Close

Het zalig falen, met Jurre Geluk

16 maart 2021 01:03 / Persoonlijke groei
Jurre Geluk
Jurre Geluk
Z Zonder wrijving geen glans. Redacteur Lizzy van Hees spreekt daarom iedere week iemand over zijn of haar royal fuck-ups en uitzinnige uitglijers, de dingen die niet goed zijn gegaan. Leveren die missers ook wat op?

Als presentator Jurre Geluk (28) aan falen denkt, komen er twee dingen bij hem op: het afscheid van zijn gedroomde musicalcarrière en de audities voor BNNVARA. Gelukkig waagde hij het een derde keer, want we kennen hem inmiddels als de presentator van Spuiten en Slikken, Je zal het maar hebben en In de corona-kreukels. Heeft hij z'n huidige succes te danken aan eerdere faalmomenten? Deels misschien, al is dat waarschijnlijk te kort door de bocht. Want zelfs als alles op z'n pootjes terechtkomt, kun je twijfelen aan keuzes uit het verleden.

We kennen je nu natuurlijk als presentator, maar vroeger speelde je in musicals. Was dat altijd je plan?

"Ja, heel lang wel. Die wens is tijdens een vakantie in Italië ontstaan, ik stond als 10-jarige naar dat animatieteam te kijken en dacht: dit wil ik ook. Dit zijn dé sterren van de camping. Ik zat toen al bij een kinderkoor, maar na die vakantie ben ik ook op dansles gegaan in Leersum. Die hobby liep steeds verder uit de hand, want na een tijdje mocht ik meedoen in het selectieteam. En op een gegeven moment bracht een docent me op het idee om een professionele vooropleiding te doen."

'Ik keek toch om me heen naar wie nog meer een rood rondje had gekregen'

"Ik heb toen auditie gedaan bij Lucia Marthas in Amsterdam en werd aangenomen! Volgens mij had ik dat niet alleen te danken aan het feit dat ik leuk kon dansen, maar ook omdat ik een jongen ben. Samen met de anderen zat ik in de eerste jongensklas op die vooropleiding. Dat was superleuk, want daardoor was ik ineens ieder weekend samen met gelijkgestemden."

Voelde het als een duidelijke stap in de richting van: ik word later danser of musicalster?

"Op die vooropleiding kregen we les in allerlei soorten dans, van urban, musicaldans en ballet tot tap. Maar ook zang- en acteerles. Toen ontdekte ik al dat ik de combinatie van dansen, zingen en acteren echt heel leuk vond, en daarmee was de stap naar een vervolgopleiding bij Lucia Marthas niet zo gek. Al was het geen gegeven dat je daar meteen voor zou worden aangenomen, dus je doet gewoon weer mee met de auditierondes. Die echt zenuwslopend waren, want ineens viel ik niet meer op als jongen die leuk kon dansen, maar stond ik tussen alleen maar hele goede dansers."

Weet je nog hoe het ging?

"Ja, ik herinner me deze auditie beter dan die daarvoor en nu hing er gevoelsmatig veel meer van af. Ik had mijn hele schoolgaande leven niets anders gedaan dan dansen, dan hiernaartoe werken. Mijn moeder bracht me ieder weekend van Veenendaal naar Amsterdam, dus er waren al zoveel uren in geïnvesteerd – niet alleen door mij."

"Tijdens de auditie zelf hadden ze een stickersysteem, weet ik nog. Dus dan stond ik in de eerste ronde ballet te dansen en liep de directrice van de opleiding tussen ons door met een stickervel. Sommigen kregen een stickertje en anderen niet, en de stickertjes die werden geplakt, hadden allemaal weer een ander kleurtje. Dus dan ging ik toch om me heen kijken om te zien wie nog meer een rood rondje had gekregen. Waren dat de balletjongens die ik al kende of juist niet? Hoe goed waren ze? Die dagen waren zo zenuwslopend."

Maar je hebt het gehaald! Was de opleiding wat je ervan verwachtte?

"Ik wist dat het zwaar zou zijn, want daar werden we voor gewaarschuwd. Iedere dag van 9.00 tot 22.00 uur dansen, zingen, acteren, studeren, huiswerk maken tussen de bedrijven door. En dat zonder de garantie dat je ook echt een succesvolle carrière zal krijgen als musicalacteur. Daar waren ze overigens ook heel eerlijk over op de opleiding hoor: leuk dat je hier bent, maar weet dat het hierna ongelofelijk moeilijk wordt: je doet veertig audities en hoopt dat het er ééntje wordt. Ik was altijd blij dat ze het nooit rooskleuriger hebben gemaakt dan het is."

