Close

Wat ik had willen weten voordatik in een hospice ging werken

24 mei 2021 09:05 / werk
H Hindsight is 20/20 zeggen ze wel: achteraf weet je het allemaal zo goed. Kennis waar je zelf niks meer aan hebt, maar waar je een ander wel mee kan helpen. Daarom vragen we in deze rubriek aan ervaringsdeskundigen: wat had je achteraf bezien graag eerder willen weten? Deze week vertelt Esther de Vet waarom haar werk in een hospice zoveel voldoening geeft.

We denken er liever niet te veel over na: het einde van ons leven of dat van onze dierbaren. Maar als je in een hospice werkt, maak je niet anders mee. Het is dé plek waar patiënten die niet meer beter worden, komen om verzorgd te worden en in alle rust de laatste periode van hun leven door te brengen. Maakt dat het een plek waar pijn en verdriet constant de boventoon voeren? Niet per definitie, vertelt verpleegkundig specialist Esther de Vet (36), want er blijft genoeg ruimte voor vrolijke en mooie momenten. Zij werkt sinds twee jaar bij Hospice Marianahof in Etten-Leur.

Ook als verpleegkundige in het ziekenhuis voelde De Vet zich al aangesproken door palliatieve zorg. Wat haar werk zo bijzonder – en soms moeilijk – maakt, deelt ze nu met ons in de vorm van persoonlijke tips en adviezen.

1. Sombere stemming? Dat hoeft echt niet

Stille gangen, slapende patiënten en een handje vol verdrietige familieleden, het zijn dingen die je al snel voor je ziet wanneer je aan een hospice denkt. Maar wat klopt er van dat grimmige en grauwe beeld? "Mijn ervaring is heel anders", vertelt De Vet, "het hospice waar ik werk zit in een oud klooster dat midden in de natuur staat. De appartementen van onze bewoners kijken vrijwel allemaal uit op een prachtige tuin. Dat maakt het heel sereen."

'Bij de een is het in een vloek en een zucht voorbij en bij de ander duurt het veel langer'

Natuurlijk hebben niet alle hospices zoveel mazzel met hun ligging, maar de sfeer wordt ook gemaakt door de mensen die werken bij een hospice, de kaderartsen, geestelijk verzorgers, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten zoals De Vet en de talloze vrijwilligers. "Doordat het om palliatieve zorg gaat, voor patiënten die niet meer beter worden, wordt de band die je opbouwt met patiënten en hun naasten per definitie anders. Misschien wel intensiever. Voor mijn collega's en mij is de vraag altijd: wat kunnen we doen om het leven van de patiënt zo fijn en comfortabel mogelijk te maken?"

Daarnaast zijn mensen richting het eind van hun leven vaak aan het reflecteren, dat zorgt ook voor een zekere berusting. "Er is echt niet alleen maar verdriet, want juist dit soort intensieve periodes met patiënten en dierbaren leveren vaak hele bijzondere gesprekken op. Het is mooi om te zien dat veel patiënten er vrede mee kunnen vinden dat ze er binnenkort niet meer zijn. Ze ervaren het daardoor ook als een waardevolle periode, voor zichzelf en hun naasten. Al is het natuurlijk jammer dat er zo'n verdrietige trigger voor nodig is."

2. Ieder traject is anders

Hoe lang patiënten in een hospice verblijven verschilt. "Soms komen mensen binnen met de prognose dat ze nog een paar weken hebben, maar dan kan het toch opeens heel snel gaan", geeft De Vet toe. "De dood lijkt in die zin op een geboorte, het is onvermijdelijk, maar bij de een is het in een vloek en een zucht voorbij en bij de ander duurt het proces veel langer."

