Close

Dansen, spacen, drinken, zweten: waarom we het nodig hebben om los te gaan

21 augustus 2021 10:08 / Psychologie
E Een van de belangrijkste levenskunsten is weten wanneer je de teugels aantrekt en wanneer je ze laat vieren. En voor dat laatste mag best wat meer aandacht zijn, vindt journalist Floor Bakhuys Roozeboom - die zelf best heel behoorlijk functioneert als verantwoordelijke volwassene, maar soms zo ontzettend behoefte heeft aan losgaan.

Heus, ik ken de fijne kneepjes van een gedisciplineerd, gestructureerd en productief leven. Rituelen en gewoonten die horen bij een leven ‘op orde’. Vroeg opstaan. Niet te laat naar bed. Gezond eten. Niet teveel suiker. Regelmatig sporten. Geen alcohol drinken. Geen drugs gebruiken. Niet tot in de late uurtjes tv kijken tot je ogen uit je hoofd vallen. Geen deadlines missen. Netjes je grotemensenverplichtingen nakomen, iedere dag. Ik weet hoe een keurig functionerend mens wordt geacht te leven. Maar ik weet ook dat als ik te lang zo leef, zonder uitspattingen, rommelige liederlijkheid, avontuur en buitengezette bloemetjes, dat er dan langzaam een bepaald lichtje in mij uitgaat. Een lichtje dat pas weer aangewakkerd wordt als ik een keer goed de remmen los gooi.

Noem het losgaan, noem het naar de klote gaan, noem het door het licht gaan: de remmen losgooien staat voor mij voor de momenten dat ik heel even niet nadenk over morgen of overmorgen of de dag erna. Dat ik even niet bezig ben met de verantwoordelijkheden die op mijn schouders rusten. Even niet doen wat ‘goed voor me is’, maar toegeven aan wat een andere, minder beteugelde versie van mij zou doen als ik haar haar gang laat gaan. Drinken tot de ochtend komt. Een pilletje slikken op een festival. Spelen, dansen en sjansen. Een pakje sigaretten leeg roken, ook al doe ik dat al jaren niet meer. Dansen en zweten in een menigte die lijkt te bewegen als één.

'Als er ergens druk wordt opgebouwd, moet die ook weer worden ontladen'

Ik heb het lange tijd een beetje gênant gevonden dat ik deze behoefte zo sterk heb. Niet als scholier of als student, toen los willen gaan bij de leeftijd hoorde, maar toen ik eenmaal kinderen had, voelde het alsof het nu maar eens afgelopen moest zijn met die gekkigheid. Alsof het verlangen om uit mijn dak te gaan voortkwam uit een losbandigheid en een neiging tot zelfdestructie waar ik me als verantwoordelijke volwassene eigenlijk voor zou moeten schamen en die in elk geval zoveel mogelijk zou moeten onderdrukken. Maar ik vraag me steeds vaker af: is dat wel terecht? Is af en toe de remmen helemaal willen losgooien wel een zwakte? Of is het gewoon een diep menselijke behoefte? En heeft losgaan niet ook gewoon een functie?

Voor Renée van der Hoff in elk geval wel. Feesten. Drinken. Dansen tot ze niet meer kan. Het is een manier om tot zichzelf te komen, haar batterij op te laden. "Ik ben een typische extravert. Mij doe je geen plezier met een avondje alleen op de bank of een lange wandeling in mijn eentje. Feesten, dansen en mezelf helemaal verliezen in een ruimte vol andere mensen, dat is voor mij opladen en ontspannen tegelijk. Even alles om me heen vergeten, even niets denken, niets voelen. Ik heb dat echt nodig. Als ik het lange tijd niet doe, word ik doodongelukkig." Zeker de afgelopen tijd, in de coronacrisis heeft ze dat gemerkt. "Ik wil er niet dramatisch over doen, maar ik heb me echt heel somber gevoeld. Depressief. En nog steeds mis ik het. Natuurlijk, je kunt nu weer een terrasje pakken. Maar je verliezen in het nachtleven is er niet meer bij. Voor mij was het een plek waar ik mezelf kon zijn. Natuurlijk, er zijn ergere dingen en ik probeer het ook wel te relativeren. Maar als je de dingen waar je gelukkig van wordt niet meer kunt doen, dan doet dat iets met je."

