Close

Snot(neus)beleid

04 maart 2021 01:03 / Eva de Mol
Columnist background Columnist image
D De scholen zijn weer open, maar bij een snotneus geldt meteen: thuisblijven en testen maar. Columnist Eva de Mol doet er alles aan om haar zoon geen schooldagen meer te laten missen, maar dat is niet voor iedereen mogelijk.

Ontneemt de snotneus ons het recht op onderwijs? Met het huidige snotneusbeleid op basisscholen lijkt het daar wel op. De lockdown, kerstvakantie, ijsvrij, studiedagen en de voorjaarsvakantie zitten nog vers in mijn geheugen, maar nadat mijn zoon in totaal zeven dagen naar school was geweest – in elf weken tijd – krijg ik de eerste dag na de vakantie het verzoek om hem thuis te houden vanwege 'opgedroogd groen snot onder de neus'. De negatieve test van drie dagen eerder is volgens de richtlijnen niet meer relevant. Mijn zoon vraagt zich nu nerveus af of snot vanaf nu verboden is, want dan zal hij iedere keer als de juf zijn kant op kijkt zijn neus verstoppen.

De gesprekken met vrienden en mijn belletje naar de GGD leren me dat mijn ervaring als ouder niet op zichzelf staat. Sterker nog: na een wachttijd van één uur en twintig minuten wordt me verteld dat het 'sinds het begin van Covid nog niet zo druk is geweest' op de lijn. De reden? Alle kleuters met snotneuzen moeten nu getest worden, en dat levert behoorlijke wachttijden op. Al snel kom ik tot de conclusie dat de GGD-test geen optie is omdat de kans dat ik vervolgens meer dan 48 uur op de uitslag moet wachten reëel is. En dat zou betekenen dat mijn zoon weer twee extra dagen school moet missen.

Hoeveel schooldagen gaan die kinderen de komende maanden nog missen?

Gelukkig kan ik het me permitteren om mijn zoon voor 50 euro op de hoek te laten testen, zodat hij zo snel mogelijk weer naar school mag. En dat zou ik volgende week weer doen als het moet. Ik voel me verplicht naar mijn kind toe om hem niet nóg meer schooldagen te laten missen. En al helemaal niet vanwege een snotneus, die jonge kinderen doorgaans zes maanden per jaar hebben. Maar dat de WHO op basis van het beschikbare wetenschappelijk onderzoek heeft besloten snotneuzen bij kinderen niet aan te merken als coronasymptoom, is voor het gemak opzijgeschoven door de beleidsmakers in Den Haag.

Maar wat betekent dat voor alle kinderen van wie de ouders de financiële middelen niet hebben? Die niet om de GGD-drukte heen kunnen en hun kinderen daarom langer thuis moeten houden? Hoeveel schooldagen gaan die kinderen de komende maanden nog missen? Of nog langer, als we er inderdaad van uitgaan dat corona de komende jaren onder ons blijft.

Laten we er daarom voor zorgen dat leraren zich veilig voelen

Met het snotneusbeleid wordt volgens mij volledig voorbijgegaan aan de consequenties voor kinderen zelf. De échte oplossing ligt volgens veel epidemiologen bij de leraren, zo stelt Patricia Bruyning in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Laten we er daarom voor zorgen dat zíj zich veilig voelen. Dat kan alleen maar door ze zo snel mogelijk te vaccineren. En misschien kunnen we in de tussentijd ruim budget uitrekken voor sneltesten in de klas, zodat álle kinderen gelijke toegang hebben tot onderwijs – niet alleen die uit Amsterdam Oud-Zuid.

 

Iedereen heeft rolmodellen nodig om te zien wat er allemaal mogelijk is in ons leven. Om zélf een rolmodel te worden, moet je durven pionieren. Dat is precies wat Eva de Mol doet met haar onderzoek en als technologie-ondernemer. Ze deelt iedere week haar persoonlijke ervaringen én legt uit wat er voor nodig is om zelf ondernemer te worden.