Close

Gesloten jeugdzorg: 'Ik kan nog steeds niet tegen het geluid van een sleutelbos'

30 januari 2022 11:01 / samenleving
I In 2020 zaten er 1.814 kinderen tussen de 12 en 18 jaar voor korte of langere tijd in de gesloten jeugdzorg. 87 procent zegt er beschadigd uit te zijn gekomen. Daarom pleiten (ervarings)deskundigen nu voor verandering: 'Ik kwam op een punt dat ik niet meer verder wilde leven'.

De problemen begonnen voor Nienke (18) toen ze al heel jong was. Eigenlijk kan ze zich niet herinneren dat ze zich als kind ooit veilig heeft gevoeld. Ze groeide op in een moeilijke en onveilige thuissituatie en kwam op haar 7e op de radar van jeugdzorg. Maar de juiste hulp bleef uit. De situatie thuis verslechterde gaandeweg steeds verder en ze raakte verstrikt in een netwerk van loverboys en mensenhandel. Op haar 14e werd ze uit huis geplaatst. "Ik kwam op een punt dat het leven voor mij zo uitzichtloos voelde, dat ik niet meer verder wilde leven." En toen ze suïcidaal werd, was dat de aanleiding om haar in gesloten jeugdzorg te plaatsen. Om haar tegen zichzelf in bescherming te kunnen nemen, zo luidde de redenatie.

In een scheurjurk naar de isoleercel

Maar beschermd heeft ze zich in de gesloten jeugdzorg nooit gevoeld. "Ik had al veel seksuele trauma's en nu zat ik in een setting waarin ik continu tegen mijn wil kon worden vastgepakt, gefouilleerd en gevisiteerd." Om te dealen met haar trauma's, angsten en negatieve gedachten, deed ze zichzelf pijn: ze automutileerde en deed meerdere zelfmoordpogingen. "Daardoor veroorzaakte ik veel 'alarm' op de afdeling, waardoor ik vaak in de isoleercel werd geplaatst. Dan moest ik me uitkleden waar mensen van de leiding bij waren en kreeg ik een scheurjurk aan. Vervolgens werd ik opgesloten in een lege kamer met alleen een matrasje op de vloer."

'Als je een kind een veilig gevoel wilt geven, moet je het niet opsluiten in een kale isoleercel'

Terugkijkend snapt ze dat deze procedures bij het protocol van de instelling hoorde en waarschijnlijk waren bedoeld voor haar eigen veiligheid. Maar begrijpen doet ze het nog altijd niet. "Als je een kind dat het psychisch zó moeilijk heeft dat het niet meer verder wil leven, een veilig gevoel wilt geven, dan moet je het misschien niet opsluiten in een papieren jurk in een kale isoleercel. Zonder hulp of troost. En zonder enige afleiding van al die ellendige, donkere gedachten." Beter werd ze er in elk geval niet van. Sterker nog: haar psychische problemen werden in de gesloten jeugdzorg alleen maar erger. Alle gevoelens die ze tóch al had, over de onveiligheid van de wereld en haar eigen eenzaamheid en waardeloosheid, werden in gesloten jeugdzorg alleen maar bevestigd. "Blijkbaar verdiende ik niet beter. Zo voelde het. Het was alsof ik werd gestraft voor de problemen waarvoor ik juist zo dringend hulp nodig had."

1814 kinderen

Het verhaal van Nienke is heftig, maar het staat helaas niet op zichzelf. In 2020 zaten er 1.814 kinderen tussen de 12 en 18 jaar voor korte of langere tijd in de gesloten jeugdzorg. JeugdzorgPlus, zoals deze vorm van jeugdzorg in Nederland heet, wordt officieel ingezet als laatste redmiddel bij kinderen en jongeren met complexe problemen, als alle andere hulp niet werkt. Een uitspraak van een civiele rechter bepaalt of kinderen 'gesloten' worden geplaatst. De problematiek waarmee jongeren binnenkomen in de gesloten jeugdzorg verschilt. Vaak is er sprake van trauma, hechtingsproblematiek, agressie, een onveilige en instabiele thuissituatie, bijvoorbeeld door ouders met verslavingsproblematiek of psychische problemen. Veel kinderen die in de gesloten jeugdzorg terecht komen hebben al een slepend jeugdzorgtraject achter de rug, met vele doorplaatsingen en wisselende hulpverleners.

