Close

Een bakkie doen met een vluchteling: goede gesprekken en heftige onderwerpen

20 juni 2021 08:06 / Wereld Vluchtelingendag
De 'Bakkie doen?' actie in 2019
De 'Bakkie doen?' actie in 2019
V Vandaag, 20 juni, is het Wereld Vluchtelingendag, een dag waarop aandacht wordt gevraagd voor de vele vluchtelingen over de hele wereld, die ongewild alles achter hebben moeten laten. Redacteurs Wouter Peer en Famke Langedijk deden een bakkie met vluchtelingen Hasan en Khaled, om te horen wat zij hebben meegemaakt.

In een Nederland dat soms steeds meer lijkt te polariseren, wordt veel gepraat over vluchtelingen, maar worden hun persoonlijke verhalen vaak vergeten. Het gaat om stromen, om meer, om minder, maar niet om individuen. Met die reden organiseert VluchtelingenWerk Nederland al een aantal jaar de actie ‘Bakkie Doen?’. Rond 20 juni bieden vluchtelingen voorbijgangers op stations een kop koffie aan en geven de gelegenheid tot een goed gesprek. Samen koffie drinken verbindt, denken zij, en laat dat nou net zijn wat nodig is.

Helaas gooide aunty covid vorig jaar net als bij veel andere evenementen roet in het eten. De bakkies konden niet meer op stations uitgedeeld worden, en de gesprekken bleven uit. Dit jaar heeft VluchtelingenWerk besloten het roer om te gooien, want het is gebleken dat de gesprekken ontzettend waardevol kunnen zijn. Voor deze speciale editie kon je je aanmelden voor Bakkie aan huis om thuis een gesprek aan te gaan met een vluchteling onder het genot van een door een foodtruck verzorgd bakkie pleur.

Redacteurs Wouter Peer en Famke Langedijk deden mee en hadden indrukwekkende, persoonlijke, en soms ook grappige gesprekken met de Arnhemse Hasan en Delftse Khaled, beide afkomstig uit Syrië. Gesprekken die ze allebei niet snel zullen vergeten.

Hasan en Wouter
Hasan en Wouter

Hasan & Wouter

Hasan (24) moest in 2015 vluchten uit zijn geboortestad Daraa in het zuiden van Syrië. Hij werd opgeroepen om te vechten in het leger, maar dat wilde hij niet. Hij was 19, wilde juist studeren. Zo besloot hij om zijn familie te verlaten en naar Nederland te vluchten. Nu, zes jaar later, zit hij in het derde jaar van zijn studie Civiele Techniek en is hij net verhuisd naar een grotere woning in Arnhem. Ook al kan het weer soms tegenvallen, Nederland is zijn nieuwe thuis. Aankomende zomer gaat hij trouwen met zijn Syrische vriendin en hij hoopt hier het leven op te kunnen bouwen dat hij in Syrië nooit had kunnen krijgen.

Hoe herinner jij je het Syrië voor de oorlog? En hoe heeft dit zo om kunnen slaan?

"Het Syrië waar ik in ben opgegroeid was een prachtig land. Ik heb er een mooie jeugd gehad, en we hadden het ook goed. Sommige mensen denken weleens dat Syrië arm en primitief was voor de burgeroorlog, maar dat was het echt niet. Er was alleen een dictator aan de macht.

Op een gegeven moment begon de bevolking te demonstreren tegen het regime. Geïnspireerd door wat er in andere landen gebeurde, wilden de Syriërs een vrijer, meer democratisch bestuur, maar daar was het regime het natuurlijk niet mee eens. Ik heb zelf ook nog mee gedemonstreerd, maar op een gegeven moment zette de overheid het leger in om tegen de demonstranten te vechten, en toen vonden mijn ouders dat ik maar thuis moest blijven. Binnen een jaar is het toen oorlog geworden tussen Assad en het vrije leger, en ook ISIS kwam erbij kijken."

'Als je een oorlog hebt meegemaakt, vind je niets meer eng'

"Ik moest uiteindelijk wel vluchten. ISIS kwam op de deur kloppen: ik moest meevechten of anders… Ik wilde absoluut niet het leger in, ik wilde studeren. Ik besloot te vluchten, en ik was daar ook eigenlijk niet bang voor. Als je een oorlog hebt meegemaakt, vind je niets meer eng."

