Close

Het Groeifonds kent vele vaders, maar wie gaat het opvoeden?

17 september 2020 03:09 / Eva de Mol
Columnist background Columnist image
D De ministers achter het Nationaal Groeifonds zijn maar wat trots op hun blakende baby, maar ondanks de grote beloftes klinkt er kritiek. Eva de Mol vraagt zich af of de rol van de politiek niet te groot is en weet één ding zeker: de plannen moeten een stuk concreter worden.

Stralend zaten minister Wiebes en minister Hoekstra vorige week bij Jinek aan tafel om te vertellen over hun pasgeboren baby: het Groeifonds dat Nederland uit de crisis gaat investeren. Aan de troetelnaam zal het niet liggen, het 'Wopke-Wiebes-fonds' klinkt veelbelovend. "Onafhankelijk van elkaar hebben we het bedacht, en we vonden elkaar briljant met het idee", stelde Wiebes monter. Maar de echte vader van het baby'tje is minister Wiebes, want die heeft het bedacht. Knipoogjes over en weer. Succes kent vele vaders, zeker in de politiek.

Als je nu denkt: ja dat Nationaal Groeifonds van de drie W's komt me bekend voor, maar wat is het nou eigenlijk? Of als je niet begrijpt wat ze precies gaan doen, twijfel dan niet aan jezelf. Ik begrijp het ook niet precies en zo zijn er met ons vele anderen die het (nog) niet begrijpen. Het Financieel Dagblad concludeerde vertwijfeld dat we iets gaan doen met 20 miljard, zonder te we weten wat precies. Behoorlijk teleurstellend. En volgens Trouw staart het kabinet zich blind op economische groei.

'Is het wel aan de politiek om zo'n beslissing te maken?'

Is al die kritiek ook terecht, vraag ik me af. In de basis moet het Groeifonds investeren in bedrijven die een slinger zullen geven aan de Nederlandse economie. Klinkt goed. Een bekwame adviescommissie zal de potentiële investeringen beoordelen. Ook dat lijkt me verstandig. En toch heeft de politiek uiteindelijk het laatste woord: het kabinet maakt de uiteindelijke beslissing over elk project. Oké… Maar hoe moet het kabinet een goede beslissing maken als de doelstellingen nog niet helder zijn? Het is op dit moment namelijk onduidelijk wanneer een bedrijf binnen de voorwaarden van het Groeifonds past. En wat die 'slinger' is waar Wiebes het over heeft, weten we ook al niet. Op basis van welke factoren besluit de adviescommissie dan dat een idee slingerwaardig is?

Kortom: het plan klinkt veelbelovend en ambitieus, maar waterdicht is het nog niet. Wat zijn de bedrijven die het voor de Nederlandse economie moeten gaan doen de komende jaren? Daar zou ik graag een paar concrete voorbeelden van horen vanuit ministers Wiebes en Hoekstra. Ik ben benieuwd wat de investering wordt die ze gaan doen. En als ik eerlijk ben, vraag ik me nog steeds af of het wel aan de politiek is om zo'n beslissing te maken. Daarnaast mag de beoogde investering geen project betreffen dat zónder het Groeifonds ook wel door zou gaan. Maar is die 20 miljard dan alleen voor de bedrijven die anders kopje onder zouden gaan? Wat zegt dat over de kans op economische groei en succes?

'We moeten stevig inzetten op vergroening, digitalisering en omscholing'

Ik hoop dat de innovatietheorie van Joseph Schumpeter ook in de principes van het Wopke-Wiebes-fonds past: voor echte economische groei zullen nieuwe technieken de oude steeds weer vernietigen. En om dat de komende jaren te bereiken, moeten we stevig inzetten op vergroening, digitalisering en omscholing. Ik hoop daarom dat er binnenkort concrete projecten worden benoemd mét een duidelijke begroting erbij. Laat het Groeifonds dan ook een slag maken op de inhoud, dan kunnen de ministers de bureaucratische processen, hoewel die er ongetwijfeld bij horen, wat vaker achterwege laten.

Iedereen heeft rolmodellen nodig om te zien wat er allemaal mogelijk is in ons leven. Om zélf een rolmodel te worden, moet je durven pionieren. Dat is precies wat Eva de Mol doet met haar onderzoek en als technologie-ondernemer. Ze deelt iedere week haar persoonlijke ervaringen én legt uit wat er voor nodig is om zelf ondernemer te worden.