Volgens Willem van der Bend, psychiater en auteur van het boek Voel je beter is losgaan een diep menselijke behoefte en is het een manier om uit het keurslijf te breken van de verwachtingen en verplichtingen van het dagelijkse bestaan. "Even vrij zijn, geen verantwoording hoeven afleggen, geen verantwoordelijkheden voelen. Ook heeft het een ventielfunctie: als er ergens druk wordt opgebouwd, moet die ook weer worden ontladen. En dat kan natuurlijk op verschillende manieren. Door te wandelen, te sporten of iets anders te doen dat ontspant. Maar ook door je even helemaal te laten gaan. Door jezelf te verdoven of juist in extase te brengen.” Behalve met ontlading heeft de behoefte aan losgaan volgens Van der Bend ook met ontsnapping te maken. “Ontsnappen aan stress, aan verdriet, verveling of sleur. Het kan om verschillende redenen aantrekkelijk zijn om even in een roes te verkeren. Even een realiteit te scheppen waarin er geen verwachtingen zijn en je je nergens aan hoeft te houden."

Voor Robin Bhaggan is dat herkenbaar. "Ik heb eigen praktijk als revalidatietherapeut. Dus door de week ben ik serieus, draag ik een witte jas en werk ik keihard. Maar in het weekend ging ik altijd samen met mijn vriend uit. Samen naar de Reguliersdwarsstraat in Amsterdam. Drankjes drinken, shotjes doen. Lachen. Dansen. Ons even helemaal vrij voelen. Helemaal los." Die twee werelden van het serieuze aan de ene kant en het losse aan de andere kant, dat zorgde voor balans. Toen het uitgaansleven wegviel, raakte die balans verstoord, vertelt hij. "Als revalidatietherapeut weet ik maar al te goed: als je wel spanning opbouwt, maar niet genoeg kan ontladen, dan ga je klachten ontwikkelen. Stress. Hoofdpijn. Rugpijn. Ik heb het bij patiënten al zo vaak gezien. Maar nu merkte ik het zelf. Ik was alleen nog maar die serieuze, gedisciplineerde versie van mezelf. Ik hield stress vast, kon minder goed ontspannen. Het uitgaan en het losgaan in het weekend was voor mij altijd de ultieme uitlaatklep geweest en die miste ik opeens."

'De hele zelfhulpindustrie is ondraaglijk streng en ondraaglijk nuchter'

Even in een roes raken, spelen, onverantwoordelijk zijn, verdwijnen. Journalist en schrijver Marianne Donner noemt het ‘spijbelen’ en dat zouden we volgens haar wel wat méér mogen doen. "Dronken zijn is spijbelen. Drugs gebruiken is spijbelen. Schrijven is spijbelen. Het is een ontsnapping uit de werkelijkheid, uit je eigen hoofd", zo schrijft ze in Het Zelfverwoestingsboek. In dat boek komt ze in verzet tegen de huidige optimalisatiesamenleving waarin iedereen wordt geacht om continu gedisciplineerd en productief te zijn, nuchterheid en zelfbeheersing wordt gevierd en alle driften moeten worden beteugeld. In een wereld waarin we ons niet meer laten gaan, waarin we niet meer mogen spijbelen, gaat de essentie van onze diepere menselijkheid verloren, vindt zij: "Wie spijbelt, vindt een gat in de tijd. (...) In de gewone wereld draait alles door, daar werkt iedereen hard aan zijn toekomst, zoals ik dat ook zou moeten doen, maar aan de andere kant van de deur bestaat die toekomst niet. Daar zijn geen regels of geboden, daar is niemand die iets van je wil, daar ben je vrij."

Zij haalt de filosoof Bertrand Russel aan, die het menselijke verlangen te spijbelen, duidt als een verlangen om te ontsnappen aan het juk van onze beschaving. De beschaving, en alle wetten, gebruiken en mores die daarbij horen, heeft ons veel gebracht, schrijft ze: "Maar tegelijkertijd leeft bij ieder beschaafd gemaakt individu het sluimerende besef dat met die wetten, gebruiken en mores ook iets verloren is gegaan. Noem het instinct, hartstocht of het primitief dierlijke van binnen. Het is, zoals gezegd, het verschil tussen de rede en de roes."

Volgens Donner is er in de huidige samenleving te weinig ruimte overgebleven voor de ontsnapping. "De hele zelfhulpindustrie die continu oproept om in jezelf te investeren is ondraaglijk streng en ondraaglijk nuchter. Geen drank, geen sigaretten, geen afleiding, geen uitstelgedrag. ja, leven in het moment, maar dan alleen door het moment op een lelieblad aan je voorbij te zien trekken, in plaats van in die poel te springen."