Hoe ben je hier dan uiteindelijk terecht gekomen?

"Veel tijd om na te denken had ik niet. Ik ben gewoon gegaan. Eerst vertrok ik legaal naar Turkije, gewoon met een boot, alsof ik op vakantie ging. Vanuit daar ben ik via de illegale route verder gegaan. Op een kleine boot met meer dan 60 personen gingen we naar Griekenland, en vanuit daar naar Noord-Macedonië, Servië en Hongarije. Daar ben ik opgepakt door de politie en heb ik een nacht in de gevangenis moeten doorbrengen. De volgende dag mochten we gelukkig weg, en reisden we verder.

We gingen naar Oostenrijk, Duitsland, en uiteindelijk dus Nederland. Dit deden we lopend en met de trein, maar ook in illegale auto’s, en dat kost niet niks. Voor velen zijn de vluchtelingen goud waard. Voor de tocht naar Griekenland moest ik 1000 euro betalen. Reken maar uit wat ze dan verdienen met een klein bootje waar ze 60 man op gooien. Ik was uiteindelijk bijna 15 dagen onderweg."

En je familie? Zitten die nog in Syrië?

"Ja, die zijn nog steeds in Syrië. Ik heb wel bijna dagelijks contact met ze. Er is een tijd lang heel veel gevochten waar ik vandaan kom, maar nu gaat het gelukkig wel beter. Al een jaar is het rustig daar. Ze zijn niet meegegaan, want het was gevaarlijk en duur om te vluchten.

Mijn vader is wel al ouder en mijn broertje nog klein, dus voor hen is het er voor nu prima, maar het blijft spannend. Ik hoop dat het snel allemaal beter wordt en dat mijn broertje nooit met de oorlog en het leger te maken hoeft te krijgen. Vooral voor jongeren is de oorlog slopend, want die moeten in dienst.

Iedereen vecht maar tegen elkaar, en wie zijn de slachtoffers? De burgers, want die worden bij iedere keer dat een gebied weer veroverd moet worden gebombardeerd. Als je een oorlog tussen landen hebt, bescherm je je burgers, maar bij een burgeroorlog worden ze vergeten. Ik ben een aantal vrienden kwijtgeraakt aan de oorlog, en ik vraag me weleens af waarvoor."

Je wilde gaan studeren, en dat doe je nu ook, maar hoe heb je dat aangepakt toen je nog geen Nederlands sprak?

"Ik ben ontzettend goed ontvangen in Nederland. Alle mensen die ik tegenkwam waren aardig en behulpzaam, maar met de taal werd ik wel in het diepe gegooid. Ik was namelijk 19, en alleen kinderen kregen uitgebreid scholing in Nederlands. Ik heb zelf het initiatief genomen om Nederlands te leren. Ik heb een aantal intensieve cursussen gevolgd om het zo snel mogelijk onder de knie te krijgen."

'Nederland is nu mijn thuis, en ik hoef niet terug naar Syrië'

"Ik ben uiteindelijk civiele techniek gaan doen op de hogeschool, dus bruggen ontwerpen, tunnels maken, dat soort dingen. Eerst dacht ik nog over een studie in het Engels, maar als ik hier mijn leven moest opbouwen is het veel beter voor me om Nederlands te leren. Een Nederlandse opleiding helpt me hier ook weer bij.

In het begin was het erg moeilijk. Ik moest veel zoeken, maar inmiddels gaat het allemaal wel goed. Ik heb ook ontzettend veel hulp gehad van mijn medestudenten. Ze vroegen altijd of ik het wel had begrepen en namen de tijd om het me nog eens uit te leggen. Dat heeft me meer motivatie gegeven om door te gaan, anders was ik misschien wel gestopt. Ik zit nu in mijn 3e jaar en loop stage bij een project om Amsterdam Centraal te renoveren. Ik ben dus goed op weg voor een mooie toekomst."

Wat hoop je dat initiatieven als Bakkie Doen? gaan bereiken?

