Close

Jonge slachtoffers en kleine getuigen: zo gaat het eraan toe in verhoorkamers voor kinderen

19 juni 2021 10:06 / Interview
H Het zijn de vragen waarvan je zou hopen dat ze nooit gesteld hoeven te worden. Giny Ydema verhoort kinderen die slachtoffer of getuige zijn van seksueel misbruik of ernstig geweld. “Sommige verhalen komen keihard binnen.”

Een kamer met een tafel een een paar stoelen. De muren zijn kleurrijk geverfd. Links van de deur een kleine speelhoek met knuffels en wat speelgoed. Op één muur prijkt een schildering van een grote toekan. Tegen een andere muur staat een kast met spelletjes. Als je binnenkomt in deze kamer in het politiebureau in Leeuwarden, zou je gemakkelijk kunnen denken dat je in een kinderdagverblijf bent beland of in een andere ruimte waar kleine kinderen zich even moeten kunnen vermaken. Alleen de camera’s in alle hoeken van de kamer verwijzen naar de werkelijke functie van de kleurrijk ingerichte ruimte: het verhoren van kinderen van 4 tot 12 jaar, die als slachtoffer of getuige betrokken zijn bij zedenzaken of ernstige geweldsdelicten.

Dat gebeurt sinds begin jaren negentig in speciaal hiervoor ingerichte studio’s. Door gespecialiseerde zedenrechercheurs, die hiervoor een interne opleiding volgden. Ook mensen met een verstandelijke beperking en kwetsbaren zoals ouderen met Alzheimer worden volgens een bijzonder traject verhoord. De getuigenissen die hieruit voortkomen, kunnen als bewijs worden gebruikt in strafzaken. Giny Ydema (55) werkt al dertig jaar bij de zedenrecherche en doet al twintig jaar verhoren in deze speciale studio’s. Het is soms aangrijpend, maar ook dankbaar, vindt ze. "Ik zie hier kinderen binnenstappen die een loodzwaar verhaal te vertellen hebben en die daarna opgelucht en weer een klein beetje lichter naar buiten lopen. Op dat soort momenten vind ik dat ik het mooiste vak ter wereld heb."

Als kinderen bij jou in de studio komen, wat gaat daar dan aan vooraf?

"Dat hangt van de situatie af. Maar stel dat er sprake is geweest van een aanranding in een speeltuin en een kind komt thuis en zegt: 'Papa en mama, er was een rare meneer in de speeltuin en die wilde mijn plasser zien.' Dan schrikken de ouders natuurlijk en dan bellen ze vaak de politie. Op zo’n moment komt er een informatief gesprek met de ouders met een zedenrechercheur op het bureau. In dat gesprek vertellen de ouders wat het kind hen heeft verteld en geven ze bijvoorbeeld aan of ze aangifte willen doen. En de zedenrechercheur probeert een beeld te krijgen van wat precies het verhaal is en of mogelijk sprake is van een strafbaar feit."

'Ouders kunnen in eerste instantie beter niet te veel uitvragen'

Volgt dan ook meteen de aangifte?

"Dat kan, maar er nog even over nadenken mag ook. Als er een kind bij betrokken is, is het wel belangrijk dat het niet te lang duurt, omdat je wilt zorgen dat de verklaring van het kind zo zuiver mogelijk is en dat er zo min mogelijk beïnvloeding plaatsvindt tussen het voorval en het verhoor. We geven ouders dan ook altijd tips mee met wat ze het beste kunnen doen of zeggen en wat ze beter niet kunnen doen of zeggen, om de kans op beïnvloeding zo klein mogelijk te maken."

Wat adviseer je dan bijvoorbeeld?

"We geven ouders bijvoorbeeld mee dat ze wel kunnen zeggen 'wil je daar nog iets meer over vertellen?' als een kind iets vertelt, maar dat ze beter niet te veel uit kunnen vragen. Luister vooral geduldig en aandachtig en schrijf eventueel later dingen op, om niet te vergeten wat je kind heeft verteld. En probeer verder zoveel mogelijk vast te houden aan de normale dagelijkse routine."

