Close

In m'n feestjurk op de bank

25 november 2020 02:11 / Zahra Boufadiss
Columnist background Columnist image
C Columnist Zahra Boufadiss is strafrechtadvocaat in Amsterdam. Op deze plek deelt ze iedere twee weken haar visie op haar werk – en de rest van de wereld.

Vrijdagavond, 17:53 uur. Ik slaak een tevreden zucht: weer een werkweek overleefd. Over iets meer dan een uur mag ik aanschuiven bij goede vrienden P. en E., die koken als ware sterrenchefs. Ik kijk wat om mij heen. In de eethoek doemt mijn geïmproviseerde thuiswerkplek op. Op de eettafel een stapel dossiers. Direct flitsen er allerlei gedachten door mijn hoofd. Ik heb nog een uur. Wat moet ik allemaal nog doen? Oh ja, sporten! Summerbody’s are made in winter, right? Ok, 45 minuten fitnessen. Dan heb ik precies een kwartier om aan mijn enorme stapel wasgoed te beginnen.

Mijn gedachten worden verstoord door mijn werktelefoon. Het is de politie Eindhoven. Een aardige politieagente zegt dat mijn cliënt D. donderdag wordt gehoord. Hij wordt verdacht van verboden wapenbezit en witwassen. Ernstige feiten dus. Als ik mijn agenda erbij pak, zie ik dat ik donderdag al twee zittingen én een piketdienst heb. Ik heb een zaag nodig zodat ik mezelf in tweeën kan delen. Of een straaljager zodat ik overal op tijd kan zijn.

Op een lege batterij werken gaat niet

Shit, ik keek zó uit naar dit weekend. Met vrienden afspreken, mijn comeback maken op de tennisbaan en lekker niksen. Maar nog voordat ik de vrijdagavond heb afgetrapt, grijpt de volgende werkweek me al naar de keel. Het werkt stapelt zich maar op. Inmiddels heb ik een to do-lijst voor mijn to do-lijsten. Mijn cliënten rekenen op me, ik kan ze niet in de steek laten. Er zit niets op, ik moet mijn sociale afspraken afzeggen en het weekend doorwerken. Begrijp me niet verkeerd: over de drukte op werk klaag ik niet. Het is een goed teken dat mijn kantoorgenoten en ik voldoende cliënten hebben om bij te staan. Daarnaast heb ik gelukkig geen burn-outklachten, heb geen opgejaagd gevoel, ben niet prikkelbaar of oververmoeid. Als advocaat ben ik nou eenmaal druk. Deal with it, denkt mijn strenge ik.

Maar voordat ik mijn telefoon grijp om mijn eetafspraak af te zeggen, daalt gelukkig een ander besef in. Het is niet slim om alles af te zeggen waar ik energie van krijg. Zeker niet om ze te vervangen met het doorspitten van dossiers. Op een lege batterij werken gaat niet. Daar wordt mijn werk ook niet beter van. Naar een festival ga ik ook niet zonder opgeladen telefoon.

Vier miljoen mensen moeten aan de noodrem trekken

Ik merk dat ik het lastig vind om aan mezelf toe te geven dat de pijp even leeg is. Blijkbaar lijd ik aan het zogenaamde 'helperssyndroom’. Omdat ik een hulpverlener ben, denk ik eerst aan een ander, en niet aan mezelf. Hulpverleners klagen niet en zetten door. Ik kan altijd meer en harder werken. Maar ik weet ook dat voortdurende overbelasting uiteindelijk kan leiden tot psychische klachten. Niet alleen in de advocatuur, maar in heel Nederland, is het aantal mensen dat lijdt aan een burn-out gestegen. Zeker in 2020, het corona-jaar. Op dit moment zijn er vier miljoen (!) verborgen burn-outs. Als die vier miljoen niet snel aan de noodrem trekken, kan hun lichaam crashen.

Mijn accu heeft nog maar één van de vijf streepjes. Het is tijd om mezelf aan de lader te leggen. Tijdens een vliegtuigramp moet je ook eerst het zuurstofmasker over je eigen mond trekken, voordat je een ander kan helpen. Ik besluit het sporten te laten zitten. Mijn thuiswerkplek ruim ik op, zodat de dossiers me niet aanstaren. Die pak ik maandag wel weer. Het etentje laat ik gewoon doorgaan, want van dat heerlijke eten en de gezelligheid krijg ik energie. Het overgrote gedeelte van de rest van het weekend breng ik horizontaal door op de bank. Netflix heeft drie Windsor-documentaires voor me uitgezocht. Die moet ik allemaal zien. Wel in feestjurk, want die berg was laat ik ook voor wat het is: ik heb misschien een lege kledingkast, maar wel mooi een volle accu.

LEES MEER OVER