Close

3 redenen waarom wij Annie M.G. Schmidt het liefste in een doosje zouden doen

20 mei 2021 01:05 / Inspiratie
Annie M.G. Schmidt
Annie M.G. Schmidt
H Het is 110 jaar geleden dat de kleine Annie M.G. Schmidt het levenslicht zag in Kapelle. En met haar geniale gevoel voor humor, hoge moed en slimme pen, blijft ze – ook na haar overlijden in 1995 – talloze Nederlanders betoveren. Gedurfd en haar tijd vooruit, want Annie durfde altijd de vinger op de zere plek te leggen.

Wie aan Annie M.G. Schmidt denkt, denkt aan Jip en Janneke, Floddertje en Pluk van de Petteflet. Of aan Ja zuster, nee zuster en Bello, Bello, Bello die maar blijft trekken. Maar de schrijver had meer in haar pen zitten dan kinderverhaaltjes en familieliederen: ze werkte voor Het Parool, schreef jarenlang cabaretteksten voor Wim Kan en Wim Sonneveld én werkte mee aan de vooruitstrevende musical Foxtrot.

Wie interviews terugleest of -luistert met de legendarische schrijver, wordt eraan herinnerd: wie humor heeft én niet al te cynisch is, komt met een heleboel weg. Ook de nodige brutaliteit, die Schmidt ver heeft gebracht. Zoals de boeken, series en musicals over haar leven laten zien, valt er genoeg te leren van de grootheid, en wij zetten drie van die lessen voor je op een rij.

1. Waar je vandaan komt, zegt niets over waar je naartoe gaat

Schmidt werd in Kapelle geboren, als dochter van Geertruida Bouhuijs en predikant Johannes Schmidt. Echt een vrolijke jeugd had ze niet, en zelf omschreef de schrijver zich altijd als een echte laatbloeier. De eerste verhaaltjes over haar jeugd in Zeeland werden met zoveel lucht en humor opgeschreven, dat het eerder tragikomedies zijn. Annie was een beetje een buitenbeentje in Kapelle, altijd met haar neus in de boeken of zelf versjes en gedichtjes aan het schrijven. Zeeland, zeker in die tijd, was veel te klein was voor het meisje en haar rijke fantasie. Destijds kon Schmidt niet veel meer dan dromen over een eigen leven – een leven waarin mensen recht voor z'n raap zijn en niet getrouwd blijven met de nodige tegenzin. Zoals de moeder van Schmidt, die er zelf liever vandoor was gegaan met ene Maaskant. Daarover schreef ze als kind:

Had ik Maaskant maar genomen

Dan was alles goed gekomen

Nu ben ik met Schmidt getrouwd

Daarvandaan ging alles fout

Maar hoewel er op jonge leeftijd wel degelijk talent zat in de toekomstige schrijver, had ze een niet al te hoge pet op van zichzelf. In een interview met Ischa Meijer vertelt ze: "Ik had aanleg voor schaamte. Ik vond mezelf lelijk, afstotelijk en niks en niks kunnen, niks mogen. Ik had echt een schaamtegevoel over mezelf." En dat zelfbeeld straalde ook af op de mannen in haar jonge leven. "Ik was altijd verliefd op mooie, grote, knappe jongens. Donkere, lange, slanke jongens. Wat er op me afkwamen waren miezerds, waar ik fysiek eigenlijk niks in zag."

Gelukkig ruilde Schmidt dat kleine Kapelle en Vlissingen – met al z'n stomme mannen – na de Tweede Wereldoorlog ein-de-lijk in voor de grote stad. Ze ging naar Amsterdam en misschien nog belangrijker: ze kreeg een baan bij Het Parool. De tussenletters M.G. (Maria Geertruida) waren nodig om haar te onderscheiden van een andere schrijver A. Schmidt. Eenmaal in Amsterdam kon het leven van Schmidt eindelijk echt de gedroomde glorieuze vorm aannemen. Ze was weliswaar een laatbloeier, maar er kwamen toch steeds meer kansen op haar pad: schrijven voor een cabaretgezelschap, en voor grootheden als Wim Sonneveld. Steeds meer bekendheid dankzij haar verhalen over de familie Doorsnee. En ook in de liefde vond ze – na een paar jaar aanmodderen en scharrelen – geluk. Ze plaatste een advertentie waarin ze zichzelf drie jaar jonger voordeed en liep zo Dick van Duijn tegen het lijf. Niet geheel zonder complicaties, want hij was nog getrouwd met een ander. Maar wel groots en meeslepend, kortom: het avontuur, de liefde en het succes waar de kleine Annie al volop van droomde, maar die lang niet voor ieder meisje uit Zeeland waren weggelegd.

