Close

Het probleem met schakende duiven

14 oktober 2020 09:10 / Zahra Boufadiss
Columnist background Columnist image
C Columnist Zahra Boufadiss is strafrechtadvocaat in Amsterdam. Op deze plek deelt ze iedere twee weken haar visie op haar werk – en de rest van de wereld.

Arguing with idiots is like playing chess with pigeons. Ik moet altijd een beetje glimlachen als ik dat spreekwoord hoor. Visueel ingesteld als ik ben, zie ik direct een duif achter een schaaktafel zitten. Of een stel vogelbekdieren dat zich aan een potje tennis waagt. Het punt is maar: een spel waarbij de spelers niet op de hoogte zijn van de regels, is tamelijk zinloos.

Neem een voetbalwedstrijd: die is uitsluitend mogelijk wanneer beide teams begrijpen dat ze aan het voetballen zijn. Om te scoren moet de bal tussen de doelpalen getrapt worden. De bal mag absoluut niet met de hand mag worden aangeraakt. Als de scheidsrechter fluit, stoppen de spelers met hun spel. Na een doodschop volgt een rode kaart. De speler in kwestie loopt het veld af. De beslissingen van de scheidsrechter worden opgevolgd, omdat de regels voor het startsein bekend waren bij alle spelers.

En zo werkt de maatschappij meestal ook. Strafbare feiten en de straffen die erop volgen, moeten allemaal zijn vastgelegd in een wet. De regels moeten begrijpelijk zijn, waarbij glashelder is wat wel en niet mag, in taal die voor iedereen toegankelijk is. De spelregels mogen niet met terugwerkende kracht worden ingesteld. Op die manier worden burgers beschermd tegen willekeur van de overheid.

Samenkomsten waren verboden, maar groepsvorming was toegestaan

Ik wil van tevoren weten welk gedrag wel en niet strafbaar is, zodat ik de voor- en nadelen kan afwegen. Als ik een dropje jat, win ik 5 cent. Maar als ik gepakt wordt door de winkeleigenaar, volgt een geldboete van 200 euro. Ik hou van drop, maar dat is het me toch ook weer niet waard. En op grond van een simpele berekening zal dat voor de meeste mensen zo zijn.

En toen brak het coronavirus uit en werd de regering gedwongen de spelregels van onze samenleving in één klap drastisch te veranderen. Alsof je midden in een bokswedstrijd opeens je tegenstander niet meer mag aanraken, maar wel door moet gaan met vechten. 

De noodverordening werd met razende haast ingevoerd - te haastig eigenlijk. De gemeentelijke noodwet had geen democratische basis. Ook stonden de maatregelen vol vage en onduidelijke termen die zelfs voor mij als jurist lastig te interpreteren waren. Samenkomsten waren verboden, maar groepsvorming was in sommige gevallen wel toegestaan. Als je een huishouden vormt, hoefde je geen anderhalve meter afstand te bewaren. Maar als je een jarenlange LAT-relatie had, tja... Dan had je pech. Eigenlijk mocht je het bed dan niet meer delen. De regels waren tegenstrijdig en de handhavers leken wel thuisfluiters - en neem het ze eens kwalijk, want zij begrepen er waarschijnlijk ook niks meer van. 

Bondscoaches Rutte en De Jonge worstelen met de wedstrijdstrategie

Het gevolg: totale chaos. Mijn inbox stroomde vol met vragen van mensen die in doodnormale situaties niet meer wisten wat zij moesten doen. Zo schreef een moeder mij over haar zieke zoon. Hij woonde al op kamers en moeder en zoon vormden dus officieel geen huishouden meer. Moeder vroeg of ze haar zoon niet toch naar het ziekenhuis mocht brengen. Ik moest haar antwoorden dat het technisch gezien niet toegestaan was: in de auto konden ze geen anderhalve meter afstand houden. Het was een overtreding en mogelijk zouden ze ervoor gestraft kunnen worden. Niemand wil een strafblad, maar het is toch een beetje alsof je ineens van het veld wordt gestuurd voor een kopbal.

Zeven maanden later bestaat deze noodverordening nog steeds. Hij heeft een aantal transformaties doorgemaakt. De regels zijn hier en daar wat aangepast, waardoor op dit moment nog minder mensen weten wat strafbaar is en wat niet. Deze week wordt gestemd over een nieuwe noodwet. Er komt een einde aan de onrechtmatige en ondemocratische verordening, maar ik sta niet juichend aan de zijlijn. Ook in de nieuwe wet zie ik onduidelijke termen staan. Nadat we meer dan een half jaar zijn doodgegooid met de anderhalve meter-eis, moeten we nu op ‘veilige afstand’ van elkaar blijven. Is dat twee meter? Een meter? Joost mag het weten.

Op 1 december treedt de wet waarschijnlijk in werking. Ik maak me zorgen, omdat het voor burgers nog steeds onduidelijk is aan welke regels ze zich moeten houden. Je ziet bondscoaches Rutte en De Jonge worstelen met de wedstrijdstrategie, ook gisteravond weer. En de kans is groot dat de tegenpartij vanmiddag in het debat flink wat druk gaat uitoefenen. Zo lang de neuzen niet allemaal dezelfde kant op staan, blijft het fladderen op het schaakbord, en ongetwijfeld ook: bekvechten met idioten. Hopelijk wel op 'veilige afstand'.