Close

Lichamelijke integriteit in het ziekenhuis: 'Het voelde als of ze me uitlachten'

20 maart 2021 06:03 / Persoonlijk
I Ineens lig je daar in het ziekenhuisbed, angstig en kwetsbaar. Op je allernaakst. De manier waarop een zorgverlener je behandelt, kan dan een enorme impact hebben, weet Kim uit ervaring.

Bijna een jaar geleden onderging Kim* (33) een heftige operatie. Ze liet haar borsten preventief verwijderen, nadat ze een erfelijk gen bleek te hebben dat de kans op borstkanker vergroot. "In het jaar 2000 bleek dat mijn moeder het gen had, en uiteindelijk is ze aan die ziekte overleden. Toen ik 30 werd, liet ik mezelf ook onderzoeken. De uitslag loog er niet om, en het advies bleek: borsten en eierstokken verwijderen. Voor de zekerheid. Nogal een keuze als je single bent en aan het begin staat van je volwassen leven."

Fase 1 van het traject bestond uit een operatie van twaalf uur, waarbij Kim’s borsten werden verwijderd en meteen weer met buikweefsel werden gereconstrueerd. "Ik stond al bijna een jaar op de wachtlijst, toen er plots door een uitvaller vervroegd een plek in de operatiekamer vrij kwam. Ineens had ik twee dagen de tijd om te beslissen. De medisch secretaresse was kort en zakelijk aan de telefoon, dus ik heb een vriendin gebeld om even van me af te praten. Maar ik wist: dit moet ik doen. Achteraf was het juist ook fijn dat ik niet wekenlang naar de operatie toe leefde, maar dat het me zo overkwam. Ik had geen tijd om me actief zorgen te maken."

Geen oog voor mij

"De operatie was pittig. Mijn borsten waren verwijderd en op mijn buik had ik een grote wond. Ik kon daardoor alleen in strandstoelpositie liggen en moest die nacht ieder half uur wakker gemaakt worden om te controleren of alles goed ging. De volgende ochtend was ik nog onder invloed van allerlei verdovers en kalmeringsmiddelen, toen er ineens allemaal arts-assistenten aan mijn bed stonden. Het leken er wel tien. Ik lag daar op mijn kwetsbaarst, in alleen zo’n blauw operatiehemd, en zij keken met z’n allen naar mijn geopereerde lichaam alsof ik een studieobject was."

'Uiteindelijk kwamen twee assistenten hun excuses aanbieden'

"Onaangekondigd bekeken ze het resultaat, terwijl ik zelf mijn nieuwe borsten nog niet eens had kunnen aanschouwen. Ik was bezorgd over een drain die voor problemen leek te zorgen in één van mijn borsten, en ik merkte dat de arts-assistenten en verpleegkundigen helemaal geen oog hadden voor hoe het met me ging. Dat voelde heel onprettig. Ik vroeg waar de chirurg was en of ik haar nog even kon spreken. Ik had van te voren namelijk bewust voor haar gekozen, omdat ze me meteen een goed gevoel gaf. 'Ze is al even langs geweest’ werd me verteld, ‘en het is alleen maar een goed teken dat je haar nu niet meer ziet'.

Het leek zelfs alsof ze me uitlachten, alsof mijn vraag misplaatst was. Ik vond het naar en heb het later nog wel tegen de verpleegkundige gezegd. Uiteindelijk kwamen twee assistenten hun excuses aanbieden. Op zich fijn, maar toen ze me vertelden dat ze dit wel vaker hoorden, vond ik het eigenlijk nog kwalijker. Ik ben geopereerd in een academisch ziekenhuis en ik snap echt wel dat assistenten er zijn om te leren, maar communiceer alsjeblieft met een patiënt en check ook even of iemand er op dat moment wel aan toe is. Als ze een dag later aan mijn bed hadden gestaan, was er waarschijnlijk niks aan de hand geweest."

Traumatiserend

Over twee jaar staat Kim een nieuwe operatie te wachten, dan worden haar eierstokken verwijderd. "Ik zal deze ervaring dan zeker vooraf bespreken, want ook deze operatie is fysiek én emotioneel ingrijpend. Je moet sowieso mondig zijn in het ziekenhuis. Zeg wat je wel en niet wil, en bespreek het als je voelt dat er iets niet klopt. Overal waar mensen werken worden fouten gemaakt, dat snap ik best. Maar de volgende keer wil ik graag als mens behandeld worden en niet als studieobject."