2. Als vrouw je mannetje staan

Vanaf het moment dat Schmidt eindexamen deed, heeft ze altijd gestudeerd en gewerkt. En hoe. Als je het oeuvre van de schrijver voor je ziet, vraag je je af of ze ooit achter de typemachine vandaan kwam. In die tijd was het op z'n minst opvallend om als vrouw, en moeder, zoveel te werken en altijd je eigen brood te verdienen. Maar voor haar zou geen ander scenario opgaan. Schmidt is een boegbeeld voor brutale en vrijgevochten vrouwen: als bibliotheekdirecteur in Vlissingen zou ze tijdens de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld al stiekem de 'verboden voor Joden-stickers' van het gebouw hebben verwijderd.

Ook in haar latere carrière bleef Schmidt haar mannetje staan. De verschillen tussen mannen en vrouwen, en bijbehorende rolverdeling, waren dan ook meer dan eens een dankbaar onderwerp voor tekst en lied. Al dan niet sarcastisch, zoals in het lied Kleine zwakke vrouw, waarin ze schrijft:

Ik ben zo evenwichtig

Ik ben vreselijk volwassen

Maar soms dan lig ik 's nachts een poosje wakker

En denk: oh was ik maar een beetje zwakker

 

Oh was ik maar een kleine zwakke vrouw

Die steun zoekt bij een grote sterke man

Oh was ik maar een kleine zwakke vrouw

Zo'n hulpeloos klein wezen dat helemaal niks kan

Ik wou zo graag eens huilen met mijn hoofd tegen een jas

Ik wou dat ik afhankelijk en heel erg zielig was

Ik had nooit iemand nodig en waarom denk ik nou

Oh was ik maar een kleine zwakke vrouw

3. Wees onbevreesd en trek je mond open

Ja, als we iets van Annie M.G. Schmidt – en haar teksten en personages – kunnen leren, is het wel om af en toe lekker recalcitrant te zijn. Lekker te flodderen, je tong uit te steken en tegen de stroom in te zwemmen. Ik wil niet meer, ik wil niet meer, ik wil geen handjes geven! Dankzij de trukendoos van Floddertje, de Stampertjes en Otje hebben generaties kinderen geleerd dat het oké is om stout te zijn, vies te worden en uit de pas te lopen.

Maar als je brutaal wilt zijn, en progressief zoals Schmidt, die maatschappelijke problemen wilde aankaarten, zorg dan dat je goed beslagen ten ijs komt. Zoals de schrijver deed met haar ijzersterke teksten en scherpe gevoel voor humor. Want als de boodschap belangrijk is, en je wilt dat-ie blijft plakken, kan de juiste verpakking wonderen doen. À la Annie M.G. Schmidt: met een denkbeeldige strik eromheen.

Denk aan de musical Foxtrot, waarin Annie M.G. Schmidt in het lied De laatste dans op prachtige wijze haar kritiek uitte op de Nederlandse cultuur in de jaren '30. Met z'n allen graaien en snaaien, drinken en naaien. Dansend om de krater, maar ondertussen rommelt het overal. De uitbarsting komt later, met een boem en een flits en een knal. Maar we trekken ons er niets van aan, we hebben nooit iets anders gedaan. Dansen op een vulkaan. In dezelfde musical wordt stilgestaan bij het anti-homosentiment van die tijd: 'Nooit is er een lied gezongen, over de verboden kus van Romeo en Julius. Want daar zijn we nog niet aan toe – taboe, taboe – geen aria's, nooit aria's voor de paria's'. Nou, wél als het aan Schmidt lag.

Een ander moment waarop duidelijk werd dat Schmidt haar tijd ver vooruit was, was een scène uit Pension Hommeles, waarin Donald Jones en Klaartje Binnendijk de eerste interraciale kus op televisie laten zien. Nu kunnen we ons dat gelukkig bijna niet meer voorstellen dat dit buiten alle boekjes ging, maar in de jaren '50 was het baanbrekend.

We mogen daarom maar wat blij zijn met lefgozers zoals Annie M.G. Schmidt, zeker als ze zó ontzettend veel talent hebben.

Lizzy van Hees