Close

Wat ik had willen weten voordat… ik militair werd

19 april 2021 12:04 / Carrière
Foto ter illustratie
Foto ter illustratie
H Hindsight is 20/20 zeggen ze wel: achteraf weet je het allemaal zo goed. Kennis waar je zelf niks meer aan hebt, maar waar je een ander wel mee kan helpen. Daarom vragen we in deze rubriek aan ervaringsdeskundigen: wat had je graag eerder willen weten? Deze week: sergeant der eerste klasse Lindsy van den Oever over haar werk bij Defensie.

Weinig beroepen spreken meer tot de verbeelding dan die van een militair. Camouflagepak aan, geweer op je rug, baretje op, en dan in een of ander ver land vechten voor de rechten van anderen, soms met gevaar voor eigen leven. Het is natuurlijk niet allemaal zo avontuurlijk, want niet alle militairen begeven zich in het heetst van de strijd. En daarbij kan het best zwaar zijn voor je mentale gezondheid om zulke intense - soms ook traumatische - gebeurtenissen mee te maken.

Niettemin blijft het een spannend beroep met een grote maatschappelijke waarde, en voor veel mensen ook een grote aantrekkingskracht. Iets wat sergeant der eerste klasse Lindsy van den Oever (36), intussen al 13 jaar werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht, al van jongs af aan zo voelde. “Als klein meisje stond ik langs de kant van de Nijmeegse Vierdaagse met open mond te kijken naar alle militairen die voorbij liepen. Hiermee was het zaadje geplant.”

Sergeant der eerste klasse Lindsy van den Oever
Sergeant der eerste klasse Lindsy van den Oever

Toch heeft ze zich na school niet meteen aangemeld: “Ik heb een mbo-opleiding gedaan en heb een tijdje gewerkt als woonbegeleider in de mindervalidezorg. Maar de ambitie om militair te worden heeft altijd in mijn hoofd gezeten. Toen ik een advertentie in onze lokale tv-gids zag staan, heb ik die op aanraden van mijn beste vriend, die al bij de luchtmacht werkte, meteen ingevuld. Al zou ik moeten putjesscheppen, ik wilde militair zijn.” Na de opleiding ging ze aan de slag als specialist vlieguitrustingtechniek, maar sinds twee jaar werkt ze in de niet-operationele functie van recruiter, waarbij ze toekomstige militairen helpt met solliciteren. Dit is wat zij zelf graag had willen weten toen ze ooit die o zo belangrijke keuze maakte: 

1. Doorzettingsvermogen vereist

De opleiding tot militair viel Lindsy wel tegen, vertelt ze: “Ik ben er eigenlijk te onvoorbereid ingegaan. Vanwege mijn achtergrond in de zorg, dacht ik dat ik daar iets mee zou kunnen doen. Dat iemand dan ‘Medic! Medic!’ roept op het slagveld en ik daar dan aan kom rennen met mijn Rode Kruis koffertje. Dat kon niet, want ik had een pedagogische en niet een verpleegkundige achtergrond. Toen kreeg ik het idee om vrachtwagenchauffeur te worden. Als het maar wielen en een stuur heeft, ben ik er al fan van. Dat kon ook niet, want als sergeant ben je dan de coördinator, en dat wilde ik niet. Ze wilden me ook niet op een korporaalsfunctie zetten vanwege mijn opleidingsniveau.”

'Je moet wel een paar klappen vangen. Even slikken, en weer door'

Uiteindelijk kreeg ze drie opties voorgeschoteld, en ze koos voor de vlieguitrustingtechniek. In een team is ze verantwoordelijk voor alle uitrusting die een F16-piloot aan heeft. Ze zorgt onder andere dat de parachute van de schietstoel goed opgevouwen is en werkt, en dat de survivalpakketten klaar voor gebruik zijn. Het kan dus zomaar zijn dat je met een compleet andere functie uit de opleiding komt dan je van tevoren dacht, en dat vond Lindsy best lastig: “Je moet wel een paar klappen vangen. Even slikken, en weer door.”

Maar voordat je überhaupt met de opleiding kan beginnen, moet je nog gekeurd worden. Voor veel militairen in spe is dit een grote drempel, maar bij Lindsy viel het achteraf wel mee: “Je moet een psychologische en een fysieke keuring door. Over de psychologische test maakte ik me niet zo veel zorgen, maar voor de fysieke was ik wel angstig. Vlak ervoor had ik een ongeluk gehad en er zaten nog van die pinnen in mijn enkel. Mijn conditie was wel oké, maar ook niet je van het.” Lindsy is uiteindelijk wel door de keuring gekomen, maar het was zeker wel spannend. Het traject naar werken bij defensie is er dus vooral een van doorzetten en niet opgeven. Je moet het écht willen, dan kom je er wel, aldus de sergeant.

2. With great power…

Lindsy moet erg secuur zijn in de vlieguitrustingtechniek, want er zitten grote risico’s aan fouten, of zelfs maar kleine foutjes maken. Hier komt een zware verantwoordelijkheid bij kijken, maar toch heeft ze zich daar nooit zorgen om gemaakt: “De kans dat je fouten maakt is altijd aanwezig. Je bent een mens, geen robot. Daarom kijk je altijd met zijn tweeën naar een bepaald onderdeel, niet om elkaar op de vingers te tikken als het mis gaat, maar om de vlieger ervan te verzekeren dat alles goed werkt en veilig is. Je weet dat hetgeen wat je doet belangrijk is, en daar handel je ook naar.”

