Close

Hoofd, hart of handen: 'Advocaat? Beter word je bakker'

13 maart 2021 07:03 / Carrière
H Het coronavirus maakte het afgelopen jaar zichtbaar welke beroepen in crisistijd belangrijk zijn, van verpleegster tot pakketbezorger. Beroepen al die decennia lang aan sociale status verliezen. Waarom is dat zo? En moeten we daar niet eens anders naar gaan kijken?

Geld verdienen met denken, maken, of zorgen. Van die beroepen staat denkwerk het hoogst op de ranglijst. De Britse journalist David Goodhart schreef er vorig jaar een boek over: Heart Head Hand, The Struggle for Dignity and Status in the 21st Century. Hij pleit daarin voor een herwaardering van maak- en zorgberoepen, die volgens hem onmisbaar zijn voor onze meritocratische samenleving: het maatschappijmodel waarin de positie van mensen is gekoppeld aan hun verdiensten, en niet aan bijvoorbeeld aan de status van familie of geld- of grondbezit. Volgens Goodhart wordt intelligentie in onze maatschappij overschat, zo schrijft hij: "Eén vorm van menselijke bekwaamheid - cognitief-analytische vaardigheid - is de gouden standaard geworden van menselijke waarde."

Nog niet zo lang geleden was dat anders, volgens hem. Zeventig jaar geleden werden eigenschappen als integriteit, ervaring, moed en gezond verstand net zozeer gewaardeerd en kon je ook werk vinden als je zonder diploma van school kwam. Hij pleit onder andere voor een verhoging van het minumumloon.

Stratenmakers: keihard nodig

De meritocratie waardeert inderdaad hoofdarbeid veel meer dan handarbeid, volgens Evelien Tonkens, hoogleraar Burgerschap en Humanisering van de Publieke Sector aan de Universiteit voor Humanistiek. "Maar de overwaardering van kennis komt niet alleen door de meritocratie. Vóór de meritocratie, in de 19e eeuw, had de arbeider immers ook geen hoge status. Toen was er ook een enorm verschil in aanzien tussen rijke en arme mensen. Alleen: vroeger was het zo dat rijke mensen niet veel hoefden te doen om aanzien te genieten. Nu hebben ze een opleiding genoten en moeten ze hard werken voor hun geld."

'Hoeveel je verdient, in wat voor auto je rijdt: het viel allemaal weg en er kwam sociaal respect voor terug'

Wat ze beiden wél concluderen: de meritocratie werkt nog niet optimaal. "Niet alleen speelt achtergrond nog steeds een belangrijke rol, zie de televisieserie Klassen,” zegt Tonkens, “maar ook waardeert de CITO-eindtoets kwaliteiten van verzorgenden, stratenmakers en electriciens nauwelijks, terwijl we die mensen wel keihard nodig hebben. We zouden een tweede CITO-eindtoets moeten hebben die ook praktische vaardigheden waardeert."

Van advocaat naar bakker

Cognitieve vaardigheden worden dan hoog gewaardeerd, dat hoeft niet automatisch te betekenen dat de inkomsten en sociale status die ermee gepaard gaan genoeg voldoening geven in het leven. Zo kwam herstelcoach Esterelle van Zanten erachter dat het werk in de commerciële sector haar op een gegeven moment ging tegenstaan: "Ik heb bedrijfseconomie gestudeerd en altijd commercieel complexe accountmanagement-functies gehad. Banen met heel veel werkdruk, erg prestatiegericht. Toen ik kinderen kreeg, merkte ik dat ik niet meer in die wereld paste. Dat altijd maar moeten scoren, daar bleek ik te gevoelig voor geworden." 

Het gaf haar een eenzaam gevoel, waardoor ze besefte dat ze meer wilde betekenen voor mensen die zich ook eenzaam voelen. Inmiddels werkt ze als herstelcoach en voorlichter. "Ik help mensen die een bepaalde afhankelijkheid hebben of daarvan herstellende zijn, bijvoorbeeld van alcohol. In de mentale zorg ben je goed genoeg zoals je bent. Een verademing vond ik dat. De status binnen een bedrijf, hoeveel je verdient, in wat voor auto je rijdt: het viel allemaal weg en er kwam sociaal respect voor terug. Wat me voldoening geeft, is dat mijn cliënten beetje bij beetje trots worden op wie ze zijn. Ik probeer ze te begeleiden naar vrijheid. Vrijheid van hun afhankelijkheid aan bijvoorbeeld een verslavend middel, maar ook vrijheid in denken, in doen. Het gaat diep. Het maakt dat ik me maatschappelijk betrokken voel, een enorm gevoel voor zingeving geeft dat.”

