Close

Er voor elkaar zijn, hoe moet dat ook alweer?

22 januari 2022 09:01 / steun en toeverlaat
A Als het niet goed gaat, zeggen we snel: joh, misschien moet je eens met iemand gaan praten. Maar een beroep doen op elkaar of er gewoon zijn voor elkaar, dat lijken we steeds lastiger te vinden. "Ik betaal liever iemand 75 euro per uur om naar me te luisteren dan dat ik hulp aan vrienden vraag."

"Ik ben vrij open over hoe het met me gaat, maar direct vragen aan iemand om me te helpen als ik ergens mee zit? Dat doe ik niet." Aan het woord is Marloes. Een creatieve dertiger. Mensen die haar dierbaar zijn heeft ze genoeg in haar leven. Maar echte problemen deelt ze niet zo snel met hen. "Soms zet ik iets op Instagram, in de hoop dat een vriendin reageert, want ik wil niemand rechtstreeks belasten. Ik betaal liever iemand 75 euro per uur om naar me te luisteren, dan dat ik hulp aan vrienden vraag."

En Marloes is niet de enige. Gaat het even niet zo lekker? Dan zeggen we steeds sneller: misschien moet je eens met iemand gaan praten. Met een psycholoog, een therapeut, misschien een coach. Maar met onze naasten praten over onze worstelingen en problemen, dat lijken we een stuk lastiger te vinden, zo merkte Lian Priemus (55) het afgelopen jaar regelmatig. Vooral twintigers en dertigers hebben er moeite mee. Priemus is oprichter van Strong & Dependent een online mental health-programma, waarbij deelnemers in groepsvorm een stoomcursus positieve psychologie krijgen, maar vooral ook worden uitgenodigd om hun worstelingen en ervaringen met andere deelnemers te delen, naar elkaar te luisteren en leren hoe ze elkaar kunnen ondersteunen. Persoonlijke ontwikkeling, maar dan samen.

'Mensen missen een bepaalde nabijheid, steun en verbondenheid'

Priemus begon al voor corona met haar programma omdat het haar opviel dat jonge mensen op moeilijke momenten eerder met een coach praten dan met elkaar. En de afzondering tijdens lockdowns heeft dat alleen maar versterkt. "De mensen die zich opgeven hebben vaak een relatief groot netwerk, maar ze missen een bepaalde nabijheid, steun en verbondenheid. Ze hebben veel vrienden en delen daar ook veel mee, maar toch voelen ze een soort angst of schroom om die vrienden te laten weten als het écht even niet goed gaat. Dan stappen ze liever naar een professional." En ook als problemen wel worden gedeeld, zijn ze onderling geneigd om elkaar snel een oplossing aan te reiken, er een positieve draai aan te geven of te zeggen: ga eens met iemand praten. Maar er 'gewoon voor die ander zijn' en ook met elkaar over de donkere kanten van het leven te praten, dat blijkt lastig."

Meteen naar een professional

Priemus staat niet alleen in haar observatie. Psychiater Dirk de Wachter betoogt in een interview op Brainwash dat de wachtkamers van professionals een stuk minder vol zouden zitten, als we er meer voor elkaar zouden zijn: "Het lijkt erop dat we niet meer kunnen spreken met elkaar over wat er allemaal niet goed gaat en dat we het tonen in symptomen. Het is natuurlijk ingewikkelder dan dat, het is niet zo dat je kunt zeggen dat als een patiënt iets meer met zijn broer of zus had gesproken, dat hij of zij dan niet ziek was geworden. Dat is te simpel. Maar maatschappelijk gezien denk ik dat als we wat meer over de mindere kant van het leven zouden praten, dat ik als psychiater dan wat minder werk zou hebben. Want het lijkt wel alsof mensen alleen tegen betaling over hun problemen praten."

Priemus ziet het in de hele samenleving, maar in het bijzonder bij twintigers en dertigers. Ze vermoedt dat het deels te maken heeft met de individualistische samenleving en de maakbaarheidscultuur waarin zij zijn opgegroeid. "Millennials kregen vaak mee: alles is maakbaar. Alles komt neer op jou: je succes, maar ook wat niet goed gaat. Leunen op anderen of hulp vragen voelt dan snel als zwakte, want je moet je eigen boontjes kunnen doppen." En als dat niet lukt, voelt het als falen. Dat brengt weer gevoelens van eenzaamheid, schuld en schaamte met zich mee. "Veel van de deelnemers ervaren het als een enorme opluchting als ze zien dat er andere mensen – leuke, creatieve, succesvolle mensen – óók worstelen met problemen en negatieve gedachten, net als zij. Velen van hen merken daarnaast dat er niet eens per se een oplossing voor die problemen gevonden hoeft te worden. Het delen op zichzelf kan al helend kan zijn."