"Ik ben via via in contact gekomen met de actie Bakkie Doen? georganiseerd door VluchtelingenWerk, en ik vind het wel echt een goed initiatief. Natuurlijk zijn er veel mensen die vluchtelingen helpen en ons verhaal kennen, maar er zijn er nog veel meer die niets van ons weten. Het is belangrijk de vluchteling een gezicht te geven, naast de nieuwsberichten en tragische beelden op tv."

"Het is jammer dat we nu niet zoals normaal op stations kunnen gaan staan en met willekeurige voorbijgangers een gesprek aan kunnen gaan, maar ook zo aan huis kom je in contact met interessante mensen en je leert een keer de persoon achter de vluchteling kennen. Je hoort zo veel nare verhalen, en slecht nieuws, maar ik vind het ook belangrijk om mijn verhaal te delen. Vluchtelingen met een succesvol leven komen nu eenmaal niet in het nieuws, maar we zijn er zeker.

Nederland is nu mijn thuis, en ik hoef niet terug naar Syrië. Misschien ooit in de zomer naar mijn familie als het een keer vredig wordt daar. Nederland heeft me alles geboden wat Syrië niet kon. Komende zomer ga ik trouwen met mijn vriendin, en laat dat het begin zijn van een mooi leven."

Khaled en Famke
Khaled en Famke

Khaled & Famke

Khaled (32) vluchtte in september 2015 uit Damascus, de hoofdstad van Syrië. Net als bij Hassan werd van hem verwacht dat hij het leger in zou gaan. Iets wat voor de oorlog volgens de wet niet hoefde, omdat hij geen broers of zussen heeft en zijn ouders anders alleen achter zouden blijven. Toen een kennis, die ook enig kind was, werd opgepakt, was de maat vol. Hij vluchtte naar Nederland en bouwde hier zijn leven op. Inmiddels is hij bezig met het afstudeerproject van zijn master en spreekt hij goed genoeg Nederlands om het Limburgse accent van redacteur Famke op te merken.

Had je tijd om je vlucht voor te bereiden?

"Mijn moeder was al eerder vertrokken. Mijn ouders zijn gescheiden en ik wilde niet dat mijn vader alleen achter zou blijven, dus toen heb ik besloten bij hem te blijven en erop te vertrouwen dat het in Nederland goed zou gaan met mijn moeder. Ik had één keer eerder geprobeerd te vluchten, maar deze pogingen mislukten. Ik had al zoveel geld uitgegeven, ik dacht: het is klaar. Uiteindelijk was het mijn vader die wilde dat ik vertrok. Hij zei me dat ik twee weken had om alles voor te bereiden en afscheid te nemen. Die weken vlogen voorbij. Ik heb nog nooit zo bewust gekeken naar de stad waar ik ben opgegroeid. Op het balkon heb ik vanuit iedere hoek foto’s gemaakt van het uitzicht, zodat ik het niet zou vergeten."

'Als ik over straat liep, hoorde ik weleens een bom vallen. Eén keer landde hij zo’n 150 meter van mij vandaan'

"Het voorbereiden van de vlucht zelf was ingewikkeld. Het was zomer, dus alle vliegtuigen zaten al vol. Ik wilde graag naar Beiroet of Istanbul, maar dan had ik tot in de winter moeten wachten. Daarnaast moest ik ook zorgen dat ik enigszins veilig de grens over kon komen en dus moest ik rekening houden met de checkpoints. Als je naam op de wanted list staat komen ze er daar echt wel achter."

Hoe was het in Syrië voordat je vluchtte?

"Ik heb natuurkunde gestudeerd en werkte als docent. ’s Ochtends keek ik altijd nog even naar onze voordeur voordat ik naar mijn werk ging. Dan vroeg ik me af of ik hem ‘s avonds weer zou zien, want dat was nooit zeker. Als ik over straat liep, hoorde ik weleens een bom vallen. Eén keer landde hij zo’n 150 meter van mij vandaan. De eerste jaren dat ik hier woonde schrok ik ook van het vuurwerk dat rondom oud en nieuw wordt afgestoken. De knallen die ik hoorde als ik aan mijn bureau zat te studeren zorgden ervoor dat ik heel even niet wist waar ik was.

