Close

Een stad (steeds minder) gebouwd voor (alleen maar) mannen

26 juli 2021 03:07 / Architectuur
Leden van The Matrix Feminist Design Co-operative
Leden van The Matrix Feminist Design Co-operative
I In de architectuur waren vrouwen lang ondervertegenwoordigd, waardoor mannen alle ruimte kregen om onze omgeving in te richten. Vaak naar eigen inzicht en dus naar hun eigen behoeften, waarbij de rest van de wereld zo nu en dan vergeten werd. Voor The Guardian schreef Oliver Wainwright over de groep architecten die veertig jaar geleden de mannelijke architectuur in Londen te lijf ging.

Stel je voor dat de hele stad voor jou op maat is gemaakt. Alle deurklinken op exact de juist hoogte, de traptreden op jouw beenlengte aangepast en de huizenblokken precies zo groot dat jouw ideale auto gemakkelijk alle bochten kan maken. Als het aan de invloedrijke 20ste-eeuwse architect Charles-Édouard Jeanneret-Gris – beter bekend onder zijn pseudoniem Le Corbusier - had gelegen was dit hoe de wereld eruit zou zien: pasklaar voor een man van 1.82 meter lang.

In eerste instantie overwoog Le Corbusier 1.75 meter, de gemiddelde lengte van een Fransman, als ideaal te nemen. Maar zoals hij zelf zei: "In Engelse detective boeken zijn de knapste mannen altijd 1.82 meter lang." Daarom bedacht hij zijn eigen main character voor wie hij ontwierp. En Le Corbusiers theorieën hebben veel invloed op de moderne architectuur gehad: hij was in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw zo populair dat architecten, planologen en stadsbesturen van over de hele wereld zijn ideeën overnamen.

'Je moet je met een plek kunnen identificeren, het gevoel hebben dat het ook jouw plek is'

Zijn zelfbedachte superheld, met die volledig op hem ingestelde wereld, laat goed zien waarom het belangrijk is om niet alleen maar mannelijke architecten te hebben. Helaas was dat lang wel het geval, waardoor de blik op hoe een stad eruit hoort te zien eentonig is geworden. Het is nou eenmaal lastig om je het leven van een ander tot in detail voor te stellen, laat staan wat zij missen in een stad of gebouw. Vrouwen, mensen met een handicap, ouderen, kinderen – of in het kort: iedereen die niet aan dit fictieve ideaal voldeed, werden door Le Corbusier en veel van zijn collega’s vergeten.

The Matrix

In de jaren ’80 was er een groep Londense vrouwen die er genoeg van hadden. Ze vonden dat ze lang genoeg geworsteld hadden met trappen en wandelwagens, donkere steegjes en metrostations die door doolhoven geïnspireerd leken te zijn. De stad was een door voornamelijk mannen gecreëerde hindernisbaan, dus was het tijd voor een andere aanpak. Ze noemden zichzelf The Matrix Feminist Design Co-operative, kortweg Matrix, en gingen aan de slag. "Door hun eigen ervaringen hebben vrouwen een andere kijk op hun omgeving dan de mannen door wie de stad gebouwd werd", schreven ze in 1981. "Er is niet zoiets als een vrouwentraditie in de architectuur, maar we willen nieuwe mogelijkheden zoeken om de nieuwe vrijheden van vrouwen een plek te geven."

Zo’n veertig jaar later probeert Arna Mačkić hier in Nederland iets soortgelijks te bereiken. Samen met Lorien Beijaert richtte ze Studio L A op, waarmee ze Nederlandse architectuur inclusiever willen maken. "Inclusieve architectuur betekent dat een plek toegankelijk, maar ook herkenbaar is voor verschillende mensen", legt Mačkić uit. "Je moet je met een plek kunnen identificeren, het gevoel hebben dat het ook een plek van jou is en je er welkom voelen. Als dat lukt, kun je je thuis voelen op een plek, relaties aangaan met buren en zullen mensen ook beter voor hun omgeving zorgen, waardoor die weer langer meegaat bijvoorbeeld."

