Close

Het zalig falen, met Kim Lammers

05 oktober 2022 02:10 / persoonlijke groei
Kim Lammers
Kim Lammers
Z Zonder wrijving geen glans. Hoofdredacteur Lizzy van Hees spreekt daarom iedere week iemand over zijn of haar royal fuck-ups en uitzinnige uitglijers, de dingen die niet goed zijn gegaan. Leveren die missers ook wat op?

Ondernemer en voormalig hockeyinternational Kim Lammers (41) heeft nooit goed stil kunnen zitten. En de combinatie talent en een enorme dosis wilskracht resulteerde in een succesvolle sportcarrière. Als spits speelde ze 200 interlands en maakte Kim 124 doelpunten voor Oranje. Maar, zoals elke topsporter weet: succes bestaat niet zonder faalmomenten of tegenslagen. In de vorm van blessures, concurrentie en soms gewoon domme pech. Om op die momenten door te gaan heb je discipline nodig en een competitieve aard. Die heeft Kim meer dan genoeg, al zorgt die zin om te winnen er soms voor dat ze zichzelf compleet voorbij rent.

Je hebt vijftien jaar professioneel gehockeyd, wat waren de moeilijkste momenten in die periode?

"Één van de moeilijkste momenten was in 2004, ik was toen 23 jaar en werd niet geselecteerd voor de Olympische Spelen. Als ik er nu op terugkijk, weet ik dat ik niet afviel omdat ik het niet kon. Ik heb me alleen gek laten maken door onzekerheid, waardoor ik mezelf nog meer ging vergelijken met anderen.

In de selectie voor zo'n groot toernooi, zijn je teamgenoten ook je concurrenten. Aan het begin van mijn carrière kon ik me vervolgens heel erg laten beïnvloeden door hoe een coach tegen bepaalde spelers deed of wat er werd gezegd. Daar verbond ik dan direct conclusies aan over mezelf. In die allesoverheersende drang om te winnen, ging ik voorbij aan wat ik eigenlijk moest doen om de beste te zijn: focussen op mijn eigen talent en alles geven wat ik in me heb."

Wat moet ik me voorstellen bij zo'n selectieperiode?

"Die zijn extra spannend voor de Olympische Spelen, want dan mogen er maar zestien spelers mee. Twee minder dan bij normale toernooien. Dus, je begint bijvoorbeeld met 25 hockeyers, daarna ben je met 22, vervolgens met twintig... en dan kom je in zo'n laatste fase. Je voelt bij iedereen een soort spanning. En het blijft toch een beetje gissen naar de uitkomst, want er zijn ervaren spelers en anderen hebben misschien net iets minder ervaring, maar die zijn juist heel jong en superfit."

'Ik moet me niet zo afhankelijk opstellen en focussen op waar ik wel invloed op heb'

"In 2004 waren er net een heleboel jonge, hele goede meiden bij gekomen. Naomi van As, Ellen Hoog, Maartje Paumen. Ik was behoorlijk onder de indruk van ze en voelde daardoor extra veel druk om mezelf te bewijzen. Coaches zijn ook altijd bezig met nieuwe spelers, want die willen graag hét nieuwe talent herkennen en meenemen naar een toernooi. Toen ik net begon, werd ik ook gehyped aan alle kanten. Maar de fout die je als speler niet moet maken is om afhankelijk te worden van die erkenning en interesse. Je moet al die belangen buiten beschouwing laten en focussen op je eigen kracht. Dat lukte mij niet in 2004. Ik was veel te afhankelijk van de goede bal van een ander, daar werd ik onzeker van en dan ging ik me vervolgens nog meer verstoppen. Uiteindelijk was ik gewoon uit vorm en ben ik daarom niet geselecteerd. Het voelt als falen omdat ik er niet alles aan heb gedaan."

Het lijkt me heel ingewikkeld als je teamgenoten, met wie je sámen de beste wil worden, opeens je concurrenten zijn.

