Close

De hel die kindertraktaties heet

07 april 2021 12:04 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (37) is schrijver en journalist. Ze woont in Amsterdam met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Een appje in de Whatsapp-groep van de kleuterschool. Mijn zoon moest een paasdoos maken. Als je niet weet wat een paasdoos is, gewoon zo houden. Ik weet het inmiddels wel en mijn leven is er niet per se beter op geworden. Laten we het houden op een veredelde lunchtrommel, maar dan voor ontbijt en gemaakt van knutselmateriaal dat je toevallig nog ergens achter een kast had liggen. En oh ja, in paasthema graag. Want daar is het per slot van rekening een paasdoos voor.

Nu ben ik helemaal voor het stimuleren van creativiteit en feestgevoel bij kinderen. Maar zelf ben ik niet iemand die uit vrije wil knutselt. En iedereen die weleens hoopvol met zo’n project is gestart, weet: een kind vindt het twee minuten leuk, tien minuten niet leuk en vervolgens zijn het de ouders die uiteindelijk als norse monniken boven een slecht verlichte keukentafel crêpepapier aan oude wc-rolletjes zitten te nieten.

Niemand durft de vraag te stellen: waarom déden we dit eigenlijk ook alweer?

De mens heeft vele eigenaardige eigenschappen, maar de neiging om onszelf te pijnigen met een oneindige lijst aan rituelen, gewoonten en verplichtingen waarbij het verworven genot zelden in verhouding staat tot de geleverde inspanning, die springt er voor mij toch wel uit. En dan heb ik het niet over tradities die voor alle betrokkenen een bron van voorpret en verrukking zijn. Ik heb het over al die dingen die we onszelf aandoen, vol twijfelachtig plichtsbesef en frisse tegenzin, omdat niemand de vraag durft te stellen: waarom déden we dit eigenlijk ook alweer?

Wildvreemden drie zoenen geven. Je hele adresboek een voorgedrukte kerstkaart sturen. In het totale delirium van de weken vlak na een bevalling met ogen hol van uitputting vage kennissen beschuit met muisjes serveren. Nieuwjaarsborrels. Vrijgezellenfeesten waarbij je je niet gewoon een stuk in je kraag mag drinken, maar voor een godsvermogen creatieve workshops moet volgen met mensen die je niet kent. Ik weet niet tijdens welke ontspoorde brainstorm deze duivelse rituelen zijn verzonnen, maar sinds corona weten we dat de wereld ook gewoon blijft draaien als we dit soort gekkigheid gewoon achterwege laten. Dus laten we dat dan ook doen.

En ik zou dan nederig willen verzoeken om te beginnen bij traktaties op kinderdagverblijven. Natuurlijk, het is in een tijd als deze bespottelijk klein leed. En natuurlijk, je moet in het leven zelf de slingers ophangen. Maar laten we daarbij de proportionaliteit niet uit het oog verliezen. Dus een liedje, leuk. Een muts van crêpepapier, top. Een rolfluit, yes please. Snotterige kinderen die wezenloos met een paar castagnetten zitten te klapperen, enig. Maar is er iemand die werkelijk blij wordt van rijstwafels met schapengezichtjes en rozijnendoosjes met konijnenoren waar een toch al overvraagde ouder een schaarse vrije avond voor heeft opgeofferd?

Kijk, dat een kind van 6 met iets cools moet aankomen op zijn verjaardag, dat snap ik nog. Maar we hebben het hier over baby’s en ‘net niet meer-baby’s’ voor wie het concept verjaardag even ongrijpbaar is als het mobiel boven hun wipstoel. Die laten zich met een glazige blik een versierde cracker in het kleffe handje stoppen en kijken vervolgens verdwaasd naar het feestvarken dat traditiegetrouw huilend op z'n versierde stoel zit, terwijl de leidsters met sambaballen de maat slaan op ‘twee violen en een trommel en een fluit.’ En voor die lieve leidsters zelf hoeven we het al helemaal niet te doen. Die hebben thuis zo’n grote voorraad Merci en Ferrero Rocher bij elkaar gespaard dat ze een volgende hongerwinter op chocolade alleen zouden kunnen uitzingen.

'Zij is van nature nu eenmaal beter in dat soort dingen', klinkt het dan

En om er nog even een feministisch punt van te maken en dat doe ik nu eenmaal graag: negen van de tien keer is het natuurlijk de moeder die last minute nog met het zweet op de bovenlip naar de supermarkt sjeest om allerhande eetbaar (en gezónd!) knutselmateriaal bij elkaar te scharrelen. Want, zo klinkt het dan: “Zij vindt dat soort dingen wél leuk om te doen.” Of, nog erger: “Zij is van nature nu eenmaal beter in dat soort dingen.” Ik wil hierbij een gewaagd statement maken: niemand is van nature goed in toverstafjes maken van soepstengels. Niemand. En niemand droomt ervan om na een lange dag maiskolven te figuurzagen in de vorm van SpongeBob SquarePants.

Dus ik zeg: no more. Als dit ellendige jaar ons één ding heeft opgeleverd, dan is het wel de opluchting van een beetje minder ‘moetjes’. Moetjes die in theorie garant zouden moeten staan voor een beetje extra sjeu en levensvreugde, maar die in de praktijk vooral zorgen voor meer hooi op een vaak toch al te kleine vork. Ik was zelf in elk geval enorm blij dat ik bij de verjaardag van mijn dochter ‘vanwege de corona’ alleen voorverpakte rommel mochten trakteren. Zak Nijntje-koekjes in een tas geflikkerd. Leidsters een dankbare glimlach. Liedje. Sambaballen. Baby’s zo’n flauwe koek in de knuist. En mama zonder zweetsnor weer naar huis. De vrijblijvendheid, het gemak, de ontspanning. Hallelujah, wat een weldaad. Ik zou bijna zeggen: laten we er een traditie van maken.