Close

Wat de coronacrisis ons leert over vrouwelijke leiders

23 april 2020 02:04 / Eva de Mol
Columnist background Columnist image
V Vrouwelijke leiders worden sinds een paar weken geroemd en bewonderd om hun aanpak van de coronacrisis. Is het terecht dat we – juist nu – een voorbeeld zien in vrouwen zoals Angela Merkel en Jacinda Ardern? Over die vraag buigt columnist Eva de Mol zich deze week.

Ik wist dat ik goed zat met mijn onderwerpkeuze voor deze column toen mijn man zei dat-ie het wel 'erg feministisch' vond. Ik besloot deze week te schrijven over vrouwelijke wereldleiders. Het zijn namelijk vooral deze bestuurders die uitblinken tijdens de coronacrisis. The Guardian omschrijft ze als 'het geheime wapen in de strijd tegen de pandemie'. Want wat hebben Taiwan, Denemarken, Duitsland en Nieuw-Zeeland met elkaar gemeen? Juist, ze worden allemaal geleid door vrouwen en vallen op door hun effectieve handelen in de strijd tegen de pandemie.

Een greep uit de redenen voor lofzang: Tsai Ing-Wen wist als eerste vrouwelijke president van Taiwan het aantal coronadoden onder de 400 te houden, ondanks het feit dat het zo dichtbij China ligt! En ook al deelt het virus harde klappen uit in Duitsland, is het Merkel gelukt om een extreem laag sterftecijfer bewerkstelligen van 1,6 procent. Allemaal dankzij de juiste maatregelen.

Als vrouw kom je er niet mee weg om een middelmatige leider te zijn

In Nieuw-Zeeland staat Jacinda Ardern aan het roer en daar zijn slechts zestien mensen aan het virus overleden. En ook premier Mette Frederiksen van Denemarken en de Finse premier Sanna Marin kunnen we tot de besten van de klas bestempelen in de strijd tegen corona. Het zijn stuk voor stuk leiders die opvallen door hun kordate handelen en effectieve beleid.

Toch vind ik het als wetenschapper lastig om de causaliteit hier te verdedigen aangezien er behoorlijk wat contextuele factoren zijn, die de effecten van het leiderschap kunnen beïnvloeden. Als je naar deze landen kijkt, zie je dat welvaart, bevolkingsaantallen, geografie en sociale gehoorzaamheid absoluut een rol spelen. Maar goed, als feminist valt het mij wel op dat het nieuws in deze kwestie aan mijn zijde is.

Volgens Guardian-columnist Arwa Mahdawi hebben de bovengemiddelde prestaties van deze vrouwelijke leiders er alles mee te maken dat zij al veel beter moesten zijn om überhaupt als leider te worden gezien en gekozen. De standaard ligt voor vrouwen namelijk veel hoger dan voor mannen. 'Je moet dubbel zo goed zijn om half zo serieus genomen te worden', aldus Mahdawi. Als vrouw kom je er simpelweg niet mee weg om een middelmatige leider te zijn of te falen.

De effecten van deze vrouwelijke overcompetentie worden nu haarscherp uitgelicht in Taiwan, Duitsland, Nieuw-Zeeland en Scandinavië. Al zoekt een ander kamp de verklaring meer in de middelmatigheid van de mannelijke leiders. Zij zouden zijn gekozen omdat ze veel zelfvertrouwen uitstralen, iets wat ten onrechte wordt verward met capabel zijn. Uiteraard zijn er ook genoeg mensen overtuigd dat het averechts werkt om vrouwen op een voetstuk te plaatsen, puur omdat ze vrouw zijn. Want wat levert het ons op om naar bondskanselier Merkel te kijken en haar zo expliciet op haar vrouw-zijn te beoordelen? Op die manier houd je de stereotypen toch in stand? Geloof me, ik hoop dat dit over tien jaar een terecht punt is, maar voorlopig zijn we daar als maatschappij nog lang niet.

In Nederland wordt de huidige crisis vooral door mannen beteugeld. Rutte, Van Dissel, De Jonge en Grapperhaus bepalen de koers en spreken het volk toe. Dat beeld vormt een schril contrast met de mensen in vitale beroepen, bepleit journalist Jelle Havermans in de Volkskrant: "Dit is extra pijnlijk omdat dit mannelijk overwicht lijnrecht staat tegenover de gender-verdeling in de cruciale beroepen, die voornamelijk uit vrouwen bestaat."

Noem het feministisch of niet, maar voor mij hebben we pas echt gelijkheid bereikt als we in de volgende crisis ook middelmatige vrouwen in leiderschapsposities gaan zien.

EVA OP INSTAGRAM