"Dat is het ook, en daarin speelt leeftijd ook een rol. Naarmate ik ouder werd, durfde ik steeds meer te vertrouwen op mijn eigen kunnen en trok ik me bijvoorbeeld ook minder aan van wat er in de sportpers over me werd geschreven. Daarnaast is die concurrentie er ook met een reden, want die kan je ook tot grote hoogtes brengen. Je moet er alleen wel tegen kunnen – of mee om leren gaan. Winnen doe je samen, maar uiteindelijk wil iedereen die winnende goal het liefst zélf maken."

Niet iedereen is zo gefocust op 'de beste zijn', dus als je heel graag wíl winnen, is verlies misschien extra wrang. Hoe deal je daarmee?

"Ik heb gelukkig lieve ouders en vrienden om me heen. Allemaal fijne mensen die goed luisteren. En ik ben ook meteen met een sportpsycholoog aan de slag gegaan. Eigenlijk had ik dat beter vóór die selectie kunnen doen, maar als het dan eenmaal misgaat, moet je het ook maar meteen ondergaan. Dat vind ik ook het mooie aan falen: het kost misschien iets, maar levert ook altijd iets op. Een les, nieuw inzicht, ontwikkeling in jezelf. Ik heb ervan geleerd dat ik me niet zo afhankelijk moet opstellen en juist moet focussen op waar ik wel invloed op heb."

Is het niet moeilijk om na zo'n tegenslag weer je stick te pakken?

"Ik maakte de Olympische Spelen heel groot, daar heen mogen, winnen. Maar als je gewoon opstaat en weer doorgaat, doet het leven weer andere mooie dingen. Dat kon ik vrij snel inzien gelukkig.

In 2008 was het een stuk moeilijker om terug te gaan naar het veld. Dat jaar liep ik de Spelen weer mis omdat ik mijn kruisband had gescheurd. Van zo'n blessure moet je officieel negen tot twaalf maanden herstellen, maar ik probeerde het in acht. Ik heb toen keihard getraind en toch is het niet gelukt. Heel pijnlijk, ook omdat ik wel naar de Spelen ben geweest. Wel kijken en aanmoedigen, maar niet mee kunnen doen, dat was heel lastig. Toen het seizoen weer begon, voelde het alsof ik tien stappen terug had gedaan."

En deze keer kon je er niets aan doen, dat moet heel oneerlijk voelen.

"Ja, maar het leven is oneerlijk en topsport al helemaal, dus je moet toch af en toe schakelen als iets tegenzit. Nog steeds baal ik ervan, want de Olympische Spelen hebben voor iedere sporter iets magisch. Ik zou al mijn EK's inleveren voor de Spelen. En toch waren die twee gemiste Spelen ook heel leerzaam."

Dat is zo'n nuchtere aanpak: kop op en weer doorgaan. Het brengt je ongetwijfeld heel ver in het leven, maar zit die winnaarsmentaliteit nooit in weg?

"Ja, dat denk ik wel. Ik heb ook weleens gehoord van oude teamgenoten dat ik altijd vooraan liep en een bepaalde hardheid uitstraalde. Ik was niet alleen hard voor mezelf, maar kon dat ook zijn voor mijn omgeving. Anderen waren daardoor soms bang voor me."

'Hoe vaak ik ook 'nee' te horen krijg: ik blijf doorgaan'

"Er zit een onstilbare drive in mij, die wordt aangewakkerd in sport en werk, en die niet altijd gezond is. Volgens mij zit er een stukje boosheid onder... en misschien ook verdriet. Dat ik mijn waarde wil bewijzen, vechten voor m'n plek, laten zien dat ik het wél kan. Nu doe ik veel werk als spreker en trainer bij grote bedrijven en tijdens de pandemie viel in één klap bijna al mijn werk weg. Op zo'n moment kan ik níét accepteren dat ik geen geld verdien. Dus hoe vaak ik ook 'nee' te horen krijg: ik blijf doorgaan. Alsof er een soort beest loskomt in mij."

Altijd?