Werknemers zijn in die zin op alle scenario's voorbereid en gaan nergens blind vanuit. "Soms ga je op vrijdag naar huis en denk je al: dit is misschien wel de laatste keer dat we elkaar hebben gezien." Maar het kan net zo goed gebeuren dat een patiënt veel stabieler blijft dan artsen en verpleegkundigen verwachten. "Dat kan lastige gesprekken opleveren, want onze plekken zijn hard nodig voor de patiënten die thuis niet meer verzorgd kunnen worden en intensieve palliatieve zorg nodig hebben. Als iemand het onverwacht lang blijft volhouden, kan het zijn dat die zijn of haar plek in het hospice moet afstaan aan iemand anders. Al hebben betrokkenen daar vaak wel begrip voor." Het hospice kan dan ook meekijken naar een andere passende oplossing in dit soort situaties, of iemand gaat terug naar huis, een verpleeghuis of een zorgappartement bijvoorbeeld.

3. Emoties mogen er zijn, dat maakt je een goede zorgverlener

Steeds maar weer afscheid nemen van patiënten, mensen waar je misschien een klik mee had of een goede band hebt opgebouwd in korte tijd, daar moet je maar tegen kunnen. "De emotionele last is er zeker," zegt De Vet, "we zijn geen robots. Wij hebben gevoel en emoties, maar dat maakt je ook een goede zorgverlener." Het helpt als je die emoties niet opkropt en durft te delen, met collega's of je thuisfront. "Het komt weleens voor dat ik zo'n heftig verlies meemaak op werk dat ik het er thuis in het weekend toch nog even over wil hebben met mijn partner. Dat moet kunnen."

'Anderen blijven me juist bij omdat ze ondanks hun lot zo strijdbaar bleven'

Al wordt het wel lastig om dit werk vol te houden als je je té veel laat raken door het verdriet van patiënten en hun families. "Je wil wel professioneel blijven, dus het is een kwestie van de juiste balans vinden. Mensen vinden het fijn als je meeleeft, maar stellen het ook op prijs als jij degene bent die rustig blijft. Zodat je altijd helder houdt wat de patiënt nodig heeft en hoe je daaraan kan bijdragen."

Er zijn zeker een paar patiënten die zoveel indruk hebben gemaakt dat ze De Vet altijd bij zullen blijven. "Soms omdat ik de berusting zo bewonderde, maar anderen blijven me juist bij omdat ze ondanks hun lot zo strijdbaar bleven. Dat is moeilijk om aan te zien, die voortdurende strijd. Als zorgverlener krijg je dan toch het gevoel dat iemand tot het laatste toe onnodig lijdt. Terwijl je iemand alle rust gunt in het afscheid nemen."

Esther de Vet
Esther de Vet

Ook zijn sommige ziektebeelden aangrijpender dan anderen, vervolgt De Vet. "En dan zijn er nog familieleden die veel indruk maken, die gaan lang niet altijd op de serene manier met elkaar om als je hoopt. Je stelt je vaak een warme kring voor, zo rond dat bed, maar zo gaat het in de praktijk gewoon niet altijd." Wat haar misschien wel het meeste bijblijft, zijn de persoonlijke berichtjes en dankwoorden na iemands overlijden. "Daarin lees je terug wat je voor iemand hebt kunnen betekenen. Je kan maar één keer doodgaan of je partner of ouder kwijtraken, dus nabestaanden onthouden vaak heel goed wie daar intensief bij betrokken waren."

4. Kijk verder dan de patiënt

Omdat je niet alleen met een patiënt te maken krijgt, maar ook met zijn of haar dierbaren, is het belangrijk om hun zorgen niet uit het oog te verliezen. "Veel mensen hebben het nog nooit meegemaakt, zo'n periode van afscheid. Wat komt er allemaal op je af? Waar moet je rekening mee houden? Wij proberen die schok voor de familie op te vangen", vertelt De Vet. Zij en haar collega's proberen een luisterend oor te bieden, nabijheid uit te stralen en soms juist even niets te zeggen.

Eén van de manieren waarop ze bij de Marianahof rekening proberen te houden met familieleden en anderen naasten, is door ze een waaktas te geven tijdens het waken bij iemand die stervende is. "Die hele periode en het waken is heel inspannend, dus hier zit een beetje ontspanning in, voor alle zintuigen", zegt De Vet. "Een handcreme waar ze hun eigen handen mee kunnen insmeren, maar ook die van de patiënt. Een puzzelboekje, fleecedeken, led-kaarsje en een boekje met gedichten en verhalen van andere nabestaanden. Op die manier kunnen ze toch een beetje steun vinden in die donkere en moeilijke momenten."

