vertellen. Dus ik besloot terug te gaan en te doen alsof er niets aan de hand is. Door die integraalhelm kon hij mijn gezicht niet goed zien, en dat was meteen mijn mazzel, dacht ik. Dan zou mijn gezichtsuitdrukking in ieder geval niets verraden. Ik kom hiermee weg, bleef ik in mijn hoofd herhalen. Ik zeg het niet. Ik ga het niet zeggen. En dan doe ik morgen gewoon alsof iemand anders het ding heeft beschadigd."

'Snel probeerde ik mijn andere been ervoor te zetten, maar ik was al te laat'

"Dus ik rij terug en zie mijn vriendje al op het terras zitten. 'Hoe ging het?', riep hij meteen. Lekker scootertje hoor, riep ik terug. En ik verzekerde hem dat het allemaal goed was gegaan. Vervolgens zette ik dat ding neer en ging ook op het terras zitten. Maar ja, mijn plan viel natuurlijk volledig in duigen, want al snel klonk het: 'Die spiegel zit helemaal scheef'. Misschien komt dat door de wind, opperde ik nog. 'En, zit daar nou een kras op de neus?', klink het daarna. En ik blijf maar volhouden: onvoorstelbaar, dat we dat niet hebben gezien toen je hem kocht. Godzijdank had ik nog steeds die helm op, haha. En toen zei m'n vriendje: 'Er zit een hele barst in m'n lamp'. En toen verloor ik het. Ik hoorde mezelf alleen nog maar 'goh' zeggen. Ik keek naar beneden en zag het bloed door m'n broek sijpelen. Dus ik probeerde nog snel mijn andere been ervoor te zetten, maar ik was al te laat.

'Maike, wat heb jij? Ben je gevallen Maike?', bleef hij maar vragen. En ik maar hardnekkig nee schudden met die grote helm op mijn hoofd. 'Je hebt bloed!', riep hij toen. Op dat moment veranderde mijn nee-beweging in een 'ja' en begon ik heel hard te huilen. 'Wat erg, ik heb je brommer kapot gemaakt'."

Hoe reageerde hij? Was hij boos?

"Nee, hij reageerde natuurlijk superlief en begripvol. Hij begreep alleen niet waarom ík er zo moeilijk over deed. Maar voor mij voelde het echt als falen. Zeker op dat moment. Dan schaam je je zo voor zo'n blunder. Achteraf heb ik wel gedacht: waarom zei ik het niet gewoon meteen?! Waarom maak je dingen zo groot dat je niet gewoon eerlijk durft te zijn. Het heeft me geleerd dat het enorm oplucht om eerlijk te zeggen dat je hebt gefaald. Dus ik heb me vanaf dat moment voorgenomen: voortaan zeg ik het meteen als ik iets stoms heb gedaan.

Iets wat ik nog vaak in de praktijk heb gebracht, want ik heb na die vakantie nog oeverloos veel gefaald. Laatst heb ik onze auto nog half in de prak gereden, tegen een paaltje. Dat zei ik ook meteen tegen mijn man, maar die is ook wel wat gewend met mij. Ons motto is tegenwoordig: there's no use in crying over spilled milk."

Als jij vertelt over dat scooterongeluk, heeft falen ook bijna iets komisch. Is falen ook een inspiratiebron voor jou als schrijver?

"Ja, ik hou zelf enorm van die details waar de schaamte in zit. In Toren C probeerden we dat ook altijd te laten zien. Zo hadden we bijvoorbeeld het personage van Annabeth, met een grote bos met krullen. En zij blijft maar ontkennen dat ze de bedrijfskoekjes oppeuzelt. Als haar baas vraagt: 'Annabeth, er verdwijnen steeds koekjes, weet jij daar iets van?', blijft zij hardnekkig ontkennen. 'Nee hoor, nee'. En dat terwijl ondertussen overal papiertjes vandaan komen, zelfs in haar haar zitten ze verstopt. Het is zo obvious, dat maakt het zo pijnlijk, maar meteen ook heel erg grappig."

Zo hardnekkig blijven ontkennen, terwijl het bewijs zich tegen je keert, dat heeft bijna iets kinderlijks.

"Kinderen doen dat ook inderdaad. Dieren ook. Maar volwassenen hebben er ook nog wel een handje van. De blik van iemand die weet dat-ie schuldig is, die blik is vaak heel grappig. Dat is misschien ook mijn redding geweest met die scooter, daar kan je niet of nauwelijks boos op worden. Het zijn dingen die ook vaak op mijn eigen lachspieren werken."

Als iemand anders iets stoms doet, lukt het je dan ook om het te relativeren?