Veel kinderen kampen met gedragsproblemen. Vaak getriggerd door een optelsom van ellendige omstandigheden in hun jonge leven. Onveiligheid in de thuissituatie. Traumatische gebeurtenissen. Weinig steun vanuit hun omgeving. Bijna de helft van de kinderen kampt met psychiatrische problematiek, maar binnen de muren van de gesloten jeugdzorg is passende psychische hulp vaak beperkt of zelfs helemaal niet aanwezig. Zo'n 84 procent van de jongeren zegt binnen de gesloten jeugdzorg niet de goede en nodige behandeling te hebben gekregen, zo blijkt uit recent onderzoek van Stichting Het Vergeten Kind onder zevenendertig jongeren. 76 procent zeggen er juist psychische problemen bij te hebben gekregen. 87 procent zegt beschadigd uit de gesloten jeugdzorg te zijn gekomen.

De aangrijpende IDFA-documentaire Jason die eind vorig jaar verscheen, brengt de verwoestende impact in beeld die gesloten jeugdzorg kan hebben op een getraumatiseerd kind. De documentaire maakte veel verontwaardiging los. Maar kritiek op de gesloten jeugdzorg klinkt al langer. En dan met name op de praktijk van het gedwongen isoleren van kinderen op hun kamer of in een isoleercel. Hugo de Jonge bepaalde in 2018 dat dit moest stoppen, maar uit onderzoek van Jeugdzorg Nederland blijkt dat het nog altijd gebeurt. In het onderzoek van Stichting Het Vergeten Kind gaf 87 procent aan dat ze door begeleiders werden vastgehouden en op de grond gefixeerd. 78 procent gaf aan dat ze in een isoleercel hadden gezeten. Van de 37 geïnterviewde kinderen zaten er zestien in 2020-2021 nog in gesloten jeugdzorg. Zeker twee jaar na de uitspraak van De Jonge. De tijd van mooie beloftes en goede voornemens is dan ook voorbij, vindt Margot Ende-van den Broek, directeur van Het Vergeten Kind:

Wie er eenmaal inzit, komt er niet gemakkelijk uit

"Gesloten jeugdzorg moet gewoon stoppen", stelt zij. Om die reden voert Het Vergeten Kind deze maand actie via een campagne en een petitie voor een ander beleid. "Een kind opsluiten is een heel extreme maatregel. Het is traumatiserend en het mag volgens het Kinderrechtenverdrag alleen als alle andere mogelijkheden zijn uitgeput. Maar dat is nu vaak niet het geval. Het wordt nu ook ingezet als tijdelijke noodoplossing voor kinderen waar instanties zich geen raad mee weten en waarvoor zo snel geen andere hulp beschikbaar is." Maar wie eenmaal binnen de gesloten jeugdzorg zit, komt er niet zo gemakkelijk meer uit. "Let wel: deze kinderen zijn nergens voor veroordeeld, maar ze worden wel van hun vrijheid beroofd," zegt Ende-van den Broek. "Ze zitten vast in een omgeving waarin zij geen enkele controle hebben. Zich continu onveilig, begrensd en bestraft voelen. En waarbinnen ze vaak niet de zorg en hulp krijgen die ze werkelijk nodig hebben."

'Zodra ik ook maar even verlof had, ging het meteen weer mis'

Jarno (23) kan daarover meepraten. Als je hem vraagt waar zijn problemen begonnen, dan zegt hij met een lachje: "Eh, in de baarmoeder, denk ik?" Maar eigenlijk ging het pas echt mis ging in zijn leven toen hij 12 was. "In die tijd kreeg mijn moeder te horen dat ze kanker had. Ze was vaak doodziek. Mijn vader was heel lang buiten beeld geweest en kwam ineens weer bij ons wonen. En die relatie verliep op z'n zachtst gezegd stroef. Mijn vader had het niet zo op mij." Dat Jarno zich als homo in een klein dorp niet echt geaccepteerd voelde, hielp ook niet mee. Hij zocht zijn toevlucht tot hangen met vrienden, alcohol en drugs. Hij raakte verslaafd. Op zijn 15e werd hij gearresteerd, omdat hij aan het stelen was om drugs te kopen. "Vanuit de politiecel ben ik toen direct naar de gesloten jeugdzorg gegaan. Daar moest ik verblijven in afwachting van zijn zaak." Dat hij meteen naar de gesloten jeugdzorg moest, zonder dat hier een ander hulpverleningstraject aan voorafging, verbaast hem nog steeds.