Wat gebeurt er als ouders besluiten om aangifte te doen?

"Dan vragen we of ze denken dat hun kind in staat is om te vertellen over wat er gebeurd is. En of ze denken dat hun kind dat ook zou willen. En als ze denken van wel, dan gaan wij dit zelf ook nog toetsen. Door een keertje bij het gezin thuis te komen en in de vertrouwde omgeving van het kind stapje voor stapje te vertellen wat de bedoeling is. We hebben daarvoor ook een speciaal boekje gemaakt over de 'praatpolitie'. Met simpele teksten en foto’s, waarin het proces van het verhoor op een toegankelijke manier uitgelegd. Zodat een kind weet wat het te wachten staat."

En als een kind niet wil? Of niet durft?

"Dan proberen we er heel voorzichtig achter te komen waarom het niet wil of niet durft. Soms is een kind bang. Of het schaamt zich. Dan kijken we of we manieren zijn om het kind gerust te stellen of iets voor te stellen waardoor het wel durft. Bijvoorbeeld een broertje of zusje dat meegaat naar het bureau en buiten de verhoorstudio wacht. Maar als een kind echt niet wil of durft, dan gaat het over. Je gaat een kind nooit dwingen of onder druk zetten. Een kind moet uiteindelijk zelf willen verklaren. Wil of kan het dat echt niet, dan gebeurt het ook niet.

We hebben wel eens een jongetje uit een pleeggezin gehoord dat alleen durfde als de hond meeging. Nou mogen er eigenlijk geen honden in het bureau komen, maar op zo’n moment zeg ik: natuurlijk mag de hond mee. Toen kwam dat jongetje dus met z’n enorme lobbes binnen, die ergens in een hoek ging liggen. En op een gegevens moment kwam het gesprek op het misbruik en begon het jongetje te huilen. Die hond kwam overeind, liep naar hem toe en likte hem over zijn gezicht. Dat was een heel mooi, maar ook een heel aangrijpend moment. Ook voor mij."

Als een kind aangeeft dat het wel wil vertellen over wat er is gebeurd, hoe gaat het dan in z’n werk?

"Dan maken we een afspraak voor een verhoor in de studio. Meestal begin ik na binnenkomst door een kind zelf de keuze te geven: ‘Je bent hier gekomen om iets te vertellen. Maar we kunnen ook eerst even een spelletje doen of eerst even kletsen, wat wil jij?’ Het ene kind zegt dan: ik wil het meteen vertellen. En het andere doet liever eerst even een spelletje memory. Oudere kinderen willen vaak meteen praten, jonge kinderen vinden eerst wat spelen vaak fijn. Dat is allemaal oké."

Als het tijd is om te gaan praten, hoe pak je dat dan aan?

"Het allerbelangrijkste is dat ik niets inbreng. Alles moet vanuit het kind zelf komen. Ik zeg dus nooit: dit en dat is gebeurd en daar gaan we het over hebben. Ik zeg: 'Je bent gekomen om iets te vertellen, klopt dat? Wil me me daar eens over vertellen?' Heel belangrijk is ook om te benadrukken dat als ze het antwoord op een vraag niet weten dat ze dan niet hoeven te gaan raden, maar dat ze gewoon mogen zeggen dat ze het niet weten. En dat als ze iets niet begrijpen, een vraag of een woord, dat ze dan gewoon mogen zeggen dat ze het niet begrijpen. Dat spreken we dan echt samen af."

'Bij een verhoor gaat het niet om de beleving of verwerking, maar specifiek om waarheidsvinding'

"En als we dat eenmaal hebben afgesproken, laat ik een kind eerst in de eigen woorden het hele verhaal vertellen. Zo vrij en ononderbroken mogelijk. Zonder vragen tussendoor. Het kind gewoon laten vertellen wat het weet. Dat noem je de free recall. Dat is een belangrijke techniek om met zo min mogelijk sturing een verhaal boven tafel te krijgen. Als het kind alles verteld heeft, dan vat ik het een keer heel rustig en feitelijk samen en vraag ik of het klopt, wat ik heb samengevat. En dan vraag ik of het goed is dat ik over sommige stukjes nog wat extra vragen stel."

