Close

Werken met jonge criminelen: 'Om weer mens te worden heb je mensen nodig'

17 oktober 2022 12:10 / Onderwerpen
P Pedagoog, coach en spreker Minchenu Maduro werkt in de gevangenis met jonge mensen die vaak ernstige delicten hebben gepleegd. Gewoon harder aanpakken, klinkt het vaak vanuit de samenleving. Zij ziet het anders: “Jonge mensen die vreselijke dingen doen, zijn vaak het contact met hun eigen menselijkheid verloren. Mijn missie is om ze die weer terug te laten vinden.”

Het begon allemaal in 2011 met de veelbesproken Top600-aanpak, geïnitieerd door de toenmalige Burgemeester van Amsterdam, wijlen Eberhard van der Laan. Een aanpak die erop gericht was een specifieke groep te bereiken die tot dat moment moeilijk te bereiken bleek: jonge mensen die een hoog risico hadden om in de zware criminaliteit te belanden en er vervolgens nooit meer uitkomen. 

Maduro: “Er was grote behoefte om andere manieren te proberen om door te dringen tot deze groep die overal tussen de vingers door dreigde te glippen. Ik ging aan de slag in gevangenissen, onder de vleugels van de Peter Faber Stichting. Met een team van verschillende coaches, met elk hun eigen manier om een brug te slaan naar jonge mensen die zich vaak emotioneel volledig hebben afgesloten, van anderen maar ook van zichzelf. De ene coach deed dat via spoken word, de ander met muziek, toneel, fotografie of video.” 

Wat was jouw specialiteit?

“Mijn rol was om via gesprekken echt de connectie te maken en de diepte in te gaan. Voordat ik aan de slag ging vanuit de Peter Faber Stichting, had ik al ervaring opgedaan met werken met gedetineerden in de jeugdgevangenis de Doggershoek en trainde ik speciale eenheden bij de politie. Inmiddels doe ik dit werk ook vanuit mijn eigen stichting. Creativiteit is daarbij altijd de ingang. Vertrouwen en onvoorwaardelijke aandacht het uitgangspunt.”

Hoe ziet dat er concreet uit?

“Ik praat met gedetineerden. Over wie ze zijn, hoe ze zichzelf zien, over de delicten die ze hebben gepleegd en hoe ze daar tegenaan kijken, maar ik voer die gesprekken altijd via creatieve projecten die we samen aangaan: tekenen, schilderen, toneelspelen. Doordat we samen bezig zijn, ontstaat er een veilige, ontspannen sfeer waarbinnen kwetsbare en soms confronterende gesprekken kunnen worden gevoerd, zonder dat er druk op staat. Eigenlijk zijn we met een interventie bezig, een soort wake-up call: wie ben je en wat ga je doen met de rest van je leven? De crux is dat het voor hen niet aanvoelt als een interventie."

Waarom is dat belangrijk? 

“Deze jongens hebben vaak al een heel leven van ellende en criminaliteit achter de rug en soms wel meer dan honderd hulpverleners gezien en nog eens tientallen vertegenwoordigers van politie, justitie, reclassering en andere instanties. Ze zijn het gewend om tegenover mensen te zitten die hen alleen als criminelen zien, voor wie ze op hun hoede hebben leren zijn. Ze hebben in de loop der tijd een muur opgebouwd. 

Dus als ik tegenover ze ga zitten in een therapie-achtige setting en ik zeg: kom, wij gaan het eens even hebben over jouw delict en of je daar berouw over voelt, dan slaan ze meteen dicht. Maar het is al heel anders als we samen iets gaan doen of maken en ondertussen ook nog een beetje praten. Als ik in een veilige setting contact maak, vanuit een houding van oprechte nieuwsgierigheid, dan lukt het soms om bij iemand een deur die jarenlang potdicht heeft gezeten weer open te breken.”

'We kunnen ons van deze groep afkeren, maar daar schiet de maatschappij niets mee op'

Kun je een voorbeeld geven?