"Begrijp me niet verkeerd: dat ik hulp nodig had, dat staat vast. En dat het zo niet verder kon, dat erken ik ook. Maar ik ging in één keer van nul naar honderd. Gesloten jeugdzorg zou een soort uiterste maatregel zijn, maar er waren bij mij echt nog heel veel routes niet bewandeld." Hulp voor zijn verslaving heeft hij bijvoorbeeld nooit gekregen, terwijl hij zelf denkt dat hij daar de meeste behoefte aan had. "Eigenlijk al mijn gedragsproblemen kwamen voort uit mijn drugsverslaving, maar daar kreeg ik geen hulp voor. Natuurlijk, als je opgesloten zit, kun je niet gebruiken. Maar als je vervolgens niet aan de slag gaat met onderliggende redenen waarom een kind drugs gebruikt, en je leert dat kind ook niet omgaan met de druk en verleidingen binnen zijn of haar sociale kringen, dan schiet je er toch niets mee op? Bovendien: het leven binnen was zo streng en zo begrensd, dat ik totaal niet leerde om met vrijheid en verantwoordelijkheid om te gaan. Dus zodra ik ook maar even verlof had, ging het meteen weer mis."

Geschreeuw, gekrijs en gebonk

De herinneringen aan zijn tijd in de gesloten jeugdzorg achtervolgen hem nog steeds. "Mijn kamer was boven de separeercel. Nachtenlang hoorde ik geschreeuw, gekrijs, gebonk van hoofden tegen de muren. Soms moest ik er zelf ook naartoe. Officieel is zo'n cel bedoeld om iemand tegen zichzelf in bescherming te nemen, maar het werd in mijn beleving ook vaak ingezet als straf. Het geluid van rinkelende sleutelbossen kan ik nog steeds niet verdragen. Als ik dat hoor, gaan mijn nekharen meteen recht overeind staan." Ook de keer dat hij na een overtreding twee weken lang werd opgesloten op zijn kamer, staat hem nog levendig bij. "Hele dagen in je eentje op een kamer waar je niet uit mag. Geen afleiding. Niets te doen. Ik mocht alleen één keer per dag luchten in een soort kooi." Als hij het mensen nu vertelt, geloven ze hem soms niet. "Dan zie ik ze denken: kinderen twee weken opsluiten en laten luchten in een kooi? Ja hoor. Dat doen ze in Nederland écht niet. Maar dat doen ze dus wel."

En toch: hoe akelig het ook was, dat het geen pretje was om vast te zitten in een instelling, daar kan hij nog wel mee leven. Zijn frustratie zit voor hem vooral in de zinloosheid. "Alleen al een kind twee hele weken opsluiten op een kamer. Met welk doel doe je dat? Als je iemand even wil laten afkoelen of bestraffen, dan is de boodschap na een dag ook wel overgekomen." Maar ook op andere vlakken ontgaat de logica hem. "Ik zat in mijn examenjaar, maar onderwijs op mijn eigen niveau was niet beschikbaar. Dus ik zat hele dag binnen, lamlendig te zijn en niets te doen, terwijl ik qua school steeds verder achteropraakte. Hulp voor mijn verslaving kreeg ik niet. En op mijn 18e stond ik ineens weer buiten: zonder diploma, zonder dat ik geleerd had om met mijn problemen om te gaan. Dus in no time rende ik weer terug naar mijn oude leven, mijn oude vrienden en de drugs."

'Had me die celstraf gegeven'

Jarno werd door de rechter tot drie maanden voorwaardelijk veroordeeld, maar hoefde zijn straf niet uit te zitten, omdat hij al in gesloten jeugdzorg zat. "Achteraf heb ik nog vaak gedacht: had me maar die celstraf gegeven. Dan heb je heel duidelijke rechten. Dan zit je je straf uit, heb je recht op passend onderwijs en therapie en sta je na drie maanden weer buiten. Dan had ik nu misschien wel een hbo-studie afgerond." Bij Nienke leven dezelfde frustraties. "Ik deed tweetalig vwo voordat ik gesloten ging, maar binnen was alleen praktijkonderwijs beschikbaar." En de hulp en begeleiding die ze nodig had om buiten de instelling op eigen benen te leren staan, ontbrak. "Toen ik niet meer opgesloten zat, bleek ik zo gehospitaliseerd dat ik niets liever wilde dan weer terug naar de instelling. Ik had nooit geleerd hoe ik moest leven, hoe ik mezelf veilig moest houden. Ik beschadigde mezelf nog steeds, was nog altijd suïcidaal en kwam weer in aanraking met het mensenhandel-netwerk."