"Ja, ik besef me nu pas hoe toevallig dit is, maar mijn zoon had deze week zelf een ongeluk met zijn nieuwe scooter. Alles gaat gelukkig goed met hem, maar het blijft toch schrikken. Die scooter was net nieuw, dus ik moest me enorm inhouden. Maar uiteindelijk maak je een inschatting van de schade en dan is het gewoon heel even schelden: Godverdomme, doe nou voorzichtig'. Maar dat gaat al snel over in: 'Ben je oké? Voortaan goed oppassen hè?'. Dat kan ik gelukkig goed opbrengen. Ha, ik besef nu pas hoe grappig het is dat mijn zoon zo'n dezelfde soort blunder maakte als ik destijds."

De lol van een blunder, zelfs in de schaamte, dat lijkt me ook onderdeel van het vak als actrice?

"Dan moet je er wel een beetje tegen kunnen ja, ik heb wel honderdduizend auditieverhalen. Dat ik voor een scene héél serieus moest kijken, en alleen maar stilzitten. Alsof ik voor me uit staarde in de verte. De regisseur vroeg doodleuk: 'Waarom kijk je zo in paniek?'. Terwijl ik net serieus probeerde te kijken. Of die keer dat ik een scene deed met mijn handtas strak onder m'n oksel geklemd. Dan ga je zelf helemaal op in het spel tot iemand vraagt of je bang bent dat iemand je handtas gaat jatten."

'Ik heb die hele voorstelling afgemaakt met prikogen, nietsziend en bijna botsend tegen collega's'

"Volgens mij hoort het niet alleen bij acteren, maar ook bij kunst maken: je moet durven falen. Dat zal Eva ook vast hebben. Doe je iets in het publieke domein en gaat er dan iets mis, nou red je reet dan maar. Maar er zit ook wel iets stoers in dat gevaar opzoeken, een uitdaging waar je van moet houden. Al kan je daar soms ook weer in doorslaan. Zo heb ik weleens in een toneelstuk gespeeld waarin ik moest huilen. Als acteur gebruik je dan tranensticks om dat op te wekken, maar dat vond ik op een gegeven moment voor watjes, dus ik had tijgerbalsem op het toneel verstopt. En ja hoor, tijdens die voorstelling, voor een volle zaal, sta ik daar een monoloog op te voeren en ondertussen loop ik naar de piano waar m'n tijgerbalsem ligt. Maar in plaats van ónder mijn oog smeer ik het ín mijn ogen. Ik had eigenlijk gewoon naar de EHBO gemoeten natuurlijk, maar ik heb daar die hele voorstelling afgemaakt met prikogen, nietsziend. Bijna botsend tegen mijn collega's. Waarom ben ik dan zo eigenwijs? Dat is gewoon een domme fout, iets waar je zelf van leert, want anderen hebben het niet eens doorgehad volgens mij."

Als je je niet schaamt tegenover anderen, ben je dan weleens kwaad op jezelf?

"Hm, als ik echt iets heb gedaan wat heel stom is, dan geef ik mezelf misschien een dag de tijd om daarvan te balen. Daarna moet het gedaan zijn. Je herkent die momenten altijd aan dat gevoel in je maag. Alsof je over een hobbel rijdt, of over de kop gaat in een achtbaan. Dat voel je dan op het moment dat je terugdenkt aan zo'n fout, maar dat hoort ook bij het leven."

Zelf je eerste boek schrijven, illustreren en uitgeven, dat lijkt me nogal een risico. Bijna masochistisch.

"Dat is ook heel spannend, maar ik had het risico ingecalculeerd natuurlijk. Ik had genoeg gespaard om zelf de investering te kunnen doen, en als het dan misgaat… ja, dan verlies ik het. Maar ik vind het cool om het zelf te doen, het past ook bij me. In de lijn van Toren C, waar ik samen met Margôt Ros medeproducent was. Als ik iets verzin, moet het van mij blijven. Maar dat het dan zó goed gaat, dat ik 65.000 exemplaren zou verkopen, dat is de beste grap ever. Dat ik dat heb bereikt onder 'Uitgeverij Meijer', dat is echt te gek. En het kan dus, als je een goed product hebt en de juiste mensen om je heen verzamelt. Achteraf is het niet de meest veilige weg geweest, maar ik kan wel goed tegen die onzekerheid. En ik weet ook dat jij en ik een totaal ander gesprek hadden gehad als ik finaal op m'n bek was gegaan. Ik ben eigenwijs, maar ook apentrots."

Benieuwd naar Wen er maar aan? Bestel het online of via je lokale boekhandel.

Lizzy van Hees