De verhalen die je tijdens zo’n verhoor te horen krijgt, zijn soms heftig. Is zo’n verhoor dan ook altijd een emotioneel gesprek?

"Ja en nee. Soms huilen kinderen. Maar soms vertellen ze heel rustig en afstandelijk over wat er gebeurd is. En het belangrijkste is dat ik zelf zo neutraal mogelijk blijft in het gesprek. Dat is echt wat een verhoor anders maakt dan een ‘gewoon’ gesprek of een gesprek met een therapeut. Want bij een verhoor gaat het niet om de beleving, verwerking of een diagnose, maar specifiek om waarheidsvinding. Ofwel: zo feitelijk mogelijk boven tafel krijgen wat er precies is gebeurd. Zodat de verklaring ook als bewijs gebruikt kan worden in een rechtszaak. Maar dat betekent ook dat je tijdens het verhoor soms anders moet reageren dan je normaal zou doen."

Hoe anders?

"Als een kind je iets heel vreselijks vertelt, ben je van nature geneigd om te gaan troosten, om een arm om het kind heen te slaan of te zeggen: ‘oh wat erg’. Maar dat mogen wij niet doen. Wij moeten zo neutraal mogelijk blijven. Het verhoor wordt van alle kanten gefilmd en gevolgd vanuit de regiekamer, waar een ervaren regisseur meekijkt. En daarbij wordt niet alleen gekeken naar het kind, maar ook naar jou als verhoorder. Naar wat je zegt, maar ook je houding en je mimiek."

Een speciale verhoorkamer, voorzien van camera's
Een speciale verhoorkamer, voorzien van camera's

 

"Natuurlijk probeer je zo warm en bemoedigend mogelijk te zijn, binnen de grenzen van het neutrale. Maar alles wat je doet, ook al is het maar in een gezichtsuitdrukking, kan in een rechtszaak als sturing worden beschouwd, waardoor de verklaring waardeloos wordt. Dus niet meehuilen. Niet troosten. Niet knikken. Niet geschokt kijken. Niet bevestigen. Dat kan soms lastig zijn, want tijdens de politieopleiding leer je juist dat het heel belangrijk is om empathisch te zijn, begrip te hebben voor gevoelens en gevoelens ook te benoemen. Maar om dit goed te kunnen, moet je dat juist weer helemaal afleren."

Is het voor kinderen niet vervreemdend om iets heftigs te vertellen tegen een volwassene die zo neutraal reageert?

"Mijn ervaring is dat kinderen het juist wel fijn vinden. Want als ze hun verhaal vertellen tegen iemand die van ze houdt, dan zien ze vaak dat hun verhaal diegene verdriet doet. En dat willen ze niet. Dus stoppen ze maar met vertellen of ze zwakken hun verhaal af. Maar als er iemand tegenover ze zit die niet vanuit emotie reageert en alleen maar heel aandachtig luistert, kan dat ook juist heel prettig zijn.

Ik heb eens een meisje van 9 gehoord die getuige was van de moord op haar moeder. Een vreselijk verhaal. Toen ze het vertelde, was ze heel emotioneel. Maar ze vertelde alles wel heel duidelijk en helder. Uitgebreid en met veel details. Later is het meisje bij een psycholoog terecht gekomen. En die psycholoog vertelde mij dat het meisje daarna nooit meer iets heeft verteld. Geen woord. Omdat die psycholoog wel een beeld wilde krijgen van wat er gebeurd was, heeft hij de band van het verhoor teruggekeken. En hij  zei daarna: juist omdat je zo neutraal blijft, heeft ze zich waarschijnlijk vrij gevoeld om het hele verhaal te vertellen. Daar ben ik heel blij mee. Want uiteindelijk is haar verklaring ook van groot belang geweest in de zaak tegen de dader."

