Close

Wat ik had willen weten voordatik mediator werd

29 maart 2021 04:03 / Carrière
H Hindsight is 20/20 zeggen ze wel: achteraf weet je het allemaal zo goed. Kennis waar je zelf niks meer aan hebt, maar waar je een ander wel mee kan helpen. Daarom vragen we in deze rubriek aan ervaringsdeskundigen: wat had je graag eerder willen weten? Deze week: Dominique Strörmann over haar beroep als relatiemediator.

Happily ever after is de droom van iedereen, maar helaas loopt het vaak anders. Soms blijkt het na een aantal jaar toch niet te werken, en dan is het meestal moeilijk om te bepalen wat nou van wie was. Emoties lopen hoog op en helemaal als er kinderen zijn is het soms lastig om rustig te blijven bij het maken van afspraken. Een mediator kan je hierbij helpen als een neutraal tussenpersoon, om samen tot een oplossing te komen waar je allebei tevreden mee bent.

Dominique Strörmann, Rotterdammer in hart en nieren, heeft vanuit haar juridische en sociologische achtergrond al een lange tijd bewondering gehad voor de prestaties van mediators. Tijdens haar eerdere baan in de volkshuisvesting had ze vaak te maken met botsende belangen. Verhuurders wilden dan huizen renoveren of zelfs slopen, en de bewoners gingen daar soms hard tegenin. De partijen stonden lijnrecht tegenover elkaar, en het leek onmogelijk dat ze het ooit met elkaar eens zouden zijn. In dat soort gevallen kwam er een mediator bij, en dan lukte het toch om iedereen op dezelfde golflengte te brengen. Toen Strörmann in 2012 besloot haar carrière om te gooien en meer te doen met haar juridische achtergrond wist ze het meteen: ze wilde ook mediator worden. Ze besloot zich te specialiseren in familiezaken, en nog specifieker relatieproblemen en echtscheidingen.

Hier deelt ze wat ze had willen weten voordat ze begon aan haar carrière als relatiemediator: wat viel tegen, en wat viel juist mee?

'Het is een keer zo uit de hand gelopen dat iemand schreeuwend uit het trapgat gehaald moest worden'

1. It’s not easy being Switzerland

Als mediator moet je altijd neutraal blijven. Onpartijdigheid is key. Strörmann vertelt dat dit soms aardig lastig is: “Het is onmogelijk als mens om ergens niets over te vinden. Iedereen heeft een oordeel. Als mediator heb je alleen niets te vinden in de onderhandelingen. Je moet je daar continu bewust van zijn.” Je kan het nog zo niet eens zijn met een van de partijen, je moet altijd op zoek naar plekken waar de tegengestelde belangen elkaar raken. “Het is niet jouw conflict, dat moet je je constant realiseren.”

In het begin was dat best vermoeiend, vertelt ze. “Van de buitenkant moet je rustig en professioneel overkomen, maar van binnen let je er constant op of je een van de partijen niet te veel voortrekt.” Er komen vaak veel gevoelens bij kijken, en dan wil je empathie tonen, maar daar moet je ook bij opletten: “Als iemand de ander uitmaakt voor van alles en nog wat, dan moet ik daar natuurlijk niet gaan zitten meeknikken. Dat kan beledigend zijn voor die ander.”

Om de onpartijdigheid altijd te waarborgen, vindt Strörmann het belangrijk om vaak te reflecteren met haar cliënten: “Als ik merk dat iemand ontevreden is of zich ergert aan wat ik zeg, benoem ik dat. Het is belangrijk dat het voor iedereen voelt als een veilige en fijne omgeving. Als je tussendoor vraagt aan mensen wat ze van het gesprek vinden, weten ze dat er rekening met ze wordt gehouden. Dat is erg belangrijk.”

2. Een en een maakt drie

Wat Strörmann ook van te voren had willen weten is hoe erg bepaalde situaties je kunnen raken. Bij echtscheidingen gaat het namelijk niet alleen om de twee scheidende partijen, maar ook een derde: de kinderen. En dat kan gesprekken extra moeilijk maken: “Ik vind het altijd belangrijk om de belangen van de kinderen mee te nemen in de discussies. Paren haten elkaar soms zo erg, dat ze al het andere vergeten. Wanneer het me dan lukt om ze weer bij elkaar te brengen, kan me dat wel ontroeren.”

Het is niet altijd positief: “Soms worden mensen verschrikkelijk kwaad. Het is een keer zo uit de hand gelopen dat iemand uit mijn kantoor stormde en schreeuwend uit het trapgat gehaald moest worden. Het is mijn taak dat zoiets niet gebeurt, maar dat wel alle frustraties op tafel worden gelegd. Het is niet de bedoeling dat je hand in hand de zonsondergang tegemoet loopt, maar het is wel fijn als je met een fijn gevoel kunt terugkijken op wat er is afgesproken.”

'Mediation is altijd vrijwillig, en als een van de drie partijen wil stoppen, dan stopt het ook'

Strörmann heeft zichzelf wel voorgenomen om dit soort gevoelens nooit mee naar huis te nemen: “Natuurlijk moet ik weleens iets wat op kantoor is gebeurd thuis verwerken. Mijn cliënten delen hun hele ziel en zaligheid met mij, en dat is soms heftig. Vaak probeer ik het alleen even op te bergen tot ik de dag erna weer op werk zit. Als mediator is het belangrijk om werk en privé gescheiden te houden, en dat lukt nagenoeg altijd wel.”