“Ik herinner me een jongen die vastzat voor een delict waarbij een dodelijk slachtoffer was gevallen. Een situatie die uit de hand liep en uitmondde in een steekpartij. We deden een schilderopdracht, waarbij je je eigen levenslijn mocht tekenen. Daarbij mocht je dingen ook symbolisch weergeven. En die jongen vroeg mij of ik een hartje wilde tekenen, omdat hem dat zelf niet goed lukte. En hij tekende tulpen. Die stonden voor zijn vrolijkheid. Daarnaast tekende hij ook dingen die stonden voor zijn boosheid. 

Zo’n tekening is dan een ingang om in een veilige setting een persoonlijker gesprek te voeren. Hij vertelde dat zijn moeder was overleden toen hij jong was en dat hij sindsdien worstelde met een enorme boosheid. Maar hij had in zijn leven niemand bij wie hij terecht kon. Hij werd vanwege zijn gedrag van school gestuurd en liep vervolgens met al die boosheid rond op straat, waar veel leeftijdsgenoten met messen rondliepen en vooral de wet van de sterkste gold. Uiteindelijk is het toen een keer helemaal mis gegaan.

Toen zijn eigen schilderij af was, legden we er een ander schilderij naast dat één van de andere jongens van hem had gemaakt. Daar stond hij heel duister op, in zwart gekleed, met een mes, druipend van het bloed. Ik wees vervolgens naar die twee schilderijen die naast elkaar lagen en vroeg: wat is het verschil? Hij wees naar het duistere schilderij en zei: dit ‘is hoe ze me daarbuiten zien.’ En hij wees naar het eigen schilderij met het hart en de tulpen: ‘dit is wie ik echt ben’.” 

Je werkt met mensen die soms hele ernstige delicten hebben gepleegd. Overvallen met geweld, moorden, liquidaties. Daders van dit soort misdaden worden vaak gewetenloos genoemd. Is dat ook zo? 

“Dat verschilt. Sommigen voelen inderdaad weinig bij de delicten die ze hebben gepleegd. Mensen die liquidaties uitvoeren bijvoorbeeld, die gaan heel doelgericht te werk en hebben zich vaak volledig afgesloten van het deel in zichzelf dat berouw, spijt of medeleven kan voelen. Vaak is er ook sprake van mentale problematiek of een licht verstandelijke beperking. Ik zie dan weer dat deze daders vaak last hebben van slaapproblemen, nachtmerries, paranoia en stress die er op een fysieke manier uitkomt. Dus dat iemand niet bij die gevoelens kan komen, betekent niet dat ze er helemaal niet zitten.

Maar ik werk ook met jongens en mannen die hun misdaad niet in zulke koele bloede hebben gepleegd. Het komt voor dat iemand bij een overval uit zenuwen de trekker overhaalt of bij een ruzie iemand neersteekt. In zulke gevallen zie je vaker spijt. Omdat zij vaak ook zouden willen dat ze het allemaal konden terugdraaien. En juist bij deze mannen is het heel belangrijk om te zorgen ze zich niet volledig met hun identiteit als crimineel gaan identificeren, maar dat je ze ook weer in contact probeert te brengen met die andere kant in zichzelf: de kant die berouw, empathie en spijt kan voelen.” 

Kun je daar een voorbeeld van geven?

“We werken veel met toneel, omdat het je dwingt om je in te leven in andere mensen en je te verplaatsen in hoe zij zich voelen. Veel van deze jonge mannen hebben dat nooit goed geleerd of zijn gaandeweg afgestompt door het leven wat ze leiden. Zij kijken naar een delict als een overval en zeggen: ‘Maar mevrouw, het is maar geld en die mensen zijn toch verzekerd?’ De psychische schade die ze aanrichten bij anderen, daar staan ze niet bij stil. 

Wat ik dan doe: samen een toneelstuk maken waarin de vriendin van de hoofdpersoon door zijn vrienden wordt overvallen bij een pinautomaat. Om het goed te kunnen spelen, moet de hoofdrolspeler zich inleven in hoe het zou voelen als zijn vriendin op zo’n brute manier zou worden overvallen. En dan komen er ineens gevoelens los van: hoe kúnnen ze aan mijn vriendin komen, zoiets doe je toch niet. En dan zeg ik: kun je je voorstellen dat familieleden van slachtoffers zich ook zo voelen? En dan zie je soms dat er in het hoofd bij zo’n jongen toch iets verschuift.”