Om dit voor elkaar te krijgen, is het volgens haar belangrijk dat openbare plekken er niet allemaal hetzelfde uitzien en dat niet overal geconsumeerd hoeft te worden. "In veel steden zie je dat als wijken worden opgeknapt er altijd dezelfde type huizen, maar ook cafés en winkels worden neergezet. Die cafeetjes lijken qua uiterlijk allemaal op elkaar en trekken ook dezelfde doelgroep: hoogopgeleide mensen met een goed inkomen. Zo zijn er weinig openbare plekken waar je niet hoeft te betalen om er tijd door te mogen brengen."

De oplossing is om meer samen te werken, zegt ze. "Architectuur heeft zoveel invloed op ons leven. Hoe toegankelijk een plek is, wordt ook bepaald door hoe een plek tot stand is gekomen. Bij het ontwerpen van een gebouw of plek is de uitstraling ontzettend belangrijk. Wie herkent zich straks in het bouwwerk en wie worden er misschien buitengesloten door de namen, titels en woorden die gebruikt worden? Hoe meer diversiteit er in het ontwerpteam te vinden is, hoe groter de kans dat er genoeg verschillende perspectieven mee worden genomen. Veel architectenbureaus lijken alleen nog niet in te zien hoe belangrijk die toegankelijkheid is."

Het antwoord op Le Corbusier

Hier wist de coöperatie Matrix ook al handig gebruik van te maken. In 1992 werkte de groep aan een blijf-van-mijn-lijfhuis in Essex. De mannelijke architecten van het gebouw hadden een aantal belangrijke dingen over het hoofd gezien, van de veel te kleine gedeelde keukens tot de speelruimtes voor de kinderen, die zo waren gelegen waren dat moeders hun kroost niet in de gaten konden houden. Als antwoord liet het architectenverbond vrouwen zelf zichtbaar maken wat ze nodig hadden. Gewapend met meetlinten en grote stukken karton, om levensgrote modellen te bouwen, werd er een nieuwe ideale indeling gemaakt.

Het doel was nooit om een feministische stadsplanning te promoten

Mačkić kent nog wel zo’n voorbeeld uit eigen land, toen de Portugese architect Álvaro Siza aan het einde van de jaren ’80 de Haagse Schilderswijk bezocht. "Den Haag wilde de Schilderswijk volledig slopen en een nieuwe wijk bouwen waarin geen plek was voor de oude bewoners. Zij moesten naar een andere wijk verhuizen om het imago van de Schilderswijks op te krikken. Siza kwam met een iets vriendelijkere oplossing en besloot uit te zoeken waar bewoners zelf behoefte aan hadden." Voor degenen met een Turkse achtergrond bleken dit bijvoorbeeld schuifdeuren te zijn. “Hiermee kun je zelf bepalen wanneer je ruimtes met elkaar verbindt of afsluit en is er veel meer flexibiliteit mogelijk in het gebruik van de woning."

Inclusief betekent dat ook jong en oud zich thuis voelen in hun omgeving. Haar eigen werk leerde Mačkić dat jongeren vandaag zich vooral zorgen maken over het klimaat en elkaar meer willen tegenkomen. "Scholieren vragen zich af of we niet van auto’s in de stad af moeten en of duurzaamheid niet het uitgangspunt kan zijn. Maar ze missen ook plekken waar ze samen hun talenten kunnen ontwikkelen. Eigenlijk een soort bibliotheek 2.0."

Wel inclusief, niet feministisch

Aan Matrix werd vaak gevraagd hoe een stad ontworpen door vrouwen er eigenlijk uit zou zien en hoe dit anders zou zijn dan de steden die we kennen. Maar dat gaat aan het punt voorbij: het doel was nooit om een feministische stadsplanning of bouwstijl te promoten, maar ze zochten naar een manier van kijken, luisteren en ontwerpen die iedereens verschillende wensen in een stad kan verwerken. Net zoals Mačkić dat nu ook doet. "Er bestaat geen universele mens, dus moeten we heel veel verschillende mensen als uitgangspunt nemen."

Terwijl Mačkić zich inzet om deze jongeren een zo inclusief mogelijke stad te geven, wordt het boek van collectief Matrix dit jaar opnieuw uitgegeven en heeft de groep een eigen tentoonstelling gekregen in Londen. De superheld van Le Corbusier maakt misschien nog de dienst uit in de stad, maar heeft in ieder geval een stuk veelzijdiger gezelschap gekregen. 

Wil je het hele artikel van Oliver Wainwright lezen? Dat kan hier.

Famke Langedijk

LEES MEER OVER