Close

Het zalig falen, met Sanne Winchester

27 oktober 2021 12:10 / Persoonlijke groei
Z Zonder wrijving geen glans. Redacteur Lizzy van Hees spreekt daarom iedere week iemand over zijn of haar royal fuck-ups en uitzinnige uitglijers, de dingen die niet goed zijn gegaan. Leveren die missers ook wat op?

Als psycholoog ben je er vooral om anderen te helpen. Althans, dat geloofde Sanne Winchester (30) altijd. Zeker toen ze zelf hulp nodig had en het maar moeilijk vond om bij haar collega's aan de bel te trekken. Want in hoeverre kan je cliënten met psychische problemen en angststoornissen helpen wanneer je zelf wordt verlamd door paniek?

Een van haar eerste eigen cliënten hield Sanne een enorme spiegel voor: was zij wel in staat om haar te helpen? Of maakt je eigen rugzak aan ervaringen en falen je alleen maar een betere therapeut? Die zoektocht beschrijft Sanne in haar boek Ik mag niet bang zijn.

Jij hebt je soms een gefaalde psycholoog gevoeld, waarom?

"Dat is ongeveer tien jaar geleden begonnen, toen ik paniekaanvallen kreeg. Mijn lichaam faalde toen ik na een ernstige astma-aanval twee klaplongen kreeg en werd opgenomen in het ziekenhuis waar ik stageliep."

'Een paniekaanval kan ook echt voelen als doodgaan'

"Het is best heftig om ineens zelf patiënt te zijn op de plek waar je werkt, al heeft het me ergens ook geholpen toen ik na een maand of anderhalf weer aan het werk ging. Want als er iets zou gebeuren, als het mis zou gaan, wist ik in ieder geval dat er hulp in de buurt was. Maar ook al was ik gezond verklaard, voelde ik me niet zo. Mijn longen leken helemaal niet beter en ik had nog steeds vaak het gevoel dat ik geen lucht kreeg."

Heb je dat aangekaart bij je artsen?

"Ja, en dan kreeg ik steeds te horen: 'We zien niets. Het is oké, probeer je maar geen zorgen te maken'. Dat heeft best een tijdje geduurd, maar ondertussen ging de pijn en angst bij mij niet over. Er gaat hier iets gruwelijk mis, dacht ik steeds. En dat een paar keer per week.

Uiteindelijk ben ik vanuit mijn werk als psycholoog steeds meer gaan lezen over paniek- en angstaanvallen en toen viel er een kwartje: misschien heb ik daar wel gewoon last van. Het was echt moeilijk om dat bij mezelf te zien of in te schatten, want je hebt toch een blinde vlek voor je eigen hoofd en lijf. Een paniekaanval kan ook echt voelen als doodgaan."

Kun je het gevoel omschrijven?

"Dat zal bij iedereen anders zijn, maar bij mij voelt het alsof mijn longen dichtknijpen. De druk op mijn borst voelt zo groot, alsof er een olifant op zit. Dan krijg je geen lucht meer. Mijn gedachten gingen racen en ik kwam in een soort overlevingsstand: ik moet hier weg, ik moet naar buiten, ik moet naar het ziekenhuis."

"Een heel gejaagd gevoel en mijn hart ging dan ook veel sneller kloppen. Zweten, bleek worden, sommige mensen vallen flauw of kunnen hun vingers niet meer bewegen. Dan lijkt het bijna op een slechte trip. Of op een hartaanval, omdat je zo zweet en pijn op je borst hebt. Het is echt een angstige ervaring. Maar als het me lukte om even te wachten, zwakte het ook weer af. Dan voelde ik: oké, ik kan weer ademen.

Het stomme is dat het gevoel van geen lucht krijgen op zichzelf al zo angstig is, dat het de paniek ook in stand kan houden. Als je het een paar keer hebt meegemaakt, kan je zo bang worden dat het weer gebeurt dat je dáár juist paniek van krijgt. Het is een hele gemene vicieuze cirkel wat dat betreft."