Maatschappelijk is de aanpak van zware criminaliteit nogal een punt van discussie. Er zullen ook mensen zijn die zeggen: toneel, muziek, schilderen? Wat een soft gedoe. Je moet daders van zulke ernstige feiten gewoon keihard aanpakken.

“Ja, en ik begrijp ook heel goed waar dat sentiment vandaan komt. Toen Derk Wiersum werd vermoord en later Peter R de Vries, was ik daar zelf ook echt kapot van. En toen ik heb ik het zelf ook even lastig gevonden om weer met frisse zin en een open blik aan het werk te gaan met jongens die in diezelfde wereld zitten. Maar het punt is: we kunnen ons wel in afschuw van deze doelgroep afkeren en onze handen er vanaf trekken. Maar daar schieten we als maatschappij niets mee op. 

Je hebt hier te maken met jongens die al op hele jonge leeftijd in de criminaliteit belanden. Die rolmodellen hebben die ook in de criminaliteit zitten. Voor wie criminaliteit vaak een uitweg lijkt uit een toch al vrij uitzichtloos bestaan. En die het gevoel hebben dat ze niet echt bij de samenleving horen. Hoe hoger je straf, hoe hoger je status op straat. En als ze weer buiten komen, begint het hele verhaal weer van voren af aan. Alleen zijn ze in de tijd dat ze vast zaten alleen maar verder verhard en afgestompt.”

'Er is een verschil tussen je verantwoordelijkheid nemen en afgeschreven worden'

Wat is dan wel de manier?  

“Ten eerste denk ik dat we deze doelgroep veel eerder moeten proberen te bereiken. En dat we daar ook de ouders, de familie, de buurt, de school, veel meer bij moeten betrekken. Als ik ze in de gevangenis tref, is het natuurlijk eigenlijk al te laat. Veel jongens bij wie het blijvend misgaat, hebben geen stabiele thuissituatie, ze missen positieve rolmodellen en hebben vaak geen vangnet als het even niet zo goed met ze gaat. Zij vormen een dankbare prooi voor ronselaars van criminele bendes die ze broederschap, avontuur, aanzien en gouden bergen beloven. Juist dan is het belangrijk dat ze mensen om zich heen hebben die hun belevingswereld snappen, maar die hen ook kunnen doen inzien dat zo’n leven in de criminaliteit niet zo stoer en glamorous is als het lijkt.”

Ten tweede denk ik dat het uiteindelijk niet ‘soft’ is om mensen die vastzitten en straks weer terug moeten keren in de samenleving, handvatten te geven om dat op een positieve manier te doen. Het gaat er niet om dat je de schade die ze hebben aangericht met de mantel der liefde bedekt. Als coach ben ik er ook om confronterende gesprekken te voeren, harde waarheden aan te gaan en te praten over verantwoordelijkheid nemen voor je daden.

Maar er is een verschil tussen je verantwoordelijkheid moeten nemen en afgeschreven worden. Uiteindelijk zijn we er als samenleving allemaal bij gebaat dat deze doelgroep na hun straf een andere weg in slaat, maar dat gaat nu eenmaal niet vanzelf. Daarvoor zul je moeten proberen door te dringen tot het deel van deze jongens dat ze uit zelfbescherming vaak heel diep hebben weggestopt. Het deel van hen dat vaak onderhuids worstelt met trauma en berouw. Dat dierbaren liefheeft. En dat misschien ook wel van een ander leven droomt. 

Kortom: je moet contact proberen te maken met de menselijkheid waarmee ze geboren zijn, maar die ze ergens zijn kwijtgeraakt. Maar dat doe je niet door ze weg te stoppen en niet meer naar ze om te kijken. Dat doe je door contact met ze te maken. Ik zeg altijd: om weer mens te kunnen worden, heb je andere mensen nodig.”

Floor Bakhuys Roozeboom

LEES MEER OVER