De verantwoordelijkheid die je als militair hebt, loopt door in je dagelijkse leven. Militair ben je altijd, niet alleen als je aan het werk bent: “Als ik op de A50 rij en er is een ongeluk, ben ik verplicht te helpen. Wij zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de burgermaatschappij, ook in zulke situaties.” Ook betekent dit dat je als militair op ieder moment uitgezonden zou kunnen worden. “Dat verschilt per situatie. In Afghanistan hebben we ongeveer tien jaar gezeten. Dan hoor je een half jaar van te voren dat je daarheen moet. Sommige missies zijn minder voorspelbaar, en dan kan het zomaar zijn dat je hoort dat je over een maand al weg moet.”

Lindsy maakt een F16 piloot klaar
Lindsy maakt een F16 piloot klaar

 Vanwege de geboorte van haar drie kinderen is Lindsy nu al een tijdje niet-operationeel. Dit betekent dat ze niet uitgezonden kan worden. Over twee jaar is haar jongste zoon vier, en kan ze weer ingezet worden voor internationale missies: “Daar heb ik wel zin in. Ik ben één keer eerder uitgezonden geweest, naar Sardinië tijdens de oorlog in Libië, het begin van de Arabische lente, en dan merk je echt waarvoor je het doet.”

3. Vriendschap is geen illusie

Waar Lindsy’s ogen echt beginnen te glinsteren, is wanneer ze spreekt over de vriendschappen binnen Defensie. “Het mooiste aan mijn werk vind ik toch echt de kameraadschap die je voelt na een oefening of uitzending. Je leert mensen heel goed kennen.” Als het dan goed gaat, maakt dat haar extra trots. “Het is een fantastisch gevoel als je daar met z’n allen keihard loopt te werken, en het dan helemaal goed gaat. Samen zwoegen, maar ook samen lachen.”

Als militair is er weinig reden tot competitiviteit, en dat is maar goed ook: “Niemand wordt meer betaald dan een ander. We zijn er met zijn allen met maar één doel: het vliegtuig de lucht in krijgen, en dat lukt alleen maar als je goed samenwerkt. Bij andere banen loont het om haantje de voorste te zijn, want dan krijg je opslag of een bonus. Wij hebben dit niet, want we werken er als team.” Als militair ben je er niet voor jezelf, maar voor anderen. Je moet niet harder lopen dan de rest, maar in hetzelfde tempo.

'Wij vrouwen moeten veel harder vechten voor onze plek'

Dit betekent niet dat iedereen gelijk is bij Defensie. De bekende hiërarchische structuur is erg belangrijk. Hier is Lindsy wel tegenaan gelopen: “Dat is soms lastig, maar ik heb me ervoor ingeschreven. Soms moet ik dingen doen die ik zelf niet meteen als eerste keus zou hebben, maar daar kan ik dan niets aan veranderen. Als iemand van een hogere rang zegt dat ik iets moet doen, dan kan ik daar niets tegenin brengen.” Als je je inschrijft bij Defensie, moet je dus wel goed met autoriteit om kunnen gaan.

4. It’s a man’s world

Defensie is in de ogen van velen nog echt een mannenwereld. In 2019 was maar één op de tien militairen vrouw. Dit is volgens Lindsy zeker te merken binnen de organisatie: “Het gelijkheidsbeginsel is juist heel belangrijk, het maakt niet uit wie je bent. Dat moet de mannen soms alleen nog even duidelijk gemaakt worden. Tijdens de opleiding moeten wij vrouwen veel harder vechten voor onze plek.”

Defensie moedigt vrouwen aan om zich aan te melden, maar hierdoor denken de mannen vaak dat vrouwen een uitzonderingspositie krijgen. “Er is een aantal beschermende maatregelen genomen zodat zowel vrouwen als mannen veilig en gezond militair kunnen zijn.” Ze vertelt over een stormbaanoefening tijdens haar opleiding, waarbij ze op een aantal hoge obstakels moesten klimmen, en er daarna weer af moesten door er eerst aan te gaan hangen en ons dan te laten vallen. Afhangen heet dat. Toen iedereen een eerste ronde had gemaakt, vertelde de instructeur dat ze het nog een keer moesten doen. Maar dit keer mochten de vrouwen de obstakels overslaan. “Toen kwam er weerwoord van twee kanten. De vrouwen vonden het belachelijk, want we wilden niet onderdoen voor de mannen, en de mannen begonnen meteen te mauwen dat vrouwen weer een voorkeurspositie kregen. Wat bleek, door je van zo’n hoogte af te laten hangen is het risico op een verzakking van de baarmoeder aanwezig. Toen was het wel stil.”

Toch vindt Lindsy dat ze als vrouw net zo goed een plek bij Defensie heeft als de mannen, en dat het eigenlijk nooit in de weg heeft gezeten. “Je hebt weleens een meningsverschil, en dat kan rot voelen. Ik hou er niet van om wrok te koesteren, dus dan praat ik er met diegene over, pakken we een biertje, en proosten we erop. We lachen erom en gaan gewoon door. Ik heb het altijd als een fijne werkomgeving beschouwd.” Ze voelt zich thuis bij Defensie: “Ik werk bij een bijzondere organisatie, maar ben daar ook ontzettend trots op.”

Wouter Peer

LEES MEER OVER