'Vrijwel iedereen is het erover eens dat verandering nodig is'

Volgens Annemiek Harder, bijzonder hoogleraar wetenschappelijk onderbouwde jeugdzorg aan de Erasmus Universiteit, moet er ander soort hulp komen voor jongeren met complexe problematiek. Kleinschaliger. En beter afgestemd op de behoeftes van het kind. "Het systeem van gesloten jeugdzorg is volledig ingericht op beheersing. En dat kan in deze vorm ook bijna niet anders. Hulpverleners staan vaak voor een onmogelijke taak. Met z'n tweeën op een groep met acht jongeren die allemaal veel aandacht nodig hebben. Iedereen een beetje in het gareel houden, wordt dan z'n beetje het hoogst haalbare. Ruimte voor een individuele aanpak is er nauwelijks." Volgens haar kan veel meer worden bereikt als beter wordt gekeken wat nu eigenlijk de hulpvraag is van ieder kind. "Als een kind problematisch gedrag vertoont en er zit bijvoorbeeld een trauma onder, dan kun je beter aan de slag met therapie voor dat trauma, dan dat je dat gedrag steeds gaat bestraffen. Hulpverlening zou erop gericht moeten zijn om kinderen te leren omgaan met de problemen waar ze mee worstelen, in plaats van ze het gevoel te geven dat zij zelf het probleem zijn."

Kleinschalige alternatieven

Ook Margot Ende-van den Broek gelooft dat er empathischer en kindvriendelijkere alternatieven bestaan voor gesloten jeugdzorg. "Vrijwel iedereen is het erover eens dat verandering nodig is. Ook veel hulpverleners zouden kinderen graag betere zorg willen kunnen bieden. Maar er wordt nu nog te vaak gezegd dat er geen alternatieven zijn voor gesloten jeugdzorg. Het punt is: zo lang gesloten jeugdzorg bestaat, is de urgentie om op grote schaal te investeren in alternatieven niet groot genoeg." Pas als wordt besloten dat deze optie gewoonweg niet meer bestaat, ontstaat de noodzaak om het systeem werkelijk anders in te richten. "Er zijn al een aantal mooie voorbeelden van instellingen die experimenteren met kleinschalige woongroepen. Hier wonen jongeren met complexe problemen in kleinere groepen, onder begeleiding van vaste hulpverleners, waardoor meer ruimte ontstaat voor maatwerk, individuele aandacht en stabiliteit."

Jarno had zijn 15-jarige zelf ook graag zo'n soort oplossing gegund. "Ik denk dat het goed is dat er bij mij is ingegrepen, want anders was mijn leven misschien wel verder geëscaleerd. Maar gesloten jeugdzorg heeft eigenlijk alleen de pauzeknop ingedrukt, want toen ik eruit kwam, escaleerde mijn leven alsnog." Hij had graag hulp gehad waarbij hij in zijn eigen omgeving had kunnen werken aan zijn problemen. In een kleinschalige setting, waarin hij niet helemaal van zijn leven was afgesneden. Zodat hij school had kunnen afmaken, juist had leren omgaan met de negatieve invloeden vanuit zijn omgeving, en vooral: onder begeleiding was afgekickt van zijn verslaving.

Uiteindelijk heeft Jarno geheel op eigen kracht de drugs achter zich gelaten en zijn leven weer op de rit gekregen. Ook met Nienke gaat het nu beter. Maar haar ervaringen in gesloten jeugdzorg draagt ze altijd met zich mee. Net als Jarno hoeft ze maar een sleutelbos te horen en ze is weer terug in de instelling. "Ik heb mijn appartement, mijn eigen plek, maar nog altijd heb ik het gevoel dat er zomaar iemand binnen kan lopen. Ik heb mijn vrijheid, maar ik heb nog steeds het gevoel dat die me ieder moment afgenomen kan worden. Dat gevoel van controleverlies en onveiligheid, dat raak je nooit meer helemaal kwijt."

Floor Bakhuys Roozeboom