'We kunnen geen dagen aan het leven toevoegen, maar wel leven aan de dagen'

De gesprekken die De Vet vaak voert met zoons, dochters, partners en andere naasten, gaan soms ook over de wens van patiënten om thuis te blijven. "Maar in de praktijk is dat niet altijd haalbaar. Voor mensen voelt het dan als falen, maar de realiteit is: als nabestaanden moeten zij uiteindelijk door. Je kan niet jezelf volledig opofferen om het je partner of ouder zo makkelijk mogelijk te maken thuis. Bovendien kan je er veel meer voor iemand zijn als je ook je eigen welzijn bewaakt", zegt De Vet. "Een partner kan dan weer partner zijn. Zijn of haar eigen rol vervullen, in plaats van die van verzorger." Natuurlijk is het fijn als iemand die laatste periode thuis kan meemaken, maar een hospice is een mooi alternatief.

Zeker het afgelopen jaar was heftig voor veel mensen: sommige patiënten werden besmet met COVID en overleden daardoor sneller dan verwacht. En door alle coronamaatregelen, werd het aantal bezoekers in het hospice lange tijd beperkt. "Dat is vreselijk, want normaal is ons bezoekersbeleid heel vrij. De mensen die het nodig hebben, mogen zo vaak en lang langskomen als ze willen. Maar los van de patiënten moesten wij het afgelopen jaar ook onze collega's en de 70 vrijwilligers beschermen."

5. Focus op wat wél kan

Het is een cliché, weet De Vet, maar over haar werk in het hospice zegt ze: "We kunnen geen dagen aan het leven toevoegen, maar wel leven aan de dagen." Hoe het verhaal afloopt, is al bekend wanneer een patiënt binnenkomt, maar er blijft veel ruimte om die laatste periode zo bijzonder en aangenaam mogelijk te maken.

"Het zal je misschien verbazen, maar er wordt ook veel gelachen in een hospice, er is ook ruimte om te genieten", benadrukt De Vet. "Er wordt piano gespeeld, buiten fluiten de vogeltjes. Nu ik er werk, weet ik: het is de meest serene plek ooit." We hoeven ook niet zo bang en krampachtig te zijn over de dood, het hoort er nou eenmaal bij. Al betekent dat niet dat het de hele dag moet gaan over het ziek-zijn.

"Er was een man die gewend was om ieder jaar een appeltaart te bakken voor de verjaardag van zijn kleinkind. Hij vond het zo jammer dat hij dat nu niet zou kunnen doen, maar onze visie is: daar hoef je je niet bij neer te leggen. We halen gewoon alle ingrediënten voor appeltaart en zorgen dat hij hier kan bakken", herinnert De Vet zich. "Dolgelukkig was hij. En met Pasen verstoppen wij net zo makkelijk paaseieren in onze tuin. O ja, laatst was er een patiënt die zijn hele werkende leven manege-eigenaar was geweest. Op een mooie dag stond zijn kleindochter met paard en al in de achtertuin." Het geheim is omdenken, niet te veel kijken naar wat niet meer kan, maar juist wat nog wel kan.

Het is een feit dat de dood bij ons leven hoort, en als je er zoveel mee geconfronteerd wordt als De Vet, wordt het ook steeds makkelijker om er zelf aan te denken en over te praten. "Het relativeert en helpt je er steeds aan herinneren dat je dingen niet te lang moet uitstellen. Geniet en haal alles eruit wat erin zit. Zeker de mensen die hier komen terwijl ze nog relatief jong zijn, zetten je aan het denken. Mensen die nét met pensioen zijn en dan ziek worden, die hadden vaak nog zoveel plannen, maar krijgen er de tijd niet meer voor. Als je grote dromen hebt, moet je ze eigenlijk niet uitstellen."

Lizzy van Hees

LEES MEER OVER