Kon je het erover hebben op werk?

"In het ziekenhuis wel. Maar een paar maanden na die stage ging ik bij een andere kliniek werken. Die omgeving voelde niet veilig genoeg om het erover te hebben met collega's."

Je zou denken dat juist collega-psychologen hier begrip voor hebben, toch?

"Misschien wel, maar aan de andere kant spelen op iedere werkvloer ook de 'normale' processen. Mensen willen promotie maken, het beter doen dan hun collega's. Voor mij twintig anderen die deze baan willen, dat soort gedachten. Ik zag ook twee globale stromingen: de psychologen die falen toegeven en de meer ouderwetse artsen die steevast opereren volgens een soort alwetende formule. Zo van: wij zijn specialist en in dat straatje passen dit soort problemen niet. Als je met die laatste groep te maken hebt, voel je je toch minder serieus genomen. Daarom heb ik het best lang voor mezelf gehouden."

'Ik heb veel over mezelf geleerd door therapie, maar ook hoe het is om cliënt te zijn'

"Maar die paniekaanvallen gebeuren natuurlijk altijd wanneer het slecht uitkomt. Als ik een sollicitatiegesprek had of om een andere reden gespannen was. Of als de spanning juist wegviel omdat ik op vakantie was, dan kwam het er allemaal uit."

Heb je uiteindelijk hulp gezocht?

"Ja, want ik merkte ook dat als ik het wél aan een leidinggevende vertelde, dat het de boel meteen normaliseerde. Dus juist door erover te prachten, besloot ik: ik ga toch zelf met een psycholoog praten. Ik had op dat moment al sterk het vermoeden dat het paniekaanvallen waren, en ook dat die met mijn opname in het ziekenhuis te maken hadden. Dan moet het trauma-achtig zijn, dacht ik. Mijn psycholoog heeft me toen de diagnose PTSS gegeven. Ze zei dat zo lief, bijna verontschuldigend. Dat heeft echt indruk op me gemaakt. In positieve zin, want het werd heel behapbaar: dit is je overkomen, je bent er nu en we gaan hulp zoeken."

"Bij psychische problemen of uitdagingen hebben veel mensen toch de neiging om een deel van de schuld of verantwoordelijkheid bij zichzelf te zoeken. Of je houdt jezelf voor dat het allemaal wel meevalt en vooral tussen je oren zit. Maar nu werd er tegen me gezegd: er is wél wat aan de hand. Dat voelde zo veilig."

Heeft die ervaring ervoor gezorgd dat je anders naar je eigen vak bent gaan kijken?

"Ik zou bijna zeggen dat iedere psycholoog het eens zou moeten doen. In ons vak analyseer je de omgeving de hele tijd, jezelf ook wel, maar er zijn dingen die je bij jezelf niet ziet. Blinde vlekken. Dingen waarin je jezelf groot houdt of waarover je je niet kwetsbaar wil opstellen.

Ik heb zoveel over mezelf geleerd door therapie, maar ook hoe het is om cliënt te zijn. De dingen die tegen je worden gezegd en hóé ze worden gezegd, dat maakt alles uit. Als je de verkeerde woorden kiest als behandelaar, kan je dingen ook erger maken. Dat heb ik zelf ervaren en het maakt me een betere psycholoog."

Heb je zelf weleens de verkeerde woorden gekozen?

"Vast wel, maar ik ben me vooral heel bewust van het moment waarop er door een behandelaar, ongetwijfeld met alle goede bedoelingen, het verkeerde tegen mij werd gezegd. Toen ik in het ziekenhuis lag, zei een verpleegkundige tegen mij: 'Ga nou eens goed ademen'. Dat kón ik niet, want ik had een klaplong. En die had ik al een tijdje, maar het werd steeds gemist omdat ze maar bloed bleven prikken in plaats van andere onderzoeken te doen."