Esterelle van Zanten
Esterelle van Zanten

Goodhart verwacht dat er, net als Esterelle, meer 'kennismensen' zullen overstappen naar de zorg, omdat er als gevolg van vergrijzing nog grotere tekorten zullen ontstaan. Ook denk hij dat door de opkomst van kunstmatige intelligentie meer kenniswerkers gedwongen zullen worden hand- en hartgericht werk te zoeken, omdat kunstmatige intelligentie voor kenniswerkers zal betekenen wat automatisering voor fabrieksarbeiders heeft betekend. In een interview in de Volkskrant voorspelt hij: "De mensen die nu advocaat of accountant zijn zullen dementieverplegers worden, of buschauffeur, of ze gaan een ambacht uitoefenen, ze worden warme bakker of gaan bier brouwen."

Tonkens deelt die toekomstvisie niet: "Er wordt al jaren over gepraat over de tekorten in de zorg. Bij een vrije marktwerking zou het theoretisch gezien moeten zorgen voor een stijging van salarissen, maar dat gebeurt niet. De salarissen in de zorg baseren we niet op de markt." Zij denkt dat kennisbanen juist goed zullen blijven betalen, ook in de toekomst: "Ook als je dingen outsourcet bijvoorbeeld blijven kennisbanen belangrijk."

'Er zijn meerdere maatstaven nodig: praktische slimheid, empatisch gevoel, van aanpakken weten'

Beter salaris

Wel is ze het met Goodhart eens dat de grotere beloning voor kenniswerk niet eerlijk is: "Het is onrechtvaardig waarom dat zoveel beter zou betalen, want het is niet per se zwaarder werk. Sterker nog, als we het hebben over zware banen… Daar is wel iets geks mee aan de hand. Bij de meritocratie hebben we gezegd dat we inspanning meten. In het onderwijs leidde dat ertoe dat hoe meer je met je hoofd kan, hoe hoger wij dat waarderen. CITO-toetsen en vervolgopleidingen zijn gebaseerd op taal, rekenen en varianten daarvan. Het probleem van de meritocratie is dat het waardig wil meten, maar het heeft maar één meetlat: of je met je hoofd of handen kan werken. We hebben het hoofd bovenaan geplaatst en de handen onderaan. Theoretisch zouden we kunnen zeggen: er zijn meerdere maatstaven nodig, bijvoorbeeld ook praktische slimheid, zorgzaamheid, empatisch gevoel, van aanpakken weten. Het probleem is alleen dat we niet de moeite nemen om te kijken hoe we dat eerlijker kunnen meten. Zeker in de salarissen zou dat meer tot uitdrukking kunnen komen."

Volgens Tonkens moeten we daarom blijven bevragen waarom de dingen zijn zoals ze zijn. "Het is belangrijk dat we dit ter discussie blijven stellen. Dat we blijven kijken: waarom waarderen we sommige dingen zoals we ze waarderen? Wat is daar eerlijk aan? Oók wat betreft de positie van vrouwen, want die worden nog steeds slechter betaald. Iets wat in een zuivere meritocratie niet zou mogen gebeuren, want daar geldt je verdienste en zou sekse er dus niet toe moeten doen."

Mevrouw de molenaar

Christa is molenaar en bakker. Ze volgde een opleiding Visual Art en Design Management, maar werd op slag verliefd op het molenaarsvak toen ze een bezoek bracht aan de molen.

“Tijdens mijn studie, toen ik 25 was, kwam ik bij deze molen terecht omdat ik volkoren meel nodig had. Ik was op slag verliefd. Ik had altijd een passie gehad voor producten die met liefde zijn gemaakt. Er zit zoveel tijd in, liefde, hard werken, kennis, alles. Ik heb mijn opleiding afgemaakt en mijn scriptie geschreven over een plan om de molen over te nemen. Die heb ik hier in de molen verdedigd, tijdens een driegangendiner om mijn plannen te presenteren, waarbij ik bij elke gang meel van de molen had gebruikt.

Ik kon nog niet bakken, dus ben ik eerst een baan gaan zoeken als verkoper binnendienst en heb ik een versnelde bakkersopleiding gedaan. Vanuit huis ben ik begonnen met de verkoop van broden en sinds twee jaar ben ik volledig zelfstandig ondernemer."

'Geld is nooit mijn uitgangspunt geweest'

"Ik vind het heerlijk onafhankelijk te zijn. Er is veel afwisseling, er moet van alles geregeld worden. We werken hard. Ik weet nu hoeveel inzet het vergt om de winkel met broden te vullen. Het ambacht houdt wel wat in, zeg maar. Mensen komen overal vandaan voor ons brood, dat geeft een goed gevoel. Het is zo leuk dat mensen in het weekend zo genieten van ons brood.

Waar ik het meest trots ben, is dat wij met graan uit de buurt werken. Dat is de basis voor wat we doen. Het optimaal lokaal. We staan dicht bij de grondstoffen die we gebruiken, ik ben bij het hele proces betrokken, van graan tot brood. Geld is nooit mijn uitgangspunt geweest en ik heb nog nooit spijt van gehad van mijn keuze. Dit brengt zoveel voldoening, van boer tot klant, lekker met de handen in het deeg. Elk brood dat uit de oven komt hebben wij zelf gemaakt, met onze eigen handen. We staan nog altijd voor die oven te kijken wat eruit komt. Dat blijft geweldig."