3. Spreken is zilver, zwijgen is goud

Een goede mediator is volgens Strörmann ‘dakloos en lui’. Daarmee doelt ze niet alleen op haar onpartijdigheid – je kiest geen kant en hebt dus geen onderdak bij een van de partijen - maar ook op zoveel mogelijk stil zijn. Als mediator moet je zo min mogelijk zeggen om voor een zo groot mogelijk effect te zorgen, heeft ze gemerkt. Dit was voor haar best een uitdaging: “Ik praat vanuit mezelf best veel. Ik ben het ook gewend gewoon maar iets te zeggen wanneer er een stilte valt op een feestje. Als mediator moet je dit juist niet doen, er moet met elkaar gepraat worden en niet met mij.” Stiltes zijn daarin juist heel belangrijk. Het is een moment om na te denken wat er wordt gezegd, maar ook een incentive voor een van de partijen om toch iets te zeggen. Dit is geen makkelijke taak, maar je wordt er ook goed voor opgeleid. “Oefenen, oefenen, oefenen, en je wordt er vanzelf beter in.”

Er zit ook een groot non-verbaal aspect aan mediation, legt Strörmann uit: “Ik let op alles van wat mensen zeggen tot wat ze juist niet zeggen. Hoe iemand aan tafel zit kan bijvoorbeeld al veel zeggen over hoe ze naar het proces kijken.” Emotional intelligence is fundamenteel voor het beroep van mediator. “Ik kan me niet voorstellen dat je goed kan mediaten zonder een mensenmens te zijn. Emoties spelen nagenoeg altijd een grote rol, dus dit moet je kunnen aflezen en sturen. Je hoeft trouwens echt niet van alles en iedereen te houden, maar nieuwsgierigheid naar mensen en hun gedrag is cruciaal in dit beroep. Je moet willen weten wat ze doen en waarom.”

4. Als het niet lukt, dan lukt het niet

Soms is een conflict gewoon niet op te lossen. Dat is jammer, maar het is dan ook niet erg om er gewoon de stekker uit te trekken, zegt Strörmann: “Het gebeurt niet vaak, maar soms merk ik dat waar we in een gesprek een stap vooruit hebben gezet, we voor een volgend gesprek weer twee stappen terug hebben genomen. Ik hou de voortgang bij, en als het echt niet opschiet, dan geef ik dat eerlijk aan met het advies niet verder te gaan met de mediation.” De meest voorkomende reden dat mediation niet lukt is wanneer cliënten hun eigen belangen niet meer voor ogen houden, omdat ze te druk zijn met het volledig de grond in boren van de ander. Mediation is altijd vrijwillig, en als een van de drie partijen wil stoppen, dan stopt het ook.

Gelukkig is er soms ook een positieve reden om de mediation stop te zetten: “Het is me een paar keer gebeurd dat koppels na een paar gesprekken besluiten de andere afspraken af te zeggen, omdat ze het toch nog met elkaar willen proberen. Vaak is het communicatie waar het op misliep, en nu ze met elkaar gesproken hebben, is er weer vertrouwen dat het goed kan komen.” Wel zegt ze erbij dat op één stel na iedereen toch weer terug is gekomen. Wel is het de tweede keer vaak makkelijker, omdat ze elkaar beter begrijpen.

Het enige waar Strörmann soms van baalt is als ze het gevoel krijgt dat niet alles besproken is na een mediation: “Dan ga ik twijfelen aan mezelf. Soms merk je gewoon dat het nog steeds niet helemaal koek en ei is bij mensen die een overeenkomst ondertekenen en dat ik dan nog steeds niet alles heb gehoord voor mijn gevoel. Aan de andere kant vind ik dat nogal arrogant van mezelf, want de cliënten bepalen natuurlijk wat ze willen vertellen en wat niet.”

'Eén stel was zo blij met de uitkomst van de mediation, dat ze elkaar weer konden omhelzen'

Het mooiste is wanneer het tegenovergestelde gebeurt: “Het is me een keer gebeurd dat een stel zo blij was met de uitkomst van de mediation, dat ze na het ondertekenen van het ouderschapsplan elkaar weer konden omhelzen, uit trots en dankbaarheid.” Uit zulke situaties haalt Strörmann voldoening; dan weet ze weer waarom ze het doet.

5. Gewoon doen

Strörmann merkt dat er bij veel mensen nog een aarzeling is  om naar een mediator te stappen in een echtscheiding in plaats van naar een advocaat. Dit hoeft er volgens haar echt niet te zijn: “Een mediator maakt het onderhandelen makkelijker en rustiger. Helemaal als je kinderen hebt is het van het grootste belang dat je als ouders op goede voet uit elkaar gaat, zodat ze er niet de dupe van worden. Als partners kun je de relatie eindigen maar gezamenlijk ouderschap houdt daarmee niet op.”

Ook is een mediation vaak een goed hulpinstrument voor de verwerking: “Scheiden is niet niks. Niemand trouwt met het idee dat je een aantal jaar later weer uit elkaar zal gaan. In de gesprekken die je met elkaar aan mijn tafel of die van mijn collega’s voert, krijg je inzicht in elkaars beweegredenen om het huwelijk te stoppen. Dit geeft rust in je hoofd, en misschien zelfs weer waardering voor je ex-partner.” Als laatste advies voor als je twijfelt naar een mediator te stappen, zegt Strörmann: “Gewoon doen dus.”

Wouter Peer