Steeds meer indirect contact

Veel jonge mensen zijn ook gewend geraakt aan digitaal contact. Spontaan bij elkaar langsgaan en bellen zijn uit de mode. Contact wordt vaak onderhouden via appjes: lekker gemakkelijk en niet opdringerig. Maar er echt voor elkaar zijn, kan dat eigenlijk wel op afstand? Dat is een vraag waar ook de Amerikaanse professor Sherry Turkle, auteur van Alone Together en Reclaiming conversation: the power of talk in the digital age, zich al een aantal jaar mee bezig houdt. Haar observatie? We verwachten steeds meer van technologie en steeds minder van elkaar. Sociale media vormen een vrolijk pingelende flipperkast van sociaal contact, maar wel één die we besturen van een veilig afstandje, op onze voorwaarden en vooral: wanneer het ons uitkomt. Zomaar bij iemand voor de deur staan of de telefoon pakken om iemand op te bellen, heeft in die context bijna een opdringerige intimiteit gekregen, waarmee je – zomaar, op een moment dat je niet zelf uitkiest – met die ander moet 'dealen', zonder dat je van tevoren weet wat die zal zeggen en zonder dat je rustig kunt broeden op een reactie.

'Zij keken met verbazing naar de individualistische manier waarop wij hier leven'

En juist de vaardigheid om spontaan te formuleren, de stemming van de ander aan te voelen, te luisteren en in het hier en nu op elkaar te reageren, is de basis van menselijk contact, betoogt Turkle: "Juist in de momenten dat we aarzelen, hakkelen en even de woorden niet kunnen vinden, leren we onszelf en elkaar kennen." In haar Ted-Talk Connected, but alone? zegt ze: "De kleine snippers conversatie die we digitaal over en weer sturen, zijn ideaal om elkaar op de hoogte te houden of eenzijdig een boodschap over te brengen, ja zelfs om 'ik hou van je' te zeggen. Maar niet om elkaar écht te leren begrijpen. Als we de kunst van conversatie verliezen, verliezen we een belangrijk deel van wie we als mensen zijn." Digitale communicatie geeft ons de controle over de woorden die we kiezen, de foto's die we laten zien, het beeld van onszelf dat we aan de wereld laten zien. "We proberen onze relaties met mensen controleerbaar, clean en snackable te maken", zegt Turkle. "Maar menselijke relaties zijn rijk en rommelig en veeleisend. En dat horen ze ook te zijn."

Doorgeslagen in onze onafhankelijkheid

Priemus houdt er daarom van om mensen daadwerkelijk bij elkaar te brengen. Ze is tv-regisseur en zette eerder al projecten op om sociale verbondenheid te creëren tussen vluchtelingen, statushouders en hun Amsterdamse buurtbewoners. Naast eten en dansen stonden er regelmatig gesprekken over sociale verbondenheid, (on)afhankelijkheid, familie- en vriendschapsbanden op het programma. Verrassend genoeg sloeg dat vooral aan bij Nederlandse deelnemers en raakten ze geïnspireerd door verhalen van nieuwkomers, vaak afkomstig uit veel collectivistischer samenlevingen. "Zij keken met verbazing naar de individualistische manier waarop wij hier leven. Als losse eilandjes. Zo weinig verbonden. Mensen vroegen bijvoorbeeld vaak: waar zijn je ouders, waar is je familie? Ze vonden het raar dat we niet meer deel uitmaakten van elkaars leven. Niet meer bij elkaar over de vloer kwamen." Priemus legde dan uit dat zij het een verworvenheid vindt om vrij en onafhankelijk te kunnen leven. Maar het zette haar ook aan het denken over de vraag of we niet ook beetje doorgeslagen zijn in die onafhankelijkheid.

Henriët (36) denk daar ook steeds vaker over na. "Ik ben GZ-psycholoog en ik zie in mijn werk zoveel mensen waarvan ik denk: jij hebt eigenlijk helemaal geen psycholoog nodig, maar steun en een luisterend oor uit je omgeving. Waar jij mee worstelt is geen psychiatrie, maar het leven. Rouw. Liefdesverdriet. Een scheiding. Eenzaamheid. Het lijkt soms wel alsof we vergeten zijn om daar als mensen samen mee om te gaan. Om elkaar te steunen en door moeilijke periodes heen te trekken. Ze komt zelf uit Staphorst, een strenggelovige en hechte gemeenschap, waarbinnen het collectief vaak voor het individu gaat. Ze ervaarde het soms als beperkend en benauwend en verlangde naar meer vrijheid en autonomie. Maar de laatste jaren ziet ze ook steeds meer de waarde in van bepaalde omgangsvormen die in haar jeugd vanzelfsprekend waren en die ze nu, in haar vrijere leven, soms mist. "Tegenslagen en ingrijpende gebeurtenissen worden daar heel erg door de gemeenschap gedragen en daar zit ook veel moois in, vind ik nu."

