Close

Oorlog na middernacht kent alleen maar verliezers

24 maart 2021 02:03 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (37) is schrijver en journalist. Ze woont in Amsterdam met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Of ik er misschien een beetje doorheen zat? Mijn bovenbuurvrouw had me in het holst van de nacht heel hard 'fuck my life' horen roepen en nu vroeg ze zich af of het wel goed met me ging. Het antwoord op die vraag vond ik moeilijk te geven. Want wat is goed in een tijd dat de enige matige dag zich geruisloos aan de andere rijgt, in een eentonige blob die achteraf dan toch een jaar blijkt te zijn geweest?

Goed? Nou ja, niet echt. Ja, gekeken naar het grote plaatje van het leven ging het goed. Niet ziek, niet ongelukkig, genoeg werk, natje, droogje, dak boven het hoofd en de dagen voltrokken zich doorgaans zonder noemenswaardige calamiteiten. Tot zover niets dan zegeningen, dus die tellen we dan ook altijd plichtsgetrouw. Maar ongeveer drie maanden geleden begonnen onze kinderen plotseling 's nachts te spoken en kwamen we erachter dat slaap toch ook een cruciale factor voor ons levensgeluk blijkt te zijn. En dat slaapgebrek er op een andere, genadelozer, manier inhakt als je nét dacht dat je het 'tijdperk der gebroken nachten' voorgoed achter je had gelaten.

De jongste was van een kikkervisje veranderd in een gezinslid

In het begin, vlak na de geboorte, als zo'n kind nog weinig meer dan een zoetruikend kikkervisje is, ben je erop voorbereid dat je het een tijdje zonder nachtrust zal moeten uitzingen. Dan sta je nog strijdbaar en berustend te wiegen, te sussen en te zingen naast dat bed. Dan word je nog voortgestuwd door die unieke cocktail van hormonen, totale verbijstering en acceptatie die zowel oppeppend als verdovend werkt. Ieder uur dat je slaapt is er één en zijn het er meer dan een paar achter elkaar, dan voel je je de volgende ochtend alsof iemand een halve xtc-pil door je havermout heeft verkruimeld.

Hoe anders voelde het nu. Het was natuurlijk ook onze eigen schuld, we waren overmoedig geweest. We hadden ons rijk gerekend. De voedingsbh's waren opgeborgen, de flesjes opgeruimd, de jongste was van een kikkervisje veranderd in een gezinslid, de oudste ging naar school. We hadden onze verdediging laten zakken. We waren er niet meer op berekend. Dus toen beide kinderen ineens weer besloten om 'nachts uren achtereen wakker te zijn, trof de slapeloosheid ons als een doffe klap in de knieholten. Als rijp graan onder een dorsmachine klapten we om.

Wie decorumverlies wil bestuderen, moet een camera hangen boven het bed van oververmoeide ouders

Waar de soundtrack van het nachtelijke waken in de babytijd nog bestond uit voorzichtige voetstappen, zacht gefluister en liefdevolle blikken van verstandhouding tussen verdwaasde ouders, is onze nacht nu veranderd in een weinig verheffend strijdtoneel vol gestommel, gevloek en gesiste verwijten.

Steeds weer, als we net in de troostende zwarte afgrond van de diepe slaap wegzakken, voltrekt zich hetzelfde bittere ritueel.

'Jezus man, waarom schop je mij?'

'Je hoort toch dat ze huilt, of niet?'

'Ja, jij hoort het toch ook?'

'Ga dan.'

'Ga jij dan.'

'Ik heb net dat flesje toch al gemaakt?

'Ik heb net toch al een uur naast dat f*cking bed gelegen?'

'Nou dan.'

'Ja, nou dan.'

'Fuck you.'

'Fuck you.'

Wie decorumverlies wil bestuderen, moet eens een maand een camera hangen boven het bed van oververmoeide ouders. Oh, de kleinzieligheid. De bittere wedstrijd van wie beklagenswaardiger is. Wie harder heeft gewerkt. Wie langer heeft uitgeslapen. Wie meer recht heeft op. Wie meer recht heeft om. De vermoeidheid die iedere pretentie een grootmoedig mens te zijn doet wegvallen. Of je nu lodderig bent van drank of dronken van slaapgebrek: de oorlogen die na middernacht worden uitgevochten kennen alleen maar verliezers.

Verliezers die zich troosten met de gedachte dat nachtelijke oorlogen geen zonlicht verdragen

Verliezers die zich als weigerachtig klittenband dan toch maar lostrekken van de lakens, vloekend en zuchtend het dekbed van zich afslaan, met ogen die nog niet open willen richting het gehuil lopen, de kleine teen stoten aan het kastje in de gang en vanuit de diepste krochten van de ziel zo hard 'fuck my life!' schreeuwen dat de bovenbuurvrouw ervan wakker schrikt.

Verliezers die 's ochtends een beetje beurs aan de ontbijttafel schuiven. De wonden likken boven de broodkruimels. Met koffie in de hand de blik van de ander vinden. Zich troosten met de gedachte dat nachtelijke oorlogen geen zonlicht verdragen. Mooie wedstrijd weer. Dapper gevochten. Tot vannacht.

LEES MEER OVER