'Door die constante prestatiedruk zijn we een beetje in robots veranderd'

"Dat is een realistische instelling om het werkveld mee in te gaan. En doordat het zo duidelijk werd ingepeperd, moest onzekerheid plaatsmaken voor strijdlust. Al ben ik in het begin ook onzeker geweest hoor, over de tentamens, mijn cijfers, of ik er wel genoeg uit sprong. Het deed er niet toe of je een leuk mens was, maar ging om het plaatje. De buitenkant. Daarin is er altijd ruimte voor verbetering, want dan waren mijn voeten niet gestrekt, of moest mijn rug rechter of de choreografie nog scherper. Ik moest een perfect plaatje nastreven en daarin bestaat weinig ruimte voor falen, je moet beuken en laten zien dat je er bent."

Wat deed die omgeving met je?

"Het is mentaal heel uitdagend geweest, maar dat heb ik vooral naderhand ingezien. Ik heb nog best veel vrienden met wie ik toen op school zat, en samen hebben we het er weleens over hoeveel indruk die periode heeft gemaakt. Door die constante prestatiedruk zijn we ergens een beetje in robots veranderd. Niet zo gek, want het is een harde business. Je kan een kutdag hebben, maar als je op het podium staat, moet je presteren. En ook al was iets loodzwaar, ik moest altijd een knop om kunnen zetten om door te gaan."

"Als ik daar nu aan terugdenk, vind ik het best heftig. Dat merk ik vooral wanneer ik er met vrienden over praat, als we het over docenten hebben of filmpjes terugkijken. Dan kijken we elkaar soms ongelovig aan: dit hebben wij allemaal meegemaakt. Zij begrijpen als geen ander dat gevoel dat er constant hing: altijd de beste moeten zijn en een mindere dag kon je al de kop kosten.

Het was topsport en daarin moet je blijven doorgaan tot je faalt. Ik werd constant tot het uiterste gedreven en daar hoort falen ook bij. Maar daardoor heb ik ook moeten leren hoe ik er vervolgens weer bovenop kom en sterker word als iets niet goed gaat. In dat opzicht heb ik alles te danken aan die opleiding, want nu is niets me te gek. Wat ik toen beschouwde als harde aanpak, zoals het wegdrukken van alle onzekerheid, die ongezonde mentale druk en altijd kijken naar wat beter kan: al die dingen hebben ervoor gezorgd dat ik er nu goed mee om kan gaan."

Goed voorbereid op alle tegenvallende audities die je nog te wachten stonden. Wat werd je eerste auditie voor een officiële musical?

"Dat was voor Jersey Boys, en ik werd aangenomen en meteen gecast als één van de understudies van de hoofdrol Frankie Valli. Dat is best wel een ding, maar omdat ik makkelijk kan schakelen naar een hoge kopstem, mocht ik reserve-Frankie zijn. Dus als de vaste acteur niet kon en zijn vaste vervangers ook niet, dan zou ik aan de beurt zijn. Kleine kans zou je denken… maar natuurlijk kwam er een dag waarop alle Frankies ziek waren en moest ik een week lang die rol overnemen. Avond aan avond, en dat terwijl ik nét van school was, verreweg de minste ervaring had en ook echt het minst goed was van iedereen."

'Niemand in die zaal zit echt op mij te wachten'

"Die week was de hel. Wel een eer natuurlijk, en ik vond het ook leuk omdat het zo spannend was, maar het was veel te intens en te heftig voor mij op dat moment. Die rol is zo groot en belangrijk en ik voelde ook heel nadrukkelijk dat ik de laatste optie was, dus dat ik er alles van moest zien te maken. Ik ging van 'ik ga laten zien wat ik allemaal kan' naar 'ik ben de vierde Frankie, dus niemand in die zaal zit echt op mij te wachten'. Gelukkig is het publiek vaak best begripvol, dus die verwachtte echt niet dat ik het net zo goed zou doen als de acteur die er iedere avond staat. Ik had voor m'n gevoel ook geen andere keuze dan het maar gewoon te proberen en er het beste van te maken. Ik zou er sowieso iets van leren, zelfs als ik compleet op m'n bek zou gaan."

Hoe ging het die week?

"Het sloeg eigenlijk nergens op volgens mij, maar ik heb het in ieder geval geprobeerd. Eén van de moeilijkste dingen aan die voorstelling was de tweede acte, vanaf dat moment ga je als Frankie niet meer af. Dat betekent dat je eindeloos op het podium en in het zicht staat, ik moest in die rol blijven, m'n gezicht in de plooi houden, kon niet even hoesten of m'n keel schrapen. Op een gegeven moment is er een scene waarbij ik op de trap stond, waar dan stiekem een glas water en een keelsnoepje klaarliggen. Die moet ik dan zo onopvallend mogelijk nemen, maar dat zijn ook van die dingen die geheid een keer misgaan. Gelukkig heb ik op school geleerd om daar snel overheen te stappen: the show must go on. Wat ik me nog wel goed herinner, is de eerste avond dat mijn familie in de zaal zat. Ik hoorde mijn zus keihard janken, omdat ze zo trots was."