Juist vanzelfsprekendheid is waardevol

Vooral het feit dat hulp niet iets is waar om gevraagd hoeft te worden, ziet ze als waardevol. "Als iemand overlijdt, komt de hele gemeenschap rondom de nabestaanden in beweging. De buren spelen bijvoorbeeld een hele belangrijke rol in het ondersteunen van de familie. Dat is geen hulp waar de nabestaanden zelf om hoeven te vragen. Het gebeurt gewoon, het is vanzelfsprekend." En vooral van die vanzelfsprekendheid is Henriët steeds meer de waarde in gaan zien. "In het moderne individualistische bestaan, als er iemand overlijdt of er gebeurt iets ergs, dan hebben mensen vaak geen idee wat ze moeten doen of hoe ze ermee om moeten gaan. Er is geen wekelijkse samenkomst zoals in de kerk waarbij samen kan worden gezongen, gebeden en gezwegen. Er is geen gemeenschap die als vanzelfsprekend in beweging komt. Iedereen moet een beetje voor zichzelf bepalen wat te doen. En dat vinden mensen vaak lastig, ze zijn bang om zich op te dringen, dus doen ze soms maar niks." Zelf merkte ze dat bijvoorbeeld toen in 2020 bij haar moeder borstkanker met uitzaaiingen werd geconstateerd.

'De pijn mag er zijn'

"In het weekend nadat ik het nieuws kreeg, heb ik heel veel lieve berichtjes gekregen. Dat ervaarde ik als heel lief en steunend. Maar pas toen een goede vriendin van mij ineens onaangekondigd voor de deur stond, merkte ik hoezeer ik daar behoefte aan had. Iemand die zomaar voor m'n neus stond, me vastpakte en een dikke knuffel gaf. Zelf de telefoon pakken om te vragen of iemand wil komen, dat voelt op zo'n moment als een grote stap. En vaak weet je zelf niet eens echt waar je behoefte aan hebt, maar dat die vriendin gewoon besloot te komen was zo fijn. Juist omdat ik het niet hoefde te vragen. Omdat ze er gewoon was." Ook Lian Priemus merkt vaak dat mensen de kracht van 'gewoon aanwezig zijn' voor de ander onderschatten. "Het onderdeel 'actief luisteren' is in mijn programma vaak een eyeopener. Deelnemers zijn dan bijna verbaasd over hoe prettig het al kan zijn als iemand je verhaal alleen maar aandachtig aanhoort. We lijken soms vergeten te zijn hoeveel je voor iemand kan betekenen, zonder meteen met allemaal goede raad te komen, maar door gewoon door naar elkaar te luisteren. Echt te luisteren."

Een les in luisteren

Maar hoe doe je dat dan goed? Echt luisteren? Priemus: "Het grootste geschenk dat je een ander kunt geven, is dat je de ander het gevoel geeft dat jij het kan verdragen dat hij of zij zich niet goed voelt. Dat je geen oplossingen aandraagt, geen advies geeft, niet gaat silverlinen, overtoepen of relativeringen opgooit. Alleen maar luistert. Doorvraagt. Ook als het moeilijk of pijnlijk wordt. Ook als er misschien tranen komen. En dat je die ander dan het gevoel geeft dat het oké is. Dat de pijn er mag zijn."

Voor een documentaire over het taboe op zelfmoordgedachten volgde Priemus ooit een training bij de zelfmoordpreventielijn 113. Een ervaring die haar een belangrijk inzicht opleverde dat ze sindsdien altijd met zich meeneemt: "Tijdens die gesprekken leerde ik dat je het nooit erger voor iemand maakt door wel door te vragen. Of het nu om rouw gaat of eenzaamheid of suïcidale gedachten, de ellendige gevoelens waar iemand mee worstelt, die zijn er toch al. Die kan je misschien niet wegnemen, maar je kunt iemand zich wel minder alleen laten voelen door te luisteren en te erkennen dat ze er zijn. Door te zeggen: vertel het me maar. Ik kan het aan."

Denk jij aan zelfmoord? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 113 of 0800-113 (gratis) of de chat.

Floor Bakhuys Roozeboom