Close

Na jaren dwangarbeid, nu eindelijk gerechtigheid?

26 augustus 2021 03:08 / Komt een vrouw bij de rechter
U Uitbuiting, isolatie, mishandeling: ook in ons land kwam tot vrij recent dwangarbeid voor. Namens de vrouwen – toen meisjes – die in de jaren '60 en '70 nog werden gedwongen te werken in de textielindustrie, staat Bureau Clara Wichmann komende week voor de rechter.

Hoewel duurzame en eerlijk gefabriceerde kleding steeds populairder worden, is te goedkope arbeid nog altijd gangbaar. Grote ketens beloven beterschap maar nog steeds staat 'made in Bangladesh' gelijk aan 'gemaakt door vrouwen in barre omstandigheden'. Het probleem heeft zich eigenlijk gewoon verplaatst, want nog geen vijftig jaar geleden vonden soortgelijke misstanden plaats op eigen bodem. Tussen 1860 en 1978 moesten zo'n 15.000 meisjes en jonge vrouwen, tussen de 11 en 21 jaar oud, hier in Nederland dwangarbeid verrichten. Zij werkten tegen hun wil, geheel geïsoleerd en in stilte, in naaiateliers en wasserijen van de katholiek kloostergemeenschap De Goede Herder. Enkele van deze meisjes, inmiddels vrouwen van boven de 60, willen nu hun recht halen.

De rechtszaak

De katholieke jeugdinstellingen waren een soort gevangenis en waren gevestigd door heel Nederland. Veel meisjes werden er heen gestuurd wanneer er thuis geen plek meer voor ze was. Jeugdzorg greep niet in. Sommige meisjes werden daar zelfs geplaatst door de kinderrechter, omdat ze beschermd moesten worden tegen een onveilige thuissituatie. Anderen kwamen er terecht via de strafrechter. En zo kwamen ze van de regen in de drup. Het kloosterregime van de nonnen was genadeloos. Zonder liefde of aandacht voor de kinderen, en er werd volledige gehoorzaamheid geëist. De meisjes hier werkten onder dwang, bijvoorbeeld voor textielfabrieken en confectiebedrijven. Als ze weigerden, werd hun inzet afgedwongen door straf. Zo werd hun beloning ingehouden of ze werden afgezonderd in een isoleercel. Pas wanneer ze rond de 20 jaar waren, werden ze vrijgelaten – zonder geld of opleiding. Maar ondertussen was er goed verdiend aan hun gratis arbeid.

'Dan moest je om vergiffenis vragen en haar voeten kussen'

De rechtszaak tegen De Goede Herder is opgezet door vertrouwenspersoon Annemie Knibbe en mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld. En maar liefst negentien vrouwen zijn mede-eiser geworden. Ook Bureau Clara Wichmann, is mede-eiser, voor alle andere vrouwen die ook slachtoffers zijn geworden van de instelling. Volgens Zegveld is er op vele vlakken onrechtmatig gehandeld: er is sprake van een schending van het recht op onderwijs, het verbod op (fysieke en psychische) mishandeling en het verbod op (kinder)dwangarbeid. Daarom stellen we De Goede Herder aansprakelijk en willen we dat de instelling de materiële en immateriële schade gaat compenseren. Volgende week, op 2 september, is de inhoudelijke zitting. De rechter zal hierna bepalen of de vrouwen in hun gelijk worden gesteld. Als we de zaak winnen, heeft dit gevolgen voor enorm veel vrouwen.

Achter een raampje met tralies

Inmiddels zijn de meisjes van toen vrouwen van tussen de 60 en 90 jaar. Het zijn vrouwen zoals Tiny. In het oral history project 'Alles ging op slot' vertellen vijf vrouwen, onder wie Tiny, over hoe zij hun jeugd doorbrachten in een van de instellingen van de kloostergemeenschap.

Tiny (1931) werd thuis door haar moeder verwaarloosd en mishandeld. Op haar 12e werd ze door haar moeder – zelf weigert ze haar zo te noemen – met haar zussen naar de beruchte instelling Groenestein in Den Haag gebracht. "Daar is het echt wel heel slecht geweest", vertelt Tiny. "Als je iets verkeerds had gedaan kreeg je straf. En dan moest je in dat hok zitten, het strafhok (...) Dan had je een raampje met tralies aan de buitenkant. Daar zat je dan. Dan moest je de catechismus uitschrijven en kleren verstellen.(...) En dan ging het luikje open en dan kreeg je een snee brood (...) Na drie dagen kwam de non binnen. Dan moest je om vergiffenis vragen en haar voeten kussen."