Het was ook raar om te zien hoe snel alles veranderde. Ik was 23 toen het onrustig werd in Syrië, dus ik heb alles heel bewust zien veranderen. Voor de oorlog kwam ik soms om drie uur ‘s nachts thuis. Mijn ouders waren bezorgd, maar ik vertelde ze altijd dat er toch niks zou gebeuren, het was veilig. Ik had door heel Syrië kunnen reizen zonder ergens gestopt te worden. Op een gegeven moment hoorde ik van een vriend dat verderop in Damascus een checkpoint was. Hij moest me toen nog uitleggen wat dat inhield. Een paar maanden later waren ze overal. Het is geen vriendelijke boodschap, maar ik hoop dat mensen beseffen dat wat Nederland te bieden heeft heel bijzonder is. In veel landen is het niet zo vredig, en voor je het weet slaat het om."

Hoe was je eerste tijd in Nederland?

"Ik kwam specifiek naar Nederland omdat mijn moeder hier al woonde en ik goede dingen had gehoord. Ik hoorde dat Nederland tolerant was, een groot verschil met sommige andere landen. Ik heb hier in het begin in meerdere AZC’s gewoond. We moesten regelmatig verhuizen. Iedere avond hing er een lijst met nummers, en als die van mij ertussen stond, moest ik de volgende ochtend om acht uur klaarstaan om verder te gaan. Soms maakte ik vrienden waarvan ik dan weer afscheid moest nemen, maar er waren ook keren dat we met een groep verhuisden.

In de AZC’s hielp ik mee als tolk en assistent. Het laatste AZC waar ik woonde was in Terneuzen, op het randje van Nederland zoals ik het toen noemde. Daar leerde ik ook mijn Nederlandse opa Jilly kennen, mijn contactpersoon van VluchtelingenWerk in Terneuzen. Ik kon zien dat hij voor iedereen zijn best deed, zoveel dat hij vergat te lunchen. Mij was verteld dat etenstijden heilig zijn in Nederland, dus maakte ik een afspraak met hem. Hij vond dat hij het te druk had, maar ik vertelde hem dat het mijn tijd was en dat ik tosti’s en koffie voor hem had. Ik hielp hem ook als tolk en hij was degene die een leraar Nederlands voor me vond. Zo ben ik hem als opa gaan zien, want ik heb heel veel aan hem gehad. Hij behandelt mij ook echt als zijn eigen kleinzoon."

'Ik vond stilzitten in het AZC maar niets'

"Er waren ook dingen waaraan ik echt moest wennen. De democratie begreep ik eerst niet. Ik kan me herinneren dat mijn docente in het AZC heel enthousiast was over de verkiezingen hier. In Syrië is het nooit zo spannend. Afgelopen maand won Assad weer met 95 procent, dat is voor niemand een verrassing. Dat het ook anders kan, heb ik hier moeten leren.

Toen ik hier nog niet zo lang woonde, ging ik wandelen met een vriend. We praatten vaak over politiek en die dag was hij heel kritisch over het Nederlandse koningshuis. Ik ben van hem weggelopen omdat ik bang was dat de geheime diensten me zouden komen halen. Later heb ik via VluchtelingenWerk Nederland Willem-Alexander mogen ontmoeten. Hij was ontzettend vriendelijk, een echt mens. In Syrië is dat wel anders."

Hoe gaat het nu?

"Ik ben nu bezig met het afstudeerproject van mijn master in Sustainable Energy Technology. Eigenlijk is dat heel snel gegaan. Voordat ik aan de premaster begon moest ik op B2 niveau Nederlands en Engels kunnen spreken. Dat was lastig, maar ik vond stilzitten in het AZC maar niets, dus ik was erg gemotiveerd. Na mijn master hoop ik de wereld een beetje beter te kunnen maken met schone energie.

Met mijn ouders heb ik zoveel mogelijk contact. Mijn moeder help ik regelmatig omdat zij natuurlijk ook niet Nederlands is. Mijn vader bel ik zo vaak mogelijk. De stroom en het internet worden regelmatig afgesloten in Syrië. We bellen sowieso één keer per week, maar soms ook iedere dag. Dat vind ik fijn."

Wouter Peer & Famke Langedijk