Jochem Janssen, oprichter van de creatieve sociëteit Tenclub is het daar helemaal mee eens. Zelf kent hij het gestructureerde en gedisciplineerde leven maar al te goed. Hij studeerde economie, was topsporter en werkte als marketeer in de financiële sector. Maar gaandeweg begon hij zich steeds vaker af te vragen waarom onze diepe menselijke behoeftes in de samenleving eigenlijk zo weinig ruimte krijgen. "Als je mensen vraagt wat ze het liefste méér zouden willen doen, en je vraagt echt door, dan kom je vaak tot de essentie van wat een mens wil: eten, drinken, dansen, samen zijn met anderen, spelen, op avontuur gaan, lummelen, creatief zijn, dingen maken, seksen, gewoon zíjn. Maar waarom zien we het ruimte maken voor die dingen dan als een frivoliteit? We leven in een samenleving waarin we alles onder controle willen houden, iedereen moet productief zijn, alles moet een doel hebben. Maar de essentie van onze menselijkheid vind je juist in de momenten dat we alles even los kunnen laten."

Als oprichter het platform High Humans maakt hij zich tegenwoordig hard voor meer openheid en erkenning over de zin van het losgaan en wil hij het taboe op de rol die alcohol en recreatief drugsgebruik daarin speelt doorbreken. Zelf begon hij rond zijn dertigste te experimenteren met verschillende soorten drugs. Hij merkte hoe geestverruimende middelen zijn poëtische, avontuurlijke en onderzoekende kant naar boven brachten. "Uit je dak gaan, in hoger sferen raken, in extase komen: het is zo oud als de mensheid. Rituelen waarbij mensen samen dansten, zongen, in trance raakten, zich verkleedden als iemand anders."

''Mensen hebben altijd gezocht naar manieren om zich verbonden te voelen met een groter geheel'

De behoefte om als mens even aan je eigen individuele bewustzijn te ontsnappen is volgens hem dan ook universeel. "Verschillende filosofen legden hun vinger al op de zere plek: mens zijn is in essentie zwaar. Je bewust zijn van je eigen sterfelijkheid, je eigen nietigheid, je eigen eenzaamheid. Mensen hebben altijd naar manieren gezocht om even aan dat bewustzijn te ontsnappen. Om even verlicht te zijn van alle menselijke lasten en zich even verbonden te voelen met een groter geheel."

Het verlangen om ‘uit ons dak te gaan’ is er volgens Janssen dus altijd geweest, maar het verschil is dat we die behoefte gaandeweg zijn gaan veroordelen. "Dat zie je alleen al aan de manier waarop in de coronacrisis werd bepaald wat ‘essentieel’ zou zijn voor mensen en hun fysieke en geestelijke gezondheid. Sporten, winkelen, werken. Maar het belang van uitgaan, losgaan, kunst, samen zijn, creativiteit, spélen, al die diep menselijke behoeften, die werden nauwelijks erkend." Net als Marian Donner pleit Janssen voor eerherstel voor het losgaan, in een wereld waarin controle het hoogste goed lijkt. Niet voor verslaving of onbegrensd dingen doen waarmee je jezelf schade toebrengt. Maar voor het accepteren dat ook de uitspattingen, de momenten dat we onszelf niet in de hand hebben, bij het leven horen en het leven zelfs de moeite waard maken.

Donner schrijft in haar boek dat ze zich lange tijd altijd schaamde als ze weer eens een losbandige avond had gehad en dat ze daar op een dag gewoon besloot mee op te houden. Niet met de losbandige avonden. Wel met het schamen. En ik ga dat zelf ook maar eens proberen. Niet meer mijn gedisciplineerde kant zien als ‘de goede kant’ en mijn losbandige kant als ‘de slechte kant’, naar beide kanten zien als noodzakelijke onderdelen van een geheel. Een avond te veel drinken. Toch die sigaret roken. Losgaan op een festival. Het zijn stuk voor stuk dingen die niet thuishoren in een checklist van de ‘10 geboden voor een veilig, productief en ordelijk leven’. Maar het zijn wel dingen die ik blijkbaar af en toe nodig heb om me een compleet mens te voelen. Een mens dat niet alleen maar in de pas loopt, maar een mens dat mag bestaan met al z’n verlangens, driften, passies, hoogtepunten en tekortkomingen. Een mens dat er niet alleen maar is, maar ook werkelijk leeft. En daar hoort in mijn geval blijkbaar ook af en toe ook een katertje bij.

Floor Bakhuys Roozeboom