'Ik lag te creperen in dat ziekenhuisbed, maar de verantwoordelijkheid werd bij mij neergelegd'

"Ik lag te creperen in dat ziekenhuisbed, viel flauw van het zuurstoftekort, maar op dat moment werd de verantwoordelijkheid bij mij neergelegd. 'Probeer het eens anders te doen', dat kwam zo bedreigend over. In al die vijf jaar dat ik paniekaanvallen had, dacht ik steeds: ík moet goed gaan ademen. Maar van de psycholoog leerde ik: nee, je ademde niet verkeerd. Je ging dood. En nu gaan we iets aan dat trauma doen.

Ik heb heel lang onderschat hoe erg je als patiënt of cliënt aan een hulpverlener hangt. En dus heb ik ook onderschat hoezeer mensen aan mijn woorden hangen. Ik moet ze goed kiezen."

Voelt het nog steeds alsof je hebt gefaald in je vak?

"Toch wel, omdat ik zo lang een masker heb opgezet. Als je niet over je eigen problemen praat, kan je je er zelf een beetje in verschuilen. Ik heb dat best lang volgehouden, maar dat is ook mijn valkuil: ik ga maar door. Daar heb ik wel spijt van."

"Als ik wel eerder die therapie had gedaan, eerder had toegegeven dat het met niet goed met me ging, dan was ik beter voor mezelf gaan zorgen en had ik al eerder een betere behandelaar kunnen zijn. Ik heb me weleens afgevraagd: wie heb ik tekortgedaan? Hebben mensen nadeel gehad doordat het niet goed ging met mij? Maar er bestaat geen makkelijk antwoord op dat soort vragen."

Hoe kijk je er dan naar?

"Ik probeer vooral blij te zijn dat ik heb geleerd om open en eerlijk te zijn over mijn eigen uitdagingen, daardoor ben ik authentieker én een betere behandelaar. Zelfs in gesprekken met cliënten helpt het me om zo eerlijk te zijn, te zeggen dat ik ook paniekaanvallen heb gehad en dat ik begrijp wat ze doormaken."

'Cliënten en therapeuten hoeven geen schaamte te voelen naar elkaar'

"In mijn boek beschrijf ik het verhaal van een patiënt die ik behandelde toen ik zelf net twee jaar met die paniekaanvallen zat. Als je haar verhaal leest, gaat het in alle opzichten over hoe haar leven is gefaald: ze heeft geen baan, geen vrienden, voelt zich doodziek en woont bij haar moeder. Ik heb me zo vaak afgevraagd of ik wel de aangewezen persoon was om haar te helpen, ik was jong, net aan het werk en had zelf last van angst en paniek. Maar ondanks die twijfels, en hoe moeilijk het was, is het toch ook een heel hoopvol verhaal gebleken. Want hoe hard ze ook viel, ze krabbelde weer op."

Waarom maakte zij specifiek zoveel indruk op je?

"Ik denk vanwege de gelijkenis die ik op dat moment voelde met mijn eigen leven. Dat voelde ook als drijfzand. Door haar werd ik me ook heel bewust van mijn onervarenheid, ik was bang dat als ik bij haar iets verkeerd zou doen dat het echt grote gevolgen zou hebben. Dat ze nog meer achteruit zou gaan. Gek genoeg denk ik nu ook dat ik me juist doordat ik zo bang en op m'n hoede was volledig heb kunnen geven. Ik heb er alles aan gedaan om haar te helpen en ben er onvoorwaardelijk voor haar geweest. Met de kennis van nu zijn er dingen die ik daarin verkeerd heb gedaan, maar toch geloof ik dat het echt effect heeft gehad.

De therapeutische relatie is zo belangrijk voor het succes van een behandeling. Als therapeut moet je misschien wel openlijk durven falen. Over je eigen falen durven praten, ook met je cliënten. Ik hoop dat die drempel lager wordt, zodat cliënten en therapeuten geen schaamte meer hoeven te voelen naar elkaar. Dat we van anderen accepteren dat ze mens zijn, en zelf ook wat meer mens durven zijn."

 

Ik mag niet bang zijn is te koop bij lokale en niet-lokale boekhandels.

Lizzy van Hees