"Ja, ik ben sowieso vrij hard voor mezelf. Ik had onlangs weer mijn kruisband afgescheurd en dan stort ik me ook meteen vol op die revalidatie. Maar er zijn ook periodes dat ik die drang naar gezondheid nog verder door trek, dan ga ik vasten, koud douchen, dat soort dingen. Als ik te lang doorga en te veel van mezelf vraag, word ik uiteindelijk ziek. Of in ieder geval doodmoe, dan komt er niets meer uit me. Dat is een reminder dat ik soms een dag even iets minder moet doen: administratie, de kapper, een massage, beetje lummelen. Ik vind het heel moeilijk, maar soms is het ook goed om even stil te staan."

Merk je het ook in je leven na hockey, dat je altijd wil winnen?

"Ja, dan komen we meteen bij mijn tweede grote faalmoment. Want ik wist natuurlijk dat die hockeyloopbaan een keer zou aflopen. In de aanloop naar mijn laatste WK, heb ik gesolliciteerd naar een baan als directeur van een sportcentrum voor kinderen met een beperking. Die hele procedure heb ik ook benaderd als een wedstrijd die ík moest winnen."

"Geen enkel moment heb ik me afgevraagd: wil ik dit? Word ik hier blij van? Is dit echt de baan voor mij? Nee, ik was bezig om met mijn cv en ervaring 32 andere kandidaten te verslaan. En toen ik samen met één ander overbleef, wist ik helemaal: ik moet winnen.

Ik heb die baan misschien wel 'gewonnen', maar het paste uiteindelijk totaal niet bij me. Een kantoorbaan is helemaal niets voor mij, en deze rol bestond voor 80 procent uit fiscaliteit. Heel ingewikkeld. Wel leerzaam, maar ik werd er totaal niet gelukkig van. Ik heb het een jaar gedaan en toen ontslag genomen. Dan kan je denken: so what? Een jaar is zo voorbij, je hebt ervan geleerd en ervaring opgedaan. Maar ik baalde toch dat ik mezelf wéér compleet voorbij was gerend in het proces. Ik had weer niet naar mijn hart geluisterd. Ik was weer met de buitenwereld bezig en wat anderen wel of niet van me zouden denken. Winnen werd belangrijker dan wat ik wilde of wat goed was voor mij."

Hoe ga je ervoor zorgen dat je die fout niet nog een keer maakt?

"Zeg nooit nooit, maar ik heb een paar jaar geleden wel een heel tof leadership-programma gedaan, waarbij we helemaal terug moesten naar onze purpose en je waarden, wat je wil en wat je belangrijk vindt. Vervolgens hebben we zelf een symbool ontworpen dat hiermee resoneert. Bij mij staan sport, verbinding en plezier centraal in het symbool. Ik wil plezier blijven maken, mensen met elkaar verbinden en anderen laten stralen of in hun kracht zetten. Ik word er in mijn werk steeds beter in om alle aanvragen, kansen of afwegingen daaraan te meten – en op basis daarvan keuzes te maken."

Het symbool dat Kim ontwierp
Het symbool dat Kim ontwierp

Wat voor dingen zijn dat nu?

"Ik geef nu veel lezingen en trainingen in het bedrijfsleven en ik probeer daarin meer te doen dan alleen een verhaal te vertellen, zodat mensen er ook meteen iets mee kunnen doen. Maar ook daar, net als in mijn werk als radiopresentator en ondernemer, zal ik nog weleens de mist in gaan. Ook al zijn het dingen die ik superleuk vind... Alleen weet ik nu: als het fout gaat, bounce je ook wel weer terug.

Eigenlijk gun ik het iedereen om te falen; je wordt er veerkrachtiger van. Daarom begrijp ik al die elektrische fietsen ook niet zo goed. Tuurlijk, het maakt je leven een stukje makkelijker, maar uiteindelijk word je er fysiek – maar ook mentaal – sterker van als je zelf fietst. Soms is het leven gewoon even vervelend en raar en lelijk. De jongere generatie moet al aan zoveel dingen voldoen en eerlijk: dat lijkt me best pittig, maar toch zou ik iedereen willen meegeven om niet te snel op te geven en ook af en toe kritisch naar jezelf te kijken. Dan kom je erachter dat je meer kunt dan je denkt."

Lizzy van Hees