Claire Kuhlmann-den Drijver
Claire Kuhlmann-den Drijver

Zuster Claire

Claire Kuhlmann-den Drijver is neurocare nurse in een ziekenhuis, daarnaast werkt ze als ZZP verpleegkundige in diverse ziekenhuizen in heel Nederland.

"Als bijbaantje heb ik altijd in de ouderenzorg gewerkt. Dat vond ik zo leuk, dat ik een opleiding hbo verpleegkundige duaal heb gevolgd in Amsterdam. Een schot in de roos. Ik kwam in het Amsterdam umc locatie Vumc ziekenhuis en daar heb je veel mogelijkheden om je verder te ontwikkelen. Ik kwam bij neurochirurgie terecht en heb daar mijn specialisatieopleiding gedaan. Wat mij aansprak aan het vak verpleegkundige is dat je zoveel mogelijkheden hebt, zoveel specialisaties en doorgroeimogelijkheden. Bovendien wilde ik graag met mensen werken. Als ik gewerkt heb, heb ik echt het gevoel dat ik iets voor iemand heb kunnen betekenen. Het is zo belangrijk dat, als je zorg nodig hebt, iemand lief voor je is, dat iemand zorgzaam is en er voor je klaarstaat. Ik kan er zijn voor mensen in kwetsbare, lastige, verdrietige situaties en ik denk dat ik, met mijn beroep, verschil kan maken in hoe patiënten daarmee omgaan."

'Het werk is fysiek zwaar, maar ik ben een energiebom'

"Of ik iets heb gemerkt van een andere waardering van mijn vak sinds we de helden in de zorg zijn? Nou, ik heb uit mijn naaste omgeving altijd al van iedereen veel respect ervaren. Maar natuurlijk was er dit jaar extra waardering, in de vorm van cadeautjes van bedrijven, de zorgbonus natuurlijk en berichten vanuit het bestuur van het ziekenhuis. We staan wat meer in het zonnetje dit jaar, en ik merk ook dat mensen meer bezig zijn met wat er allemaal in het ziekenhuis gebeurt en vaker aan me vragen hoe het met me gaat, bijvoorbeeld.

Ik houd van mijn werk en ook over mijn salaris heb ik niets te klagen. Zeker als je je specialiseert en je ervaringsjaren opbouwt, heb je het niet slecht. Het werk is fysiek zwaar, ik sta soms flink te sjouwen, maar ik ben een energiebom, dus dat kan ik wel hebben. Ik ben honderd procent blij met mijn werk. Als ik een nachtdienst heb, en ik hoor weer gekke verhalen, of ik werk met gekke collega’s, dan heb ik zoveel lol. Dan is het echt een feestje om naar mijn werk te gaan."

De keramist

Petra Kok maakt keramiek nadat ze eerder carrières had als medisch analist en zelfstandig evenementenorganisator.

"De eerste keer dat ik mijn handen in de klei stak, vergeet ik nooit. Dit is het, dacht ik. Het zou nog jaren duren voordat ik er mijn werk van zou maken, maar die allereerste ontmoeting met draaien vergeet ik nooit meer. Ik ben opgegroeid met het idee dat je een vak moet leren. Ik wilde graag naar de kunstacademie, maar omdat daar geen droog brood mee te verdienen was, ging ik naar dezelfde school als mijn zus om laborant te worden in het ziekenhuis. Lange tijd heb ik ander werk gedaan, van medisch analist in een ziekenhuis tot salesbanen in de telecomsector en zelfstandig evenementorganisator.

Sinds twee jaar ben ik zelfstandig keramist. Wat het werk zo leuk maakt? Tijdens het draaien moet je een leeg hoofd hebben, anders lukt het niet, mislukt alles wat je doet. Inmiddels kan ik erbij denken, maar dan nog: het resultaat van draaien met een leeg hoofd, met totale focus, levert altijd het beste resultaat op. Het is een mooie ambacht, waarbij je niet alleen goed moet kijken, maar ook moet voelen. Ik zie nu niet alleen of ik de klei goed draai, ik ‘voel’ dat ook in mijn lichaam, het is een andere manier van waarnemen. Ik ben nog steeds met elk resultaat blij, maar ik kan ook echt genieten van het produceren, van het maken. Die verbinding tussen product en mens is waarvoor ik dit doe. Geluksmomentjes meegeven. Ik stel me zo voor dat iemand wakker wordt, mijn kopje pakt, er een eerste kopje koffie uit drinkt, wakker wordend, nog mijmerend voordat de dag begint. Daarvoor doe ik het. Die geluksmomentjes. Die hoop ik bij anderen teweeg te brengen."

Franke van Hoeven

LEES MEER OVER