"Als iets tegen je wil gebeurt, of zonder dat jou iets wordt gevraagd, of zonder dat je weet waarom, is dat niet alleen onacceptabel, het kan ook nog eens traumatiserend zijn," vertelt Claire Stamrood in Het Parool. Zij deed onderzoek naar traumatische bevallingen en vindt dat hulpverleners zich meer ­bewust moeten zijn van de verschillen tussen mensen. "Uit ons onderzoek blijkt dat het heel belangrijk is dat een iemand zich veilig voelt. Daar heeft iedereen weer andere dingen voor nodig. Je kunt proberen aan te voelen - of ­beter nog: vraag het - waar iemand behoefte aan heeft. De manier waarop je iets doet, kan al een wereld van verschil maken."

Patiënt als informatieverschaffer

Alistair Niemeijer is zorgethicus en docent bij de Universiteit voor Humanistiek en is ervan overtuigd dat het lichaam een belangrijke rol speelt in de zorg - en dan niet alleen als kapot onderdeel dat gefixt moet worden, maar juist als informatiebron, als perspectief wisselaar, als persoon. "In de rondes die artsen lopen wordt wel vaker over een patiënt gepraat in plaats van met een patiënt. In de drukke dagen die medici hebben wordt met een patiënt praten soms gezien als een vertragende factor. Dat is natuurlijk niet goed, ook al weten we maar al te goed hoeveel druk er op de dag staat. Het is vooral ook een gemiste kans.

Ons lichaam is namelijk veel waard. Niet alleen in de vlakke benadering, zoals in het verhaal van Kim, want dat is natuurlijk een heel naar moment voor haar, daar kan iedereen zich wel wat bij voorstellen. Maar ook als informatieverschaffer. Een patiënt brengt vaak andere informatie die niet uit alle onderzoeken af te lezen is. Denk bijvoorbeeld aan het niet pluis gevoel van moeders. Dat vertelt heel vaak dat er iets niet in orde is met een kind, en gelukkig nemen kinderartsen dat steeds serieuzer. Ze vragen niet voor niets vaak 'wat denkt u zelf dat het is?', omdat moeders verrassend vaak dicht bij de waarheid zitten."

Eigenlijk zouden alle artsen eens als patiënt in hun eigen ziekenhuis moeten liggen

Het gevoel van kwetsbaarheid komt volgens Niemeijer niet alleen omdat je als patiënt in een ziekenhuisbed ligt, maar ook omdat je overgeleverd bent aan de regels van het ziekenhuis. "Zij bepalen dat jij om half 7 moet opstaan en wat je kunt eten, en jij moet je verhouden tot het ritme van de artsen en bezoekuren. In Italië doen ze dat heel anders. Daar doen ze niet aan bezoekuren en kun je gerust tien man familie om je bed hebben. Het een is niet persé beter dan het ander, maar het is wel interessant om daarover na te denken met het oog op lichamelijkheid en integriteit."

Eigenlijk zouden alle artsen eens een keer als patiënt in  hun eigen ziekenhuis moeten liggen, vindt Niemeijer, die zelf lijdt aan de ziekte van Crohn. "Zeg niet, 'we doen even een coloscopie', want dat is niet 'even'. Je moet eerst 2,5 liter heel vies spul drinken en daarna zo vaak naar de wc dat je achterste in de fik staat. En dat wordt bij iedere behandeling erger. Dat begrijp je veel beter als je aan eens aan de andere kant staat. Zo hoorde ik ook eens van een wat oudere patiënt die het zo storend vond als er van die jonge co-assistenten met vers gewassen haren aan zijn bed stonden, gewoon omdat hij zichzelf dan vies voelde in zijn stinkende bed. Daar zouden we wel wat meer op mogen inzoomen."

Blijf van mijn lijf

In de Nederlandse Grondwet is vastgelegd dat je niet zonder toestemming of goede reden aan iemands lichaam mag komen. Dit recht op lichamelijke integriteit biedt je bescherming tegen ongewenste medische ingrepen, maar ook tegen bijvoorbeeld marteling, dwangvoeding en andere vernederende behandelingen. Het recht op lichamelijke integriteit kan soms - met een belangrijke medische reden - doorbroken worden, zoals reanimatie bij iemand met een hartstilstand. In de praktijk schuren lichamelijke integriteit en bejegening dicht tegen elkaar aan. Het gaat immers niet alleen om wat een hulpverlener doet, maar ook om hoe je je daar als patiënt bij voelt.

*Kim's volledige naam is bekend bij de redactie.

Hanneke Mijnster

LEES MEER OVER