Zo'n glansrol lijkt me een hoopvol begin van je carrière. Waarom besloot je toch iets anders te gaan doen?

"Na Jersey Boys heb ik auditie gedaan voor The sound of music en Grease onder andere, maar ik werd steeds afgewezen. Toen ik een paar keer tot de laatste ronde kwam en het toch niet werd, dacht ik: als ik dit de rest van mijn leven moet gaan doen, wordt het best pittig. Het is zo ongrijpbaar of je de komende jaren werk hebt en hoeveel werk, want er is maar een klein clubje dat bekend is in musicalland – en zelfs uit die vijver moet voor iedere musical een selectie worden gemaakt.

Toen de BNNVARA-academy voorbijkwam, voelde ik me al een master in auditie doen. Dus waarom niet? Maar de audities waren in die tijd nog heel erg zoals de grote, grappige en brutale speeltuin BNN zelf, dus ik moest echt alles van mezelf laten zien. De eerste keer was ik echt nog een brave musicaljongen en heb ik alleen maar met open mond naar alles en iedereen staan kijken. Zulke bijzondere mensen, zo cool, mooi, sociaal, grof en grappig. Heel imponerend. De campagneslogan was: word jij de nieuwe Geraldine Kemper? Ik kan háár worden, dacht ik, en zij heeft zo'n cool leven. Na de eerste ronde lag ik er al uit, maar ik vond het allemaal zo indrukwekkend dat ik het nog een tweede – en zelfs een derde – keer wilde proberen. Knop om en doorgaan."

'Al die balletlessen, daar heb ik nu niets meer aan en het heeft me wel veel gekost'

"De tweede keer kwam ik al iets verder en mocht ik zelfs auditie doen voor dé Tim Hofman. Toen zag ik Geraldine voorbijlopen en dat wakkerde zo'n vuur aan. Ineens zat ik dicht bij die haard van bekende en coole mensen, waarvan ik dacht dat ik er nooit bij zou horen."

Driemaal is scheepsrecht en nu bén je nagenoeg de nieuwe Geraldine. Dans je nog weleens?

"Nooit meer en dat heb ik lange tijd gezien als falen, omdat ik een heel groot deel van mijn leven heb gewijd aan iets waar ik nu geen kut mee doe. Ik heb dagelijks uren aan de balletbar gestaan en nu dans ik nooit meer. Ergens vind ik dat heel erg zonde. En hoewel ik er in de afgelopen jaren wel anders naar ben gaan kijken en heus weet dat die opleiding niet voor niets is geweest, heb ik er nog niet helemaal vrede mee dat het zo is gegaan. Al die balletlessen, daar heb ik nu niets meer aan en het heeft me wel veel gekost. Fysiek, mentaal en qua stress. Het liefst zou ik zeggen dat ik nergens spijt van heb, maar ik had in die jaren ook stage kunnen lopen bij een lokale omroep of iets anders kunnen doen dat meer aansluit bij mijn werk nu. Het voelt dus ergens als falen, maar dan wel falen wat ik heb omgezet naar iets positiefs."

Je zal het maar hebben is een van de programma's die je maakt. Hebben dat programma en de deelnemers jouw kijk op falen en succes veranderd?

"Voor mij persoonlijk is het een geweldig programma om me te ontwikkelen als presentator, maar de mensen die eraan meedoen en hun verhaal delen maken absoluut de meeste indruk. Ik vind het bijvoorbeeld heel lastig als mensen mij op een voetstuk zetten door dit programma, terwijl ik denk: dat zouden we met al die deelnemers moeten doen. Ik stel maar gewoon de vragen die op het puntje van m'n tong liggen, maar zij zijn zo openhartig over dingen die hun hele leven beheersen of waar ze al jaren mee worden gepest. Ik ben soms bijna jaloers op de deelnemers, omdat ze zo wijs zijn. Zo goed naar dingen kijken. Het heeft me geleerd dat iets waarvan je op het eerste gezicht denkt dat het een zwakte is, ook je kracht kan zijn. Aan het begin vinden zij het ook vaak heel eng om te vertellen over wat ze mankeert, maar gaandeweg maken ze van een negatief verhaal iets heel positiefs.

Daarnaast zien we al genoeg 'normale mensen' op televisie. Dus ik zou willen zeggen: doe het maar eens na, zo dapper zijn. Dan heb je geen armen en ga ik vragen hoe je masturbeert – iets wat eigenlijk een hele normale vraag zou moeten zijn. Maar voor veel mensen is het dat niet en de mensen die aan het programma meedoen zijn ook nog eens bereid om die vraag op televisie te beantwoorden, voor zo'n groot publiek. Daar heb ik immens veel respect voor."

Lizzy van Hees