Het komt regelmatig voor dat de verdachte een bekende van het kind is. Soms zelfs een direct familielid. Is het dan niet belastend voor een kind om tegen die persoon te verklaren? Zeker als die verklaring ervoor zorgt dat die persoon in de gevangenis belandt?

"Dat zijn inderdaad hele moeilijke afwegingen. Ik zou het goed vinden als daar steeds meer aandacht voor komt. Naar de effecten op kinderen die verhoord zijn. En niet alleen op de korte, maar ook op de lange termijn. Wat we nu al wel weten is dat het heel belangrijk is om het kind te 'ontschuldigen'. Dus heel goed duidelijk maken dat de betreffende persoon in de gevangenis is komen, door wat hij of zij heeft gedaan en niet door wat het kind heeft verklaart.  Maar het komt ook voor dat we de afweging maken dat verklaren voor een kind te belastend is, bijvoorbeeld omdat het gevaar loopt of in een loyaliteitsconflict komt."

'Het is zo belangrijk om niet alleen over, maar ook mét kinderen te praten'

In wat voor situatie bijvoorbeeld?

"Denk aan een kind dat tussen twee vuren van een vechtscheiding zit. Waarbij de ene partij de andere beschuldigt. Als die dan zou moeten verklaren tegen de nieuwe vriend van de moeder, maar na dat verhoor wel weer de helft van de tijd bij moeder en die nieuwe vriend moet zijn, dan is dat veel te ingewikkeld voor dat kind. Daarbij is het de vraag of een verklaring in die situatie nog wel betrouwbaar kan zijn. Daarover treden we als politie ook in overleg met de officier van Justitie. Soms is de getuigenis van een kind cruciaal voor een zaak, maar oordelen we toch dat het tegen het belang van het kind ingaat om te verklaren. Of dat beïnvloeding niet genoeg kan worden uitgesloten. Dan kan het zijn dat we besluiten om wel met hulpverlening in overleg te treden om te voorkomen dat een kind in een onveilige situatie zou blijven zitten, maar verder besluiten om het kind niet te laten verklaren.”

Ooit vond men dat getuigenissen van kinderen niet als bewijs konden gelden. Waarom is dat veranderd?

"Vroeger had men de overtuiging dat kinderen niet betrouwbaar konden verklaren. Inmiddels weten we dat ze dat wel degelijk kunnen. Natuurlijk, je komt kinderen tegen waarbij je merkt dat ze de woorden nog niet hebben om goed te kunnen vertellen over wat er is gebeurd. Of kinderen die werkelijkheid en fantasie nog niet goed kunnen scheiden. Daar kijk je ook wel naar, voordat je besluit of een verhoor zinvol is. Maar je hebt ook kinderen, soms al heel jong, die heel helder kunnen verklaren over wat ze hebben meegemaakt. 

Ik ben er zelf een groot voorstander van dat kinderen een stem hebben in het strafrecht. Er wordt zoveel óver kinderen gepraat. Bij scheidingen, misbruik- en mishandelingszaken. Het is zo belangrijk om ook mét kinderen te praten. Om ze serieus te nemen. Horen wat ze te zeggen hebben. Van sommige kinderen horen we dat ook terug: dat ze zo blij zijn dat zij een keer zelf hun verhaal mogen doen. En dat er iemand naar ze luistert."

Neem je al die verhalen die je hoort mee naar huis?

"Vroeger meer dan nu. Mijn man werkt ook bij de politie, dus we hebben het wel vaak over ons werk. Maar toen ik net begon, wilde ik alle kinderen die ik zag wel mee naar huis nemen, eten geven en in bed stoppen. Nu probeer ik te focussen op wat ik met het verhoor voor kinderen kan betekenen. Gewoon door er te zijn en naar ze te luisteren. Ik zie hier kinderen binnenstappen die een loodzwaar verhaal te vertellen hebben en die daarna opgelucht en weer een klein beetje lichter naar buiten lopen, met hun teddybeer onder de arm. Op dat soort momenten vind ik dat ik het mooiste vak ter wereld heb."

Floor Bakhuys Roozeboom