Misschien dat deze rechtszaak het onrecht in ons collectieve geheugen kan laten landen

Na vijf jaar dwangarbeid te hebben verricht in Den Haag werd ze op haar 17e naar Velp gestuurd. "Het leek wel of ik mijn verstand kwijt raakte", blikt ze terug. "Ik dacht ik kom hier toch nooit meer uit. Het is een gevangenis waar ik mijn hele leven moet blijven. (...) Daar moest je al helemaal hard werken." Ze moesten vroeg op staan, naar de kerk en dan aan het werk. "Je kreeg heel veel werk van buitenaf." Toen ze 21 was, had ze met de nonnen een gesprek over de wereld. Ze kreeg zes weken de tijd om te kijken of ze die buitenwereld wel aan kon. En anders kon ze terugkomen en zelf non worden. Tiny keerde niet terug, maar had het zwaar in het gewone leven. "Ik was als de dood zo bang." Ze voelde dat ze veel gemist had: "Zo dom als ik geboren ben, zo dom ben ik gehouden", zegt ze zelf.

Zoals Tiny zijn er vele anderen, hun verhalen zijn zwarte bladzijden in de Nederlandse geschiedenis. Veel van deze vrouwen zijn onbekend, ze kwamen uit armere lagen van de bevolking, die werden weggestopt bij de nonnen – niet zelden door hun eigen moeders die er ook hadden gezeten. Hun verhalen bieden een vrouwelijk perspectief op sociale én juridische kwesties, met vrouwelijke slachtoffers en vrouwelijke daders, die tegelijkertijd allemaal leden onder het achterliggende patriarchale systeem. Lange tijd werd er geen onderzoek naar gedaan. Zelfs de commissie Deetman, die in 2010 kindermisbruik binnen de katholieke kerk onderzocht, hield de boot af. Misschien dat deze rechtszaak het onrecht toch kan laten landen in ons collectieve geheugen.

Wat de overheid laat liggen

Maar wie verder kijkt dan De Goede Herder, ziet dat ook de overheid veel te verwijten valt. Behalve dat er fatsoenlijk toezicht ontbrak, werden er ook via jeugdzorg meisjes in de instellingen geplaatst. Via die weg werd de kloosterinstelling ook nog eens aan inkomsten geholpen. Terwijl het destijds in internationale verdragen al was opgenomen dat dwangarbeid, en zeker kinderarbeid, verboden was. In 2019 vroeg de Tweede Kamer minister Sander Dekker onderzoek te doen naar deze structurele misstanden van de katholieke jeugdzorg. De conclusie onderzoekscommissie bevestigde opnieuw: meisjes waren bij de de instellingen van De Goede Herder onderworpen aan ongeoorloofde dwangarbeid. Daarnaast vragen de onderzoekers zich af of de plaatsing van de minderjarige meisjes via het strafrecht wel redelijk en proportioneel was. De commissie stelt ook dat de gedwongen arbeid in gaat tegen alle internationale verdragen.

Op basis van dit rapport heeft de overheid haar excuses aangeboden en slachtoffers een vergoeding aangeboden van 5000 euro, maar in de praktijk houdt een slachtoffer hier netto zo'n 3000 euro aan over. Dit bedrag compenseert natuurlijk bij lange na niet de schade die is geleden door dwangarbeid, laat staan de trauma's en de gevolgen van de enorme onderwijsachterstand. Omdat de minister het bedrag niet wil verhogen, ging er begin dit jaar ook een dagvaarding naar de Staat uit.

Zitting

Volgende week zal eerst de zitting in de zaak tegen De Goede Herder plaatsvinden. Tiny en achttien andere eisers gaan hopelijk hun recht halen. Ze willen excuses én een passende vergoeding, want de instelling heeft verdiend aan hun dwangarbeid en beschikt nog over een enorme hoeveelheid vastgoed, verworven over de rug van deze vrouwen. Het zou niet meer dan rechtvaardig zijn als een deel daarvan bij hen terugkomt. Als over een aantal weken de uitspraak volgt en de rechter hen in het gelijk stelt, wordt er geschiedenis geschreven in de rechtszaal.

Bureau Clara Wichmann streeft al ruim 35 jaar naar gendergelijkheid en een betere maatschappelijke en juridische positie van vrouwen in Nederland. Onder andere door vrouwen juridisch bij te staan. Op deze plek brengt het team van Bureau Clara Wichmann iedere maand een van hun rechtszaken over het voetlicht. 

Agnes Cremers

LEES MEER OVER